To translate this page into different languages, click here!

Hebreeën 9 - het bloed van het Verbond

Links op het plaatje zien we de hogepriester op Yom Kippur zijn werk doen in het Heilige der Heiligen, voor Gods aangezicht. Hij draagt hier niet zijn mooie outfit. Hier verschijnt hij nederig voor God in een linnen gewaad, zoals ook door God geboden was. (Leviticus 16:4) Voor God vertegenwoordigde hij het volk dat gezondigd had en bracht het bloed op de troon om vergeving te vragen.  Als hij daarna naar buiten ging, waar het volk in spanning stond te wachten, vertoonde hij zich in vol ornaat. Nu vertegenwoordigde hij God tegenover het volk.

In de eerste zes verzen van dit hoofdstuk geeft de schrijver een overzicht van wat er in de tabernakel aanwezig was.
Het Heilige: de gouden kandelaar en de tafel met toonbroden

Het Heilige der Heiligen: achter het tweede voorhangsel: het wierookvat, de ark van het verbond, de gouden kruik waarin het manna, de staf van Aäron die gebloeid had en de stenen tafelen van het verbond.  

Paulus (of wie de schrijver ook is) wil door de Geest hiermee duidelijk maken: "kijk mensen, deze weg naar God lag nog niet open, want Hij die de WEG ìs, namelijk Yeshua de Messias, was er nog niet."  

Hebreeën 9:22 En bijna alles wordt volgens de wet door bloed gereinigd, en ZONDER HET VERGIETEN VAN BLOED VINDT ER GEEN VERGEVING PLAATS! 

Er was rein bloed nodig om ons vrij te kopen van zonde en dood. Satan had recht op ons om ons vast te houden in de dood. Ik begreep ineens dat dit de reden was dat Michaël de aartsengel  een woordenstrijd had met de duivel om het lichaam van Mozes. (Judas 1:9) De duivel kwam op voor zijn recht op de dood van de mens, maar God had Mozes op Zijn manier begraven.  En dat recht op de mens is door het bloed van Yeshua ongedaan gemaakt. 

Er was maar één Mens die satan kon weerstaan! Eén mens Wiens bloed zuiver, smetteloos was. Daarom moest God mens worden om ons zo te redden. Daarom sloot God een verbond met Israël, waarbij het volk met bloed besprenkeld werd. 
Hebreeën 9:19 Want nadat elk gebod overeenkomstig de wet aan heel het volk door Mozes meegedeeld was, nam hij het bloed van de kalveren en van de bokken met water en scharlakenrode wol en hysop, en besprenkelde het boek zelf EN HEEL HET VOLK.
Het is duidelijk dat vers 19 en 20 van Hebreeën 9 refereert aan de verbondssluiting waarover we lezen in Exodus 24:8. Het twintigste vers is hier bovendien de centrale as. (zie onder) De tekstopbouw, door de Heilige Geest, geïnspireerd laat zien dat dit een bijzonder belangrijke boodschap is. Het bloed heeft dan ook alles met de wet van God te maken. Het uitspreken daarvan werd met bloed bekrachtigd en verzegeld. Wet en bloed zijn tezamen onderdelen van het verbond.


Bij het sluiten van een verbond, zoals we dat bij Abram zagen, werd een dier geslacht en de stukken werden in twee rijen neergelegd. De betrokken partijen gingen tussen de twee rijen door. (vgl. Genesis 15:10,17: )  Abram haalde al deze dieren en sneed ze middendoor, behalve de vogels. De verschillende stukken legde hij tegenover elkaar. (Genesis 15:17) Toen de zon was ondergegaan en het helemaal donker was, zag Abram plotseling een rokende oven en een fakkel die tussen de doormidden gedeelde stukken doorging.

Degene die het Verbond sloot was YHWH zelf. Degenen die het verbond verbraken, waren de mensen met wie het gesloten was. Zij moesten gedood worden, net zo als die stieren die door midden waren gesneden. Dat heeft Yeshua voor ons gedaan! Zo kon na Zijn dood het verbond vernieuwd worden en van kracht zijn.

Er worden hier twee verschillende woorden gebruikt: testament en verbond, terwijl in het Grieks hetzelfde woord “diatheke” wordt gebruikt. Het Griekse woord heeft blijkbaar beide betekenissen. In vers 16 en 17 staat niet “maker van het testament”, maar “Maker van een verbond” (diathemenos). Yeshua is niet Iemand die ons een erfenis nalaat, maar Hij is de Erfgenaam Zelf: 

Die Hij ERFGENAAM gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft. Hebreeën 1: 2

Maar toen de landbouwers de zoon zagen, zeiden zij onder elkaar: Dit is de erfgenaam. Kom, laten we hem doden en zijn erfenis voor onszelf houden. Mattheüs 21: 38

Wij mogen ons mede-erfgenamen noemen. We erven de heilsgoederen samen met Yeshua en Israël, als we de zonden laten afwassen met het bloed van Yeshua. Degene die het initiatief voor het testament/verbond neemt is YHWH zelf. Hij is de Gever, en Degene die Zichzelf geeft in Zijn Zoon , maar Hij is ook de Ontvanger, de Erfgenaam. Het is alles uit Hem:

“ Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid”.  Romeinen 11: 36

Tegelijk wordt van ons verwacht dat wij het verbond houden, waarvan de bepalingen staan vermeld in het boek van de wet, dat met bloed besprenkeld werd. Als dat boek heeft afgedaan, zoals ons in het verleden geleerd werd en velen nog halsstarrig vasthouden, dan zou dit niet zo in het Nieuwe Testament benadrukt worden. Weliswaar hebben sommige zaken uit dat wetboek een geestelijke toepassing gekregen en dienen dan ook bewust geestelijk toegepast te worden. Dat geldt met name voor alles wat met de offerdienst te maken heeft. In vers 23 is dan ook sprake van “betere offers” waarmee alles wordt gereinigd, omdat er nu het zuivere bloed van de zondeloze mens Yeshua beschikbaar kwam. Dat maakt opnieuw duidelijk waarom God mens moest worden, zodat er bloed was dat de mens kon redden.

Dat wat in de wet met bloed werd besprenkeld zijn  geen rituelen en inzettingen die we uitsluitend plichtmatig uitvoeren. Onze houding moet zijn als die van David in Psalm 119: 47 en 48.

“Ik verblijd mij in Uw geboden, die ik liefheb. Ik hef mijn handen op naar Uw geboden, die ik liefheb, en overdenk Uw verordeningen.”