English & other languages: click here!

Ga naar hoofdstuk:  Inleiding - 1 - 2 - 3

Habakuk 1 - Strafgericht en gebed

WIE WAS HABAKUK?

Zie inleiding.


Habakuk 1:1 De last die de profeet Habakuk gezien heeft.


Habakuk heeft een goddelijke openbaring gezien, een orakel of last. Het is geen gemakkelijke boodschap en daarom voelt het ook als een last, in de zin dat het zwaar te dragen is of zwaar op het hart ligt. 


Habakuk 1:2-4 HEERE, hoelang roep ik om hulp en luistert U niet, roep ik tot U: Geweld! en verlost U niet? 3. Waarom doet U mij onrecht zien en aanschouwt U de moeite? Ja, verwoesting en geweld zijn tegenover mij, er ontstaat onenigheid, ruzie verheft zich. 4. Daarom verliest de wet zijn kracht en komt het recht nooit meer tevoorschijn; want de goddeloze omsingelt de rechtvaardige, daarom komt het recht verdraaid tevoorschijn.


Ik roep tot U: Geweld! en verlost U niet? Habakuk ziet het geweld en het onrecht om hem heen. Hij roept het uit tot God, maar de HERE doet er niets aan. Wat kan je dat een machteloos en teleurstellend gevoel geven. Maar God heeft zijn roep wel gehoord. Het is beter voor het volk dit te ondergaan om gehoorzaamheid uit te werken. Dat zal alleen maar tot hun heil zijn. God vergeet Zijn volk niet, maar werkt Zijn plan uit, ook al ziet Habakuk dat niet. 

Waarom doet U mij onrecht zien en aanschouwt U de moeite? De profeet lijdt enorm onder het zondige gedrag om zich heen.  Hij ervaart het als onrecht, dat moet God toch zien? Toch is het nodig om je des te meer aan God vast te klampen, om standvastig te worden in vertrouwen. 

 

Onenigheid, ruzie, de Tora die zijn kracht verliest, recht dat verdraaid wordt......de zondaars maken de dienst uit. Habakuk ervaart problemen op allerlei gebied. Zijn eigen volksgenoten ondermijnen Gods heilige Tora! Het lijkt wel alsof de HEERE niet hoort en niet antwoordt, zoals Job dat ook heeft ervaren: 

Job 19:7 Zie, ik roep: Geweld! maar ik krijg geen antwoord; ik roep om hulp, maar er is geen recht.


Habakuk 1:5 Zie rond onder de heidenvolken en aanschouw, verbijster u, sta verbijsterd, want Ik breng in uw dagen een werk tot stand dat u niet zult geloven wanneer het verteld wordt. 6. Want zie, Ik doe de Chaldeeën opstaan, dat grimmige en onstuimige volk, dat de breedten van de aarde doorkruist om woningen in bezit te nemen die niet van hem zijn.


Sta verbijsterd! .... Habakuk moet beseffen dat God aan het werk is. 

Ik breng in uw dagen een werk tot stand dat u niet zult geloven wanneer het verteld wordt...... we gebruiken die uitdrukking als iets "wat te mooi is om waar te zijn", maar dat is niet wat God hier bedoelt. Dit was iets "wat te erg is om waar te zijn". 

Paulus gebruikt die uitdrukking in dezelfde zin met een verwijzing naar Habakuk in het Nieuwe Testament:
Handelingen 13:41 Zie, verachters, verwonder u en verdwijn, want Ik verricht een werk in uw dagen, een werk dat u niet zult geloven als iemand het u vertelt.
Ik doe de Chaldeeën opstaan, dat grimmige en onstuimige volk...... 
de Chaldeeën is een andere benaming voor de Babyloniërs, de inwoners van Babel, (ongeveer het huidige Irak) het oude land aan de benedenloop van de Eufraat en de Tigris. (Genesis 11:1-9). Babel is gesticht door Nimrod, volgens 1 Kron. 1:10; hij was de eerste grote machthebber op aarde. Het was God die deze roofzuchtige natie gebruikt om Zijn volk te straffen voor hun zonden. En God zal dat opnieuw doen in deze eindtijd, maar dan valt het oordeel over de hele wereld, gepaard gaande met de gruwelijkheden van de beide opvolgende wereldmachten. Die verre toekomst is ook al verwerkt in Habakuk's profetie "dat de breedten van de aarde doorkruist". Zie hiervoor de uitleg van de droom van Nebukadnezabeschreven in Daniël 2:24-49. En dat "woningen in bezit nemen" klinkt dat al niet door in de slogan van de NWO "je zult niets bezitten, maar gelukkig zijn"? 


Habakuk 1:7 Schrikwekkend en ontzagwekkend is het. Zijn recht en zijn hoogheid gaan van hem uit. 8. Zijn paarden zijn sneller dan luipaarden, feller dan avondwolven. Zijn ruiters komen eraan in galop, zijn ruiters komen van ver aangevlogen als een arend die toeschiet om te verslinden. 9. Ieder van hen komt om geweld te bedrijven, hun gezichten oostwaarts gericht, en men verzamelt gevangenen als zand. 10. Ja, zelf drijft hij de spot met de koningen, vorsten zijn hem een bespotting. Zelf lacht hij om elke vesting, hij hoopt er aarde tegen op en neemt hem in. 11. Dan zal hij als de wind veranderen en verdertrekken. Zo maakt hij zich schuldig die van zijn kracht zijn god maakt.


Schrikwekkend en ontzagwekkend is het.... Habakuk had God dan wel om verlossing gevraagd, maar dat Zijn bestraffing nu via die goddeloze en wrede Babyloniërs moet plaatsvinden, is voor Habakuk maar moeilijk te verteren. De combinatie van ruiters en arend in vers 8b, wordt door zijn tijdgenoot Jeremia als het volgt verwoord:
Jeremia 4:13 Zie, als wolken komt de vijand opzetten, als een wervelwind komen zijn wagens, sneller dan arenden zijn zijn paarden. Wee ons, want wij worden verwoest!

Nebukadnezar drijft de spot met koningen, hij ontvoert het koningshuis van David. dat zich sinds de hervormingen van koning Josia, ver van God had afgekeerd. 

Zo maakt hij zich schuldig die van zijn kracht zijn god maakt...... De Babyloniërs vereren hun eigen kracht, alsof die kracht hun god is waardoor ze de overwinning behalen. 

Dit schuldig maken werd ook al door Mozes bezongen in zijn lied:

Deuteronomium 32:27 ware het niet dat Ik beducht was voor de toorn van de vijand. Hun tegenstanders zouden het verdraaien en zeggen: Ónze hand is verheven, het is niet de HEERE Die dit alles gedaan heeft.

Als de heidenen eerlijk en wijs waren (en dat zijn ze niet!) zouden ze moeten erkennen dat de overwinning hen door God gegeven werd met een bepaalde bedoeling.

Deuteronomium 32:30. Hoe zou één man er duizend kunnen achtervolgen, en twee mannen er tienduizend laten vluchten, tenzij hun Rots hen verkocht en de HEERE hen uitleverde?

Gods boodschappen zijn er ook voor de heidenen. Maar eigendunk en ongeloof maakt dat het ook daar niet wordt opgemerkt. Men wil dat ook niet opmerken en steelt de eer die God toekomt. Maar Gods Woord leert ons ook dat uiteindelijk de rollen worden omgedraaid. 

Gebed en klacht van de profeet:


Habakuk 1:12-17 Bent U niet van oudsher de HEERE, mijn God, mijn Heilige? Wij zullen niet sterven. HEERE, U hebt hem gesteld tot een oordeel. Rots, U hebt hem gegrondvest om te straffen. 13. U bent te rein van ogen om het kwade aan te zien, moeite kunt U niet aanschouwen. Waarom aanschouwt U wie trouweloos handelen, zwijgt U, wanneer een goddeloze hem verslindt die rechtvaardiger is dan hijzelf? 14. U maakt de mensen als vissen in de zee, als kruipende dieren, die geen heerser hebben.
15. Hij haalt ze alle met een vishaak op, brengt ze bijeen met zijn sleepnet, en verzamelt ze met zijn werpnet. Daarom verblijdt en verheugt hij zich. 16. Daarom offert hij aan zijn sleepnet, brengt hij een reukoffer aan zijn werpnet, want daardoor is zijn vangst groot en zijn voedsel overvloedig. 17. Mag hij daarom zijn sleepnet blijven leegmaken, volken zonder medelijden blijven doden?


Bent U niet van oudsher de HEERE, mijn God, mijn Heilige? ... In een gebed pleit Habakuk op grond van vroegere ervaringen toen hij de verbondenheid nog proefde tussen God en Zijn volk.

Habakuk wist dat het niet goed ging met Juda en vroeg om een oordeel. Maar dit..... mensen die nog vele malen slechter zijn krijgen de macht over hen, die daarbij vergeleken, rechtvaardiger zijn. Dat kan toch niet? Hiermee worstelt Habakuk. Hiermee gaat het spreekwoord op: "Het middel is erger dan de kwaal". 

Zo'n oplossing veroorzaakt nog meer ellende.  Het volk van Juda is als een school vissen dat in zijn geheel wordt gevangen in een sleepnet, hun dood tegemoet. De Babyloniërs zijn dankbaar en brengen offers aan hun oorlogsmaterieel: het "sleepnet en werpnet". 
Zo kijkt Habakuk naar de situatie. Gelukkig brengt hij het bij God, want hij wil het begrijpen. God wijst hem niet af, maar gaat hem onderwijzen.

Jesaja 55:8 Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des Heren. 9 Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten. 

De blauwe printscreens in dit artikel zijn afkomstig van deze video, waarin Jacques Brunt over Habakuk spreekt.