English & other languages: click here!

Ga naar hoofdstuk:  Inleiding - 1 - 2 - 3

Habakuk 2 Het antwoord van God aan Habakuk


Habakuk 2:1 Ik ging op mijn wachtpost staan, nam mijn plaats in op de vestingwal, en keek uit om te zien wat Hij in mij spreken zou en wat ik antwoorden zou op mijn aanklacht.


Zoals een bewaker van een stad plaatsneemt op de uitkijktoren of de wal om uit te zien naar wat komt, zo ziet Habakuk uit naar wat God zal zeggen op zijn klacht, genoemd in de verzen 12 t/m 17 van hoofdstuk 1. Hij verwacht antwoord (vs. 1). En krijgt ‘t ook. En daar mogen we van uitgaan. Soms vragen we iets aan God en we verwachten geen antwoord of we willen  onmiddellijk antwoord. Maar het antwoord komt op Gods tijd.  We moeten het wel verwachten. Habakuk zag er bewust naar uit.


Habakuk 2:2 Toen antwoordde de HEERE mij en zei: Schrijf het visioen op, grif het duidelijk in tafelen, zodat het in het snel voorbijlopen te lezen is. 3. Voorzeker, het visioen wacht nog op de vastgestelde tijd, aan het einde zal Hij het werkelijkheid maken. Hij liegt niet. Als Hij uitblijft, verwacht Hem, want Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven.


Schrijf het visioen op ...... Het oordeel over de roofzuchtige en moordlustige Chaldeeën zal komen. Habakuk moet dat zelfs visueel maken door het in tafelen te graveren. Het moet leesbaar voor voorbijgangers moeten worden geplaatst. Ze zouden steeds weer eraan herinnerd worden.  

Al duurt het nog wel even, tòch zal het oordeel komen. Dat Juda het op stenen platen krijgt voorgeschoteld betekent: "Kijk uit, dat je deze boodschap niet aan je voorbij laat gaan."  Dit tekstgedeelte uit vers 3b wordt later in het Vernieuwde Testament opnieuw gebruikt. Zij moeten niet uit het oog verliezen dat de Messias komt en dat ze zich moeten voorbereiden. 

Ook Juda ontmoet zijn God, en die ontmoeting houdt een oordeel in. Wij zullen eveneens de Messias ontmoeten die voorafgaand met het oordeel komt. Juda moet zich op die ontmoeting voorbereiden, de Joden in Hebreeën 10 moeten zich op die ontmoeting voorbereiden en wij moeten ons op die ontmoeting voorbereiden. 

Het is dezelfde voorbereiding die Johannes de Doper predikte: "De bijl ligt aan de wortel". Hij zei: "Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen" de Koning komt eraan! In al die ontmoetingen blijkt telkens weer dat men best vrede heeft met hoe men in deze wereld leeft. David, de man naar Gods hart leefde vanuit het gebed: 

Psalm 139:23-24 Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart,
beproef mij en ken mijn gedachten. 24. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.


Habakuk 2:4-8 Zie, zijn ziel is hoogmoedig, niet oprecht in hem, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven. 5. En ook omdat hij trouweloos handelt bij de wijn, en een trots man is, maar hij zal niet slagen; hij die zijn keel wijd openspert als het graf, en net als de dood is, die niet verzadigd wordt, hij die alle heidenvolken bij zich verzameld heeft, en alle volken bij zich bijeengebracht heeft. 6. Zullen dan die allen niet een spreuk en een spotlied, vol raadsels, over hem aanheffen? Men zal zeggen: Wee hem die vermeerdert wat niet van hem is – hoelang nog? – die gepand goed op zich laadt! 7. Zullen niet, opeens, zij die u bijten, opstaan, ontwaken wie u doen beven, zodat u hun tot buit wordt? 8. Omdat ú vele heidenvolken beroofd hebt, zullen alle overgebleven volken u beroven, vanwege het vergoten bloed van de mensen en het geweld tegen het land, de stad en al zijn inwoners.


Zie, zijn ziel is hoogmoedig, niet oprecht in hem.... Habakuk vroeg zich af waarom Babylon – een natie die nog zondiger is dan Juda – zou worden gebruikt om het oordeel over Juda uit te brengen. Bij het beantwoorden van de profeet verzekerde God hem eerst dat Hij de hoogmoedigen zag en wist dat zijn ziel niet oprecht in hem isDe Chaldeeën zijn een hoogmoedig en trots volk, hun hart zit niet op de juiste plaats (vs. 4).  Die trots komt uit in Habakuk 1:11 "Zo maakt hij zich schuldig die van zijn kracht zijn god maakt". Ze zullen daarom niet blijven bestaan. Ze hebben geen toekomst. De HERE heeft immers een grote afkeer van hoogmoedigen. "God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade". (Jakobus 4:6b) 
Maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven......  Deze zin uit het tweede hoofdstuk is veel gebruikt. Het wordt in veel kerken helaas vaak gebruikt om aan te tonen dat de Tora er niet meer toe doet. Paulus gebruikt deze tekst driemaal:
1. in de brief aan de Romeinen (Romeinen 1:17),
2. in de brief aan de Galaten (Galaten 3:11) en
3. in de brief aan de Hebreeën (Hebreeën 10:37). 

In vers 4 zit een tegenstelling: de hoogmoedige, opgeblazen als een ballon, die zijn eigen kracht verafgoodt, die uiteindelijk knapt. Daar tegenover een rechtvaardige die vanuit geloof in God leeft. Hij ontleent zijn kracht aan God en gaat van kracht tot kracht steeds voort. Psalm 84:8. Nu kun je dit laatste beeld bepaald niet op het zondige Juda toepassen, tenzij...... Tenzij God het Israël voor ogen heeft zoals Hij het uiteindelijk bedoeld heeft. Als JHWH Zijn volk beziet, ziet Hij in hen Zijn eigen werk. Daarom liet Hij Bileam uitspreken:  Hij aanschouwt geen onrecht in Jakob; ook ziet Hij geen kwaad in Israël aan. De HEERE, zijn God, is met hem, en de jubelklank van de Koning is bij hem. Numeri 23:21

Wee hem die vermeerdert..... hier wordt de eerste van een vijfvoudig wee uitgesproken over de Babyloniërs. In de eerste plaats omdat zij zich verrijken ten koste van anderen (vs. 6). 

Omdat ú vele heidenvolken beroofd hebt, zullen alle overgebleven volken u beroven..... Die volken zullen plotseling in opstand komen. En dan zullen jullie beven van angst! Dan beroven die volken jullie, dan pakken zij alles af van jullie! Dat is de straf voor alles wat jullie die volken hebben aangedaan. Dat is de straf voor al dat geweld, de straf voor alle moorden die jullie gepleegd hebben.’ Hier wordt het woord "geweld" weer gebruikt, dat vaker door Habakuk genoemd wordt. 

De aankondiging van het oordeel is in 586 v.Chr. tot vervulling gekomen. Zie 2 Kon. 24:10-17


Habakuk 2:9 Wee hem die op winstbejag uit is voor zijn huis, om zijn nest in de hoogte te bouwen, om zich te redden uit de greep van het kwaad! 10. U hebt schande voor uw huis beraamd. Door vele volken uit te roeien, hebt u tegen uw leven gezondigd, 11. want de steen schreeuwt vanuit de muur, en de balk antwoordt erop vanuit het houtwerk.


Wee hem die op winstbejag uit is..... Hier wordt het tweede "wee" over Babel uitgesproken. "Uit op winstbejag" het is een algemeen geaccepteerd gedrag, ook onder christenen. Dat je hard moet werken om rond te komen en je gezin te eten te geven is heel begrijpelijk. Maar als je onderhoud en onderdak hebt en steeds meer wil bezitten, al je aandacht daarop gericht is, dan is dat een zonde van Babel.   

Babel deed dat in het groot. Was hebzuchtig en roeide daarom vele volken uit. 

........hebt u tegen uw leven gezondigd.....   In het Hebreeuws staat voor het woord leven "nefesh" נַפְשֶׁ dat ook met "ziel" vertaald kan worden. Als we in Lukas 12 de gelijkenis van Yeshua lezen over "de rijke dwaas" dan zien we Gods oordeel over de ziel: Lukas 12:20 Maar God zei tegen hem: Dwaas! In deze nacht zal men uw ziel van u opeisen; en wat u gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn?  De stenen en balken van je bouwwerken zullen tegen je getuigen.  


Habakuk 2:12-14 Wee hem die een stad met vergoten bloed bouwt, die een stad op onrecht grondvest! 13. Zie, is het niet van de HEERE van de legermachten dat volken zich inspannen voor het vuur en natiën zich voor niets afmatten? 14 Want de aarde zal vol worden met de kennis van de heerlijkheid van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt.


Wee hem die een stad met vergoten bloed bouwt: hier komt het derde "wee" ter sprake. Met deze woorden bevestigt YHWH dat het Chaldeese volk een volk van geweld is. De rijkdom waardoor de Babylonische koning zijn schitterende gebouwen kan bouwen, is verkregen door bloedige oorlogen.

Babel schrikt niet terug voor roof en moord. (vs. 12). Maar daar zal eens een eind aan komen. Het zal allemaal verteerd worden door het vuur dat het Chaldese rijk aan haar einde zal brengen:

“Zie, is het niet van de Heere van de legermachten dat volken zich inspannen voor het vuur?” Het Babylonische koninkrijk zal plaats moeten maken voor dat van YHWH  

en van Zijn Messias en in die verwachting leven ook wij in onze tijd. Heel het aarde bestaan loopt daarop uit! 
“Want de aarde zal vol worden met de kennis van de heerlijkheid van de Heere, zoals het water de bodem van de zee bedekt (Hab. 2:14, vgl. Openb. 11:15)”.

Dat wil zeggen: wanneer Gods Koninkrijk komt en de HERE de wereldmachten zal  onderwerpen, zal Hij de aarde met Zijn heerlijkheid vullen. En iedereen zal dan zien dat alle volken, machtig of niet, slechts ijdelheid waren.


Habakuk 2:15-17 Wee hem die zijn naaste te drinken geeft, u die uw vergif daaraan toevoegt, en hem ook dronken maakt om hun naaktheid te aanschouwen. 16. U bent eerder met schande verzadigd dan met eer. Drink ook zelf en laat uw voorhuid zien. De beker in de rechterhand van de HEERE zal op u overgaan: schandelijk braaksel over uw eer. 17. Want het geweld tegen de Libanon zal u bedekken en de verwoesting onder de dieren zal ontsteltenis teweegbrengen, vanwege het vergoten bloed van de mensen, en het geweld aan het land, de stad en al zijn inwoners.


Wee hem die zijn naaste te drinken geeft..... Het vierde "wee" laat zien dat wie een ander uitkleedt en plundert, eens zelf te schande zal worden (vs. 16,17). Door de profeet Habakuk berispte de HEER zowel de dronkaards als degenen die dronkenschap aanmoedigden. "Hem ook dronken maakt om hun naaktheid te aanschouwen." Hoewel ze dachten dat alcohol hen een goed gevoel gaf, zegt God terecht dat ze verzadigd waren met schande in plaats van eer.

De beker in de rechterhand van de HEERE zal op u overgaan..... nu belooft God een beker voor hen, een beker van oordeel en rechtvaardige vergelding voor hun zonden.


Habakuk 2:18-20 Wat is het nut van een gesneden beeld, wanneer zijn maker het gesneden heeft, of van een gegoten beeld dat leugens onderwijst, wanneer de maker op zijn maaksel vertrouwt terwijl het stomme afgoden zijn die hij maakt? 19. Wee hem die tegen het stuk hout zegt: Word wakker! en: Ontwaak! tegen een zwijgende steen. Zouden zij iemand kunnen onderwijzen? Zie, het is met goud en zilver overtrokken, maar er zit volstrekt geen levensgeest in hem. 20. Maar de HEERE is in Zijn heilige tempel. Wees stil voor Zijn aangezicht, heel de aarde!


 Wee hem die tegen hout zegt: "Ontwaakt"....... Het vijfde "wee" wordt uitgesproken omdat Babel afgoden dient (vs. 18,19). Wat is zulk dienen toch dwaas: vertrouwen op iets wat z’n bestaan aan jouzelf te danken heeft! Er zit volstrekt geen levensgeest in hem. In plaats van te vertrouwen op Hem aan Wie wij ons leven te danken hebben. 

Maar de HEERE is in Zijn heilige tempel..... Onze God LEEFT, Hij is aanwezig in Zijn hemelse tempel en zal straks, in het Vrederijk, op aarde bij de mensen wonen. Temidden van alle tumult op aarde is er de wetenschap dat God in Zijn heilige tempel de dingen op aarde bestuurt, tot heil van Zijn volk. Dat geeft rust. Er is maar één God, de HERE, de God van Israël (vs. 20)

Habakuk kon niet begrijpen waarom God een zondig volk (Juda) zou oordelen door een nog zondiger volk (Babylon). God herinnert Habakuk aan Zijn eigen wijsheid en kracht, en aan Zijn uiteindelijke triomf over de goddelozen. God wist dat Babylon gevuld was met trotse, hebzuchtige, gewelddadige, dronkaards en afgodendienaars. Hij sprak over al die zondige eigenschappen het "vijfvoudig wee" uit.  YAHWEH weet hoe Hij met de volken moet handelen. 

Wat kunnen we hiervan leren? Het probleem van Habakuk vond ik in eerste instantie vreemd. Er werd zoveel over de afval van Juda gezegd, dat het m.i. leek dat ze heus niet beter waren dan de heidenen. Wie afvalt van de Tora en afgoden dient is des te meer schuldig voor God, want hij heeft het kunnen weten. Het is wel te begrijpen dat hij wat er te gebeuren stond zijn volksgenoten niet toewenste. Maar in dit alles zie je dat God die gedachte van Habakuk bevestigde. God spreekt het vijfvoudig "wee" over Babel uit. Deze confrontatie tussen Babylonië en Juda, maar ook Israël, is nodig om Gods volk hun identiteit in YHWH te laten realiseren, met het oog op bekering.  Uiteindelijk sprak God tot Bileam in Numeri 22:12 "u mag dat volk niet vervloeken, want het is gezegend." Ook denkt God altijd aan de beloften. De beloftes die God deed aan Abraham, Isaak en Jakob blijven voor altijd gelden. 2 Koningen 13:23. God dacht ook altijd aan die beloften aan Abraham, Isaak en Jakob . Ex.2:24 en Mozes pleit bij God op grond van die beloften Ex. 32:13; Lees ook: Jesaja 41:8-10; Micha 7:20; Romeinen 11:1. ...Zij zijn geliefden om der vaderen wil...... Rom. 11:28. Het volk is gezegend, maar het moet wel de straf op de zonden ondergaan.  

Als we soms niet begrijpen waarom God zo handelt mogen we met onze gedachten daarover naar God toe gaan. Wie oprecht naar Zijn wil en bedoeling zoekt, zoals Habakuk dat deed, krijgt dan ook antwoord. 

De blauwe printscreens in dit artikel zijn afkomstig van deze video, waarin Jacques Brunt over Habakuk spreekt.