Leviticus 1 - 7 voorbereiding verzoeningsdienst

Leviticus 1 begint met de tekst:

”De HEERE riep Mozes en sprak tot hem vanuit de tent van ontmoeting”.

Andere keren lazen we dat God IN de ontmoetingstent met Mozes sprak, maar dat de wolkkolom bij de ingang bleef staan. (Exodus 33:9) Vanuit het laatste hoofdstuk van Exodus (40:34, 35) begrijpen we waarom het nu anders was.

34 Toen overdekte de wolk de tent van ontmoeting, en de heerlijkheid van de HEERE vervulde de tabernakel, 35 ZODAT MOZES DE TENT VAN ONTMOETING NIET KON BINNENGAAN, omdat de wolk daarop bleef en de heerlijkheid van de HEERE de tabernakel vervulde.

Dit was het moment dat God ook werkelijk tabernakelde in de Tabernakel. Mozes kon er niet meer zomaar naar binnengaan. In de hoofdstukken 1 t.m. 7 gaf God nog allerlei instructies zodat men wist hoe de verschillende offers moesten worden gebracht. Daarna werden Aäron en zijn zonen gewassen, gereinigd en aangekleed met hun priestergewaden en zo gewijd aan hun verzoeningsdienst in de Tabernakel. Dat is te lezen in hoofdstuk 8.

Na de zonde met het gouden kalf was de ontmoetingstent buiten de legerplaats. Door het middelaarschap van Mozes waren de opstandige personen gestraft en de zonden vergeven. Tijdens de bouw van de Tabernakel was er een geweldige gezindheid onder het volk om God’s instructies gewillig uit te voeren. 

Het leert ons dat we geen deel kunnen hebben aan de heerlijkheid van YHWH zonder ons aan Zijn geboden te onderwerpen. Als we rebels zijn en ons eigen weg willen bepalen, of trouw willen blijven aan de weg die onze kerk of organisatie ons wijst, dan zal Yeshua voor ons niet de weg tot de Vader zijn. 

Als we tegen Gods geboden gezondigd hebben kan Yeshua verzoening voor ons bewerken, zoals Mozes dat als middelaar deed voor het volk, en zoals de centrale as laat zien: de priesters. Zowel Mozes als de priesters beeldden het verzoenende werk uit dat werkelijkheid werd door Yeshua.