Numeri 13 - verkenners naar Kanaän

Klik hier om een tekst te typen.

Het is prachtig om te zien dat in zo’n reeks namen een boodschap is verborgen.  Misschien heb je voorheen,  net als ik, de namen gelezen zonder dat ze je iets te vertellen hadden. De meeste Hebreeuwse namen hebben ons wat te vertellen. We zien in het overzicht links de stamvaders en rechts de zoon van iedere stamvader die een speciale missie had. In de namen waar de letters EL voorkomen, wordt altijd verwezen naar Elohim = God. Helaas blijkt uit het verloop van deze geschiedenis dat men ondanks de mooie naam God die hen zendt, de eer niet geeft.

Deze namen in de rechter kolom staan niet op volgorde van geboorte, maar op volgorde vermeld in Numeri 13:1-16.

In het spraakgebruik zijn het “spionnen”, maar de Bijbel geeft dat niet aan. Het zou zijn om het volk Israël te bemoedigen, zodat ze wisten dat God een goed land voor hen had bestemd. Dit zou hen motiveren om vanuit hun slavenpositie in Egypte, omgevormd in de woestijn, een volk te mogen zijn dat een licht moest zijn voor de naties, terwijl men leefde in het Beloofde Land. Als zij spionnen zouden zijn geweest zou er geheimhouding zijn van hun namen. De brontekst תֻר “toer”geeft ook aan dat het hier om “rondreizen” of “verkennen” gaat. Blijkbaar wil God Zijn volk hierdoor bemoedigen om de laatste fase in te gaan om het Beloofde Land in te nemen.

In Deuteronomium 1:22 lezen we bovendien dat een verkenning van het land op verzoek van het volk plaatsvond:

Deuteronomium 1:22 Toen kwam u allen naar voren, naar mij toe, en zei: Laten wij mannen voor ons uit sturen, die het land voor ons verkennen en ons verslag uitbrengen langs welke weg wij het moeten intrekken en bij welke steden wij zullen komen.

 

Helaas kennen we de afloop van deze geschiedenis. Het land was prachtig en er waren heerlijke vruchten. Twee van de twaalf, Jozua en Kaleb, kwamen met bemoedigende bevindingen terug, de andere tien zagen het helemaal niet zitten om wat ze gezien hadden. Het volk schrok enorm omdat ze na deze verkenning hoorden dat er reuzen woonden. Ze vertrouwden niet op God, die onmetelijk groter en krachtiger is dan een heel leger reuzen.  Hierdoor moesten ze 40 jaar in de woestijn blijven, zodat een generatie was uitgestorven en God met de volgende generatie verder kon gaan.

De HEERE zei later dat Kaleb het land zou mogen binnengaan, omdat hij "een andere geest" had (Numeri 14:24). De andere geest van Kaleb blijkt uit zijn woorden: ”Laten wij vrijmoedig optrekken, wij zullen het land in bezit nemen, want wij zullen het zeker overmeesteren” (Numeri 13:30). Hij en Jozua hadden dezelfde Kanaänieten, de grote reuzen en dezelfde moeilijkheden gezien als de andere tien verkenners, maar waren tot een heel andere conclusie gekomen. Zij beoordeelden de situatie als een realiteit gebaseerd op geloof. Het verschil tussen de geest van Kaleb en de geest van de andere tien verkenners is het verschil tussen het leven zien ofwel door de ogen van geloof, ofwel door de ogen van ongeloof.

Jozua en Kaleb kunnen we “twee getuigen” noemen van Gods handelen. De uittocht van Israël heeft profetische raakvlakken met onze uittocht naar “Het beloofde Vrederijk”. Ook daarbij is sprake van twee getuigen (Openbaring 11).

 

Het leert ons ook wel iets over onze tijd. Hoeveel christenen gaan er vanuit dat God hen vanzelf in Zijn Koninkrijk brengt alsof er geen strijd aan te pas komt. De grote verdrukking zijn de reuzen van onze tijd waar men niet aan wil. Het is de strijd van

Gen. 3:15 En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar Zaad; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.

Geloof is meer dan een makkelijk godsdienstig leven. We staan in een strijd. Maar we zijn overwinnaars omdat Hij overwonnen heeft. We delen in Zijn strijd en in Zijn overwinning, dat moeten we voor ogen houden als het moeilijk wordt.

ZONDER STRIJD GEEN OVERWINNING!

 

Efeze 6: 12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden,  tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.

SD