1 Koningen 18 Elia op de Karmel

Het landschap van Israël is dor en droog. Op Elia's gebed is er al anderhalf jaar geen regen gevallen. Er is voedseltekort. De reden voor deze situatie is de vermenging van de dienst aan YHWH met de dienst aan Baäl. 

Elia roept tot de bevolking: " ‘Jullie willen van twee walletjes eten. Stop daar toch mee. Maak nu je keuze, voor YHWH of  Baäl. Wie wil je dienen?’    

Omwille van Mij, omwille van Mij doe Ik het, want hoe zou Mijn Naam ontheiligd worden! 

Ik zal Mijn eer aan geen ander geven. 

Jesaja 48:11

 

Chiastische structuur van 1 Koningen 18:21 - 40:

Een grote chiastische structuur, die ik alleen in delen op mijn computer in elkaar kon zetten. Maar het is ook een "groots" onderwerp. In het eerste deel van 1 Koningen 18 zien we Elia uit zijn schuilplaats komen op weg naar het "hol van de leeuw":  koning Achab, de koning van het Noordelijk rijk Israël. Koning Achab en zijn vrouw koningin Izebel zochten Elia te doden. Elia verkondigde dat het volk aan YHWH trouw moest blijven, er bestond toch een huwelijkscontract dat op de Sinaï was gesloten. Maar Israël, met de koningin voorop, hadden meer interesse voor de Baäl, de vruchtbaarheidsgod.

De Baäldienst was aantrekkelijk: het heette de god te zijn van de natuur, de god van de seks, van de vruchtbaarheid en van de welvaart. Maar eiste ook tempelprostitutie en kinderoffers. God had het land, op het gebed van Elia, de regen onthouden, zodat de Israëlieten konden zien dat Baäl geen vruchtbaarheid gaf.  Maar bovenal was het bedoeld om Israël te doen terugkeren tot de God die hen boven alle volken had uitverkoren.
Achab stelde Elia verantwoordelijk voor die droogte die nu al drie en een half jaar duurde en waardoor de inwoners honger leden. Izebel roeide de profeten uit die trouw bleven aan YHWH. Daarom was Elia ook gevlucht. 
Maar nu wilde God weer regen gaan geven en Elia kreeg opdracht om naar Koning Achab te gaan. Dat vereiste geloofsmoed, want Achab was vastbesloten om Elia te vinden en te doden. 

Onderweg kwam Elia, de hofmeester van de koning, Obadja tegen. Elia zei dat Obadja bij de koning zijn komst moest aankondigen. Obadja schrok, want daardoor kwam hij ook in gevaar. Hoe kon Obadja weten waar Elia was en stel je voor dat Achab naar Elia zou gaan en hij trof hem om één of andere reden niet. De koning liet iedereen zweren dat ze hem niet konden vinden. In deze situatie was Obadja zijn leven ook niet zeker.

Maar als God het opdraagt dan is gehoorzaamheid toch de beste weg.  Elia vertoont geen angst, maar wordt gedreven door heilige verontwaardiging om de ontrouw aan YHWH. 
Later schrijft Jacobus over deze profeet: "Elia was een mens net zoals wij en hij deed een vurig gebed dat het niet zou regenen, en het regende niet op de aarde, drie jaar en zes maanden. 
Jakobus 5: 17

 

Als Achab Elia tegemoet gaat zegt hij: "Bent u degene die Israël in het ongeluk stort?"

De reactie van Elia was er één van gezag, wat later ook de houding van Yeshua kenmerkte. Toen zei hij: "Ík heb Israël niet in het ongeluk gestort, maar ú en het huis van uw vader, doordat u de geboden van de HEERE verliet en achter de Baäls aan gegaan bent." Vervolgens deelt Elia, en niet de koning, de orders uit: 

"Nu dan, stuur boden, breng heel Israël bijeen bij mij op de berg Karmel, met de vierhonderdvijftig profeten van de Baäl en de vierhonderd profeten van Asjera, die aan de tafel van Izebel eten."

En dan vindt er op de berg Karmel een grote geestelijke krachtmeting plaats.  Op die berg Karmel waren wel 850 officiële vertegenwoordigers, priesters van de Baäl dienst. Zowel de eenzame Elia als deze grote schare Baäl vereerders moesten allebei een altaar bouwen en een offer brengen aan hun wederzijdse godheden. Maar er mocht geen vuur gebruikt worden om het altaar aan te steken. De voorwaarde was, welke God zelf voor vuur zou zorgen, die zou voortaan als God worden erkend. 

Nu was het in de dienst van YHWH vaker gebeurd dat God Zelf zorgde voor heilig vuur, dat moest blijven branden voor de dienst in de tabernakel en in de tempel.  Elia gaf het Baäl-kamp als eerste de gelegenheid om hun god om vuur te vragen. En dat deden ze... en hoe....? roepen, schreeuwen, springen, zichzelf tot bloedens toe snijden.... maar niets hielp. Elia bespotte de mannen: harder roepen!! Hij is toch jullie god? Misschien zit hij wel te suffen of zit hij op de w.c. 

Hierdoor maakte Elia duidelijk hoe bespottelijk hun afgodendienst was. 

Het altaar dat Elia bouwde bestond uit twaalf grote stenen, voor iedere stam van Israël één. Hoewel Israël uiteengevallen was in twee rijken, een tien- en een tweestammenrijk, zag Elia het volk toch samen als één. Bij dat altaar werd duidelijk de naam Israël, "strijder van God", geproclameerd. Dat komt ook naar voren als de centrale as in de chiastische structuur die dit schriftgedeelte bevat. (zie boven)

Emmers water werden over het altaar, en het offer gegooid en om het altaar heen. Menselijkerwijze zou daar geen vuur kunnen branden. Maar het ging dan ook op Gods manier.  

Op de tijd van het avondoffer kwam Elia naar voren en sprak duidelijk: " HEERE, God van Abraham, Izak en Israël, laat het heden bekend worden dat U God bent in Israël, en ik Uw dienaar, en dat ik al deze dingen overeenkomstig Uw woord heb gedaan. 

Antwoord mij, HEERE, antwoord mij, zodat dit volk weet dat U, HEERE, de ware God bent, en dat U hun hart tot inkeer gebracht hebt".

Dit Bijbelgedeelte eindigt dan met:

Toen heel het volk dat zag, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde en zeiden: YHWH is God, YHWH is God!

Elia zei tegen het volk: Grijp de profeten van de Baäl! Laat niemand van hen ontkomen. Zij grepen hen, en Elia voerde hen af naar de beek Kison en slachtte hen daar af.

Na deze overweldigende manifestatie en het gelovige gebed van Elia kwam de lang verwachte regen.
Je zou zeggen hoe kun je, na zulke tekenen voor je ogen te hebben gezien, weer terugvallen in deze afgodendienst. Het volk erkende dat YHWH God is, maar de priesters, de hoogwaardigheidsbekleders, ook al werden er velen gedood, gingen door met hun verderfelijke afgodendienst.

De Naam Israël:

 

De centrale as van de chiastische structuur richt het spotlight op de Naam Israël. Wordt deze naam uitsluitend voor Jacob en het volk van de twaalf stammen gebruikt? Zo wordt het meestal wel gezien. Maar laten we eens kijken naar Jesaja 49:3

3 Hij heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Knecht, Israël, in Wie Ik Mij zal verheerlijken.

Hier wordt kennelijk de komende Verlosser Yeshua bedoeld, die Zijn Naam tijdens de worsteling in Pniël op Jacob en zijn nageslacht heeft gelegd. Het is deze Knecht Israël  die de andere knecht Jacob zal verlossen. 

Wat een geduld heeft God met Zijn volk Israël, naar Zijn Naam genoemd. En Hij komt ermee tot Zijn doel.