Deuteronomium 7:1-11 gedrag ten opzichte van de Kanaänieten

Het kopje dat in mijn Bijbel boven dit hoofdstuk staat vermeldt:  “Hoe Israël zich moet gedragen ten opzichte van de Kanaänieten. Van deze instructies kunnen we weer heel wat leren.  De God van de Bijbel is uiterst radicaal. Dat botst met wat ons geleerd is in de omgang met de ander en wat de onderwijsinstituten onder gedragswetenschappen verstaan. Voordat Israël dit land mocht innemen was de “maat van de zonde vol”.   

Nu mogen ze ook op geen enkele manier toegeeflijk zijn ten opzichte van de inwoners.  Het waren afgodendienaars die totaal beheerst werden door demonische machten. God heeft de wereld lief en wil niets liever dan hun redding in plaats van hun ondergang. Maar als ze bewust kiezen voor een “andere God”, dan is het einde verhaal.  

God geeft ze eerst nog de tijd om te bekeren, maar dan is het ook afgelopen. Dan wacht hen hetzelfde oordeel  als de mensen in de tijd van Noach en  de inwoners van Sodom en Gomorra.  Dat is ook wat de wereld staat te wachten.

Dit waren Gods instructies met betrekking tot de Kanaänieten:

  • Met de ban slaan (2)
  • Geen verbond/contract met ze sluiten (2)
  • Hen niet genadig zijn (2)
  • Geen huwelijken met de inwoners (5)
  • Altaren afbreken (5)
  • Gewijde stenen in stukken slaan (5)
  • Gewijde palen omhakken (5)
  • Beelden met vuur verbranden (5)

Wat “met de ban slaan” precies betekent  weet ik niet. Soms moeten mensen gedood worden, en soms gaat het om alles wat aan YHWH wordt toegewijd. Wellicht wordt dit afgepakt van de goddeloze onrechtmatige bezitter en wordt het aan God teruggegeven. Maar ik ben niet de enige die dat niet goed begrijpt. Ik las dit artikel erover. Je kunt het zelf lezen en toetsen aan de Bijbel. Ik geloof wel dat de zin in dat artikel klopt, waarin gesteld wordt:  “Het gebannene omvatte alles wat behoort tot het terrein van de afgodendienst.” Ik ben ervan overtuigd dat daaraan gekoppeld kan worden dat wij ook alles wat maar enigszins neigt naar afgodendienst uit ons leven moeten bannen. Dat kan ook het verbreken van contacten met mensen betekenen.

 

Israël was en is uitverkoren uit alle volken om Gods speciale  סְגֻלָּה s’khoelah te zijn. Dat is een heel bijzonder woord, dat een vrouwelijk bezit aangeeft, een gewaardeerde schat: dus Gods bruid!  Daar leek het vaak allerminst op. Het doet denken aan het huwelijk van Hosea met een vrouw die hem niet trouw was. En toch.... YHWH weet wat Hem voor ogen staat, wat Hij ervan gaat maken. De tijd komt dat Hij Zijn wet in hun hart zal leggen en dat Zijn liefde van harte beantwoord wordt, dat zal blijken in het houden van de geboden.  Hij zegt ook tegen Zijn “schat”:

Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte. (vers 7 en 8)

De keuze van YHWH is niet op grond van wat mensen zijn of presteren, maar de redenen liggen helemaal in Gods eigen wezen.  Wat Hij beoogt komt tot stand, al gaat de vorming van Zijn Bruid door moeiten en dalen  en moest Hij Zichzelf in Yeshua tot in de dood vernederen, om de mens uit satans doodscultuur tot EEUWIG LEVEN te brengen.

Vervolgens wordt Israël weer aan de verbondssluiting herinnerd: “Weet, dat YHWH uw God is, de trouwe God, die “goedertierenheid” bewijst aan degenen die Hem liefhebben!”

Hierin herkennen we de formulering in de tien geboden: “wie Hem liefhebben en Zijn geboden onderhouden tot in duizend generaties”.  Maar het tegenovergestelde wordt evengoed aan het volk voorgehouden: “Hij doet vergelding aan ieder van hen die Hem haten, door hem om te doen komen”.  We hebben gezien in het voorafgaande gedurende de reis dat dit ook echt gebeurd is. Het is een overblijfsel dat het Beloofde Land binnengaat. Het zal ook een overblijfsel zijn dat het Koninkrijk van God zal binnengaan.

Daarom: moesten zij en moeten wij de geboden, verordeningen en bepalingen die YHWH  gebiedt, in acht nemen door ze te houden. Niet wettisch, maar vanuit het hart, want dat is uiteindelijk Gods bedoeling.  Maar op gehoorzaamheid volgt ook beloning, dat zullen we in het vervolg van dit hoofdstuk zien.