Deze woorden herhaalt Jeremia:

Jeremia 46:27 U dan, wees niet bevreesd, Mijn dienaar Jakob, wees niet ontsteld, Israël!

Want zie, Ik ga u verlossen uit verre landen, uw nageslacht uit het land van hun gevangenschap.

Jakob zal terugkeren, rust hebben en zonder zorgen zijn, en niemand zal hem schrik aanjagen.

 

Jeremia ziet in de toekomst gebeuren dat  Elam, het land der Chaldeeën, het huidige Iran en de Babyloniërs  Irak, door strijdmachten uit het noorden, Rusland, onder de voet gelopen zal worden.

Beide landen delen in het noorden hun grenzen met de Sovjet Unie. We lezen over de houding van die landen in:

 

Jeremia 50:7 Allen die hen vonden, verslonden hen, en hun tegenstanders zeiden: Wij laden geen schuld op ons, omdat zij gezondigd hebben tegen de HEERE, de woonplaats van de gerechtigheid, ja, de hoop van hun vaderen, de HEERE.

 

Jeremia 50:8 Vlucht weg uit het midden van Babel,

                uit het land van de Chaldeeën.

Ga weg, wees als bokken

                voor de kudde uit!

  1. Want zie, Ik doe opstaan en tegen Babel optrekken

                een menigte van grote volken

uit het land in het noorden (Sovjet Unie). Zij zullen zich ertegen gereedmaken.

                Vandaaruit zal het ingenomen worden.

Hun pijlen zijn als van een bedreven held,

                zonder uitwerking keert er geen terug.

  1. Chaldea (Iran)zal tot buit worden.

                Allen die het beroven, zullen verzadigd worden, spreekt de HEERE.

 

Hij herhaalt dat met andere woorden:

 

 

Jeremia 51:1 Zo zegt de HEERE:

Zie, Ik ga een stormwind opwekken die te gronde richt,

                tegen Babel (Irak)en tegen de inwoners van Leb-Kamai. (Iran)

  1. Ik zal op Babel wanners afsturen, zodat zij het zullen wannen

                en zijn land leeghalen,

want zij zullen er van alle kanten vijandig tegenover staan

                op de dag van het onheil.

  1. Laat de boogschutter zijn boog spannen tegen wie de boog spant,

                en tegen wie zich in zijn pantser verheft.

Spaar zijn jongemannen niet,

                sla heel zijn leger met de ban.

  1. De gesneuvelden liggen in het land van de Chaldeeën (Iran),

                wie doorstoken zijn in zijn straten.

  1. Want Israël noch Juda wordt als weduwe achtergelaten

                door zijn God, door de HEERE van de legermachten,

al is hun land vol van schuld

                tegenover de Heilige van Israël.

 

Jesaja 54 

4 Vrees niet, want gij zult niet beschaamd staan; word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; ja, gij zult de schande van uw jeugd vergeten en aan de smaad van uw weduwschap niet meer denken. 5 Want uw man is uw Maker, Here der heerscharen is zijn naam; en uw losser is de Heilige Israëls, God der ganse aarde zal Hij genoemd worden. 6 Want als een verlaten en diep bedroefde vrouw heeft u de Here geroepen, als een vrouw uit de jeugdtijd, nadat zij versmaad werd – zegt uw God. 7Een kort ogenblik heb Ik u verlaten, maar met groot erbarmen zal Ik u tot Mij nemen; 8 in een uitstorting van toorn heb Ik mijn aangezicht een ogenblik voor u verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid ontferm Ik Mij over u, zegt uw Losser, de Here.

 

 

Als hier in deze conclusie over weduwschap gesproken wordt, zoals in de haftara (Jesaja 54), dan is de echtgenoot van Israël en Juda blijkbaar de dood ingegaan. Als YAHWEH zich een Losser en Maker betoonde, die in de strijd voor hen in de bressen is gaan staan en zich staande heeft gehouden tegen al deze vijanden, dan raakt dat