Lukas 4:16-30 het Schriftwoord vervuld

In dit deel van het evangelie lezen we over Yeshua die, zoals Hij gewend was, op sabbat naar de synagoge ging in de stad Nazareth waar Hij was opgevoed. Hij had zojuist de confrontatie met de duivel ervaren in de woestijn, wiens verleiding en aanval Hij glansrijk had weerstaan.

Gesterkt door de kracht van de Heilige Geest keerde Hij terug in de bewoonde wereld, waar Hij aanvankelijk gewaardeerd en geprezen werd (Lukas 4:15). Maar dat veranderde in Nazareth.

In de synagoge kreeg hij van de dienaar het boek Jesaja toegeschoven. Het priestergeslacht had de taak om voor te lezen uit de Tora, maar degenen die niet uit het geslacht van Levi waren, mochten lezen uit de "haftara" het profetendeel van het eerste testament. Deze taakverdeling was er al sinds oude tijden. De boekrollen kon je niet openslaan als een boek om een gedeelte naar je keus voor te lezen. De lezer ging verder daar waar de vorige lezing was geëindigd. Een gewoonte die tot nu toe in de synagoges wordt gevolgd en waarbij veel gelovigen uit de volken zich hebben aangesloten. We noemen zo'n gecombineerd wekelijks gedeelte van Tora en Haftara: "parasha".

Yeshua kreeg het deel van Jesaja 61 voorgeschoven. Hij las het volgende:

Jesaja 61:1 De Geest van de Heere HEERE is op Mij,

                omdat de HEERE Mij gezalfd heeft

om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen.

                Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart,

om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen

                en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis;

  1. om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de HEERE

Hier stopte Yeshua, terwijl het vers in het boek Jesaja verder gaat met de zin:  "en de dag van de wraak van onze God;".

Na de woorden "om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de HEERE" zegt Yeshua iets opmerkelijks:

                                          "Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan."

 

A: Wat is het jaar van het welbehagen?

Yeshua roept een jaar van het welbehagen van Yahweh uit, een Jubeljaar, een jaar om van vreugde op de hoorn te blazen en overal Zijn heerlijkheid uit te roepen en te verkondigen. Wat zo'n jubeljaar inhoudt lezen we in Leviticus 25:8-12. En als we dat lezen zien we daarin de verwijzing naar het aanbreken van Gods Koninkrijk op aarde. Het rijk van de Zoon in Wie God de Vader een welbehagen heeft. Mattheüs 3:17 en 12:18.

B: Waarom brak Yeshua vers 2 af en sprak hij niet over "de dag van de wraak van onze God" wat toch deel uitmaakt van dat vers?

De "dag van de wraak" werd op dat moment nog niet vervuld daarom las Yeshua dat niet voor. Profeten zien vaak in één profetisch beeld, verschillende tijden. Het is zoals je een foto van een landschap bekijkt, je ziet een boom op de voorgrond en in de verte een kerktoren die veel verder weg is. Het was nog niet de tijd voor het oordeel, maar voor het aanbreken van Gods Koninkrijk.

Niet het gehele woord van de profeet Jesaja is in vervulling gegaan. Jezus sluit het boek direct na de woorden: "het jaar van het welbehagen van de Heer", of, zoals het ook wel vertaald werd: „het aangename jaar des Heren...”  Het was het Koninkrijk dat door Johannes de Doper werd aangekondigd:

Mattheüs 3:1 In die dagen trad Johannes de Doper op en hij predikte in de woestijn van Judea, 2. en zei: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. 3. Want deze is het over wie gesproken werd door de profeet Jesaja toen hij zei: De stem van iemand die roept in de woestijn: Maak de weg van de Heere gereed, maak Zijn paden recht.

De Koning was gekomen, maar werd nog niet herkend en erkend. En in theorie had het Koninkrijk nu ook kunnen aanbreken, als men Hem als zodanig had aanvaard en geëerd.

Het optreden van Yeshua ging gepaard met de tekenen van het  koninkrijk: demonen klagen dat de Zoon des mensen nu al gekomen is om hen te pijnigen, zieken worden genezen, melaatsen gereinigd en doden worden opgewekt. Die aanwijzing kreeg Johannes de Doper in de gevangenis toen hij in alle vervolging begon te twijfelen of Yeshua echt de Beloofde was.
Het antwoord van Yeshua was:

Lukas 7:22 Ga heen en bericht Johannes wat u gezien en gehoord hebt, namelijk dat blinden ziende worden, kreupelen kunnen lopen, melaatsen gereinigd worden, doven kunnen horen, doden opgewekt worden en aan armen het Evangelie verkondigd wordt.

Yeshua werd afgewezen, veroordeeld, gekruisigd en gedood. Dat bleek direct al na zijn optreden in Nazareth:

Lukas 4:28. En allen in de synagoge werden met woede vervuld toen zij dit hoorden, 29. en zij stonden op, dreven Hem de stad uit en brachten Hem op de top van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen. 30. Maar Hij liep midden tussen hen door en ging weg.

Aan het einde van Zijn bedieningstijd op aarde stond het vast dat de wil om Yeshua te volgen ontbrak:

Mattheüs 23:37 Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt wie naar u toe gezonden zijn! Hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels; MAAR U HEBT NIET GEWILD!

  1. Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten.
  2. Want Ik zeg u: U zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt:

GEZEGEND IS HIJ DIE KOMT IN DE NAAM VAN DE HEERE!

Toen uiteindelijk Yeshua gekruisigd werd om ons de redding van zonden te brengen, was de aanklacht boven Zijn hoofd duidelijk: daar hing YAHWEH, de Koning der Joden.

Maar er was een gelovige rest die leefde in de toezegging van Yeshua:

18. IK ZAL U NIET ALS WEZEN ACHTERLATEN; Ik kom weer naar u toe. 19. Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer zien, maar u zult Mij zien, want Ik leef en u zult leven.

Ze gingen in blijdschap een tijd van moeite en vervolging tegemoet, maar wisten zich één met Hem die hen was voorgegaan: de KONING VAN HET KONINKRIJK waar gerechtigheid heerst!

En zij aanbaden Hem en keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap.   En zij waren voortdurend in de tempel, terwijl ze God loofden en dankten. Amen. (lukas 24:53,54)

Zie ook deze pagina