1 Korinthe 3 het Fundament

Afgezien van het feit dat God altijd de hoofdpersoon is in ieder Bijbelgedeelte, zijn Paulus en Apollos in 1 Korinthe 3 de personen om wie het gaat. Van Paulus kennen we allemaal zijn bekeringsgeschiedenis. Van Apollos is minder bekend. De Bijbel vermeldt dat hij een Jood is uit Alexandrië (Egypte), die zich ook al bij Johannes de Doper had aangesloten.

Uit de gegevens kunnen we opmaken dat Apollos een bijzonder kundig en gewaardeerd persoon was en dat er tussen hem en Paulus een uitstekende samenwerking was.

In de verzen 6 t.m. 8 wordt hun samenwerking vergeleken met een akker:

Ik (Paulus) heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien.

In het vervolg gebruikt Paulus het beeld van een bouwwerk op een fundament. Apollos stichtte geen gemeentes, maar bezocht de gemeentes die door de prediking van Paulus waren ontstaan. Dat waren de gemeentes in Efeze, Korinthe en Kreta. Dat wordt dan ook bedoeld met wat Paulus schrijft:

Overeenkomstig de genade van God die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd en een ander bouwt daarop. Ieder dient er echter op toe te zien hoe hij daarop bouwt. 1 Kor. 3:10

Paulus had het Fundament gelegd en met die “ander” werd Apollos bedoeld, die op dat Fundament bouwde. Maar dan spreekt hij ook over “ieder” die een taak heeft om te bouwen op het Fundament en toe te zien of dat overeenkomstig Gods Woord gebeurde.

Ondanks het feit dat beide mannen zich samen inzetten voor hetzelfde doel, ontstond er in de gemeente partijschap. De gemeenteleden hadden in plaats van ruzie maken, verder moeten bouwen op het fundament dat gelegd was: Yeshua HaMashiach.

Paulus noemt hun gedrag “vleselijk”, het tegenovergestelde van “geestelijk”, omdat men onder elkaar afgunst, ruzie en tweedracht had over wie de beste van die twee mannen was

“Ik ben van Paulus, en een ander: Ik van Apollos.“

Dit is iets dat zich in alle tijden voordoet en waarvoor we ook altijd op ons hoede moeten zijn. Het nalopen en vereren van leraars en sprekers leidt de aandacht af van Hem om Wie het gaat.

“Eén is uw Meester, namelijk Yeshua HaMashiach, en Gij allen zijt broeders (en zusters)” (Matth. 23:8)

Hij is het Fundament van de geestelijke tempel. En Hij heeft ons voorbestemd om samen die geestelijke tempel te vormen, waarin Hij kan wonen.Natuurlijk is er verschil in talenten, maar als het doel maar zuiver is. En dat was tussen Paulus en Apollos het geval. Dat er om dwaalleer verdeeldheid komt is niet te vermijden, maar dan moet dat ook Bijbels onderbouwd worden. Maar dit was hier in Korinthe zeker niet aan de orde.

Paulus gaat verder met het beeld van het bouwen van de geestelijke tempel. Deze tekst wordt vaak gebruikt om aan te tonen dat er geen tempel meer gebouwd hoeft te worden. Maar dat is niet de bedoeling van deze tekst. In de Bijbel zijn aardse voorstellingen steeds metaforen van een geestelijke werkelijkheid. Ze bestaan beide.

Paulus gaat nog door op het beeld van het fundament en hoe daarop gebouwd moet worden. Je kunt daarop bouwen met verschillende materialen: goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro. Als Paulus dan zegt dat onze werken door het vuur heen moeten, zullen we begrijpen dat werken van hooi en stro direct verbranden. Die hebben geen waarde voor de geestelijke tempel. We moeten dan ook de materialen gebruiken die God ons aanreikt of ter beschikking stelt. Zoals Yeshua al zei

“zonder Mij kunt gij niets doen”. Joh. 15:5.

Wij mensen hebben vaak een drang om actief te zijn en mooie religieuze plannen te bedenken. Maar het moet beginnen bij Hem.

Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen. Romeinen 11:36

Dat wat uit de relatie tussen Yeshua en ons ontstaat, overeenkomstig Gods Woord, dat zal de vuurproef doorstaan. Daarover zullen we loon ontvangen. Dat komt ook in de centrale as van onderstaande chiastische structuur naar voren. Uiteindelijk is het alleen het werk van Yeshua in ons dat eeuwigheidswaarde heeft en waarmee Hij verheerlijkt wordt.

Dan zijn wij van Christus en Christus is van God. (vers 23)

Het hoofdstuk laat het verschil zien tussen wereldse wijsheid en de wijsheid van Yeshua de Messias:

De wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: Hij vangt de wijzen in hun sluwheid. En opnieuw: De Heere kent de overwegingen van de wijzen, dat zij zinloos zijn. Vers 19 en 20.

Dwaasheid is het ook als we onze talenten niet voor Yeshua gebruiken en in de grond begraven. Maar wat als je altijd van harte geloofd hebt in de verlossing van Yeshua en je bouw op het fundament uit zelfbedachte geloofsactiviteiten bestond? Je dacht dat je goed bezig was…. Dan zal dat werk helaas verbranden. Maar God zal je niet verloren laten gaan. Je wordt gered, maar je wordt uit het vuur gerukt.

“Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen.” (vers 15)

Op de dag zal het duidelijk worden” staat er in vers 13. Die dag is de oordeelsdag die met vuur verschijnt. Maar van die dag wordt ook gezegd:

Filippenzen 1:6 "Hij die in u een goed werk begonnen is zal dit voortzetten tot op de dag van Christus”.