Handelingen 5 - Ananias en Saffira

ANANIAS EN SAFFIRA

De geschiedenis van Ananias en Saffira is maar een stukje van elf verzen in het Nieuwe Testament. Degenen die vinden dat de God van het eerste testament zo streng was en dat de leefregels daaruit niet meer gelden, zullen dan wel grote moeite hebben met dit verslag. Maar ook als je beide testamenten als Gods Woord erkent, kan wat hier plaats vond verbijsterend zijn.

Wij hebben deze week uit het eerste testament de geschiedenis van Korach, Datan en Abiram bestudeerd. En dan ontdek je duidelijke raakvlakken met de geschiedenis van Ananias en Saffira..

Ananias en zijn vrouw Saffira verkochten een  stuk grond,  en besloten samen om een deel van het geld voor zichzelf te houden en een deel “aan de voeten van de apostelen” te leggen.

De passage in Handelingen 5: 1-11 zegt niet expliciet dat Ananias deed ALSOF hij alles gaf. Zodra hij het geld aan de apostelen had gegeven, verweet Petrus hem dat hij loog tegen de Heilige Geest doordat hij een deel van het geld had achtergehouden. Toen viel Ananias dood neer.

Toen Saffira later binnen kwam, vroeg Petrus haar of dit het hele bedrag van de verkoop was. Ook zij had blijkbaar gelogen, want Petrus vroeg haar Waarom toch hebt u met elkaar afgesproken de Geest van de Heere te verzoeken? Ook Saffira viel dood neer. Dan eindigt het verhaal met: er kwam grote vrees over heel de gemeente en over allen die dit hoorden."

Veel mensen hebben moeite met dit verhaal. Zo’n God past niet in ons humanistisch denkpatroon. Daarom is ook het verhaal van Korach, Datan en Abiram zo moeilijk te verteren. We denken dat God vandaag de dag niet meer zo zou straffen. Maar dan blijft er in ons denken wel een beeld hangen van een God die willekeurig en onberekenbaar is. Je kunt Hem niet echt vertrouwen. De moderne predikers verkondigen vaak alleen maar een lieve God, die zulke dingen wel door de vingers ziet, omdat God genadig is.

Wat was er nu mis met wat Ananias deed?  Was het dat hij vasthield aan een deel van het geld? Wat is daar mis mee?  Ananias en Saffira waren bereid hun eigendom te verkopen en er een deel van aan de gemeente te geven. Iemand die zoiets doet in zijn kerk zou aanzien krijgen. Men zou hem prijzen om zijn vrijgevigheid.

De gangbare uitleg is dat de zonde van Ananias was, niet dat hij iets voor zichzelf hield, maar dat hij dit deed alsof hij al zijn bezit aan de Heer had gegeven. Is dat anders dan bij de miljoenen christenen waarvan hun huizen, auto's, bedrijven of zeilboten eigenlijk aan de Heer toebehoren, terwijl zij feitelijk zelf het hele beheer erover behouden?

De zonde van Ananias was tweevoudig. Petrus zei: " waarom heeft de satan uw hart vervuld, zodat u gelogen hebt tegen 

de Heilige Geest ÈN een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond? Dus het ging niet alleen om het liegen, maar ook dat hij hebberig was geweest. In Handelingen 5: 4 zei Petrus tegen Ananias, dat als hij zijn eigendom had gehouden of als hij het geld van de opbrengst had gehouden, hij vrij was om ermee te doen wat hij wilde. Maar wat Petrus eigenlijk zei was: "Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet VAN U, en toen het verkocht was, bleef de opbrengst dan niet TOT UW beschikking?” Petrus vergoelijkt hun daden niet, de veroordeling van Petrus is uiterst ernstig. Het had te maken met wat er in de verzen 32 - 35 van het vorige hoofdstuk staat:

En de menigte van hen die geloofden, was  één van hart en één van ziel;  en niemand zei dat iets van wat hij bezat, van hemzelf was, maar alles hadden zij gemeenschappelijk.  En de apostelen legden met grote kracht getuigenis af van de opstanding van de Heere Jezus; en er was grote genade over hen allen. Want er was ook niemand onder hen die gebrek leed; want allen die landerijen of huizen bezaten, verkochten die en brachten de opbrengst van het verkochte en legden die aan de voeten van de apostelen. En aan ieder werd uitgedeeld naar dat men nodig had.

De opzet van Ananias was om in te gaan tegen de duidelijke bevelen van de Meester "Zo kan dan ieder van u die niet alles wat hij heeft, achterlaat, geen discipel van Mij zijn " (Lukas 14:33) en “Verkoop uw bezittingen en geef de opbrengst weg als liefdegave." (Lukas 12:33) 

Tenslotte gehoorzaamde Petrus de grote opdracht: "hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen." (Mattheüs 28:19). Het was de bedoeling dat de hele gemeente van Jeruzalem deze dingen gewillig en met vreugde zou doen. Dus wat Ananias en Saffira's deden was het opzettelijk negeren van de opdracht van de Messias. Zij sloegen ook zijn waarschuwing wees op uw hoede  voor de hebzucht. Immers, al heeft iemand overvloed, zijn leven behoort niet tot zijn bezit " (Lukas 12:15) in de wind 

Het is duidelijk dat het leven van Ananias en Saffira niet tot hun bezit behoorde. In plaats daarvan verloren ze hun leven als een voorbeeld van het oordeel dat wacht op iedereen die de geboden van de Messias negeert, zoals als Petrus uit de Tora aanhaalde:

 

De Heere, uw God, zal voor u een Profeet laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken.  En het zal zo zijn dat al  wie niet geluisterd zal hebben naar deze Profeet, uit het volk uitgeroeid zal worden. (Handelingen 3: 22-23)

Het is allemaal zo duidelijk, maar je kunt je afvragen waarom deze dingen tot vandaag aan toe zo anders lijken te gaan in het christendom. Je kunt vandaag de dag nauwelijks een christen vinden die niet het beheer over zijn bezittingen heeft behouden, en toch niet uit het volk wordt uitgeroeid. Komt dat omdat niemand weet wat Yeshua heeft gezegd? Heeft niemand een Bijbel?

Toen Korach, Datan en Abiram ingingen tegen Gods inzettingen, gedreven door eerzucht, jaloezie en hebberigheid, werden zij uitgeroeid uit het volk.

De gelovigen zijn van mening dat God is veranderd en dat de woorden van “die Profeet” niet langer geldig zijn. Men ziet toch ook geen gevolgen voor het niet luisteren naar alles wat Hij tot hen spreekt. Maar als de Messias dezelfde is, gisteren en vandaag, en voor altijd” (Hebreeën 13:8) dan kunnen we maar beter Gods Woord serieus nemen en ons niet laten meeslepen door veelsoortige en vreemde leringen” (Hebreeën 13:9)

Het lijkt erop dat het  in het christendom strafbare feit, waarvoor Ananias en Saffira, Korach, Datan en Abiram omgekomen zijn,  op één of andere manier op mysterieuze wijze aanvaardbaar voor God is geworden. Wat is er aan de hand? Waarom worden zulke mensen niet verbannen uit hun kerken? Is het christendom niet Gods volk? Vindt men het niet belangrijk de zuiverheid te bewaren? Wie worden vandaag uitgestoten uit de christelijke kerken? Zijn het degenen die de geboden van God negeren of zijn degenen die pleiten voor de letterlijke vervulling ervan in hun ogen ongehoorzaam?

 

Vrij vertaald en bewerkt van deze site