To translate this website in different languages click here.

Genesis 12 - Roeping van Abram - Verblijf in Egypte

Genesis 12:1 De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.

Genesis 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn. 3. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

Na de zondvloed is de afgodendienst opnieuw heel erg toegenomen. Abraham woonde in een gebied waar andere goden werden gediend, zoals we lezen:

Jozua 24:2 Toen zei Jozua tegen heel het volk: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Aan de overzijde van de rivier hebben uw vaderen van oude tijden af gewoond, namelijk Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend.


GOD laat het boze in de wereld op zijn beloop, maar roept één man om hem voor zich af te zonderen (= heiligen). En deze man is door Hem verkozen om tot een zegen te zijn voor alle geslachten van de aardbodem. Voor alle geslachten van de aardbodem? Zijn dat al die 70 volken die uit Noach zijn voortgekomen vermeld in Genesis 10:1-32? De volken die na de torenbouw van Babel verspreid zijn over de wereld? Ja, het gaat om die overspelige volken, die YHWH als God verwierpen.

 

Hoezo een wraakzuchtige, toornige, oordelende, boze God van het Oude Testament? Zijn plan is om diegenen te zegenen die Hem hebben afgewezen, door een manier te bedenken om naar Hem terug te keren, door het volk van Abram's zaad, maar uiteindelijk, door het Beloofde Zaad, de Messias Yeshua.

 

DOOR HET GELOOF

Abram groeide op in Ur in Mesopotamië dat deel uitmaakt van Babel, het huidige Irak. Volgens Handelingen 7:2-4 werd hij daar al door God geroepen. Babel is door heel de geschiedenis heen een broedplaats van demonen. Het is een tegenpool van Gods Koninkrijk dat op aarde gevestigd zal worden. Babel is de trots van het rijk van de duisternis. Het komt van de grond om uiteindelijk in te storten (Openbaring 18:2). Terah. de vader van Abraham, besloot met zijn gezin naar Haran te verhuizen. De reis ging in noordelijke richting langs de Eufraat. 

Dit was het eerste deel van de reis die God voor Abraham bestemd had. Maar Abraham werd opnieuw geroepen om verder te gaan. Hij moest zijn vader verlaten, terwijl deze nog in leven was en hij wist niet waarheen God hem zou leiden. Samen met zijn vrouw Saraï, zijn neef Lot en met zijn kuddes en herders vervolgde hij de reis. De oproep om het geestelijke Babel te verlaten is ook nu nog van levensbelang voor ieder die Gods leiding zoekt.

Openbaring 18:4,5 En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Ga uit haar weg, Mijn volk, opdat u geen deelhebt aan haar zonden, en opdat u niet van haar plagen zult ontvangen. Want haar zonden hebben zich opgestapeld tot aan de hemel, en God herinnerde Zich haar ongerechtigheden.

 

Door het geloof gehoorzaamde Abraham Gods roepstem en we zien dat Gods belofte, behalve een groot nageslacht, ook een land als erfdeel inhoudt, waar zijn nageslacht kan wonen.

 

Genesis 12:2-4. Het verbond met Abraham

HET VERBOND BEVAT ZEVEN ONDERDELEN:

1. Abraham zal een groot volk worden

2. Abraham wordt persoonlijk gezegend

3. Abrahams naam zal groot worden

4. Abraham zal zelf tot een zegen zijn

5. Zij die Abraham zegenen, zullen gezegend zijn

6. Zij die Abraham vervloeken, zullen vervloekt zijn

7. Alle geslachten op de aarde zullen in Abraham gezegend worden, door Zijn nakomeling, Yeshua (de Messias)

 

 

Galaten 3:16 Aan Abraham nu werden de beloften gedaan en aan zijn Zaad; Hij zegt niet: ‘En aan de zaden’, als van velen, maar als van één: ‘En aan uw Zaad’, dat is Christus.

 

HET ERFDEEL

Hebreeën 11:8 Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam geweest om weg te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou. En hij is weggegaan zonder te weten waar hij komen zou.

 

Handelingen 7:2 En hij zei: Mannenbroeders en vaders, luister! De God der heerlijkheid verscheen aan onze vader Abraham, toen hij nog in Mesopotamië was, voordat hij in Haran woonde, 3. en Hij zei tegen hem: Ga uit uw land en uit uw familie en kom naar een land dat Ik u wijzen zal.

 

Van nature hebben we weerstand tegen het gehoorzamen, ook al weten wij de reden waarom er iets van ons verlangd wordt. Om te gehoorzamen, terwijl je het niet begrijpt, te vertrekken zonder te weten waar naartoe ……. Dàt vraagt geloof! Dat wil zeggen: volledig vertrouwen op Hem Die deze opdracht heeft gegeven! Het geloof wordt gekenmerkt door het opgeven van zichtbare dingen en het zich richten op een onzichtbaar doel. De uiteindelijke vervulling van de beloften heeft Abram niet  meegemaakt, maar hij begreep dat dit plaats zou vinden in het komende Vrederijk.

 

2 Korinthe 4:18 Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.

 

Hebreeën 11:10 Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Ontwerper en Bouwer is..

 

Deze verwachting maakt hem tot een vreemdeling hier op aarde. Hoewel Abram rijk aan goederen is (Genesis 12:5), maakt Gods belofte hem los van alle aardse bezittingen. Voortaan bezit hij geestelijk gezien alleen maar zijn tent en het altaar: het tweevoudige getuigenis waardoor Abram laat zien dat hij een pelgrim is.  Hij is niet gebonden aan aards bezit. 

 

ABRAHAM WORDT BEPROEFD.

Abram is met zijn neef Lot naar Kanaän getrokken. Hij trok verder naar het Zuiderland, dat was het gebied ten zuiden van Judea, dus ten noordoosten van Egypte. In het Hebreeuws staat er voor Zuiderland: Negev נֶגֶב, het tegenwoordige woestijngebied. Nu Abraham was aangekomen in het beloofde land zou je  verwachten dat dit, na de moeizame reis, de plek van rust zou zijn. Was dat nu het land van de belofte? Een land met afgodendienaars, waar ook nog eens een zware honger uitbreekt……

De aartsvader reist weer verder naar Egypte  …….

Hij had ook nog de verantwoordelijkheid voor een gevolg van driehonderd man personeel, met inbegrip van hun gezinnen, Wat is het menselijk gezien dan moeilijk om te weten hoe je moet handelen….... Heidense vorsten kennen vaak geen erbarmen om zich toe te eigenen wat ze maar willen. Uit angst om gedood te worden introduceert Abraham zijn vrouw Saraï als zijn zuster, wat een halve waarheid is. 

Maar God is met Abraham! JHWH redt Abram uit deze hachelijke positie. Als de Farao Saraï als vrouw zou nemen zou hierdoor de belofte van het Heilig Zaad dat uit Abraham zou voortkomen, teniet gedaan worden. Maar dat zou ook gebeuren als zo'n heidense vorst hem zou doden om zijn vrouw te kunnen nemen. Nam Abraham deze beslissing werkelijk om zijn eigen hachje te redden of om Gods belofte veilig te stellen? God kent de overleggingen van het hart en we horen geen enkele veroordeling van Zijn kant. Van Abraham lazen we dat hij de stad die fundamenten had voor ogen had. (Hebr. 11:10) 

God zelf beschreef Zijn relatie met Abraham als: "Abraham, mijn vriend" (Jesaja 41:8). Zo vertelt het Nieuwe Testament ons ook: "Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd" (Jakobus 2:23). Niet Abraham werd gestraft, wat sommige uitleggers wel eens beweren, maar de Farao werd door God bestraft.

God liet de Farao duidelijk weten dat hij deze vrouw niet mocht hebben en trof deze vorst en zijn familieleden met zware slagen, zoals Genesis 12:17 vermeldt en in de centrale as in onderstaande chiastische structuur naar voren komt.  Abram was als mens niet volmaakt, zoals niemand van ons dat is. In Genesis 20 zien we dit opnieuw gebeuren in Egypte waaruit blijkt waarom Abram zo handelde. 

Genesis 20:11-12 Daarop zei Abraham: Omdat ik dacht: Er is vast geen vreze Gods in deze plaats, daarom zullen zij mij omwille van mijn vrouw doden. Zij is ook echt mijn zuster. Zij is de dochter van mijn vader, maar niet de dochter van mijn moeder, en zij is mij tot vrouw geworden.

In feite is deze hele geschiedenis een profetie, zoals we uit onderstaand schema zien. 


Abram/Abraham als beeld van God 

Saraï/Sara als beeld van Israël

Abram is met Sarai getrouwd.

YAHWEH is gertrouwd met Israël

Honger noodzaakte Abram naar Egypte af te dalen Gen. 12:10

Hongersnood in Kanaän noodzaakte Jakob zijn zonen naar Egypte te sturen Gen. 42:5

Abram ging erheen om als vreemdeling te ‘verblijven” Gen. 12:10

De kinderen van Israël ‘verbleven’ in Egypte Ex. 12:40

De hongersnood in Kanaän was zwaar Gen. 12:10

Gen. 43:1 Maar de honger bleef zwaar in het land.

Abram overtuigde Sarai haar identiteit te veranderen, de Egyptenaren weten niet dat Sarai Abram’s vrouw is.

De Egyptenaren weten aanvankelijk niet dat Israël het volk van God is, met Hem getrouwd.

De Farao probeerde Saraï te bezitten

De Farao nam het volk Israel als zijn bezit door hen tot slaven te maken.

YAHWEH zond plagen naar Farao en zijn huisgenoten omdat hij Sarai bezat.

YAHWEH zond plagen naar Farao en zijn volk omdat hij Israël door slavernij bezat.

De vrouw Saraï  werd vrijgelaten

De vrouw Israël werd vrijgelaten

Abram en Saraï vertrokken met veel bezittingen en geschenken

YAHWEH liet Zijn volk vertrekken met vele bezittingen en geschenken


We zien in dit gebeuren dat de afdaling van Abram een profetie is van de afdaling van zijn nakomelingen naar Egypte. Profetieën bestaan niet altijd uit woorden, maar kunnen ook ‘verpakt’ zijn in gebeurtenissen. Dat komen we vaker tegen in de Bijbel.

(Deze vergelijkingen ontleend aan het parasha-commentaar van Tony Robinson.) 

Abram reist door het land. De Bijbel geeft heel nauwkeurig aan waar Abram terechtkomt, maar steeds weer breekt hij op en trekt hij verder: van de ene naar de andere plaats. Hij begint in het noorden (Sichem), reist dan naar het midden van het land (tussen Bethel en Ai) om in het zuiden uit te komen. Op deze plaats, precies aangegeven in de Schrift, belooft God dat dit gebied voor zijn nageslacht, zijn Zaad met een hoofdletter en met Hem voor zijn zaad met een kleine letter zal zijn.

Na Abrams verblijf in Egypte maakt hij de omgekeerde beweging: vanuit Egypte naar het zuiden, en vanuit het zuiden komt hij weer in het gebied tussen Bethel en Ai, het midden van het land. Daarna gaat hij echter niet opnieuw naar het noorden, maar naar Hebron dat in het zuiden van Juda ligt. Met Sichem in het noorden aan het begin van Abrams reis en Hebron in het zuiden aan het eind heeft hij een indruk van het hele land.  Abram trekt dus door heel het land! Dat doet hij niet, omdat hij in het land geen woonplaats heeft, het lijkt meer een verkenningstocht om het beloofde gebied af te bakenen voor YHWH. Het is immers Zijn land dat Hij aan het volk Israël beschikbaar stelt. Leviticus 25:23.

Op meerdere plaatsen bouwt Abram een altaar om YHWH in Zijn land te aanbidden: Genesis 12:8; Genesis 13:4, Genesis 13:18, Genesis 22:9.

Tenslotte vestigt Abraham zich bij de eiken van Mamre bij Herbron. Genesis 12:6.

Hieronder een filmpje van nog geen 10 minuten, waarin we worden meegenomen naar de plaats waar YHWH het land Israël aan Abram beloofde.

Klik hier!