Leviticus 26 zegen en vloek

In dit hoofdstuk gaat het over zegen en vloek. Als je dit leest dan zie je dat waar God het volk voor had gewaarschuwd, ook letterlijk gebeuren.

Eén van de straffen op het verwaarlozen van het  sabbatsjaar  wordt genoemd in Leviticus 26:

 

32 Ik Zelf zal het land verwoesten, zodat uw vijanden die daarin zijn gaan wonen, zich erover zullen ontzetten.

33 Ik zal u dan onder de heidenvolken verstrooien en Ik zal achter u een zwaard trekken. Uw land zal een woestenij worden en uw steden een puinhoop.

34 Dan zal het land behagen scheppen in zijn sabbatsjaren, alle dagen dat het verwoest ligt en u in het land van uw vijanden bent. Dan zal het land rusten en zal het behagen scheppen in zijn sabbatsjaren.

35 Alle dagen dat het verwoest ligt, zal het rusten, omdat het niet rustte gedurende uw sabbatten, toen u het bewoonde.

Bijzonder dat God ook zorg draagt, niet alleen voor de mensen, maar ook  voor Zijn Land.  In Joël 3:2 zegt God: “Mijn land”. Voor elk niet gehouden sabbatsjaar is het volk één jaar in ballingschap gegaan. Na de zeventig jaar ballingschap is het volk teruggekeerd.

 

God gaf ons uit liefde zijn wetten en inzettingen. Het is in feite het evangelie van genade. De liefde van onze kant zou moeten bestaan uit het dankbaar aanvaarden en gehoorzamen van Zijn instructies, die ons ten goede bedoeld zijn. Er zijn er geweest die Gods liefde beantwoordden met gehoorzaamheid uit liefde: Mozes, David, Daniël, Hizkia. En die rij kan nog met velen worden aangevuld met christenen uit het Nieuwe Testament: 


En toen zij dat gehoord hadden, prezen zij de Heere en zeiden tegen hem: U ziet, broeder, hoeveel tienduizenden Joden er zijn die geloven; en zij zijn allemaalijveraarsvoor de wet. Handelingen 21:20 

 

Het afwijzen van Gods geboden betekent ook het afwijzen van God. Ze kunnen niet van elkaar worden gescheiden. Dat sprak Yeshua tot zijn volgelingen:

De goede mens brengt het goede voort uit de goede schat van zijn hart, en de slechte mens brengt het slechte voort uit de slechte schat van zijn hart, want uit de overvloed van het hart spreekt zijn mond. Lukas 6:45

en

Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft, hem zal Mijn Vader liefhebben; en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren. Johannes 14:21

 

Maar als het volk zijn eigen hart volgt en zich richt op afgoderij, dan krijgt God een afkeer van hen. Zo zegt Hij het in dit hoofdstuk:

 

“Ik zal uw dode lichamen op de dode lichamen van uw stinkgoden werpen en Mijn ziel zal van u WALGEN.”

 

Dat klinkt in onze humanistisch vervormde manier van denken niet bepaald als het evangelie van genade. Maar als we de Bijbel onderzoeken dan moeten we vaststellen dat de mensheid datgene liefheeft wat God verafschuwt. In vers 15 gaat het erover dat wij mensen van Gods rechtvaardige verordeningen walgen.   En dat zien we niet alleen in het eerste testament bij Israël, maar dat kenmerkt ook onze moderne tijd. Je moet er niet mee aankomen dat Gods wetten ook voor ons gelden. Je krijgt meteen de tegenwerping “nee hoor, dat moet niet, dat heeft Jezus voor ons gedaan. Jullie zijn wettisch en wij zijn vrij.”  Maar in Gods ogen is dat het “walgen” van Zijn rechtvaardige verordeningen. 

 

En toch…… als we in Leviticus26 verder lezen:

44 Maar bovendien: wanneer zij in het land van hun vijanden zijn, dan zal Ik hen niet verwerpen en niet van hen walgen door hen te vernietigen en Mijn verbond met hen te verbreken, want Ik ben de HEERE, hun God.

45 Ik zal ter wille van hen denken aan het verbond met de voorouders, die Ik voor de ogen van de heidenvolken uit het land Egypte geleid heb om hun tot een God te zijn. Ik ben de HEERE.

 

Nog steeds is Gods genade daar als de ogen geopend worden voor onze zonden, als we onze onbesneden harten vernederen en accepteren dat we schuldig zijn. Dan herinnert Hij zich het verbond in het bloed van Yeshua, de Verlosser van de wereld. Dan walgt Hij niet meer van ons, net zomin als Hij in Leviticus belooft niet te zullen walgen van Israël als zij zich bekeren.

 

Dus toch: HET EVANGELIE VAN GENADE, gepredikt vanuit Leviticus! 

 

Openbaring 22, vers 14 Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan.