English: click here!

Jesaja 1 Rechtszaak tegen het volk

In het visioen dat Jesaja ziet, hoort hij wat hij op Gods gezag moet spreken. Jesaja is profeet tijdens de regering van de Judese koningen Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia (2 Koningen 15 tot en met 21 en 2 Kronieken 26 tot en met 33). Vers 1 is het opschrift voor heel het profetenboek. Jesaja heeft veel en heel verschillende visioenen gekregen.

Jesaja 1 begint met ongeveer dezelfde openingszin als het lied van Mozes  (Deuteronomium 32:1)


Jesaja: Luister, hemel, neem ter ore, aarde! Want de HEERE spreekt:

Mozes: Hoor mij aan, hemel, dan zal ik spreken! Laat de aarde de woorden van mijn mond horen.


Het gebeurt in de Bijbel vaker dat hemel en aarde tot getuige geroepen worden, als er ernstige feiten naar voren worden gebracht. De aarde kan tegen de mens getuigen. 

Deuteronomium 4:26 dan roep ik heden de hemel en de aarde tot getuige tegen u, dat u zeker al snel zult verdwijnen uit het land waarvoor u de Jordaan oversteekt om het in bezit te nemen. U zult uw dagen daarin niet verlengen, maar zeker weggevaagd worden.  (Dit gaat in "zegen en vloek" over het maken van afgodsbeelden)

We weten dat de aarde verontreinigd wordt door onrechtmatig vergoten bloed en daarmee tegen de mens getuigt:

Numeri 35:33 U mag het land waarin u woont niet ontheiligen, want het bloed ontheiligt het land. Voor het land kan geen verzoening gedaan worden over het bloed dat erin vergoten wordt, dan door het bloed van degene die dat vergoten heeft.

“Hoor hoe het bloed van je broer uit de aarde naar mij schreeuwt”. Zei God tegen Kaïn toen die net zijn broer Abel had doodgeslagen. Genesis 4:10  

Mattheüs 23, vers 35

opdat over u al het rechtvaardige bloed zal komen dat vergoten is op de aarde, vanaf het bloed van de rechtvaardige Abel tot het bloed van Zacharia, de zoon van Berechja, die u gedood hebt tussen de tempel en het altaar.

Hemel en aarde zou van Gods grootheid moeten getuigen, ze zijn het prachtige werk van Zijn handen.

Dan volgt er een opsomming van oppervlakkig gezien goede zaken:

  • er worden offers gebracht
  • De  nieuwemaansdagen, feesten en sabbatten worden gevierd
  • Ze lopen de deur plat in het heiligdom
  • En ze spreiden hun handen naar omhoog om te bidden

Maar het hart is er niet bij. Als ze het heiligdom uit zijn benadelen ze anderen. Ze doen geen recht aan weduwe en wees. Ze zijn niet eerlijk en ze bedriegen God met hun vele religieuze activiteiten, waarvan God gruwt.  God vergelijkt het volk en zijn leiders met Sodom en Gomorra. "Die typering heeft in Jeruzalem ongetwijfeld protesten losgemaakt. Het volk van God gelijkschakelen met Sodom en Gomorra, dat gaat te ver, zal men gezegd hebben. Dat is gewoon niet waar. Je zou voor de aardigheid het aantal offers eens moeten tellen. En let eens op hoe vaak het tempelplein zwart ziet van mensen en met hoeveel enthousiasme de godsdienstige feesten gevierd worden.  Daar was toch geen sprake van in Sodom en Gomorra? Hoe kunnen we daar dan mee gelijkgesteld worden? 

Zo reageert de vrome godsdienstige goddeloze. Moet je eens zien hoe godsdienstig ik ben, zegt hij. Advent, kerststerren, kaarsen, lijdensweken, nachtdiensten, conferenties, menora's, tzit-tzit, Hebreeuws spreken, talliets... zulke godsdienstige hoogvliegers kunnen toch niet gelijkgesteld worden met Sodom en Gomorra? Toch doet de Here dat. Hij prikt dwars door die godsdienstigheid heen en zegt: "waren jullie maar niet zo godsdienstig"! Wat heb ik aan jullie slachtoffers? Wat schiet ik er mee op? En denken jullie heus dat ik het fijn vind dat jullie de deur van mijn tempel plat lopen?

Wie een huisdier heeft weet hoe aanhankelijk en trouw zo’n beest kan zijn en hoe hij zijn baas vertrouwt. Maar hoe staat het met de mens tegenover God? Stop alsjeblieft met de reukoffers: huichelachtig zijn ze. En dan al die godsdienstige feestdagen en samenkomsten! Ik word er doodmoe  van en ben ze meer dan beu. En als Ik zie dat jullie je handen uitbreiden om te gaan bidden, dan knijp ik gauw mijn ogen dicht zodat Ik jullie niet meer zie en Ik stop mijn vingers in mijn oren zodat Ik jullie gebeden niet meer hoor. Zo'n weerzin roept jullie vroomheid in me op. Ik krijg er een smerige smaak van in mijn mond. Want dwars door jullie godsdienstigheid heen zie Ik het onrecht dat jullie je naasten aandoen. Jullie biddende handen zitten vol bloed. Niet alleen het bloed van offerdieren die jullie zojuist gebracht hebben, maar ook het bloed van mensen, van jullie naasten. Daarom kan ik jullie vroomheid niet uitstaan.

Schokkend

Het is echt iets om van te schrikken dat HERE zeggen kan met betrekking tot Zijn volk. We hebben altijd weer de neiiging te denken dat de kritiek van de HERE zich richt op de wereld buiten de kerk. En dan voelen we ons redelijk comfortabel onder het dak van de kerk. Binnen het huis van onze godsdienstigheid voelen we ons beschermd tegen de donderbuien van Gods oordeel. Daar zitten we hoog en droog, denken we. Voor ons is er geen vuiltje aan de lucht. Dan is het inderdaad schokkend te ontdekken dat de HERE dergelijke dingen kan zeggen tot Zijn volk. Ik walg van jullie kerkdiensten, van het gedreun van jullie psalmen, van jullie kerkelijke feestdagen, synodes en conferenties. Ik heb genoeg van jullie kerkelijke activiteiten en gebeden. Jullie zouden Me een plezier doen als jullie er vandaag nog mee ophielden en van nu af geen voet meer binnen de kerk zetten. 

Kunnen we ons voorstellen dat de HERE vandaag  iets dergelijks tot Zijn volk zou kunnen zeggen? Hij zegt dat overal waar Zijn kinderen van Hem afvallig zijn geworden. En afval van de HERE is er niet pas als mensen niet meer geïnteresseerd  zijn in het evangelie. Afval kan er ook zijn bij mensen die nooit een kerkdienst overslaan."  (Het cursief geschreven gedeelte is overgenomen uit "Jesaja oordeel en bevrijding" van M.R. van den Berg.) 

Jesaja 1:3 Een rund kent zijn bezitter en een ezel de kribbe van zijn eigenaar, maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk heeft geen inzicht.

Deze jammerklacht van God geldt niet alleen voor de Joden in Jeruzalem. Helaas doet zich dat ook onder “christenen” voor. Men is gericht op geld en aanzien, op zijn eigen voordeel, in plaats van vertrouwen te hebben in God en om te zien naar de armen en hen die in nood zijn.

Romeinen 1:21 Want zij hebben, hoewel zij God kennen, Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar zij zijn verdwaasd in hun overwegingen en hun onverstandig hart is verduisterd.

Er is geen liefde tot God en de naaste, men staat zelf centraal. De toewijding tot en de genegenheid voor YHWH  bestaan niet meer. Onder deze omstandigheden is het in stand houden van een uiterlijke godsdienstige vorm niets anders dan pure huichelatij, ja zelfs een gruwel (Jesaja 1:13 - Spreuken 21:27).  Er is wedergeboorte nodig.

We zien steeds dat er een overblijfsel is, die YAHWEH wel trouw blijft, die Hem wil dienen met zijn hele hart.


De dochter van Sion is overgebleven

als een hutje in een wijngaard,

als een nachthutje op een komkommerveld,

als een belegerde stad.

Jesaja 1:8

Op die dag zal Ik oprichten

de vervallen hut van David.

Zijn scheuren zal Ik dichtmaken,

en wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten,

Ik zal hem opbouwen als in de dagen van oude tijden af;

Amos 9:11

Jesaja 1:9 Als de HEERE van de legermachten ons niet een gering aantal ontkomenen had overgelaten, als Sodom zouden wij geworden zijn; wij zouden Gomorra gelijk geworden zijn.


O, als YAHWEH hen niet had bewaard,  als een getuige van trouw, dan was het met hen net zo gegaan als met Sodom en Gomorra, die door God gespaard zouden zijn als er tien rechtvaardigen waren overgebleven.  Zo is ”het hutje in de wijngaard” de bewarende factor geweest voor Juda en Jeruzalem. "Het hutje in de wijngaard" is een schuilhut voor degenen die onder slechte omstandigheden (het weer, oorlog) werken in de wijngaard. Het wil zeggen dat Gods Geest niet te vinden is in massale bijeenkomsten, in goed georganiseerde kerksystemen. Maar God weet de weinige oprechte gelovigen wel te vinden in hun schuilplaats: "het hutje in Gods wijngaard"
Hoe slecht de staat van Juda was vanwege hun zonde, het oordeel had nog erger kunnen zijn. Alleen door de genade van God hebben ze het overleefd. Sodom en Gomorra werden beide totaal verwoest, met niet eens een heel klein overblijfsel om door te gaan. Zelfs midden in het oordeel toonde God zijn genade aan Juda.

En er klinkt nog een oproep tot  berouw en herstel in zulke liefdevolle krachtige woorden:

Jesaja 1:18 Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE. Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.

YHWH bood een berouwvol, vernederd Juda een ware en volledige reiniging van zonde aan. Hun toestand van zonde zou kunnen worden omgezet van diep bevlekt tot volledig wit. Waardoor dit mogelijk was, wordt hier niet vermeld. Maar wij weten inmiddels dat Yeshua deze mogelijkheid heeft bewerkt door het zuivere en kostbare bloed van Zijn offer te sprenkelen op de genadetroon van God. Aan de andere kant zullen zij die de aangeboden vergeving geminacht hebben, zelf de straf moeten ondergaan.

Jesaja 1:21 Hoe is de trouwe stad tot een hoer geworden! Vol recht was zij, gerechtigheid overnachtte in haar, maar nu – moordenaars!

Terwijl ik me realiseer dat het vanaf vers 22 specifiek over Jeruzalem gaat, komt me een strofe van Psalm 87 berijmd in de gedachten:

Men spreekt van u zeer heerlijke dingen,

O schone stad van Isrels Opperheer.

 

Volgens vers 21 was Jeruzalem eenmaal een trouwe stad. Wanneer was Jeruzalem een trouwe stad? Was dat ten tijde van de regering van David en Salomo die beiden een voorafschaduwing waren van de grote Vredevorst Yeshua? Er heerste gerechtigheid en recht in de stad van God.

Jesaja 1:21 Hoe is de trouwe stad tot een hoer geworden! Vol recht was zij, gerechtigheid overnachtte in haar, maar nu – moordenaars! 22. Uw zilver is tot schuim geworden, uw wijn is vermengd met water. 23. Uw vorsten zijn opstandig en metgezellen van dieven. Ieder van hen houdt van geschenken, zij jagen wederdiensten na. De wees doen zij geen recht, en de rechtszaak van de weduwe raakt hen niet.

In het begin van dit hoofdstuk lazen we hoe ontrouw het volk van God was geworden. Ze liepen de voorhoven plat, en ze offerden vele dieren. Maar God had daarin geen behagen. Alles leek voor het oog heel gelovig, heel religieus, maar het was uiterlijke schijn. Het hart was er niet bij betrokken. God noemt de leiders van Zijn volk zelfs “dieven en moordenaars”.

Jesaja 1:21-23 Ik las ergens dat het in de vertaling niet zo tot zijn recht komt, maar de grondtekst maakt o.a. door het ritme in deze verzen duidelijk dat we met een "dodenklacht", een klaaglied over een gestorvene te maken hebben. Zo deed David dat na de dood van Saul en Jonathan: "hoe zijn de helden gevallen".  Jesaja zingt een klaaglied op de dood van Jeruzalem. Dat is heel schrijnend, want als Jesaja dit lied zingt, is Jeruzalem fysiek nog springlevend. Het leven gaat ongestoord zijn gang. Men vindt het wel goed zo. Maar in Gods ogen was Jeruzalem dood. Het is triest dat mensen denken dat ze nog bruisen van leven, maar ze zijn geestelijk dood. Net zo als de gemeente in Sardis: "Ik ken uw werken, en weet dat u de naam hebt dat u leeft, maar u bent dood." Openbaring 3:1 

Waarom was Jeruzalem dood? Hoe kwam dat? Het had alles te maken met het loslaten van de HERE en Zijn Verbond. Er was eens een tijd dat Jeruzalem leefde, zingt Jesaja in zijn klaaglied. Toen was de stad vol recht en gerechtigheid. Betrouwbaar en trouw aan haar Man en Maker. Maar nu is dat veranderd. Als Jeruzalem in vers 21 een hoer genoemd wordt, wil dat zeggen dat men de afgoden naliep en daarbij ook de normen van God voor de beleving van seksualiteit overboord had gezet. Hetgeen meestal tot uiting kwam in vormen van tempel prostitutie. In vers 29 wordt daarop ook gezinspeeld.

Jesaja 1:29 Want zij zullen beschaamd worden vanwege de eiken die u begeerd hebt, en u zult rood worden van schaamte over de tuinen die u uitgekozen hebt.

De eikenbomen (bladerrijke bomen 2 Kon. 16:4) waren naar mijn mening offerplaatsen aan afgoden en de tuinen plekken (Jes. 65:3) waar afgodische feesten werden gehouden. Kingcomments zegt van deze tekst: "De machtigen van de aarde op wie zij hebben vertrouwd, voorgesteld in “de eiken”, zullen hen teleurstellen, evenals de heerlijkheid van de wereld, voorgesteld in “de tuinen”.

We lezen in vers 21 en 25 – zie het gele C-blok – in de chiastische structuur, dat het zilver verontreinigd is met schuim. Zilver wordt vaker in de Bijbel als een beeld van diepgaande reiniging gebruikt. Zo wordt het als symbool voorgesteld van de zuiverheid van Gods Woord:
De woorden van de HERE zijn zuivere woorden, gedegen (beproefd) zilver, in een smeltoven in de aarde zevenvoudig gelouterd. Psalm 12:6
De vakman die het zilver moest zuiveren, deed dat niet in één behandeling, maar steeds weer opnieuw, totdat alle onreine deeltjes van lood, tin enz. eruit verwijderd waren en hij zijn eigen gezicht daarin weerspiegeld zag. Zo weerspiegelt Gods Woord het aangezicht van de Almachtige en zo weerspiegelde het vlees geworden Woord Gods aangezicht.  

Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; …   Johannes 14:9

Er moet weer recht en gerechtigheid toegepast worden: rechters als vroeger en uw raadslieden als in het begin. In het begin benoemde Mozes rechters, die moesten rechtspreken zoals God het bekend had gemaakt. Maar….. dat zal opnieuw gebeuren. Het laatste vers in de chiastische structuur spreekt daarvan. Door recht en gerechtigheid zal Jeruzalem weer de getrouwe stad zijn. Dan zal de Vredevorst daar de scepter zwaaien en regeren met een ijzeren roede, zodat het onrecht geen kans meer krijgt.

 

Het is goed dat God ons voor ogen houdt dat de toekomst een belofte inhoudt, anders zouden we het niet meer zien zitten. Niettemin bepaalt de centrale as ons erbij dat er eerst een oordeel en een reiniging moet plaatsvinden. Net zo als Gods Woord zeven maal gelouterd is, ondergaat ook Zijn volk Israël en wie uit de heidenen aan Israël zijn toegevoegd een diepgaande loutering.

God komt tot Zijn doel, zoals Hij dat bepaald heeft:

Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld.

Mattheüs 25:34