To translate this website into different languages, click here!

Exodus 27:20 - 30:10 "Tetzaveh"

Een globaal overzicht van de hoofdstukken die we bestuderen bij de Parasha Tetsaveh. De naam Tetsaveh תְּצַוֶּה   betekent:”u moet gebieden”. Het staat in Exodus 27 :20 waar God tot Mozes zegt:

“Ú MOET de Israëlieten gebieden dat zij zuivere olie, uit gestoten olijven, voor u meenemen voor het licht, om voortdurend een lamp te laten branden.”. 

Met deze opdracht begint het Bijbelgedeelte. De menora, uit één stuk goud gehamerd, moet voortdurend branden met zuivere olie en het vuur dat door God werd aangestoken. (Leviticus 9:24)

Dit was de taak van de priesters die van de avond tot de ochtend dit moesten verzorgen. 

De uitdrukking is niet zoals wij dat gewend zijn te zeggen: "van de vroege morgen tot de late avond". Nee, er staat "van de avond tot de morgen" moesten de priesters dat licht brandend houden. Als we dat geestelijk vertalen weten we dat de ware gelovigen ook priesters zijn, die, terwijl het nu donker is in de wereld, het Licht brandend moeten houden.

Het Licht wijst heen naar onze Messias die in Johannes 1: 9 het waarachtige Licht genoemd wordt, dat in de wereld gekomen is en ieder mens verlicht. Het Licht: Yeshua de Messias, kwam in de duisternis, maar Hij werd afgewezen.  Toch komen er mensen tot het Licht:


Johannes 1:12-13 Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;  die niet uit bloed, niet uit de wil van vlees en ook niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.


Vroeger werd me geleerd dat ik een kind van God was, in de lijn van de geslachten. Daarom werd je ten onrechte als kind gedoopt. Maar deze tekst opende me later de ogen: je moet Yeshua aannnemen en dan maakt Hij je tot een kind van God.  
In Israël was de verbondsbelofte voor het grondgebied en de voortdurende zorg van God wel in de lijn van de geslachten, maar op grond van de belofte aan Abraham, waarbij ook  het geloof van Abraham aanwezig moest zijn.

De tabernakel en alles wat daartoe behoort moet geheel volgens Gods instructies gemaakt worden.

In Romeinen 11: 36 lezen we:

Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid.

Het begint bij God, Hij maakt mensen bekwaam om het uit te voeren en het is tot Zijn eer. Zijn eer is vervat in de centrale tekst van onderstaande chiastische structuur:

Exodus 29: 46 Ik zal dan te midden van de Israëlieten wonen, en Ik zal hun tot een God zijn.

We zien dat dit ook de uiteindelijke vervulling van heel de heilsgeschiedenis is:
Openbaring 21:3 En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.

God betrekt de verloste mens volledig in Zijn plan. Hij verlangt ernaar met ons om te gaan. Maar omdat Hij zo zeer HEILIG is en wij van nature zo zeer zondig zijn, moet het op Zijn voorwaarden gebeuren. Wie zelf de regels wil bepalen zal sterven.

God wil een volk van priesters vormen:

Exodus 19:6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn.

1 Petrus 2: 5 dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus.

1 Petrus 2: 9 Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.

Openbaring 1:6 en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.

Openbaring 5: 10 En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde.

 

Maar zover is het nog niet. Eerst zijn het Mozes, Aäron en de eerstgeborenen die de priesterfunctie moeten vervullen. Later, na de zonde met het gouden kalf, werd  de stam Levi daarvoor aangewezen, tot welke stam ook Mozes en Aäron behoorden. En nog later werd het geslacht Zadok vanuit de stam Levi hiervoor aangewezen. Zij vormden de aardse weergave van de hemelse priesterdienst, die in de orde van Melchizedek uitmondde in onze Hogepriester Yeshua. Deze Hogepriester offerde Zijn eigen bloed waarmee de zonden worden weggenomen. Hij is degene die in Gods Heiligdom voor de genadetroon van YHWH verzoening doet.

Wat houdt dat priesterschap voor ons nu dan in?

Romeinen 12:1 Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst.

Petrus omschrijft het zo:

  1. het brengen van geestelijke offers, die God welgevallig zijn door Jezus Christus.
  2. de deugden verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.

 

Hebreeën 13, vers 15

Laten wij dan altijd door Hem een lofoffer brengen aan God, namelijk de vrucht van lippen die Zijn Naam belijden.

 

En David zegt in psalm 141: 2 Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan, laat mijn opgeheven handen als het avondoffer zijn.

 

Het is de voortdurende omgang met God, het getuige van Hem zijn in deze wereld. Dat kan alleen als Hij bij ons woning gemaakt heeft en Zijn Woord in rijke mate in ons woont.

 

Kol. 3: 16 Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid; onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing voor de Heere met dank in uw hart.

 

Om deze gaven mogen we bidden. Dat is een gebed dat God graag verhoort. De vervulling zal pas compleet zijn als we opstaan uit de dood of veranderd worden in een ondeelbaar ogenblik. (1 Kor. 15: 52)  Want Hij, onze God, wil bij Israël wonen en bij ieder die zich door Yeshua de Messias op het verbond met Israël heeft laten enten.