Jesaja 40:27 - 41:16 bemoediging voor ballingen

Jesaja 40:18-25

Jesaja schrijft dit ter bemoediging en troost aan de ballingen in Babel. Dit hoofdtuk begint ook met de oproep

Jesaja 40:1 Troost, troost Mijn volk, zal uw God zeggen, 2. spreek naar het hart van Jeruzalem en roep haar toe dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij uit de hand van de HEERE het dubbele ontvangen heeft voor al haar zonden.

Deze boodschap is bedoeld om de vermoeide ballingen van het ware Israël kracht te geven:

Jesaja 40:31 maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden, zij zullen snel lopen en niet afgemat worden, zij zullen lopen en niet moe worden.

Uit het tweede deel van bovengenoemde tekst blijkt dat dit hoofdstuk perspectief biedt voor het Messiaanse rijk dat zal aanbreken. Het is net zo als Abraham, die zich ervan bewust was dat alle beloften pas tot volle vervulling zouden komen in het Messiaanse rijk.

Hebreeën 11:9 Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft hij in tenten gewoond, met Izak en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte. 10. Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Ontwerper en Bouwer is.

Jesaja gebruikt in zijn rede best een stukje sarcasme. Het feit dat  mensen afgoden aanbidden die ze zelf vervaardigd hebben, maakt hij belachelijk.  (vers 18-20 ). Het tweede gedeelte beschrijft nogmaals de almacht van God, nu als heerser over de aarde. De perikoop eindigt met een soort samenvatting van de voornemens van God.

23: Hij doet dictators verdwijnen; Hij maakt de rechters van de aarde werkeloos. 24: Nog maar nauwelijks geplant –; nog maar nauwelijks gezaaid –; nog maar nauwelijks wortelt hun stek in de grond –; of de avondwind strijkt erover en zij verdrogen. En de orkaan neemt ze mee als ware het kaf.

 

Tegenover de almacht van God staat de macht van de geweldenaars van deze wereld (dictators en rechters) die maar tijdelijk is en vergaat.  Maar de profetie gaat verder.

 

Gezien de context en de doelstelling van de Raad Gods wordt hier over het Messiaanse Rijk gesproken. Want onder de zegenrijke regering van koning Yeshua de Messias zal geen dictator meer aan de macht komen en worden rechters, die het ‘recht van de wereld’ toepassen, niet meer geduld. Dan geldt uitsluitend het Goddelijk recht. Ook de rol van de universiteiten, die wel de wetmatigheden van de schepping herkend hebben, maar in hun zogenaamde wetenschap niet de Schepper erkennen, is uitgespeeld.

 

Jesaja 40:24 Ja, zij zijn niet geplant, ja, zij zijn niet gezaaid, ja, hun afgehouwen stronk wortelt niet in de aarde. Ook als Hij op hen zal blazen, zullen zij verdorren, en een storm neemt hen weg als stoppels. 25 Met wie zou u Mij willen vergelijken, of aan wie ben Ik gelijk? zegt de Heilige.

 

De Hoogheilige is dus met niemand te vergelijken. Hij is de Ene en de Enige!

Jesaja 40:26-31

In dit deel van de rede van Jahweh ‘toont’ God aan de toehoorder (of lezer) zijn twee Grootste Werken: De schepping van het heelal en De Raad Gods die aan die schepping zin verleent.

Jesaja 40:26 Sla uw ogen op naar omhoog,en zie Wie deze dingen geschapen heeft; Hij is het Die hun leger voltallig tevoorschijn brengt, ze alle bij name roept door Zijn grote vermogen en Zijn sterke kracht; er ontbreekt er niet één.

Hier zwijgen we in eerbied.

Jesaja 40:28 Weet u het niet? Hebt u het niet gehoord? De eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, wordt niet moe en niet afgemat. Er is geen doorgronding van Zijn inzicht.

  1. Hij geeft de vermoeide kracht en Hij vermeerdert de sterkte van wie geen krachten heeft.
  2. Jongeren zullen moe en afgemat worden, jonge mannen zullen zeker struikelen;
  3. maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden, zij zullen snel lopen en niet afgemat worden, zij zullen lopen en niet moe worden.

 

Het hoofdstuk eindigt met een hoopvolle belofte die in het Messiaanse Rijk werkelijkheid zal worden. Maar…, wellicht ziet de profetie nog verder en spreekt die van het eeuwige leven, waar niemand ooit nog ziek, moe of mat wordt; Johannes 6:48-51.

 

Jesaja 41:1-5

1a  Kom in vrede naar Mij toe, gij kustlanden en volken.

Na de dood van de Antichrist en de ondergang van de legers van Gog door De Plaag (Zacharia 14:18), aan het einde van De Grote Verdrukking,  is er geen vijandelijke macht van betekenis meer over op aarde. Kort daarna wordt de soevereiniteit van God over de aarde uitgeroepen en Yeshua de Messias aangesteld als koning in Jeruzalem. Er gaat nu een algemene oproep uit van God die waarschijnlijk uitgesproken wordt door de aartsengelen. Zij sommeren de kustlanden (= de grote bevolkingscentra) en volken om in vrede naar Mij (= God) toe te komen. Dus: In ootmoed en eerbied naar de tempel van God in Jeruzalem te gaan.

1b  Zij moeten de kracht vernieuwen.

De profetie ‘ziet’ vanuit een tijdstip aan het begin van het Messiaanse Rijk terug in het nabije verleden. We noemen dat ‘de verleden tijd van de profeten’. In dat verleden werd de kracht van de heidenvolken door de Antichrist vertegenwoordigd. Hij was hun Führer. Onder de regering van de Messias gaat dat veranderen. De volken moeten de kracht veranderen; trouw zweren aan Jahweh. Dat is een dwingende eis. Wie weigert wordt met harde hand tot de orde geroepen.

1c  Laten zij naar voren komen, laten zij dan tot elkaar spreken

De volken die trouw zweren, worden opgeroepen om naar Jeruzalem (haar vs1d) te gaan. De uitdrukking naar voren komen (Hebreeuws: nâhash) heeft een intieme ondertoon. Hier duidt het op een vorm van verbroederen (tot elkaar). De bekeerde volken worden gesommeerd om met elkaar te spreken. Om alle vijandschap te laten varen en tot vriendschappelijke betrekkingen te komen.

1d  Laat ons ten behoeve van het rechtmatig oordeel dicht tot haar naderen.

Zo komen de heidenvolken, nadat zij zich verbroederd hebben, eensgezind naar Jeruzalem (haar) en stellen zich onder Gods rechtmatig oordeel. Dan wordt bepaald wie schuldig is. En als Jahweh recht heeft gesproken, worden die volken onder de wet van het Messiaanse Rijk gebracht.

Wie wekte het Recht in het oosten? Hij riep Hem aan Zijn voet. Hij doet heidenvolken voor Zijn aangezicht komen en onderwerpt koningen. Hij doet hun zwaard verpulveren, hun boog als kaf verwaaien.

Jesaja 41:2 Wie heeft vanwaar de zon opkomt de rechtvaardige doen opstaan, hem geroepen om te gaan? Wie heeft heidenvolken aan hem overgeleverd en doet hem koningen vertreden? Wie heeft hen als stof overgeleverd aan zijn zwaard, als wegwaaiende stoppels aan zijn boog?

Dat Recht wordt door God persoonlijk naar Jeruzalem gebracht als Hij gaat wonen in de tempel. Want de Heerlijkheid van de HEERE komt inderdaad uit het oosten, zoals Ezechiël 43:2 getuigt.

Ezechiël 43:2 En zie, de heerlijkheid van de God van Israël kwam uit de richting van het oosten, en Zijn geluid was als het bruisen van machtige wateren, en de aarde werd verlicht vanwege Zijn heerlijkheid.

En als dat Recht over de wereld wordt uitgeoefend, is het uit met elke tegenstand. Dan komen de heidenvolken jaarlijks naar Jeruzalem (voor Zijn aangezicht) om Jahweh eer te bewijzen. De wapens van hen, die dan nog tegenstand bieden, worden verpulverd (hun boog zal als kaf (stoppels) verwaaien). De oproep tot bedevaart naar Jeruzalem is geen vrijblijvende invitatie. Het is een dwingende eis die elk volk dient in te willigen. Dat geldt vooral voor het bijwonen van het Loofhuttenfeest. Zacharia 14:16 en 17 spreekt daarover.

3  Hij gaat achter hen aan, de Shalom trekt voort; een pad dat Zijn voeten nog niet gingen. 

Jahweh (Hij) onderwerpt de volken (gaat achter hen aan). En zijn uitvoerende rechterhand, Yeshua, de Messias Vredevorst, draagt de Shalom uit. Dat is inderdaad een pad dat Zijn voeten nog niet gingen. Hij kwam bij zijn eerste komst als de lijdende knecht des HEEREN, Hij komt terug om de mensheid vrede te brengen en dat zal de wereld veranderen.

4: Wie was daar mee bezig en volbracht het? Die de generaties vanaf het begin riep – Ik, Jahweh, ben de Eerste, maar ook aanwezig bij de toekomst: Ik ben de Enige.

Deze profetie vormt de echo en bevestiging van het Shema dat we in Deuteronomium 6:4 vinden:  Hoor, o Israël: Jahweh is onze God; Jahweh is één. Met het eerste Shema werd het Sinaïtische verbond ingeluid. Het tweede en laatste Shema zal klinken bij de bevestiging van het Eeuwige Verbond: Berit Olam. Het vertegenwoordigt de hoogste eed op aarde.

5: De kustlanden zagen het en vrezen. De einden van de aarde beven. Zij naderen tot Jahweh; zo komen zij.

En onder dat nieuwe  verbond zal heel de wereld Jahweh dienen. Die in Hem geloven zullen Hem liefhebben. Die zijn vijanden waren, zullen Hem vrezen en zich onderwerpen.

 

Jesaja 41:6-20

Na het intro van vers 6-7 volgt een oproep tot bekering en die is van alle tijden. Jesaja schetst een wenkend vergezicht, mits Israël zich wil bekeren. Pas dan zal God zijn volk helpen (vers 14-20).

8: Maar gij, Israël, Mijn dienaar – Jakob die Ík doe kiezen –, nageslacht van Abraham die Mij liefhad; die Ik vastpak vanuit de einden van de aarde en waar u zich ook bevindt?

9: Ik roep u en zeg tot u: U bent mijn dienaar! Ík heb u uitverkoren! Ik heb u niet veracht!

Jesaja spreekt tot Israël, Mijn dienaar.  Dit is de roeping van Israël en die zal in het Messiaanse Koninkrijk volledig tot zijn recht komen.  Het verbond met Israël is voor God onberouweijk. De liefhebbende trouw van Israël als dienaar blijkt uit het houden van de geboden. Yeshua zei tot hen:  Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht. Johannes 14:15

Toch; Jakob die Ík doe kiezen wijst ten diepste op het moment dat Israël kleur moet bekennen: voor de Antichrist of  Yeshua.

Zoals Yeshua het zei:

Want Ik zeg u: U zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere!

Mattheüs 23:39

In die context gaat deze oproep alleen uit naar het ware Israël (uitverkoren). Tot hen zegt God:

10: Wees niet bang, want Ik ben met u. Toon geen vrees, want Ik ben uw God. Ik zal u sterken; Ík zal u immers helpen; Ík zal u immers vasthouden met mijn rechtvaardige rechterhand!

11: Zie, allen die tegen u razen zullen beschaamd worden en te schande gemaakt. Een ieder die u bestrijdt zal tenietgedaan worden en vergaan.

12: U zult naar vijanden zoeken, maar hen niet vinden; zij zullen niet meer bestaan. Ja, de mannen die oorlog tegen u voeren zullen niet meer zijn.

13: Want Ik ben Jahweh, uw God, Die uw rechterhand versterkt. Die tot u zegt: Vrees niet, Ik zal je helpen.

Vers 11-12 schetst het gevolg van die bekering. Israël heeft altijd veel vijanden gehad. Jesaja spreekt echter over een tijd dat alle vijanden van Israël tenietgedaan worden en vergaan vs12! Dat ziet op het begin van het Messiaanse Rijk. Dan zal De Plaag (Zacharia 14:12-13) de laatste legers, die tegen Jeruzalem optrekken, vernietigen en breekt de Vrede van Christus aan!

Jesaja 41:14 Wees niet bevreesd, wormpje Jakob, volkje Israël, Ík help u, spreekt de HEERE, uw Verlosser is de Heilige van Israël.

Hoe vertederend is Gods liefde naar een ongehoorzaam volk. 

Jesaja 49:15 Kan een vrouw haar zuigeling vergeten, zich niet ontfermen over het kind van haar schoot? Zelfs al zouden die het vergeten, Ík zal u niet vergeten. 16. Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegraveerd, uw muren zijn steeds vóór Mij.

Het geringe volk van Israël wijst op het gelovige deel dat in de Eindtijd tot bekering komt. Dat deel zal Jahweh helpen, want Hij is hun losser. Een losser kon de schuld voldoen van een bloedverwant.  Het gaat om de bloedband met Yeshua want Hij kocht ons met Zijn bloed. Dat speelt ook hier. Daarom kan alleen het ware Israël vrijgekocht worden, want zij zullen Yeshua uiteindelijk herkennen als hun Messias en dan zal die ‘bloedband’ redding bieden aan Israël en al wie zich op de olijfboom van de beloften aan Israël gedaan door Yeshua lieten enten. redden. Allen die het nageslacht van Abraham zijn, fysiek en/of geestelijk.

Het gaat in dit alles om de strijd die begonnen is in 

En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar ZAAD; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen. Genesis 3:15

Het gaat om het Zaad dat uit Israël geboren is: Yeshua HaMasiach!!

Belofte voor Israël:
Deuteronomium 28:13 De HEERE zal u tot een hoofd maken en niet tot een staart, en u zult uitsluitend omhoog gaan en niet omlaag, als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEERE, uw God, waarvan ik u heden gebied dat u ze in acht neemt en houdt,