English & other languages: click here!

Johannes 7:25-53 - Stromen van Levend Water

In een ander deel hebben we Johannes 7:1-24 behandeld. Zie deze pagina. In dit deel vervolgen we dit bijzondere hoofdstuk. Het gebeuren speelt zich af op het Loofhuttenfeest, waarin het verblijf van de Israëlieten in de woestijn wordt herdacht terwijl het ook een oogstfeest is, want alle oogsten in Israël zijn dan binnengehaald. Het is bovendien een feest dat uitziet naar de toekomst, want in Zacharia 14:16-19 lezen we dat dit 7 dagen durende feest ook in het Vrederijk gevierd zal worden.

Dit gedeelte begint al met een tekst die weinig feestelijk klinkt op dit Loofhuttenfeest.

Johannes 7:25-26 Sommigen dan van de inwoners van Jeruzalem zeiden: Is Hij het niet Die zij proberen te doden? En zie, Hij spreekt vrijuit en zij zeggen niets tegen Hem. Zouden onze leiders soms werkelijk tot de erkenning zijn gekomen dat Híj werkelijk de Christus is?

Het bleek dus al een publiek geheim te zijn dat de farizeeën en schriftgeleerden Yeshua wilden doden. Het bleek ook al uit het eerste vers van dit hoofdstuk dat Yeshua er rekening mee hield dat zij Hem wilden doden.  In vers 19 sprak Yeshua uit wat ieder stilzwijgend wist: “Waarom wilt U Mij doden?” Dan wordt er ontkennend geantwoord en zegt men dat Yeshua van een demon is bezeten.

Alles met elkaar geen feestvreugde. De opdracht in Leviticus 23:40 om “zich zeven dagen lang voor het aangezicht van de HEERE, uw God, te verblijden” zou niet zo vanzelfsprekend zijn. Er was strijd en haat en nijd.

Maar Yeshua onderwees het volk wel. Hij zei:

“U kent Mij niet alleen, maar u weet ook waar Ik vandaan kom; en Ik ben niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij Die Mij gezonden heeft, is waarachtig, en Hem kent u niet. Maar Ik ken Hem, want Ik ben van Hem afkomstig, en Hij heeft Mij gezonden.”

Als Yeshua zegt "u weet ook waar ik vandaan kom", dan bedoelt Hij niet of Hij van Galilea of Bethlehem komt, maar dat Hij van de Vader in de hemel komt. Dat prikkelt de farizeeën, die Hem liever uit Galilea afkomstig zien.

De mensen hadden zich net verwonderd dat ze Hem Zijn gang lieten gaan, maar nu werden de leiders boos. “Wàt…… zouden zij als “deskundigen” God niet kennen en Hij wel?”  Ze wilden Hem te pakken nemen, maar ze konden het niet, de kracht van God verhinderde het hen. Het was nog niet Zijn tijd om gedood te worden. Alles zou lopen volgens het goddelijk plan, ook dat wat satan wil organiseren.

Op dat moment kwamen er veel Joden tot geloof. Ze vroegen zich af: “Wanneer de Christus komt, zal Hij toch niet meer tekenen doen dan Híj gedaan heeft?” (vers 31).

De farizeeën hoorden wel dat de mensen geloof hechtten aan wat Yeshua zei en wilden Hem opnieuw te pakken nemen. Maar nu stuurden ze een soort mini-ME-brigade om dat te doen. Maar die kwamen ook onverrichter zake terug, helemaal onder de indruk van wat Yeshua sprak.

Yeshua ging onverminderd door met Zijn prediking:
“Nog een korte tijd ben Ik bij u en dan ga Ik heen naar Hem Die Mij gezonden heeft. U zult Mij zoeken maar niet vinden, en waar Ik ben, kunt u niet komen. Vers 33,34

Intussen was de laatste dag van het feest aangebroken. Men was gewoon iedere dag van het feest een plengoffer te brengen. De priester vulde dan een gouden kruik met badwater uit de vijver van Siloam en bracht die naar de tempel. Een ceremonie waarbij op de trompetten werd geblazen. Dan werd er geciteerd uit Jesaja 12:

Jesaja 12:2,3 Zie, God is mijn heil, ik zal vertrouwen en geen angst hebben, want mijn kracht en psalm is YAHWEH, en Hij is mij tot heil geworden. U zult met vreugde water scheppen uit de bronnen van het heil.

In het Hebreeuws klinkt daarin de Naam van Yeshua door, want dat woord “heil” wordt uitgesproken als “Yeh   shua” הִנֵּה אֵל יְשׁוּעָתִי  “Hineh El Yeshuati”, (Het voorvoegsel Yeh of Yah is een korte vorm van Yahweh, shua = heil, het achtervoegsel “ti” betekent “mijn”.) Eigenlijk zeggen ze: “zie God is mijn Yeshua”. Hoe duidelijk kon het voor ze zijn! Hun Heil, hun Verlossing, hun Yeshua stond voor hun neus!

Er werd gebeden om regen, zodat de aarde vruchtbaar gemaakt zou worden voor het volgende landbouwseizoen. Men zong

 

Psalm 118

Ik zal U loven, omdat U mij verhoord hebt

en mij tot heil geweest bent.

De steen die de bouwers verworpen hadden,

is tot Een hoeksteen geworden.

Dit is door de HEERE geschied,

het is wonderlijk in onze ogen.

Dit is de dag die de HEERE gemaakt heeft,

laten wij op deze dag ons verheugen en verblijd zijn.

Och HEERE, breng toch heil;

och HEERE, geef toch voorspoed.

Gezegend wie komt in de Naam van YAHWEH!

Wij zegenen u vanuit het huis van YAHWEH.

De HEERE is God, Hij heeft ons licht gegeven.

Bind het feestoffer vast met touwen

tot aan de hoorns van het altaar.

U bent mijn God, daarom zal ik U loven;

mijn God, ik zal U roemen.

Loof de HEERE, want Hij is goed,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

 

Als je deze Psalm rustig doorleest en op je laat inwerken, wat is het dan een psalm die helemaal op Yeshua slaat. Hij is de “Steen” die daar ter plekke door het sanhedrin wordt afgekeurd. Hij is de “Hoeksteen”. Hij is het “Licht” van de wereld". Het “heil” is weer het woord “Yeshua”, Hij komt in de Naam van YAHWEH! Hij is YAHWEH in het vlees verschenen. Hoe wonderlijk is dat in onze ogen! Alles wees daar op Hem! Ook het "Levende Water" dat geplengd werd!

 

Toen stond Yeshua op en riep met luide stem:

Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. (vers 37 en 38)

 

Ik vul het nog even aan met wat Yeshua over het levende water zei tot de Samaritaanse vrouw:

Wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven. Johannes 4:14

 

Dit was het wat de Heilige Geest zou bewerken in hen die Hem in geloof zouden aannemen:

Johannes 7:39 En dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden; want de Heilige Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.

 

Yeshua zou na Zijn opstanding worden verheerlijkt, zodat de Heilige Geest kon worden uitgestort en we alvast een voorschot konden krijgen van Zijn heerlijkheid.

 

Deze indrukwekkende prediking is hartverwarmend. Maar daar waar satan nog overste van de wereld is ontstaat hierdoor verdeeldheid. Dat kan ook niet anders. De wereld bevindt zich hier in het beladen spanningsveld van de oorlog, de strijd tussen het zaad van de slang en het Zaad van de Vrouw, dat is Yeshua.

 

Er komen allerlei meningen: “Hij is werkelijk de Profeet” – “Hij is de Messias” – “de Messias komt toch niet uit Galilea?” – “Hij moet uit Bethlehem komen, de stad van David!”  Weer wordt erover gesproken dat ze Hem wilden grijpen. De farizeeën vroegen aan degenen die Hem in opdracht moesten arresteren: “waarom hebben jullie Hem niet meegenomen?”.  Ze gaven als antwoord wat ook in de centrale as van de chiastische structuur naar voren komt:

 

“Nooit heeft een mens zo gesproken als deze Mens.”

 

Je ziet in dit alles dat de farizeeën (door Yeshua en Johannes de Doper  “slangengebroed” genoemd) alles omdraaien. Ze reageren op de uitspraak “Nooit heeft een mens zo gesproken als deze Mens” met “bent u soms ook misleid?” Dit terwijl ze zelf de misleiders zijn. In vers 20 werd gezegd: “U bent door een demon bezeten; wie probeert U te doden?” Maar op meerdere plaatsen in het hoofdstuk blijkt dat ze dat wel degelijk van plan waren en, zoals we weten, is dat gebeurd. Bovendien hadden de farizeeën zelf het hoofd van de demonen: de duivel tot vader. (Johannes 8:44)

 

Chiastic structure in English

 

Van de mensen over wie ze de leiding hebben wordt verwacht dat ze het standpunt van de farizeeën overnemen. Zij hebben niet geloofd in wat Yeshua predikt (vers 48) dus moet het volk dat ook niet doen. Ze worden vervolgens door hen vervloekt. (vers 49) Daarentegen kwam Yeshua in dit hoofdstuk tot het volk juist met het aanbod van genade:

Johannes 7:38 Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.

 

Tenslotte was het Nicodemus die aanvoelde dat het hier helemaal mis ging. Hij kwam tussenbeide met de opmerking:

Veroordeelt soms onze wet de mens, als zij hem niet eerst hoort en kennis genomen heeft van wat hij doet? (vers 51)

 

Nicodemus was in hoofdstuk 3 door Yeshua een “leraar in Israël” genoemd. Maar sinds de oproep om “wedergeboren te worden” was zijn houding naar zijn collega-farizeeën aan het veranderen. Hij had geproefd dat Yeshua de dingen bij de wortel aanpakte. Dat had dan ook tot gevolg dat hij door dat college minachtend werd aangesproken:  “Kom je soms ook uit Galilea? Kijk maar na en zie dat in Galilea geen profeet is opgestaan.” De Judeeërs keken neer op Galileeërs. Toen Nicodemus Jezus verdedigde zeiden de farizeeën in feite: “Verdedig en steun je Hem? Zo stel je jezelf op hetzelfde niveau als een achterlijke Galileeër!” Dat er geen profeet uit Galilea kwam is een argument waarmee ze plank volledig misslaan want de profeten Elia en Jona kwamen wel degelijk uit Galilea. Dat Jezus eigenlijk in Bethlehem geboren was, hadden de farizeeën kunnen nagaan. De profeet Micha voorzegde dat de Messias uit Bethlehem zou komen:

Micha 5:1 En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af.

 

En met deze veelbelovende tekst sluiten we het hoofdstuk af. Yeshua die hier op Zijn Loofhuttenfeest sprak over het Levende Water dat uit Hem vloeit, werd door de leiders veracht. Maar Hij zal straks Heerser zijn in Israël, nadat Hij eerst komt om de aarde te oordelen. Hij zal zijn volk weiden, ze zullen veilig wonen en Hij zal onze Vrede zijn!

.