English & other languages: click here!

Psalm 25 Gebed om bescherming en vergeving

Ook deze psalm heeft, net zo als Psalm 119, een bijzondere “rijmvorm”. Het is verdeeld volgens de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet. De zin van ieder deel begint met de letter die aan de beurt is.

Het gedeelte begint met “maak mij Uw wegen bekend”. Wegen is in het Hebreeuws (Strong H1870), דֶּרֶךְ derech. Het betekent een pad betreden (denk aan een platgetreden pad, of een diep uitgesleten spoor vanwege het vele gebruik ervan), dus ook een levenspad dat steeds opnieuw gelopen wordt. Het uitgesleten spoor schildert voor ons het beeld dat de weg niet verandert. De wegen van God zijn vastgesteld en eeuwig.

Het woord “paden” is in het Hebreeuws, Strong H734, אֹרְח orach, en dat komt van dezelfde wortel als derech.  Het betekent de levensloop die beïnvloed wordt door ons handelen. Het beeld is het begaan van een pad, overeenkomstig een reeks patronen, dat bepaald wordt door onze gewoonten. De wegen en paden van de YHWH staan in fel contrast ten opzichte van de wegen en paden die de mens in deze wereld gaat.  Naar onze natuur bewandelen we de wegen en paden van de mens. We hebben de HERE nodig om ons te leiden in Zijn waarheid en om ons te onderwijzen hoe het gaan in Zijn wegen eruit ziet. Dan worden we ons ervan bewust hoever we van Zijn waarheid zijn afgedwaald. Dan is het nodig om onze schuld te belijden. Dat komt ook uit in de centrale as van de chiastische structuur van de psalm. Van dit gebed van David kunnen we veel leren.

Opnieuw zien we hier dat onze God de God van ons heil is. Van nature zijn we zondaars. Zodra we deel krijgen aan Zijn heil, begint Hij ons te leiden in Zijn waarheid en onderwijst Hij ons hoe we moeten gaan in Zijn wegen en paden. David is zich daarvan bewust en begint de psalm met de zin “Tot U, HEERE, hef ik mijn ziel op….”

Het is alsof David zijn ziel in zijn uitgestrekte handen naar de hemel opheft  en zegt:

"Hier ben ik HEER, volledig aan u overgegeven."

Dit lied is een ootmoedig smeekgebed in nood. Hierin voelt David zich één met zijn volk (Psalm 25:22). Davids nood ligt in zijn zonde (vers  7,11) en in innerlijke ellende: eenzaamheid en angst (v. 16,17). Die ellende is veroorzaakt door zijn zonde (v. 18), maar ook door wat zijn vijanden hem aandoen (v. 19).

David brengt zijn nood bij de HERE. Bidden is: je hele leven als een last optillen en onder Gods liefdevolle aandacht brengen (v. 1b). Voorwaarde is dan wel dat eerst de weg tot God wordt vrijgemaakt. (Psalm 84:6)

Hoe gebeurt dat?

Door je vertrouwen uit te spreken in Zijn trouw, genade en verhoring van je gebed en je schuld te belijden (vgl. v. 6-11). Dit zijn kenmerken van een nederig gebed en zo wint je pleidooi aan kracht.

Als we net zo als David onze weg tezamen met God gaan zien we de hele dag uit naar Zijn aanwijzingen. Maar we beseffen met David dat we een zondige menselijke weg hebben verlaten en we weten dat we Zijn barmhartigheid zo nodig hebben. We waren zo gewend geraakt aan die oude weg dat het steeds weer een keuze van onze wil vraagt om nu Gods weg te vervolgen en Zijn leiding te vertrouwen.

David gaat in die wegen ook steeds meer Gods wijsheid en liefde zien, maar ook zijn  kleinheid en afhankelijkheid van Hem.

Als zo de weg vrij is, kan David God alles voorleggen. Zijn diepste verlangen is nu dat hij in Gods wegen gaat. Alles wat daartoe nodig is, kan alleen de HERE geven en dat wil Hij David en ons ook geven: onderwijs en metterdaad wandelen in het rechte spoor (v. 4,5,8,9,12).

De rijkdom die je dan als gebedsverhoring en als genadige beloning voor de goede keus krijgt, bestaat vooral in de gave van de eerbied voor God (v. 12a).

In deze psalm wordt de vertrouwelijke omgang met God heel mooi getekend. Het is  zoals je met een goede vriend omgaat  aan wie je alles kunt zeggen wat je met hem wilt delen. Zo doet God Zich kennen als machtige en volkomen betrouwbare Bondgenoot, als dè Waarheid, als de goedgezinde en trouwe Helper (v. 14). Dit brengt ook uitwendige zegen met zich mee, bijvoorbeeld voor je nageslacht (vgl. v. 13).

Van onze kant als partner in dit verbond mag de HERE nu verwachten dat wij Hem en zijn Woord ook trouw blijven (v. 10). Maar God bewerkt ook dat 6), door ons godsvrucht 7) en integriteit te geven (v. 21). Zo zijn we Hem toegewijd met heel ons hart en leven. Gods verbond betekent vastheid en betrouwbaarheid van Zijn kant en echte godsvrucht van onze kant.


In deze psalm komen we enkele malen het woord “goedertierenheid” חֶסֶד  gessed (Strong H2617) tegen dat het wezen van God karakteriseert. Het woord houdt zoveel in: goedheid, genade, vriendelijkheid, betrouwbaarheid. Als we dit tot ons door laten dringen kunnen we met Psalm 117:2 instemmen en God prijzen:

“Want Zijn goedertierenheid is machtig over ons, de trouw van YHWH is voor eeuwig. Halleluja!