Deuteronomium 1 woestijnervaringen Israël

Vers 1: De locatie vanwaar Mozes deze woorden spreekt is vermoedelijk ed-Dheibe (30 km ten oosten van Hesbon), in het noorden van Moab. Het is een overzicht en herhaling van de gebeurtenissen tijdens de 40 jarige woestijnreis. Van degenen die uit Egypte zijn vertrokken leefden behalve Mozes, alleen nog Jozua en Kaleb. Paulus zegt later in

1 Korinthe 10:5 Maar in de meesten van hen heeft God geen welgevallen gehad, want zij zijn neergeveld in de woestijn.

Vers 2: zie kaart hierboven. De reis van 40 jaren werd nu in elf dagreizen gemaakt. Ongehoorzaamheid kan ervoor zorgen dat het langer duurt om het gestelde doel te bereiken.

God spreekt door Mozes in het boek Deuteronomium:

 

Deuteronomium 1: 3 Het gebeurde in het veertigste jaar, in de elfde maand, op de eerste dag van de maand, dat Mozes tot de Israëlieten sprak, overeenkomstig alles wat de HEERE hem voor hen geboden had.

 

Er zijn Messiaanse kringen waarin zonder commentaar boodschappen van rabbi’s worden omarmd, die eeuwen na Yeshua leefden en Hem afwijzen. Zoals de opvatting van een zeer bekende autoriteit Vilna Gaon (1720-1797, uit Vilnius in Litouwen) die Deuteronomium niet ziet als het Woord van God dat Mozes moest opschrijven, maar als het begin van de Mondelinge Leer.  Een leer die buitenbijbelse bronnen autoriteit geeft en waaraan rabbi's autoriteit ontlenen. 

Mozes zelf heeft alles opgeschreven volgens Gods Woord, dat onze enige Bron is en dat door de Heilige Geest wordt verlicht in ons hart :

Exodus 24: 4 Vervolgens schreef Mozes AL DE WOORDEN van de HEERE op. Hij stond 's morgens vroeg op en bouwde onder aan de berg een altaar en richtte twaalf gedenkstenen op voor de twaalf stammen van Israël.

Numeri 33:2  Mozes schreef hun vertrekpunten op, van rustplaats tot rustplaats, op bevel van de HEERE. Dit nu zijn hun rustplaatsen, ingedeeld naar hun vertrekpunten.

Exodus 34: 27 Verder zei de HEERE tegen Mozes: Schrijf deze woorden voor uzelf op, want op grond van deze woorden heb Ik een verbond met u en met Israël gesloten.

Deuteronomium 31: 9 En Mozes schreef deze wet op en gaf ze aan de priesters, de zonen van Levi, die de ark van het verbond van de HEERE droegen, en aan alle oudsten van Israël.

Deuteronomium 31: 22 Mozes schreef op die dag dit lied en hij leerde het de Israëlieten.

Deuteronomium 31:24 En het gebeurde, toen Mozes gereed was met het schrijven van de woorden van deze wet in een boek totdat zij voltooid waren...

Johannes 5:46 Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven; want hij heeft over Mij geschreven.   Yeshua sprak meermalen over de geschriften van Mozes

Het boek Deuteronomium is een afscheidsrede van Mozes, maar wel bedoeld voor de nieuwe generatie die ook moet weten hoe het hun voorgeslacht is vergaan in de woestijn, om te voorkomen dat ze dezelfde zonden begaan. Ook dit geslacht maakt deel uit van de woestijntocht, die belangrijk is geweest en zal blijven voor de vorming van Gods Bekhoelah (Gods kostbare schat), Gods bruid,  in eeuwig perspectief. Dit leert ons ook om JAHWEH beter te leren kennen en begrijpen in de woestijnreis van ons leven.

Mozes spreekt hier duidelijk namens God als hij zegt:

Zie, Ik (JAHWEH) heb het land aan u gegeven; GA HET BINNEN EN NEEM HET LAND IN BEZIT waarvan de HEERE uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft dat Hij het hun en hun nageslacht na hen geven zou.  Deuteronomium 1:8

Mozes refereert hier nog aan de belofte aan Abraham gegeven, over het toekomstige grondgebied van Israël.

Mozes gaat terug naar het moment dat Jetro hem de raad gaf wijze mannen te benoemen, om te helpen met de rechtspraak, omdat dit teveel werd voor Mozes.

Dezen (de bekwame mannen die aangewezen werden) spraken te allen tijde RECHT onder het volk; de moeilijke zaken brachten zij tot Mozes, maar alle kleine zaken beRECHTten zij zelf. Exodus 18:26 NBG

Dan vermeldt Mozes de verdrietige uitkomst van het sturen van verkenners naar Kanaän.  Israël durfde niet de strijd aan te gaan waarin God voor hen zou strijden. Dat was het gevolg van ongeloof, waardoor het vorige geslacht heeft moeten sterven in de woestijn.  (Zie deze pagina over Numeri 13)

Hierna vertelt Mozes dat ook hij het Beloofde Land niet mocht ingaan, omdat hij uit frustratie over het rebelse gedrag van het volk de Naam van JAHWEH niet heiligde toen God water uit de rots gaf.  Zie de pagina over Numeri 20. Het zou Jozua zijn die hen verder zou leiden het Beloofde Land binnen te gaan.

Toen het volk Israël van die eerste generatie te horen kreeg dat zij door ongeloof het land niet zouden binnengaan en veertig jaar lang in de woestijn moesten zwerven, toen kregen ze spijt. Maar het was te laat. Uit het vervolg van de geschiedenis zien we dat ze zich niet aan de leiding van God hadden overgegeven, ze waren opstandig. Ze zouden de zaak zelf wel even opknappen en de strijd aanbinden tegen de Amelekieten en Kanaänieten.

Nog sprak God in Zijn genade: doe het niet, want Ik zal niet in je midden zijn. Je zult omkomen in de strijd! Maar ze gingen toch het bergland in om te vechten. Het werd een verschrikkelijk fiasco. De mannen sneuvelden in de strijd. Er was leed in heel veel gezinnen.

De nieuwe generatie hoorde al deze dingen uit de mond van Mozes. Zij stonden voor dezelfde situatie. Ook hier was sprake van reuzen en versterkte steden, waarvoor hun ouders zo beducht waren. Het zijn de situaties die zich  voor het gelovige volk steeds  weer voordoen. Ook wij kunnen met reuzen op allerlei gebied  te maken krijgen. Hiervan wil God hen, maar ook ons leren dat, als men gehoorzaam en in vertrouwen Gods weg gaat, Hij de vijand aan hen en ons zal overleveren.

De nieuwe generatie heeft dat begrepen en mocht het Beloofde Land dat vloeide van melk en honing  binnengaan.

Ook wij zijn in de geschiedenis in een periode gekomen dat we spoedig het Beloofde Vrederijk binnen mogen gaan. Tenminste….. als we niet terugdeinzen voor de strijd die er onherroepelijk aan vooraf gaat, maar waarvan we kunnen weten en vertrouwen dat het Gods strijd is, en in Hem is de overwinning. Alleen dan zal God in ons midden zijn.

Dat kunnen we uit deze geschiedenis leren voor onze tijd.