English & other languages: click here!

Jesaja 40 Troost, troost, Mijn volk!

Na alle oordelen die Jesaja heeft aangekondigd, begint een nieuw gedeelte van zijn profetieën. Nu moet hij juist over verlossing, troost en herstel spreken. Jesaja 40:1-11 is een inleiding op en samenvatting van de hoofdstukken 40 tot 55. Deze profetische hoofdstukken zijn vooral gericht tot de Israëlieten in Babylonische ballingschap (Jes.40:30). Maar ook voor de Israëlietem in Jesaja’s tijd is er een duidelijke boodschap: ook al is Israël ontrouw, dan nog zal YHWH zich over Zijn volk ontfermen. De opdracht die Jesaja namens God in de eerste verzen van dit hoofdstuk doorgeeft, is dat Zijn volk moet worden vertroost. Deze vertroosting zal pas tot zijn vervulling komen in het komende Koninkrijk/Vrederijk.

Toen ik Jesaja 40 doorlas werd ik getroffen door de liefdevolle woorden van Adonai voor Zijn volk. Hij wil Zijn volk troosten en wij mogen dat namens Hem doen. “Troost Mijn volk”, wat een bewogenheid van Gods hart klinkt daarin door. “Spreek tot het hart van Jeruzalem”.

Wat is het hart van Jeruzalem? Ik zie dat als de berg Sion, waarvan God zegt dat Hij begeert (Psalm 132:13) om daar te wonen, te midden van Zijn volk. Het is niet voor niets dat er zo’n strijd om Jeruzalem is. De satan weet beter dan menig kerkganger dat God op de Sion wil tronen, daarom zal hij proberen die plaats te bemachtigen. Hij wil gelijk zijn aan God en zich zelfs boven Hem verheffen. En het zal even lijken alsof hij zijn doel bereikt. Intussen worden de volken door hem bespeeld. Wie geen relatie heeft met de God van het Leven, wie niet verbonden is met Yeshua, de Levende Tora en Zijn Woord niet leest, is blind voor deze ontwikkelingen. Hij staat aan de verkeerde kant in de strijd!

“roep haar toe dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij uit de hand van YHWH het dubbele ontvangen heeft voor al haar zonden.” (Jesaja 40:2)

Als we de ontwikkelingen in deze tijd met geestelijke ogen bekijken, begrijpen we dat het nu nog niet de tijd is om te zeggen dat de strijd vervuld en de ongerechtigheid van het land verzoend is. Wel ligt de verzoening klaar, voorbereid door Adonai in Yeshua.

Israël heeft veel geleden, heel veel geleden, om haar zonden. Maar er komt nog een eindstrijd! We lezen in het boek Zacharia: 

“In het gehele land, luidt het woord van Adonai, zullen twee derden uitgeroeid worden en de geest geven, maar een derde zal daarin overblijven. Dat derde deel zal Ik in het vuur brengen, en Ik zal hen smelten, zoals men zilver smelt, ja hen louteren, zoals men goud loutert. Zij zullen Mijn naam aanroepen en Ik zal hen verhoren. Ik zeg: Dat is Mijn volk en zij zullen zeggen: YHWH is mijn God!” Zacharia 13:8-9

Ook al wordt volgens deze profetie 2/3 van het volk Israël uitgeroeid door de legers van de antichrist, toch zal het overgebleven derde deel, dat de naam van de HEERE aanroept, het hele volk Israël vertegenwoordigen. We zien hier de profetie van Jesaja en die van Johannes, die hieraan refereert:

Jesaja 40:3 Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereid de weg van de HEERE, maak recht in de wildernis een gebaande weg voor onze God.

Mattheüs 3:3: “Want deze is het over wie gesproken werd door de profeet Jesaja toen hij zei: De stem van iemand die roept in de woestijn: Maak de weg van de Heere gereed, maak Zijn paden recht.”

We gaan verder met Jesaja: “Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereid de weg van de HEERE, maak recht in de wildernis een gebaande weg voor onze God.” Johannes de Doper refereert hieraan zoals beschreven in Mattheüs 3:3: “Want deze is het over wie gesproken werd door de profeet Jesaja toen hij zei: De stem van iemand die roept in de woestijn: Maak de weg van de Heere gereed, maak Zijn paden recht.”

Johannes kondigde in de woestijn van Judea de komst van Yeshua aan, die het Koninkrijk zou komen vestigen. Alle vier evangeliën verwijzen naar deze tekst. Johannes de Doper zegt dan ook daaraan voorafgaand

“het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen”. Hij was de heraut die riep “de Koning komt eraan, bereid je voor, maak de weg gereed waar Hij langs komt!”

In feite, als de Joodse leiders en het volk in die tijd Yeshua van harte hadden verwelkomd als de Beloofde Messias, de Levende Tora, dan had het Koninkrijk der hemelen, kunnen baan breken. “Maar gij hebt niet gewild” zegt Yeshua later.

Er is een intermezzo gekomen in de heilsgeschiedenis. Een periode waarin het evangelie de wereld zou worden in gebracht. Als we in deze tijd om ons heen kijken ervaren we dat Yeshua ook bij ons met recht zou kunnen zeggen  “gij hebt niet gewild” (Math. 23:37). 

Maar het Koninkrijk komt, geen twijfel mogelijk! Ook hier zal het oordeel plaatsvinden. Er zullen velen afvallen. Maar een gelouterde rest zal overblijven. En dan zal het Koninkrijk van Vrede aanbreken met de residentie in Jeruzalem.

2 Kon 19:31 want van Jeruzalem zal uitgaan wat overgebleven is, en wat ontkomen is, van de berg Sion, de na-ijver van de HEERE van de legermachten zal dit doen.

In de verzen 6 tot en met 8 lezen we dan ook een mistroostige boodschap die de werkelijkheid tekent. Gras dat verdort en een bloem die afvalt als de Geest van YHWH erover blaast. Je zou toch zeggen dat Gods Geest zou bewerken dat alles tot bloei en tot leven kwam. Het zijn beelden die het volk uittekenen. Maar dan…. als het allemaal troosteloos er uit ziet, klinkt het hoopvolle woord: “Maar het Woord van onze God bestaat voor eeuwig!” En zo is het! Ook al lijkt alles verloren en uitzichtloos, Gods Woord zal zijn uitwerking hebben. Alle beloften aan Israël zullen tot vervulling komen, geen één uitgezonderd.

God wacht slechts erop dat, wanneer alle mogelijkheden zijn uitgeput, de ondergang lijkt vast te staan, dat Israël Zijn Messias roept die éénmaal in Jeruzalem de verzoening heeft bewerkt:

 

Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere. Lukas 13:35b

בָּרוּךְ הַבָּא, בְּשֵׁם יְהוָה   BAROECH HABA B’SHEM ADONAI!

Troost Mijn volk!!!

Jesaja 40:12-17 Wie heeft de wateren met de holte van zijn hand opgemeten, of van de hemel met een span de maat genomen, of het stof van de aarde met een maatbeker gevat, of de bergen gewogen in een waag, of de heuvels op een weegschaal? 13. Wie heeft de Geest van de HEERE gepeild en wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen? 14. Met wie heeft Hij beraadslaagd dat hij Hem inzicht zou geven, Hem het pad van het recht zou leren, Hem kennis bij zou brengen of Hem de weg van veel verstand zou doen kennen? 15. Zie, de volken worden beschouwd als een druppel aan een emmer, als een stofje op de weegschaal. Zie, Hij heft de eilanden op als fijn stof. 16. De Libanon is niet genoeg om te branden, zijn dieren zijn niet genoeg voor het brandoffer. 17. Alle volken zijn als niets voor Hem, zij worden door Hem beschouwd als minder dan niets en als leegheid.

Niemand is te vergelijken nmet YHWH, Met een ‘span’ (afstand tussen gestrekte duim en pink) meet Hij de hemelen en met een maatbeker past hij het stof van de aarde af. Wie legt Hem zijn wil op? En welke mens durft tezeggen dat hij YHWH kan vertellen hoe deze wereld rechtvaardig moet worden geregeerd?

De grootmachten (Assyrië, Babylonië, Egypte) lijken heel wat, maar stellen voor Hem niets voor. Ze zijn ‘een stofje van de weegschaal’. Alle bomen op de Libanon zijn omnvoldoende tot brandhout om offers te brengen. Al het vee dat daar graast, is niet genoeg om voor YHWH te offeren. Zo groot is God! De volken zijn voor Hem niets en leegte.

Jesaja 40:18-20 Met wie zou u God willen vergelijken, of welke vergelijking zou u op Hem willen toepassen? 19. De vakman giet het beeld, de edelsmid overtrekt het met goud en smeedt er zilveren kettingen voor. 20. Wie te arm is voor een hefoffer, kiest een stuk hout dat niet kan verrotten. Hij zoekt een kundig vakman voor zich uit om een beeld te vervaardigen dat niet wankelt.

Opnieuw stelt Jesaja de vraag, zoals in de verzen 12-14, met wie God te vergelijken is. Hij beschrijft spottend hoe men een afgodsbeeld maakt. Israël lijkt niet te beseffen dat afgoden leeg zijn en dat God alleen almachtig is.  De lege beelden die de afgoden van de naties zijn, zijn zo onbeduidend dat ze zo gemaakt moeten worden dat ze niet om zullen vallen. Ze kunnen niet eens zelf rechtop staan! God heeft geen rivalen. Hij maakt de machthebbers van deze wereld tot niets.

Jesaja 40:21-26 Weet u het niet? Hoort u het niet? Is het u vanaf het begin niet bekendgemaakt? Hebt u niet gelet op de fundamenten van de aarde? 22. Hij is het Die zetelt boven de omtrek van de aarde, waarvan de bewoners als sprinkhanen zijn. Hij is het Die de hemel uitspant als een dunne doek en uitspreidt als een tent om in te wonen. 23. Hij is het Die vorsten maakt tot niets, rechters van de aarde maakt tot leegheid. 24. Ja, zij zijn niet geplant, ja, zij zijn niet gezaaid, ja, hun afgehouwen stronk wortelt niet in de aarde. Ook als Hij op hen zal blazen, zullen zij verdorren, en een storm neemt hen weg als stoppels. 25. Met wie zou u Mij willen vergelijken, of aan wie ben Ik gelijk? zegt de Heilige. 26. Sla uw ogen op naar omhoog, en zie Wie deze dingen geschapen heeft; Hij is het Die hun leger voltallig tevoorschijn brengt, ze alle bij name roept door Zijn grote vermogen en Zijn sterke kracht; er ontbreekt er niet één.

Weet u het niet? Hoort u het niet? Jesaja is zo verbaasd, hij kan het niet geloven dat iemand aan de grootheid van God zou kunnen twijfelen als ze de glorie van Gods schepping zien. Ten eerste Hij zetelt boven de omtrek van de aarde. Ten tweede schiep Hij het allemaal (Hij is het Die de hemel uitspant als een dunne doek). Het Hebreeuwse woord voor omtrek is  חוּג goekh. Zet het maar eens in Goodle translate: die vertaalt het met cirkel. Ook het woordenboek geeft: kring, cirkel, keerkring, bol. Gods Geest liet Jesaja toen al weten dat de aarde rond is, hoewel de toenmalige aardbewoners in een platte aarde geloofden.

Hij is het Die vorsten maakt tot niets, rechters van de aarde maakt tot leegheid...... Gods macht en heerlijkheid zijn niet alleen verheven boven de levenloze schepping, maar ook over de machthebbers der aarde. Wanneer mensen politieke macht (vorsten) of wettelijke macht (rechters) hebben, is het gemakkelijk voor hen om zichzelf als goden te zien! Door de boodschap van Jesaja geeft YHWH ons de juiste kijk op deze blaaskaken. Het enige wat God hoeft te doen is op ze te blazen, en ze zullen verdorren.

Hij is het Die hun leger (van sterren) voltallig tevoorschijn brengt, ze alle bij name roept .....kijk eens omhoog naar de miljoenen, miljoenen sterren! Wie heeft ze alle geschapen? De Schepper kent ze ook nog alle bij name. Wat zijn wij dan, in vergelijking met de grootheid van de Schepper? Ook koning David is diep onder de indruk daarvan en looft God erom in Psalm 8. Hoe vaak zal hij niet naar het sterrenleger gekreken hebben in nachtelijke uren als herder bij de schapen?

Jesaja 40:27-28. Waarom zegt u dan, Jakob, en spreekt u, Israël: Mijn weg is voor de HEERE verborgen en mijn recht gaat aan mijn God voorbij? 28. Weet u het niet? Hebt u het niet gehoord? De eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, wordt niet moe en niet afgemat. Er is geen doorgronding van Zijn inzicht.

Waarom zegt u dan, Jakob, en spreekt u, Israël: Mijn weg is voor de HEERE verborgen? ......... Hoe kun je dat nu zeggen Jakob, hier wordt het volk eerst met de naam van hun menselijke voorvader Jakob aangesproken en daarna met de naam Israël die het volk samen met Yeshua deelt (Jes.49:3).  Jakob had Israël moeten zijn, dan zouden ze weten dat hun weg niet voor YHWH verborgen is.  Nu denkt Jakob: YHWH verzuimt notitie van me te nemen, Hij gaat me voorbij als één, die Zijn aandacht niet waardig is; Hij veronachtzaamt mijn zaak, en verwerpt mijn gebed, alsof ik Hem niet toebehoor.

Weet u het niet? Hebt u het niet gehoord? .......Weet je niet, dat de eeuwige God ‘gisteren, heden en tot in alle eeuwigheid’ Dezelfde blijft? Dat Hij een onveranderlijk God is, en Die niet heen en weer bewogen wordt zoals jezelf heen en weer bewogen wordt; maar dat Hij zwijgt in Zijn liefde, en altijd Dezelfde is. Al kun je niet altijd begrijpen wat Hij bedoelt met de weg die je moet gaan.  Hij weet wat het beste voor je is.

Jesaja 40:29-31 Hij geeft de vermoeide kracht en Hij vermeerdert de sterkte van wie geen krachten heeft. 30. Jongeren zullen moe en afgemat worden, jonge mannen zullen zeker struikelen; 31. maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden, zij zullen snel lopen en niet afgemat worden, zij zullen lopen en niet moe worden.

In vers 27 zagen we al dat Gods volk met twee verschillende namen: Jakob en Israël, werd aangesproken. Maar een Jakob moest Israël worden. Ook in deze verzen zien we die tweedeling. De éne wordt "jong" genoemd, is overmoedig en die zal moe worden en struikelen. De andere is degene die geen krachten meer heeft, maar die de HEERE verwacht, waardoor de kracht wordt vernieuwd. Het "zeker struikelen" en "het uitslaan  van de vleugels" staan tegenover elkaar.  God vermeerdert de sterkte van wie van zichzelf geen krachten heeft. Dit slaat op de wedergeboorte en het "uitslaan van de vleugels" in Gods Koninkrijk. Jakob is Israël geworden.

Maleachi 4:2 Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn;
en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal.