To translate this page into different languages, click here!

Exodus 18 Jethro bij Mozes

Deze parasha draagt de naam “Jethro”, of op zijn Hebreeuws יִתְרוֹ “Yithro”. Jethro was de schoonvader van Mozes. Jethro wordt in deze Parashah dertien maal “de schoonvader van Mozes” genoemd. Zijn naam betekent: “een uitnemend overblijfsel”. Hij wordt in Numeri 10: 29 “Rehuel” genoemd, wat “de vriend van God” betekent. Net zo als Jacob als nieuwe naam “Israël” kreeg, ontving Jethro de naam “Rehuel”, dus “vriend van God”. Ook Abraham, de voorvader van Jethro, werd de “vriend van God” genoemd. (Jakobus 2: 23); „Maar gij, Israël, mijn knecht, Jakob, die Ik verkoren heb, nakroost van mijn vriend Abraham. (Jesaja 41: 8)

 

De gelovigen worden door Yeshua ook “vriend” genoemd en zijn dus “vrienden van God”. In Johannes 15:14 zegt Yeshua: “U bent Mijn vrienden, als u doet wat Ik u gebied.” Het ligt voor de hand dat het van God uitgaat om ons tot Zijn vrienden te rekenen. Het klinkt nogal overmoedig als wij van onze kant al te  gemakkelijk over God praten als “mijn Vriend”.

Maar hoe komt het dat deze Jethro, een midianitische priester een vriend van God genoemd wordt? De naam Rehuel onderstreept zijn positie van een uitnemende persoonlijkheid. Jethro was een Midianiet. Midian was een zoon van Ketura, uit het tweede huwelijk van Abraham. (Gen. 25:2) Ze werden ook Kenieten genoemd. De Kenieten worden door Bileam weer in verband met Kaïn genoemd.

Numeri 24: 21 Toen hij (Bileam) de Kenieten zag, hief hij zijn spreuk aan, en zei: Uw woongebied staat vast, uw nest is in de rots vastgezet.  22 Toch zal Kaïn weggevaagd worden, doordat Assur u als gevangenen wegvoert.

Ook in Richteren 4: 11 wordt met betrekking tot de Kenieten een link naar Kaïn gelegd:

11 Heber nu, de Keniet, had zich afgezonderd van Kaïn, van de zonen van Hobab, de schoonvader  van Mozes. Hij had zijn tenten opgezet tot aan de eik in Zaänaïm, die bij Kedes staat.  (Hobab was trouwens de “zwager” van Mozes zie Numeri 10: 29 – ook in de Hebreeuwse tekst van Richteren 4:11 staat  “gatan” חָתָן dat bruidegom of schoonzoon betekent).

Uit dit vers blijkt dat de schoonzoon van Jethro, Hobab, een “afgezonderde” Keniet was, evenals zijn nakomelingen, maar ook zijn vader Jethro. De Kaïn die hier genoemd wordt kan iemand met dezelfde naam uit een latere tijd zijn.

Of Jethro nu van Kaïn of van Midian afstamde, duidelijk is dat heidenen uit alle geslachten van de aarde de mogelijkheid hebben om zich te keren tot de God van Israël die in Yeshua naar ons toe is gekomen.  Het zijn de uitzonderingen die zoals het in Richteren 4:11 van Heber wordt gezegd: "dat hij zich afgezonderd had”.

In onze tijd zijn er de Druzen in Noord Israël. Zij zijn de Midianieten van toen en beschouwen Jetro als een groot profeet. Zij zijn loyaal aan Israël en dienen ook in het leger van Israël. Maar helaas, de meeste Druzen dienen God niet overeenkomstig Zijn Woord.

Jetro had in Midian al gehoord wat God door Mozes voor Zijn volk Israël had gedaan.  Dat was voor hem aanleiding om naar Mozes toe te gaan met Zippora, zijn dochter en vrouw van Mozes en de beide kleinzoons Gersom en Eliëzer. Dat moet een blij weerzien geweest zijn voor het gezin dat gescheiden van hun man en vader leefde. Toen Jethro uit de mond van Mozes hoorde hoe God het volk had gered uit de greep van Egypte, bevestigde dit hem in zijn geloof in YHWH en hij loofde de God van Israël. 

Exodus 18:9 Jethro verheugde zich over al het goede dat de HEERE aan Israël gedaan had, dat Hij het gered had uit de hand van de Egyptenaren.

  1. En Jethro zei: Geloofd zij de HEERE, Die jullie gered heeft uit de hand van de Egyptenaren en uit de hand van de farao, Die dit volk van onder de hand van de Egyptenaren gered heeft!
  2. Nu weet ik dat de HEERE groter is dan alle goden, want in de zaak waarin zij overmoedig handelden, stond Hij boven hen.

In deze parasha wordt dertien keer benadrukt dat Jethro de schoonvader van Mozes was. Deze vaderrol zegt iets over een Vader-Zoon relatie die verwijst naar de verhouding tussen YHWH en Yeshua. De vader geeft zijn zoon “raad”!  En dat heeft weer raakvlakken met het gedeelte uit Jesaja 9, dat eveneens in het leesrooster van deze week staat:

“En men noemt Zijn Naam RAADSman, Sterke God, Eeuwige VADER, VREDEvorst.” Jesaja 9: 5

Als Mozes luistert naar deze RAAD van zijn VADER, zal er VREDE onder het volk zijn.

Exodus 18: 23 Als je dit doet en God het je gebiedt, dan zul je staande kunnen blijven en zal dit hele volk ook in VREDE naar zijn woonplaats gaan.

In het volgende vers van Jesaja 9 staat verder: “en over zijn koninkrijk, om het te grondvesten en het te ondersteunen door RECHT EN GERECHTIGHEID.” Jethro gaf raad over het rechtspreken, zodat er “RECHT EN GERECHTIGHEID” zou zijn:

Dezen (de bekwame mannen die aangewezen werden) spraken te allen tijde RECHT onder het volk; de moeilijke zaken brachten zij tot Mozes, maar alle kleine zaken beRECHTten zij zelf. Exodus 18:26 NBG

Het rechtspreken in allerlei geschillen moest Mozes, volgens Jethro, overlaten aan anderen die godvrezend en bekwaam waren en bij wie het leven niet om geld draaide. Mozes had een andere prioriteit die door dat vele werk in gevaar kon komen.  Bovendien zou hij die praktijk van rechtspreken op de duur ook niet aan kunnen.  Jethro's raad was: 

                                   Jíj moet het volk bij God vertegenwoordigen, en jíj moet de zaken voor God brengen.

Je moet hun de verordeningen en de wetten voorhouden 

de weg bekendmaken waarop zij moeten gaan

en het werk dat zij moeten doen.

 

Mozes moest die zware last van rechtspreken met anderen dragen en zich alleen buigen over de moeilijke kwesties die aan de orde kwamen. Mozes was er voor de middelaarsfunctie tussen YHWH en het volk. Hij moest voor het volk bij God pleiten en het volk vertellen wat God van hen verwacht. Dat was de wijze raad die Mozes van zijn schoonvader kreeg en waar hij tot zijn heil gehoor aan gaf.  Mozes was een zachtmoedig man, die niet, zoals het vele heersers kenmerkt, alleen de dienst willen uitmaken uit angst hun positie te verliezen.

Ook hierin is Mozes een beeld van de grote MIDDELAAR YESHUA DE MESSIAS. Het is een hogepriesterlijke functie. De volgelingen van Yeshua hebben ook de taak om recht te spreken (1 Korinthe 6). En Yeshua zal rechtspreken in grote zaken, over de naties, bij Zijn terugkomst.  (Mattheüs 26:31-46)

 

Mozes bracht de raad van Jethro direct in praktijk en het volk was het eens met deze gang van zaken.  Hij herinnert de tweede generatie in de woestijn aan wat er hier is afgesproken:

Deuteronomium 1:9 Ik heb in die tijd tegen u gezegd: Ik alleen kan u niet dragen.
10. De HEERE, uw God, heeft u talrijk gemaakt, en zie, u bent heden zo talrijk als de sterren aan de hemel.
11. Moge de HEERE, de God van uw vaderen, aan uw aantal toevoegen duizendmaal wat u nu bent, en moge Hij u zegenen, zoals Hij tot u gesproken heeft!
12. Maar hoe kan ik alleen uw moeite, uw last en uw rechtszaken dragen?
13. Geef voor uzelf, ingedeeld naar uw stammen, wijze, verstandige, ervaren mannen, dan zal ik hen tot hoofd over u aanstellen.
14. Toen antwoordde u mij en zei: De zaak die u hebt gezegd te doen, is goed.
15. Dus nam ik uw stamhoofden, wijze en ervaren mannen, en stelde hen tot hoofd over u aan, leiders over duizend, leiders over honderd, leiders over vijftig en leiders over tien, en beambten voor uw stammen.
16. Ook beval ik in die tijd uw rechters: Luister naar de geschillen tussen uw broeders, en oordeel rechtvaardig tussen een man, zijn broeder en de vreemdeling die bij hem is.
17. U mag niet partijdig zijn in de rechtspraak: zowel de kleine als de grote moet u aanhoren. U mag voor niemand bevreesd zijn, want de rechtspraak behoort aan God. Maar de zaak die voor u te moeilijk is, moet u bij mij brengen en ik zal die aanhoren.
18. Zo beval ik u in die tijd al de zaken die u moet doen.
Exodus 18 laat ons ook nog weten dat er brandoffers en slachtoffers voor de Here werden gebracht en dat Mozes,  Aäron en de oudsten van Israël samen met vader Jethro de maaltijd gebruikten en dat deden ze voor het aangezicht van God.