Numeri 20: 1-13 water uit de Rots

  1. MIRJAM STERFT

Het eerste vers van Numeri 20 meldt  heel kort het overlijden van Mirjam. Ze had een grote rol gespeeld vanaf de geboorte van Mozes. Ook zij stierf met de generatie die gezondigd had en mocht het Beloofde Land, waar ze al heel dicht bij waren, niet ingaan.

  1. WATER UIT DE ROTS

De geschiedenis gaat verder. Het volk verbleef in de woestijn Zin dat rondom Kades lag. En er was geen water…..  God had steeds weer opnieuw voorzien in hun levensonderhoud, maar zoiets is gauw weer vergeten. Het regende weer klachten bij Mozes:

  • Waren wij ook maar gestorven met onze broeders (zie het vorige hoofdstuk)
  • Moeten wij hier met ons vee ook maar sterven?
  • Waarom hebt u ons uit Egypte laten vertrekken?
  • Op deze ellendige plaats kunnen we niets zaaien of verbouwen
  • We hebben geen water om te drinken

Opnieuw gingen Mozes en Aäron naar de plaats waar ze God konden

ontmoeten en ook nu vielen ze weer  voorover voor Gods aangezicht. Toen  sprak Jahweh  tot Mozes:

8 Neem de staf en roep de gemeenschap bijeen, u en Aäron, uw broer, en spreek voor hun ogen tot de rots, en die zal zijn water geven. Zo zult u water voor hen voortbrengen uit de rots, en u zult de gemeenschap en hun vee laten drinken.

Mozes nam de staf, zoals God gezegd had. Hij en Aäron riepen de gemeente bij elkaar bij de rots. Mozes was geïrriteerd door het gedrag van het volk en dat is zacht uitgedrukt. Hij zei:

“Luister toch, jullie stelletje ongehoorzame lieden, zullen wij voor jullie uit deze rots water voortbrengen?”

O Mozes….. beheers je en doe wat Jahweh gezegd heeft. Jij brengt geen water voort…  Besef je wel waarvoor deze Rots symbool staat? Nu gaat Mozes de fout in. Hij moest spreken tegen de rots, maar in plaats daarvan sloeg hij tweemaal met zijn staf op de rots en sprak tegen het volk en niet tot de rots.

Ja, gelukkig, er kwam veel water uit de rots, zodat mens en dier genoeg kon drinken. Een hele opluchting voor de mopperende Israëlieten, die in dit hoofdstuk steeds “de gemeente” worden genoemd.  Maar er was wel iets gebeurd wat grote gevolgen had voor Mozes. We lezen:


1 Kor 10: 4 en allen dezelfde geestelijke drank gedronken hebben. Zij dronken namelijk uit een geestelijke rots, die hen volgde; en die rots was Christus.

We zijn het eerder tegen gekomen tijdens de woestijnreis dat Mozes water uit de rots liet komen door er op te slaan en Mozes heeft zich dat ongetwijfeld herinnerd. Het was de eerdere generatie die ook in de woestijn Zin was, ongeveer 40 jaar geleden, in hetzelfde gebied. Beide generaties werden door God beproefd. De vorige keer had Mozes maar één keer op de rots geslagen en hij deed dat toen in opdracht van God. Toen spleet de rots. Als we bovenvermelde tekst uit 1 Kor. 10:4 in gedachten houden, weten we dat met de rots Christus werd uitgebeeld.

Exodus 17:6 Zie, Ik zal daar vóór u op de rots bij de Horeb staan. Dan moet u op de rots slaan, en er zal water uitkomen, zodat het volk kan drinken. En Mozes deed dit voor de ogen van de oudsten van Israël. 

De eerste keer sloeg Mozes de Rots/Christus, waardoor de Rots spleet. Hiermee werd het lijden van Yeshua  uitgebeeld. Er stroomde Levend Water uit de Rots. Nu is het volk aan het eind van zijn tocht door de woestijn, klaar om binnenkort het Beloofde Land in te gaan. De Rots had al geleden in het begin van de woestijntocht,  nu hoefde Hij niet meer geslagen te worden. Dit heeft betrekking op onze situatie, wij die in de eindtijd leven en het Levende Water ontvangen om niet. 

Het opnieuw slaan van de rots is te vergelijken met "het voor de tweede maal kruisigen van Yeshua", wat in de Hebreeënbrief ter sprake komt in verband met afval van het geloof. Ook die afval is geprofeteerd.

Hebreeën 6:4-6 Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, die de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoot zijn geworden van de Heilige Geest, en die het goede Woord van God geproefd hebben en de krachten van de komende wereld,  en die daarna afvallig worden, weer opnieuw tot bekering te brengen, omdat zij voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken.

Wie de antichrist volgt en aanbidt kan niet meer opnieuw tot bekering komen. Mozes kon door deze daad niet in het Beloofde Land komen en hij moest daarmee uitbeelden dat wij niet in het Vrederijk kunnen komen als we afvallig zijn ten aanzien van de Rots, dat is Christus.

1 Korinthe 10:11 Al deze dingen nu zijn hun overkomen als voorbeelden voor ons, en ze zijn beschreven tot waarschuwing voor ons, over wie het einde van de eeuwen gekomen is.

 

Nu volgt er een zware straf voor Mozes en Aäron:  

Numeri 20: 12 Omdat u niet in Mij geloofd hebt, en Mij voor de ogen van de Israëlieten niet geheiligd hebt, zult u deze gemeente niet in het land brengen dat Ik hun gegeven heb.

 

De reden die Jahweh noemt is: ongeloof en het niet heiligen van Gods Naam voor het volk Israël. Het was een emotioneel menselijke reactie geweest in plaats van een door Gods Geest beheerste handeling.  Maar in onze ogen zo begrijpelijk en zo moeilijk voor deze mannen om het doel van deze uiterst inspannende reis niet te kunnen bereiken. Althans naar de mens gesproken. Want het diende een hoger doel.  Mozes, die zo in alles het beeld van Yeshua vertoonde, bleek ook hier niet de volmaakte verlosser  te zijn. Hij was de vertegenwoordiger van de Wet , de Tora die God aan Zijn volk had gegeven. Maar aan de wet moest nog de Heilige Geest worden toegevoegd.  Het moest zijn Woord & Geest. De Heilige Geest werd gebracht door Gods Zoon Yeshua. Toen Hij zich in Nazareth bekend maakte met de woorden van Jesaja 61:

De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen wie gebroken van hart zijn, om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken.

En toen Hij het boek dichtgedaan en aan de dienaar teruggegeven had, ging Hij zitten, en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gevestigd. Hij begon tegen hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan. Lukas 4:18-21

 

De taak van Mozes zou worden overgedragen op Jozua, wiens naam in het Hebreeuws net zo wordt geschreven als de Naam van Yeshua: יְהוֹשֻׁעַ (Jehoshua, hetgeen betekent God geeft heil, God redt). Deze Yeshua is de Rots en geeft ons het “Levende Water” :

 

Johannes 7: 37 En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. 38 Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.

Over dat levende water lezen we in Ezechiël 47:1-12  en Joël 3: 18

 

Zacharia 14:8 Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen,

de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen: 's zomers en 's winters zal het plaatsvinden.

 

Openbaring 21:6  En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde.  Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.