Jesaja 60: 1 - 22 de heerlijkheid van Sion

Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op. Jesaja 60:1

Deze tekst is voor Sion bedoeld en het uitgangspunt voor dit Schriftgedeelte.

Exodus 19:6 U dan, u zult voor Mij een KONINKRIJK VAN PRIESTERS en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.

 1 Petrus 2:9 Maar u bent een uitverkoren geslacht, EEN KONINKLIJK PRIESTERSCHAP, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht,

Openbaring 5:10 En U hebt ons voor onze God gemaakt tot KONINGEN EN PRIESTERS, en wij zullen als koningen regeren over de aarde.

In bovenvermelde Bijbelteksten zien we Gods roeping voor Israël: een volk van priesters en koningen. Het zal de mensheid vertegenwoordigen naar God en ze zullen God vertegenwoordigen naar de volken. Dit is hun roeping die pas in het komende Vrederijk werkelijkheid zal worden. Dat is het Licht dat over hen opgaat.

ISRAËL VERVULD MET HET LICHT VAN YAHWEH

Tegelijk met deze verheven positie wordt Israël ook de “knecht van de HERE” genoemd een titel die zowel op Yeshua als op Israël wordt toegepast:

Jesaja 53:11 Om de moeitevolle inspanning van Zijn ziel zal Hij het zien, Hij zal verzadigd worden. Door de kennis van Hem zal de Rechtvaardige, Mijn Knecht, velen rechtvaardig maken,  Want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.

Jesaja 48:20 En Israël: De HEERE heeft Zijn knecht Jakob verlost. 

Jesaja 49: 3 Hij heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Knecht, Israël, in Wie Ik Mij zal verheerlijken.

 Lees in dit verband ook Jesaja 49:4-7.

Jesaja 60:14 Ook zullen, zich buigend, naar u toe komen de kinderen van hen die u onderdrukt hebben, en allen die u verworpen hebben, zullen zich neerbuigen aan uw voetzolen, en zij zullen u noemen: Stad van de HEERE, het Sion van de Heilige van Israël.

 

In Sion, dat wil zeggen het geestelijke  en het letterlijke Jeruzalem, is  de plaats (haMaqom הַמָּקוֹם) waar God aanwezig is. Daar gaat het over in dit hoofdstuk:

 

“Koemi  orie, ki va oreg, oekvod Adonai, aleg zarach קוּמִי אוֹרִי, כִּי בָא אוֹרֵךְ; וּכְבוֹד יְהוָה, עָלַיִךְ זָרָח – Sta op, wees verlicht (of schijn) Het kan ook betekenen dat het zelf moet schijnen, dus niet “wordt verlicht” of “uw licht komt”, want uw licht is gekomen.

 

Het is wel profetisch om te zeggen dat uw licht komt, maar in het Hebreeuws staat letterlijk “uw Licht is gekomen” en de heerlijkheid van de HEERE of “gaat over u op”. Het is de uitdrukking voor het opgaan van de zon waarmee over de heerlijkheid van de HEERE wordt gesproken. God spreekt vanuit de toekomst die Hij voor zich ziet en voor Hem al werkelijkheid is.

Hoe kan dat volk zelf licht geven? Dat kan alleen maar omdat ze dat licht van God zelf ontvangen hebben.  Dus “sta op!”.  Wat hier met licht bedoeld wordt,  is de heerlijkheid van de HEERE die over haar opgaat. Die als een zon omhoog komt en nu is het de taak van dat volk om dat Licht te gaan doorgeven. Dat is de rol die Israël ooit zou gaan spelen en die straks zijn vervulling krijgt in een overblijfsel dat door God is klaargemaakt om een baken te zijn in de duistere wereld. Want dat staat ook in dit Bijbel gedeelte. Op het moment dat dit Licht van Gods Heerlijkheid doorbreekt is de aarde geestelijk duister en zijn er donkere dreigende wolken.

 

 Dit beeld vinden we  ook in Jesaja 2 en Jesaja 9.

Het licht van de HEERE zal van Israël uitgaan, Israël zal dat doorgeven en dat houdt dan in zij de Tora onderwijzen aan alle volken, dit licht doorgeven en zo alle volken geestelijk gezien naar hen toetrekken.

Micha 4:2 Vele heidenvolken zullen op weg gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de HEERE uit Jeruzalem.

De volken zullen Jeruzalem erkennen als het geestelijke centrum van hun bestaan. Dat geldt niet alleen maar voor de volkeren die naar het Licht zullen gaan, maar dat gaat zelfs over de heersers van die volken.  Koningen zullen vanuit de duisternis kijken naar de glans van de dageraad. De dageraad  is het opgaan van de zon, waarmee “de heerlijkheid van de HEERE” wordt vergeleken.  Een heerlijke morgen waardoor het duister van de nacht verdwijnt.

Vers  4b: “Uw zonen zullen van verre komen en uw dochters zullen op de heup gedragen worden.”

Wat doen die volkeren die naar Jeruzalem gaan?  Die brengen de ballingen mee terug, de verdreven kinderen van Israël in de ballingschap. Die worden meegenomen.

Vers 5: “Dan zult u het zien en stralen”. 

Daar heb je het:   “Straal – schijn!”,  de opdracht in vers 1 vindt onder meer plaats op  het moment dat de ballingen door de volkeren weer zullen worden terug gebracht.

Er zijn voorvervullingen van deze profetie geweest. Bijvoorbeeld in de tijd van Ezra en Nehemia als de Perzen o.l.v. Kores Israël behulpzaam waren bij de terugkeer. Wat er gebeurde in 1948 was niet bepaald het werk van de volkeren. Het was God zelf die dat in Zijn volk bewerkte. In ieder geval was er na die vreselijke holocaust  een gedeeltelijke vervulling en een voorschot op de toekomst.

5 Dan zult u het zien en stralen, uw hart zal diep ontzag hebben en zich verruimen...

 

Als je hart zich verruimt betekent het dat je volop kunt ademhalen en dat je vervuld bent van diep ontzag voor…. voor wat? voor het werk dat de HEERE daar verricht.

Jesaja 60:11 Uw poorten zullen steeds openstaan; dag en nacht zullen ze niet gesloten worden, opdat men het vermogen van de heidenvolken naar u toe zal brengen

Dit betekent dus dat  de rijkdom, het geld van de heidenen naar Jeruzalem komt. Het zal net zo zijn als toen Israël bevrijd werd uit Egypte. Toen kregen ze een enorme rijkdom mee als een vergoeding die Yahweh geregeld had  ter compensatie van hun slavendienst:

Exodus 12:35 De Israëlieten hadden gedaan overeenkomstig het woord van Mozes en hadden van de Egyptenaren zilveren voorwerpen, gouden voorwerpen en kleren gevraagd. 36. Bovendien had de HEERE het volk genade gegeven in de ogen van de Egyptenaren, zodat zij hun het gevraagde gaven. Zo beroofden zij de Egyptenaren.

Hier gaat het om het vermogen van de rijkdom waar de wereld over beschikt, dat in Jeruzalem, dus weer gebruikt gaat worden voor Gods heerlijkheid. Dus Jeruzalem/Israël krijgt een leidende rol in de geschiedenis en bepaalt waar de rijkdom van de wereld voor zal worden gebruikt. En dat is dus niet voor de verheelijking van Jeruzalem zelf, maar voor het heil van de mensheid, als  geheel. “Het vermogen van de heidenvolken zal naar u toekomen” betekent niet: Jeruzalem verrijkt zich ten koste van de volken, maar het betekent: de rijkdom van de wereld komt onder het gezag te staan van de Tora van Yahweh.

Vers 6: EEN MENIGTE KAMELEN ZAL U BEDEKKEN.

Waarschijnlijk zullen hiermee de vervoermiddelen worden bedoeld. In die tijd en regio was het kameel het voornaamste vervoermiddel.  Er zal zoveel aangevoerd worden dat het net lijkt of Jeruzalem ermee bedekt is. Misschien zijn de kamelen wel grote containers die met schepen worden aangevoerd.  Kamelen worden immers “de schepen van de woestijn” genoemd en in vers 9 worden de schepen van Tarsis genoemd .  Ik heb ook nog even in het woordenboek nagekeken wat het woord kh’mal  גְּמַלִּ nu betekent. Ook dat draagt bij aan een verklaring. Er staat: “belonen,  terugbetalen ; De beloning - zegen die wordt verkregen bij bevrijding van gevaar”.  De kamelen komen uit Midian en uit Efa – Noord Afrika dat is Jemen -  en uit Sheba: goud en wierook zullen ze aandragen, zoals de wijzen uit het oosten hun kostbare geschenken brachten bij de geboorte van Yeshua.  

In  vers 8 lezen we: “Wie zijn dezen, die daar komen aangevlogen als een wolk als duiven naar hun til?”.  

Jesaja heeft iets gezien wat hij niet kende, maar wat wij in onze tijd heel goed kennen: het vervoer per vliegtuig.  Hiervan zijn al veel voorvervullingen tot stand gekomen.

En dan….. wat heel mooi is….” Ze zullen de loffelijke daden van de HEERE boodschappen.” Er staat in het Hebreeuws:  “וּתְהִלֹּת יְהוָה oe tehilot Adonai “ loffelijke daden van de HEERE d.w.z. psalmen (tehilot) van YHWH..  Dat boodschappen is van werkwoord basar  בָּשַׂר, goede tijding brengen (Strong 1319), dat is het evangelie: een goede boodschap, een blijde boodschap. Ze komen met een hart vol vreugde om hun goede gaven te brengen en geven YHWH de eer en dank!

Vers 7:  De schapen van Kedar zullen voor u bijeengebracht worden, de rammen van Nebajoth staan u ten dienste; ze zullen als een welgevallig offer komen op Mijn altaar en Ik zal aan Mijn luisterrijk huis aanzien geven.

Er worden dus ook offerdieren gebracht voor de eredienst in de tempel. Ze worden voor Sion bijeen gebracht en door de priesters op het altaar bereid.  In het boek Ezechiël kunnen we ook lezen dat er in het Vrederijk offers worden gebracht. …. want Mijn huis zal een bedehuis heten voor alle volken.  Jesaja 56:6-8

De bedoeling is dus dat er een eredienst zal zijn  in de tempel van Jeruzalem waarbij deze heidenen betrokken zijn. Zij zullen zelf a.h.w. als de schapen en de lammeren offers brengen. Er zullen weer offers zijn die de heidenen op het altaar brengen. En dan zal dat huis van de HEERE aanzien krijgen en dat aanzien zal meewerken aan de luister, aan de uitstraling van dat Licht en de heerlijkheid dat dan zichtbaar wordt. Het is één en al de vervulling van een wereld die in duisternis ligt en een volk dat in duisternis ligt, die nu dat geweldige Licht ziet dat Jesaja in hoofdstuk 9:1 noemt: (zie ook Jesaja 2)

Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Zij die wonen in het land van de schaduw
van de dood, over hen zal een licht schijnen.

Genesis 12:3b in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

We zien deze belofte tot vervulling komen in Jesaja 60. Aan die belofte aan Abraham gaan in de tekst “de zegen en de vloek” vooraf. Deze belofte van zegen wordt ook pas werkelijkheid als ook Gods vloek, in de oordelen die over de aarde gaan, hebben plaats gevonden. En de vorm waarin die zegen uiteindelijk komen zal is de verheerlijking van de HEERE: het schijnen van de heerlijkheid van de HEERE. In Jeruzalem, maar ook naar alle volken toe.

Jesaja 60:9 Voorzeker, de kustlanden zullen Mij verwachten,
en de schepen van Tarsis zullen de eerste zijn
om uw kinderen van verre te brengen,
hun zilver en hun goud met hen,
naar de Naam van de HEERE, uw God,
naar de Heilige van Israël, want Hij heeft u verheerlijkt.

 

Dus zeevarende naties zullen Israël uit de ballingschap terug brengen naar het Land.

Ze brengen al die schatten mee zodat die in Jeruzalem gebruikt kunnen worden, in overeenstemming met de Tora zoals we net hebben begrepen.  Let op de reden waarom dit alles wordt gebracht (dat laatste zinnetje van deze tekst): naar de Naam van YHWH, uw God. Dit is de richting waarin alles gebracht wordt. Het wordt onderworpen aan de Naam van de HEERE, die de God van Israël is: dus de Naam van de HEERE. De wereld zal dus erkennen dat de HEERE God is en in de eerste plaats de God van Israël is. Naar de HEERE GOD: naar de Heilige van Israël, want Hij heeft u verheerlijkt.

De plaats (haMaqom הַמָּקוֹם) waar alles naar toe gaat is Jeruzalem, Israël, maar de eigenlijke bestemming is: 

Vers 9c: NAAR DE NAAM VAN DE HEERE, UW GOD, NAAR DE HEILIGE VAN ISRAËL, WANT HIJ HEEFT U VERHEERLIJKT.

Israël als verbondspartner komt daarbij in het Licht te staan en is  betrokken bij de doorgave van het Licht. YAHWEH  is nooit een algemene godheid geweest, Hij wordt ook nooit een God van de volkeren. Hij blijft in eeuwigheid, de God van Israël ,  de Heilige van Israël. Hij is zelfs de ware Israël. Vandaar dat de profetie uit Hosea 11:1 "Uit Egypte heb ik Mijn Zoon geroepen" in Mattheüs 2:15 op Jezus wordt toegepast. 

De Heilige van Israël blijft dus Zijn Naam en de kustlanden, de Arabische volkeren en de heidense volkeren zullen naar Jeruzalem trekken om daar, niet zo maar God in het algemeen, ook niet hun eigen God, maar deze bijzondere God, die met Israël verbonden blijft, om Die te aanbidden.

Jesaja 60:12 Want het volk en het koninkrijk die u niet zullen dienen, zullen vergaan en die volken zullen totaal verwoest worden.

Dit zal vervuld worden voorafgaand aan het Vrederijk. De volken worden geoordeeld. Yeshua vertelde over dit oordeel over de naties in Mattheüs 25:31-46.

Vers 10  Vreemdelingen zullen uw muren herbouwen en hun koningen zullen u dienen, want in Mijn grote toorn heb Ik u geslagen, maar in Mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd.

Niet Israël dienen omdat Israël de baas is, maar omdat aan en door Israël de heerlijkheid des Heren is verschenen. 

Ontferming door het welbehagen van YAHWEH! Dit zijn toch echt prachtige woorden כִּי בְקִצְפִּי הִכִּיתִיךְ, וּבִרְצוֹנִי רִחַמְתִּיךְ ki b’qitzpi hakitik oe’virtzoeni  rachemtik (“rachemtik” betekent ik heb Mij ontfermd, u barmhartigheid gegeven) in Mijn grote toorn heb Ik u geslagen, maar in Mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd. God had hen barmhartigheid gegeven “ rachem” dat is vanuit je ingewanden, je zo over iets ontfermen is een heel diep medelijden en meegevoel, dat als het ware in je buik zit: je “rechem”, de baarmoeder. “Rachem” is dus ook barmhartigheid. Dat is dus de beschrijving die de HEERE hier geeft in Zijn “רָצוֹן ratzon”, dat wil zeggen Zijn vrije keuze van Zijn hart, de vrije keuze van Zijn liefde.  Zo heeft God zich weer over dit volk ontfermd, na die tijd van grote toorn. En dat leidt tot een wonderbare heerlijkheid van de stad. 

Israël zal  het economische en politieke hart van de wereld zijn.  Het economische: het vermogen gaat daarnaar toe en vandaar uit wordt het weer verspreid en gebruikt tot zegen  van de wereld. En het politieke hart:  hun koningen zullen naar hen toe geleid worden. Geen Verenigde naties meer, geen politiek die om het geld en de macht draait. Gods Tora die op gerechtigheid en liefde is gebaseerd is de basis. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de HEERE uit Jeruzalem.

Het is de heerschappij van Yeshua de Messias op de troon van David die in Jeruzalem komen zal en daar over het volk en over de wereld zal regeren.

Vers 13 De luister van de Libanon zal naar u toe komen, cipres, plataan en dennenboom tezamen, om de plaats van Mijn heiligdom aanzien te geven,  en Ik zal de plaats van Mijn voeten verheerlijken.

Nu is Libanon nog een vijandig gebied, waar de Hezbollah – is de partij van Allah – regeert. Maar dit gebied behoort Israël toe volgens Gods beloften die dan in vervulling gaan. Libanon met zijn prachtige bomen, die het hout voor de tempel leveren.

Jesaja 66:1 Zo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon en de aarde de voetbank van Mijn voeten. Waar zou dan het huis zijn dat u voor Mij zou willen bouwen en waar de plaats van Mijn rust?

 

vers 14: Ook zullen, zich buigend, naar u toe komen de kinderen van hen die u onderdrukt hebben,

Het nageslacht van al die volkeren., die Israël naar het leven hebben gestaan, buigen zich hier voor de God van Israël.  Dat is een gebaar van erkenning van schuld. Die schuld wordt ook bedoeld in

Zacharia 1:15 Maar Ik ben zeer toornig op die zorgeloze heidenvolken. Ík was een weinig toornig, maar zíj hebben geholpen het erger te maken.

Maar ook  allen die u verworpen hebben, zullen zich neerbuigen aan de voetzolen van Gods volk. Dat laatste staat in het enkelvoud. Het kan bedoeld zijn voor Israël als volk, maar, hoewel de Messias pas in Jesaja 61 genoemd wordt, zou het ook aan Zijn voeten kunnen zijn.  

en zij zullen u noemen: Stad van de HEERE, het Sion van de Heilige van Israël.

DE NIEUWE HEERLIJKHEID VAN JERUZALEM.

Vers 15 In plaats van dat u verlaten en gehaat bent geweest, zodat niemand door u heen trok, zal Ik u tot een eeuwige glorie maken, tot een vreugde van generatie op generatie. Vers 16  U zult de melk van de heidenvolken zuigen, ja, u zult aan de borst van koningen zuigen;

Israël was door God verlaten, toen het huwelijksverbond op de Sinaï was verbroken en het tienstammenrijk een scheidbrief had gekregen (Jeremia 3) , maar ook Juda ontrouw was geworden. Maar nu wordt alles anders. God maakt Israël tot een eeuwige glorie. Israël dat eerst gehaat werd door de volken, lijkt nu wel als een kind vertroeteld te worden door de volken. Israël wordt gevoed met melk van de heidenvolken en zuigt aan de borst van koningen. Een overdrachtelijke manier van spreken waaruit een ongekende genegenheid naar voren komt die alleen God kan bewerken.

 vers 16 verder: dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw Heiland ben, en uw Verlosser, de Machtige van Jakob.

Vers 17 In plaats van koper zal Ik goud brengen, in plaats van ijzer zal Ik zilver brengen, in plaats van hout koper, in plaats van stenen ijzer.

De toekomstige heerlijkheid  van Jeruzalem kan niet kan vergeleken worden met de heerlijkheid die Jeruzalem ooit heeft gehad.

En als uw opzichter stel Ik vrede aan en als uw opzieners gerechtigheid…… vrede en gerechtigheid is het wezen van alles wat in Jeruzalem plaats vindt. Zo zal Israël geregeerd worden en via Israël dus de volkeren.

Vers 18 Er zal niet meer gehoord worden van geweld in uw land, van verwoesting of rampen binnen uw grenzen, maar uw muren zult u noemen Heil, en uw poorten Lof.

Met deze vier woorden: vrede, gerechtigheid, heil en lof wordt deze nieuwe situatie gekenmerkt. Het geweld is voorbij, er is volstrekte vrede, volstrekte gerechtigheid. Een beeld van wat het volk en de wereld dus uiteindelijk zal meemaken in het duizendjarig rijk.

Vers 19 De zon zal voor u niet meer zijn tot een licht overdag en als een schijnsel zal u de maan niet verlichten.

Profetieën gaan soms ineens een stap verder omdat de profeet dan nog voorbij dat duizend jarig rijk gaat kijken.  Dat is een eeuwige toestand en dan zitten we in Openbaring 22 en 21:

……….maar de HEERE zal voor u zijn tot een eeuwig licht en uw God tot uw sieraad.

Een prachtige uitdrukking: God zelf zal het Sieraad zijn. Dat is de tipharah תִּפְאָרָה dat is het sieraad. Daarom wordt Israël als Zijn land in het boek Daniël wel het Sieraadland  genoemd. Die het Licht or אוֹר doorgeeft,  de glans die Licht kan weerkaatsen. In Openbaring 21 lezen we

Openbaring 21: 22 Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam. 

23 En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp. 24 En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin.

In die drie verzen van Openbaring 21 vind je dus het geheel van Jesaja 60  terug.

20 Uw zon zal niet meer ondergaan en uw maan zal zijn licht niet intrekken, want de HEERE zal voor u tot een eeuwig licht zijn en aan de dagen van uw rouw zal een einde komen.

Duidelijke beelden denk ik.  De heerlijkheid van de HEERE die de stad beschijnt, verlicht, dat is een eeuwig licht  waarin de uiteindelijke toestand van de schepping verkeren zal.

21 Uw volk, zij allen zullen rechtvaardigen zijn, voor eeuwig zullen zij de aarde in bezit nemen.

In Romeinen 11 kunnen we lezen hoe dat hele rechtvaardige volk door Gods handelen wordt samengesteld.  In vers 4 van dat hoofdstuk wordt van Israël gezegd dat het een “overblijfsel” is. We komen dat op meerdere plaatsen in de Bijbel tegen. Ook Jesaja spreekt dat enkele malen uit, bijvoorbeeld:

Jesaja 28:5 Op die dag zal de HEERE van de legermachten tot een schitterende kroon en sierlijke krans zijn voor het OVERBLIJFSEL van Zijn volk.

Als Paulus het hierover heeft in Romeinen 11 zegt hij ook hoe heel Israël zalig zal worden:

Romeinen 11:25 Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. 26. En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.

De volheid van de heidenen, d.w.z. het getal uit de volkeren dat Yeshua heeft aangenomen en wedergeboren is, zal geestelijk gesproken het Koninkrijk binnengaan en bij Israël geteld worden. Zij zijn door Yeshua geënt op de olijfboom die geworteld is in het Verbond met Abraham, waardoor zij mede deel hebben gekregen aan de wortel en de vettigheid van de olijfboom. (Romeinen 11:17)

Zouden zij niet de kinderen zijn waarover Jesaja 49 spreekt:

Jesaja 49:21 En u zult zeggen in uw hart: Wie heeft deze kinderen voor mij voortgebracht, aangezien ik van kinderen beroofd en eenzaam was, verbannen en verdreven? Deze kinderen – wie heeft ze grootgebracht? Zie, ik was alleen overgebleven. Deze kinderen – waar waren die?

Jesaja 60:21b Zij zullen een stekje zijn, door Mij geplant, een werk van Mijn handen, opdat Ik verheerlijkt zal worden.

Dat stekje heeft YAHWEH geplant tot verheerlijking van Zijn Naam om Zijn heerlijkheid binnen de schepping te weerspiegelen.  Israël is het werk van Zijn handen. Hij doet dat, het is geen verdienste van dat volk, maar het is de verkiezing van God zelf.

22 De kleinste zal tot duizend worden en de minste tot een machtig volk

Dat zou kunnen betekenen dat de kleinste heerser over duizend zal zijn, de alef, de heerser over duizend, maar het kan ook zijn: de kleinste zal uitgroeien tot duizend, hij zal op die wijze vruchtbaar zijn.

Het kleinste en het minste wordt alleen door Gods toedoen een ontelbare schare.  Ook weer een prachtige beeldspraak. Zoals Abraham de belofte krijgt dat hij een groot volk zal voortbrengen, dat zijn nakomelingen niet te tellen zouden zijn, zo wordt hier gezegd “ieder van jullie, zelfs de minste, zal een machtig volk zijn.”  Geen depopulatie, waarmee we in onze tijd mee geconfronteerd worden. Dat komt uit het brein van satan die een moordenaar van de beginne is. Maar zijn rijk van doodscultuur gaat ten gronde in de komende oordelen. De God van het LEVEN, in de persoon van de WEG, DE WAARHEID EN HET LEVEN, zal het herstel van de schepping inzetten, na een korte tijd van lijden, voor allen die Zijn verschijning hebben liefgehad.

En dan die prachtige  slotzin: :

 Ik, de HEERE, zal dit te zijner tijd spoedig doen komen.