Lukas 24:36-53 afscheid van de discipelen

Dit Bijbelgedeelte vertelt ons over de laatste uren dat Yeshua op aarde was. Zijn verschijning was anders dan voorheen. Deuren en muren waren na Zijn opstanding geen belemmering meer voor Hem. Zelfs de troon van de Vader in de hemel was volkomen toegankelijk voor Hem. Er was geen enkele barrière meer. In Hem was werkelijkheid geworden wat ook ons beloofd is als wij in Hem opnieuw geboren zijn:

1 Johannes 3:2 Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is.

Paulus schrijft daarover aan de Korinthiërs:

1 Korinthe 15:42 Zo zal ook de opstanding van de doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid.

  1. Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht.
  2. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam en er is een geestelijk lichaam.

 

Er zijn stromingen die ons wijsmaken dat we dan “geesten” zijn. Paulus heeft het over een “geestelijk lichaam”, maar dat is wel een lichaam. Een lichaam dat vanuit Gods Geest leeft en handelt en is dus hemels. Wat we nu hebben is een natuurlijk lichaam wat bestuurd wordt door de ziel en dat is aards. Yeshua laat ons in deze geschiedenis ook duidelijk weten dat de discipelen het niet met een geest van doen hebben. Hij zegt:

 

Zie Mijn handen en Mijn voeten, want Ik ben het Zelf. Raak Mij aan en zie, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb. En terwijl Hij dit zei, liet Hij hun de handen en de voeten zien. Lukas 24:39,40.

Yeshua merkte dat de discipelen nog niet overtuigd waren en vroeg om Hem wat te eten te geven. Ze gaven hem vis en honingraat en Yeshua at het voor hun ogen op. Yeshua heeft ons dus duidelijk laten zien dat het geestelijke lichaam ook echt een lichaam is.

Aanraken

Toen Yeshua op die vroege morgen van de opstandingsdag aan Maria was verschenen, mocht ze Hem niet aanraken. Hij zei:

 “Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar Mijn Vader; maar ga naar Mijn broeders en zeg tegen hen: Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, en naar Mijn God en uw God” (Johannes 20:17).

In dit hoofdstuk lezen we dat de discipelen Hem nu wel mochten aanraken. Vanwaar dat verschil? Wij weten dat Yeshua na Zijn opstanding als Hogepriester in de orde van Melchizedek het beweegoffer van de eerstelingen aan Zijn Vader moest aanbieden. Dat moest eerst gebeuren voordat Hij het onreine mensengeslacht aanraakte, net zo als de Levitische priesters zich voor het brengen van het offer moesten reinigen. Het laat bovendien zien dat Yeshua zich dus vrij tussen hemel en aarde kon bewegen. (zie het artikel over het eerstelingenfeest) .

 

Nadat Yeshua zo zijn verheerlijkt lichaam had getoond legde Hij zijn discipelen uit dat op deze manier alles vervuld moest worden wat in de boeken van Mozes en in het hele eerste testament over Hem was geschreven. En dan schrijft Lukas: “Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen.” Dat is weer zo’n moment dat de Emmaüsgangers ook hadden ervaren. Ik neem aan dat ook de harten van de discipelen toen “brandende” waren. Ineens begrepen ze het allemaal, omdat Yeshua hun verstand opende.

Nu zijn de discipelen getuige van datgene wat het allerbelangrijkste is voor ons bestaan en dat van de wereld die door God geschapen is. Ze waren getuige van de grootste manifestatie van Gods liefde en genade, maar ook van de strijd die daarmee gepaard ging. Maar de Overwinnaar stond vóór hen als een Eersteling, een geheiligde Broeder. Romeinen 8:29 Hij was de Eerstgeborene onder vele broeders. 

De opdracht

Nu krijgen ze een grote opdracht. In Zijn Naam moet onder alle volken bekering en vergeving van zonden gepredikt worden. Jeruzalem is het startpunt. Ze moeten in Jeruzalem wachten tot ze kracht vanuit de hemel zouden ontvangen. Yeshua had dat meerdere keren beloofd en de gave van de Heilige Geest was door David in Psalm 68:19 geprofeteerd.

Johannes 14:26 Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.

Psalm 68:19 U bent opgevaren naar omhoog, U hebt gevangenen weggevoerd, U hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen, ja, ook aan opstandigen: om bij U te wonen, HEERE God!

Hierna ging Yeshua samen met Zijn discipelen richting Bethanië, op de bekende plaats de Olijfberg. Hij hief Zijn handen op en zegende hen en zegenend voer Hij omhoog naar het Huis van de Vader. Wat een ontroerend afscheid.

In Handelingen 1 lezen we dat er dan engelen bij hen komen:

Handelingen 1:10 En toen zij, terwijl Hij van hen wegging, hun ogen naar de hemel gericht hielden, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding, 11. die ook zeiden: Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan.

En in die verwachting leven we, samen met hen. En we weten dat we Hem gelijk zullen zijn en daar hebben we even een blik van mogen ontvangen. Wat een heerlijke toekomst, waarmee God ons ook de kracht van omhoog geeft om moeilijke tijden door te komen.

Nee, de discipelen waren niet verdrietig na dit afscheid, maar hoopvol, ze hadden grote blijdschap! Ze herinnerden zich de belofte:

Johannes 14:16 En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, 17. namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. 18. IK ZAL U NIET ALS WEZEN ACHTERLATEN; Ik kom weer naar u toe. 19. Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer zien, maar u zult Mij zien, want Ik leef en u zult leven.

Lukas 24 eindigt dan ook met de bemoedigende woorden:

En zij aanbaden Hem en keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap. En zij waren voortdurend in de tempel, terwijl ze God loofden en dankten. Amen.