English & other languages: click here!

Deuteronomium 7 gedrag ten opzichte van de Kanaänieten

Het kopje dat in mijn Bijbel boven dit hoofdstuk staat vermeldt:  “Hoe Israël zich moet gedragen ten opzichte van de Kanaänieten. Van deze instructies kunnen we weer heel wat leren.  De God van de Bijbel is uiterst radicaal. Dat botst met wat ons geleerd is in de omgang met de ander en wat de onderwijsinstituten onder gedragswetenschappen verstaan. Voordat Israël dit land mocht innemen was de “maat van de zonde vol”. (Gen. 15:16)

Nu mogen ze ook op geen enkele manier toegeeflijk zijn ten opzichte van de inwoners.  Het waren afgodendienaars die totaal beheerst werden door demonische machten. God heeft de wereld lief en wil niets liever dan hun redding in plaats van hun ondergang. Maar als ze bewust kiezen voor een “andere God”, dan is het einde verhaal.  

God geeft ze eerst nog de tijd om te bekeren, maar dan is het ook afgelopen. Dan wacht hen hetzelfde oordeel  als de mensen in de tijd van Noach en  de inwoners van Sodom en Gomorra.  Dat is ook wat de wereld staat te wachten.

Dit waren Gods instructies met betrekking tot de Kanaänieten:

  • Met de ban slaan (2)
  • Geen verbond/contract met ze sluiten (2)
  • Hen niet genadig zijn (2)
  • Geen huwelijken met de inwoners (5)
  • Altaren afbreken (5)
  • Gewijde stenen in stukken slaan (5)
  • Gewijde palen omhakken (5)
  • Beelden met vuur verbranden (5)

Wat “met de ban slaan” precies betekent  weet ik niet. Soms moeten mensen gedood worden, en soms gaat het om alles wat aan YHWH wordt toegewijd. Wellicht wordt dit afgepakt van de goddeloze onrechtmatige bezitter en wordt het aan God teruggegeven. Maar ik ben niet de enige die dat niet goed begrijpt. Ik las dit artikel erover. Je kunt het zelf lezen en toetsen aan de Bijbel. Ik geloof wel dat de zin in dat artikel klopt, waarin gesteld wordt:  “Het gebannene omvatte alles wat behoort tot het terrein van de afgodendienst.” Ik ben ervan overtuigd dat daaraan gekoppeld kan worden dat wij ook alles wat maar enigszins neigt naar afgodendienst uit ons leven moeten bannen. Dat kan ook het verbreken van contacten met mensen betekenen.

 

Israël was en is uitverkoren uit alle volken om Gods speciale  סְגֻלָּה s’khoelah te zijn. Dat is een heel bijzonder woord, dat een vrouwelijk bezit aangeeft, een gewaardeerde schat: dus Gods bruid!  Daar leek het vaak allerminst op. Het doet denken aan het huwelijk van Hosea met een vrouw die hem niet trouw was. En toch.... YHWH weet wat Hem voor ogen staat, wat Hij ervan gaat maken. De tijd komt dat Hij Zijn wet in hun hart zal leggen en dat Zijn liefde van harte beantwoord wordt, dat zal blijken in het houden van de geboden.  Hij zegt ook tegen Zijn “schat”:

Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte. (vers 7 en 8)

De keuze van YHWH is niet op grond van wat mensen zijn of presteren, maar de redenen liggen helemaal in Gods eigen wezen.  Wat Hij beoogt komt tot stand, al gaat de vorming van Zijn Bruid door moeiten en dalen  en moest Hij Zichzelf in Yeshua tot in de dood vernederen, om de mens uit satans doodscultuur tot EEUWIG LEVEN te brengen.

Vervolgens wordt Israël weer aan de verbondssluiting herinnerd: “Weet, dat YHWH uw God is, de trouwe God, die “goedertierenheid” bewijst aan degenen die Hem liefhebben!”

Hierin herkennen we de formulering in de tien geboden: “wie Hem liefhebben en Zijn geboden onderhouden tot in duizend generaties”.  Maar het tegenovergestelde wordt evengoed aan het volk voorgehouden: “Hij doet vergelding aan ieder van hen die Hem haten, door hem om te doen komen”.  We hebben gezien in het voorafgaande gedurende de reis dat dit ook echt gebeurd is. Het is een overblijfsel dat het Beloofde Land binnengaat. Het zal ook een overblijfsel zijn dat het Koninkrijk van God zal binnengaan.

Daarom: moesten zij en moeten wij de geboden, verordeningen en bepalingen die YHWH  gebiedt, in acht nemen door ze te houden. Niet wettisch, maar vanuit het hart, want dat is uiteindelijk Gods bedoeling.  Maar op gehoorzaamheid volgt ook beloning, dat zullen we in het vervolg van dit hoofdstuk zien.


Deuteronomium 7:12-16 Dan zal het gebeuren, omdat u deze bepalingen zult horen, in acht nemen en houden, dat de HEERE, uw God, voor u het verbond en de goedertierenheid in acht zal nemen die Hij uw vaderen onder ede beloofd heeft. 13. Hij zal u liefhebben, u zegenen en u talrijk maken; Hij zal de vrucht van uw schoot zegenen en de vrucht van uw land, uw koren, uw nieuwe wijn en uw olie, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee, in het land dat Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven. 14. Gezegend zult u zijn boven al de volken; onder u zal geen man of vrouw onvruchtbaar zijn, onder uw dieren evenmin. 15. De HEERE zal alle ziekte van u weren en geen van de verschrikkelijke kwalen van Egypte, die u hebt leren kennen, zal Hij u opleggen, maar Hij zal ze geven aan allen die u haten. 16. U zult al de volken verteren die de HEERE, uw God, u geeft. Laat uw oog hen niet ontzien. En dien hun goden niet, want dat is voor u een valstrik.


Hij zal u liefhebben, u zegenen en u talrijk maken........We zien in dit gedeelte dat er uitdrukkingen gebruikt worden die wijzen op voortplanting om de overvloed aan zegen  (wordt drie maal genoemd in dit gedeelte!) te beschrijven als Israël zich aan de geboden houdt.

Alles, van de mens tot de veestapel tot het land, brengt overvloed voort. Er is een overvloed aan LEVEN. De TORA is bedoeld om een bron van ZEGEN en LEVEN te zijn voor degenen die haar gehoorzamen. 


U zult al de volken verteren die de HEERE u geeft....... Naast de zegeningen van LEVEN, belooft God ook dat ze de overwinning zullen behalen op hun vijanden, als ze gehoorzaam zijn aan de geboden (mitzvot).

En dien hun goden niet, want dat is voor u een valstrik...... Opnieuw een waarschuwing tegen de afgodendienst, maar even goed een waarschuwing om niet net  afgodendienaars om te gaan. Hier is ook een herhaling van de opdracht om de beelden te vernietigen Deut. 7:25-26. De afgoden die de heidenen aanbeden hadden, waren een gruwel voor God en daarom moesten zij dat ook voor hen zijn. Allen die God van harte liefhebben, haten wat Hij haat. Zoals David dat in Psalm 139 zegt: 

Psalm 139:21-22 Zou ik niet haten, HEERE, wie U haten, walgen van wie tegen U opstaan? 22. Ik haat hen met een volkomen haat, mijn eigen vijanden zijn het.


Deuteronomium 7:17-24 Wanneer u in uw hart zegt: Deze volken zijn groter dan ik; hoe kan ik hen ooit uit hun bezit verdrijven? 18. wees dan niet bevreesd voor hen. Denk steeds aan wat de HEERE, uw God, met de farao en met alle Egyptenaren gedaan heeft, 19. de grote beproevingen die uw ogen gezien hebben, de tekenen, de wonderen, de sterke hand en de uitgestrekte arm waarmee de HEERE, uw God, u uitgeleid heeft. Zo zal de HEERE, uw God, doen met al de volken voor wie u bevreesd bent. 20. Daarbij zal de HEERE, uw God, horzels onder hen zenden, totdat zij die overgebleven en voor u verborgen zijn, ook omgekomen zijn. 21. Schrik voor hen niet terug, want de HEERE, uw God, is in uw midden, een groot en ontzagwekkend God. 22. De HEERE, uw God, zal deze volken van voor uw ogen verdrijven, maar geleidelijk: u zult hen niet onmiddellijk kunnen vernietigen, anders zouden de dieren van het veld te talrijk worden voor u. 23. De HEERE, uw God, zal hen aan u overgeven; Hij zal hen in grote verwarring brengen, totdat zij weggevaagd zijn. 24. Hij zal u hun koningen in uw hand geven, en u moet hun naam van onder de hemel doen verdwijnen; niemand zal vóór u standhouden, totdat u hen weggevaagd hebt.


wees dan niet bevreesd voor hen........ we lazen al in vers 16 dat God beloofde dat, als ze gehoorzaam zouden zijn, de overwinning op hun vijanden zouden behalen. Daarom hoeven ze niet bang te zijn en, als ze angst hebben, is het goed om terug te denken aan de bevrijding uit Egypte. 

u zult hen niet onmiddellijk kunnen vernietigen.......YHWH, uw God, zal deze volken van voor uw ogen verdrijven.....maar Hij zou niet alle vijanden in één keer verdrijven.Misschien wilde Israël dat het land voor hen ontruimd was, maar God wist dat het niet het beste was voor het land of voor hen.

anders zouden de dieren van het veld te talrijk worden voor u...... eerst zouden de legers Kanaän binnentrekken om het gebied te veroveren. Als het land dan vrijwel onbewoond is door mensen krijgen de dieren er vrij spel en zal dat overlast geven als ze er komen wonen; daarom moet die verovering geleidelijk plaats vinden.

 


Deuteronomium 7:25-26 De beelden van hun goden moet u met vuur verbranden. Het zilver en goud dat erop zit, mag u niet begeren of voor uzelf nemen, anders wordt u daardoor verstrikt, want het is voor de HEERE, uw God, een gruwel. 26. U mag zoiets gruwelijks niet in huis halen, anders wordt u evenzo tot iemand op wie de ban rust; volledig verafschuwen moet u het, ja, er een diepe afschuw van hebben, want het is iets waarop de ban rust.


De beelden van hun goden moet u met vuur verbranden........ Dat branden van vuur is een oordeel. Deze beelden, en heel de afgodendienst hadden het land verontreinigd.

Het zilver en goud dat erop zit, mag u niet begeren ........Ze moesten het ook niet in het hoofd halen om daar nog waardevol goud of zulver van af te halen, wat natuurlijk heel verleidelijk was. Maar de mens die zoiets doet haalt onheil over zich: de vloek, het tegenovergestelde van zegen. Het is een gruwel voor God. De eer die Hem toekomt wordt aan beelden gegeven.

anders wordt u evenzo tot iemand op wie de ban rust....... Meestal heeft de ban de betekenis van een oordeel. Een persoon die verbannen is, mag niet blijven leven (Lev. 27:29). Het gaat dan om mensen die ernstige zonden bedreven hebben, zoals afgoderij (Ex. 22:20, Deut. 7:26 en Deut. 13:12-16).