Waarom de 14e Nisan?

WAAROM DE 14e NISAN?

Wereldwijd wordt op de vijftiende Nisan de Seideravond van Pesach gevierd, maar...

Waarom vieren wij Pesach op de veertiende Nisan?

Volgens de Joodse tijdrekening begint een etmaal altijd 's avonds bij zonsondergang, zoals we reeds in het eerste hoofdstuk van de Tora lezen: "Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag!" (B’reshit [Genesis] 1:5).
Wij weten allen dat de Shabat in de avondschemering begint, volgens de rabbijnen als er drie sterren aan de hemel zichtbaar zijn. Datzelfde geldt dus ook voor de veertiende en de vijftiende Nisan:

De veertiende Nisan begint dit jaar op DINSDAGAVOND 7 april bij zonsondergang
(Pesach - Seideravond)

De vijftiende Nisan begint dit jaar op WOENSDAAVOND 8 april bij zonsondergang
(Eerste dag van het feest der ongezuurde broden - Uittocht uit Egypte)


Hierover staat het volgende geschreven:


Vayiq'ra (Leviticus) 23:5-6

"In de eerste maand, op de veertiende der maand, in de avondschemering, is het Pesach voor de Eeuwige. En op de vijftiende dag van deze maand is het feest der ongezuurde broden voor de Eeuwige, zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten." (NBG).

"Op de veertiende dag van de eerste maand, word te ere van de Eeuwige het Pesachoffer bereid, in de avondschemer. En op de vijftiende dag van die maand begint ter ere van de Eeuwige het feest van het ongedesemde brood: zeven dagen lang moeten jullie dan ongedesemd brood eten." (Tanach NBV).

"De veertiende dag van de eerste maand, tegen zonsondergang, is het Pesach, ter ere van de Eeuwige. De vijftiende dag van die maand is het feest van de ongezuurde broden, ter ere van de Eeuwige; dan moet u zeven dagen ongezuurd brood eten." (WV).

"Op de veertiende dag van de eerste maand, in de schemering, begint het Pesachfeest ter ere van de Eeuwige. Hierna volgt op de vijftiende dag van die maand het feest van de ongegiste broden. Dan moet je zeven dagen brood eten waarin geen gist is verwerkt." (GNB).

 

B'mid'bar (Numeri) 9:2-5

"De Israëlieten nu zullen het Pesach vieren op de daarvoor bepaalde tijd; op de veertiende dag dezer maand, in de avondschemering, zult gij het vieren op de daarvoor bepaalde tijd, naar al de inzettingen en verordeningen, die daarop betrekking hebben, zult gij het vieren. Toen beval Moshe de Israëlieten het Pesach te vieren; en zij vierden het Pesach in de eerste maand, op de veertiende dag der maand, in de avondschemering, in de woestijn Sinai; juist zoals de Eeuwige Moshe geboden had, deden de Israëlieten." (NBG).

"De Israëlieten moeten op de daarvoor vastgestelde tijd het Pesachoffer bereiden. Dat moet gebeuren op de veertiende dag van deze maand, in de avondschemer, op de vastgestelde tijd, met inachtneming van alle voorschriften en regels die ervoor gelden. Moshe droeg de Israëlieten op het Pesachoffer te bereiden, en zo vierden ze op de veertiende dag van de eerste maand, in de avondschemer, in de Sinaiwoestijn het Pesachfeest; ze vierden het precies zoals de Eeuwige het Moshe geboden had." (Tanach NBV).

"De Israëlieten moeten op de vastgestelde tijd Pesach vieren. U moet het vieren op de veertiende dag van deze maand, tegen de avond, op de vastgestelde tijd, met inachtneming van al de daarbij geldende voorschriften en wetten. Moshe gebood dus de Israëlieten Pesach te vieren. Op de veertiende dag van de eerste maand, tegen de avond, vierden zij Pesach in de woestijn van de Sinai. De Israëlieten deden alles wat de Eeuwige aan Moshe had bevolen." (WV).

"De Israëlieten moeten het Pesachfeest vieren op de daarvoor vastgestelde tijd, en wel op de veertiende dag van deze maand, na zonsondergang, volgens de geldende regels en richtlijnen. Moshe gaf dit bevel door aan de Israëlieten. Op de vastgestelde tijd vierden zij het Pesachfeest in de Sinaiwoestijn. Ze volgden stipt de bevelen van de Eeuwige op." (GNB).

 

B'mid'bar (Numeri) 9:10-11

"Wanneer iemand onrein is door aanraking van een lijk of op een verre reis is, het geldt zowel voor u als voor uw nageslacht, dan zal hij toch des Eeuwigen Pesach vieren. In de tweede maand, op de veertiende dag, in de avondschemering, zal men het vieren, met ongezuurde broden en bittere kruiden zal men het eten." (NBG).

"Wanneer iemand van u of van uw nakomelingen onrein is doordat hij met een lijk in aanraking is geweest of wanneer iemand een verre reis maakt, en hij wil toch ter ere van de Eeuwige het Pesachoffer bereiden, dan moet hij dat doen in de tweede maand, op de veertiende dag, in de avondschemer. Hij moet er ongedesemd brood en bittere kruiden bij eten." (Tanach NBV).

"Wanneer iemand van u of uw nakomelingen door aanraking van een dode onrein is geworden of een verre reis maakt en toch voor de Eeuwige Pesach wil vieren, dan moeten zij het vieren op de veertiende dag van de tweede maand, tegen de avond, en daarbij ongezuurde broden en bittere kruiden eten." (WV).

"Beveel iedere Israëliet het Pesachfeest te vieren, zelfs als hij onrein is geworden door het aanraken van een lijk, en ook wanneer hij op reis is in het buitenland. In beide gevallen vieren zij het een maand later, op de veertiende dag van de tweede maand, na zonsondergang. De regels blijven dezelfde: er moeten ongegiste broden en bittere kruiden worden gegeten." (GNB).

 

B'mid'bar (Numeri) 28:16-17

"En in de eerste maand, op de veertiende dag der maand, zal het Pesach voor de Eeuwige zijn. Op de vijftiende dag dier maand zal er een feest zijn; zeven dagen lang zullen ongezuurde broden worden gegeten." (NBG).

"Op de veertiende dag van de eerste maand wordt ter ere van de Eeuwige het Pesachoffer bereid. En op de vijftiende dag van die maand begint het feest waarop er zeven dagen lang ongedesemd brood gegeten wordt." (Tanach NBV).

"Op de veertiende dag van de eerste maand is het Pesach voor de Eeuwige en op de vijftiende van die maand is het feest. Zeven dagen moet er ongezuurd brood gegeten worden." (WV).

"Op de veertiende dag van de eerste maand moeten jullie het Pesachfeest vieren. Vanaf de vijftiende dag wordt er zeven dagen feestgevierd. Eet dan alleen ongegist brood." (GNB).

 

B'mid'bar (Numeri) 33:3-4

"Zij braken op van Rameses in de eerste maand, op de vijftiende dag der eerste maand; daags na het Pesach trokken de Israëlieten uit door een opgeheven hand, voor de ogen van alle Egyptenaren, terwijl de Egyptenaren bezig waren degenen te begraven, die de HERE onder hen geslagen had, alle eerstgeborenen; de Eeuwige toch had aan hun goden strafgerichten geoefend." (NBG).

"Op de vijftiende dag van de eerste maand verlieten de Israëlieten Rameses; voor de ogen van de Egyptenaren trokken ze de dag na het Pesachmaal onbevreesd weg. De Egyptenaren waren toen hun eerstgeborenen, die de Eeuwige gedood had, aan het begraven; hun goden waren door de Eeuwige van hun voetstuk gestoten." (Tanach NBV).

"Zij vertrokken van Raämses op de vijftiende dag van de eerste maand. De dag na Pesach trokken de Israëlieten onder de machtige bescherming van de Eeuwige voor de ogen van de Egyptenaren weg, terwijl dezen bezig waren de eerstgeborenen die de Eeuwige bij hen gedood had, te begraven. Ook bij hun goden had de Eeuwige zijn vonnis uitgevoerd." (WV).

"Het vertrek van de Israëlieten viel op de vijftiende dag van de eerste maand, de dag na het Pesachfeest. Zij vertrokken vastberaden uit de stad Rameses, terwijl de Egyptenaren moesten toezien. Die moesten eerst hun eerstgeborenen begraven, die de Eeuwige had gedood. Zo had hij hun goden afgestraft." (GNB).

 

Yehoshua (Jozua) 5:10-11

"Terwijl de Israëlieten te Gilgal gelegerd waren, vierden zij het Pesach op de veertiende dag van die maand, des avonds, in de vlakten van Jericho; en zij aten, daags na het Pesach, van de opbrengst van het land, ongezuurde broden en geroost koren, op dezelfde dag." (NBG).

"Toen de Israëlieten in hun kamp bij Gilgal waren, op de vlakte van Jericho, bereidden ze in de avond van de veertiende dag van die eerste maand het Pesachoffer. Al één dag na het Pesachoffer aten ze ongedesemd brood en geroosterd graan van de opbrengst van het land." (Tanach NBV).

"Terwijl de Israëlieten in Gilgal gelegerd waren, vierden zij Pesach op de veertiende dag van de maand, in de avond, in de vlakte van Jericho. En de dag na Pesach, juist op die dag, aten zij ongezuurd brood en geroosterd graan dat uit het land zelf afkomstig was." (WV).

"Tijdens hun verblijf in Gilgal in de vlakte van Jericho vierden de Israëlieten op de avond van de veertiende van die maand het Pesachfeest. De volgende dag aten ze voor de allereerste keer van de opbrengst van het land: ongegiste broden en geroosterd koren." (GNB).

 

Div'rei haYamim bet (2 Kronieken) 35:1

"Daarop vierde Yoshiyahu in Jeruzalem de Eeuwige het Pesach. Men slachtte het Pesach op de veertiende der eerste maand." (NBG).

"Yoshiyahu vierde in Jeruzalem Pesach ter ere van de Eeuwige. Op de veertiende dag van de eerste maand werden de dieren voor het Pesachoffer geslacht." (Tanach NBV).

"Ook vierde Yoshiyahu in Jeruzalem ter ere van de Eeuwige Pesach; men slachtte het Pesachlam op de veertiende dag van de eerste maand." (WV).

"Yoshiyahu vierde in Jeruzalem het paasfeest ter ere van de Eeuwige; op de veertiende van de eerste maand slachtten zij de dieren." (GNB).

 

Ez'ra (Ezra) 6:19

"En op de veertiende van de eerste maand vierden zij die in de ballingschap geweest waren, het Pesach." (NBG).

"De teruggekeerde ballingen vierden Pesach op de veertiende dag van de eerste maand." (Tanach NBV).

"Op de veertiende dag van de eerste maand vierden de teruggekeerde ballingen Pesach." (WV).

"Op de veertiende dag van de eerste maand vierden de teruggekeerde ballingen het Pesachfeest." (GNB).

 

Yechez'qe'el (Ezechiël) 45:21

"In de eerste maand, op de veertiende dag der maand, zult gij het Pesach vieren." (NBG).

"Op de veertiende dag van de eerste maand moeten jullie Pesach vieren." (Tanach NBV).

"Op de veertiende dag moet u Pesach vieren." (WV).

"Vier op de veertiende dag van de eerste maand het Pesachfeest." (GNB).

 

De pesachmaaltijd kon niet op de 15e Nisan na afloop van de 14e gevierd worden:

 

Omdat niet alleen het slachten op de 14e Nisan moest plaats vinden, maar ook de viering zelf inclusief de pesachmaaltijd op de 14e Nisan plaats moest vinden: Leviticus 23:5, Numeri 9:2-5, 9:10-11, 28:16, 33:3-4, Jozua 5:10-11, Ezra 6:19 en Ezechiël 45:21. Een pesachviering op de 15e Nisan is in strijd met deze teksten.

Omdat er tussen de Seiderviering en de eerste dag van Chag haMatzot, die een Shabat is, een gewone werkdag moet liggen, en wel om twee redenen: ten eerste moesten voor het vertrek de restanten van de maaltijd verbrand worden, hetgeen op Shabat niet mogelijk was en ten tweede had Yehuda [Judas], nadat hij als verrader ontmaskerd was, niet tijdens de Pesachmaaltijd kunnen opstaan om inkopen te doen, zoals sommige discipelen dachten (Yochanan [Johannes] 13:29-30), omdat bij het begin van de 15e Nisan alle winkels al gesloten waren.


Omdat Pesach op de 14e Nisan en Chag haMatzot op de 15e Nisan als twee aparte feesten gevierd worden: Leviticus 23:5-6 en Numeri 28:16-17. Dat Pesach geen integraal onderdeel vormt van Chag haMatzot, maar een zelfstandig feest is, blijkt uit Exodus 34:25, waarin expliciet over het Pesachfeest wordt gesproken, zelfs in de orthodoxe Dasberg-vertaling, maar uiteraard ook in de Tanach NBV. In de Hebreeuwse grondtekst staat immers letterlijk: חג הפסח Chag haPasach! Verder staat erbij, dat het bloed van het offerdier niet mag vloeien als er nog chametz aanwezig is. Het mag alleen geslacht worden als er niets meer aanwezig is wat zuurdesem bevat. Dat had dus betrekking op het offerdier en staat los van het feest der ongezuurde broden, dat een dag later begint.


Omdat met Pesach op de 14e Nisan het voorbijgaan van de engel des doods aan de huizen van de Israëlieten herdacht wordt, hetgeen rond middernacht plaats vond, en daarom ook ‘Pesach’ genoemd wordt van ‘pasach’ = passeren, voorbijgaan, terwijl de uittocht uit Egypte pas een dag later, op de 15e Nisan plaats vond: Numeri 33:3-4.


De uittocht kon niet in dezelfde nacht plaats vinden:

 

Omdat het tijdstip van de uittocht niet in de nacht, maar bij zonsondergang lag: “…zult gij het Pesach slachten tegen de avond, als de zon ondergaat, op het tijdstip van uw uittocht uit Egypte.” (D’varim [Deuteronomium] 16:6). Als zowel het slachten van de schapen alsook de uittocht uit Egypte op hetzelfde tijdstip hadden plaats gevonden, namelijk rond zonsondergang, dan zou de uittocht al vele uren eerder plaats gevonden hebben dan het doden van de eerstgeborenen, waarvan wij weten dat dit om middernacht gebeurde. Dus kan er geen sprake zijn van één en dezelfde zonsondergang, maar moeten er wel 24 uur tussen liggen.


Omdat in die nacht niemand van de Israëlieten de deur van zijn huis mocht uitgaan tot de morgen: Exodus 12:22. Zij bleven dus de hele nacht binnen. De uittocht uit Egypte kon derhalve niet in diezelfde nacht plaatsgevonden hebben.


Omdat de Israëlieten de volgende ochtend met vuur moesten verbranden wat er van het gebraden Pesachlam overgebleven was: Exodus 12:10. Dit toont aan dat de Israëlieten tot aan de ochtend binnenshuis waren gebleven en dus nog niet in deze, maar in de nacht daarop uit Egypte waren vertrokken. Dat zij de restanten van het lam pas in de ochtend mochten verbranden en niet eerder blijkt ook uit vers 46, waarin staat, dat men in die nacht van het vlees niets uit het huis naar buiten mocht brengen. Verder toont vers 10 duidelijk aan dat de verbranding niet op de ochtend van de 15e Nisan kon hebben plaatsgevonden omdat de 15e Nisan een hoge feestdag was, een extra shabat waarop geen vuur gemaakt mocht worden.


Omdat het enige tijd in beslag moet hebben genomen om het besluit van de Farao om de Israëlieten te laten vertrekken zowel aan alle Israëlieten alsook ook aan alle Egyptenaren bekend te maken, want toen was er nog geen telefoon, geen skype, geen radio en ook geen televisie.


Omdat de Israëlieten zich vanuit alle delen van het immens grote land Goshen, met al hun have en hun vee lopend naar de verzamelplaats Ra’amses moesten begeven om van daaruit gezamenlijk te vertrekken. Aangezien de meer dan één miljoen Israëlieten zo een groot gebied bewoonden, zullen zij daarvoor de hele dag nodig gehad hebben.


Zowel de uittocht uit Egypte op de 15e Nisan alsook de viering van het feest der ongezuurde broden, eveneens op de 15e Nisan, vonden beiden één dag later plaats dan de viering van Pesach, die dus op de 14e Nisan plaats vond:

 

"Op de vijftiende dag van de eerste maand verlieten de Israëlieten Rameses; voor de ogen van de Egyptenaren trokken ze de dag na het Pesachmaal onbevreesd weg. De Egyptenaren waren toen hun eerstgeborenen, die de Eeuwige gedood had, aan het begraven; hun goden waren door de Eeuwige van hun voetstuk gestoten." (Numeri 33:3-4, NBV). - "Terwijl de Israëlieten in Gilgal gelegerd waren, vierden zij Pesach op de veertiende dag van de maand, in de avond, in de vlakte van Jericho. En de dag na Pesach, juist op die dag, aten zij ongezuurd brood en geroosterd graan dat uit het land zelf afkomstig was." (Jozua 5:10-11, WV).


Als het pesachlam op de 14e Nisan geslacht moest worden en nog in dezelfde nacht (de periode na het donker worden) gegeten moest worden, dan slaat dezelfde nacht ook op dezelfde datum, namelijk de 14e Nisan, want als daar de 15e Nisan mee bedoeld zou zijn, dan had er gestaan dat het de daarop volgende nacht gegeten moest worden.

 

Als de Israëlieten de hele nacht binnen moesten blijven en het huis niet mochten verlaten, dan zou de uittocht op z’n vroegst na zonsopgang plaatsgevonden hebben en niet eerder, dus niet in de nacht maar overdag zoals ook jullie zelf hebben aangegeven.

 

In Deuteronomium 16:1 staat echter heel duidelijk dat de uittocht uit Egypte wel degelijk in de nacht (laila!) heeft plaats gevonden en niet overdag! In Exodus 12:41-42 staat dat het volk Israël na 430 jaar op de dag af uit Egypte trok en dat dit een nacht van waken was. Dus ook in deze tekst is de uittocht in de nacht en niet overdag.

 

Als de uittocht dus ’s nachts plaats vond en volgens Deuteronomium 16:6 bij zonsondergang begon, dan kon dat niet dezelfde nacht geweest zijn, waarin niemand de deur uit mocht en het huis niet mocht verlaten tot de volgende ochtend. Dus moet dus de volgende nacht geweest zijn.

 

Nadat de engel des doods de eerstgeborenen van Egypte had gedood heeft de Farao Moshe en Aharon weliswaar ontboden, maar ze hebben daar geen gehoor aan gegeven, want ten eerste mochten zij evenals alle andere Israëlieten van de Eeuwige hun huis niet verlaten, en ten tweede heeft Moshe al bij zijn laatste bezoek aan de Farao gezegd, dat hij daar niet meer zal komen. Na de negende plaag snauwde de Farao hem namelijk toe: “Verdwijn! Ik wil je niet meer zien! Als je het waagt hier nog eens te komen, zal ik je doden!” “Inderdaad, wij zullen elkaar nooit meer zien!” was het antwoord van Moshe. (Exodus 10:28-29). Daarom gaf Moshe geen gehoor toen de Farao hem in de nacht van Pesach liet ontbieden. De Farao moest dus zijn hovelingen naar Moshe toe sturen om aan hem de boodschap over te brengen, en dat is nu precies wat Moshe al bij zijn laatste bezoek aan de Farao voorspeld heeft: “Al deze hovelingen hier zullen naar mij toe komen en mij op hun knieën smeken om dit land te verlaten en mijn hele volk mee te nemen. En dat zal ik doen ook! Hierop verliet Moshe woedend het paleis!” (Exodus 11:8).

 

Als Moshe en alle andere Israëlieten die nacht binnen moesten blijven, konden ze de Egyptenaren dus pas op z’n vroegst vanaf de volgende ochtend van hun goud en zilver beroven. Bovendien waren ze tot het tijdstip waarop de Farao toestemming gaf om te vertrekken formeel nog steeds slaven en hadden geen bewegingsvrijheid. Daarom konden ze pas overdag hun huizen en dorpen verlaten en vanuit alle delen van het land Goshen (lopend!!!) met bejaarden, kinderen, zware bagage en al hun vee naar de van te voren afgesproken verzamelplaats Ra’amses gaan. Dat had uiteraard tijd nodig voordat iedereen gearriveerd was en dat doe je lopend niet in een paar uurtjes. Volgens Numeri 33:3-5 en ook Exodus 12:37 vertrokken ze dan samen met z’n allen vanuit het verzamelpunt Ra’amses in richting Sukkot. Daar staat in Numeri 33:3 nog expliciet bij dat dit op de 15e Nisan was, op de dag na de viering van Pesach en in Deuteronomium 16:6 staat, dat de uittocht bij zonsondergang begon. Volgens Deuteronomium 16:1 werden de Israëlieten in de nacht uit Egypte geleid. Ze liepen dus de hele nacht door en kwamen helemaal niet aan slapen toe. Dat is dus de nacht van waken en deze nacht van waken was dus nog steeds de 15e Nisan en niet de nacht waarin de eerstgeborenen werden gedood, want van die nacht staat er niets van vermeldt, dat de Israëlieten na de Pesachmaaltijd en dus tot de ochtend niet geslapen zouden hebben. Dat ze het Pesachlam en de bittere kruiden haastig moesten eten geeft al aan dat de Seiderviering niert de hele nacht geduurd heeft. Dat ze het met de schoenen aan, omgordt en de stok in de hand reisklaar moesten eten, was om hen duidelijk te maken dat ze zich ervan bewust moesten zijn dat ze spoedig hun huizen zouden moeten verlaten om voortaan op reis te zijn en inderdaad heeft deze generatie nooit meer in een huis gewoond.

 

Ik hoop dat ik u met bovenstaande uitleg en citaten heb kunnen overtuigen. Mocht dat tegen mijn verwachting in nog steeds niet het geval zijn, dan wil ik u er nog op wijzen, dat voor mij en mijn gezin de voornaamste reden om Pesach bij het begin van de 14e Nisan te vieren is, omdat Yeshua en Zijn discipelen dat ook gedaan hebben en wij volgens 1 Johannes 2:6 zo moeten leven als Hij geleefd heeft!

 

Dat Yeshua en Zijn discipelen wel degelijk de Seidermaaltijd gevierd hebben en niet zomaar een willekeurige maaltijd, blijkt uit de teksten waarin staat dat de discipelen het pesach bereid hebben op het tijdstip waarop het gewoon was om te doen. Ook wordt over meerdere bekers gesproken alsook over het dopen in de schotel en tenslotte dat ze na het zingen van het Halel naar Gethsemane liepen. Dat de Farizeeën het volgens hun eigen opvattingen een dag later hebben gevierd, namelijk op de 15e Nisan, blijkt uit diverse teksten, maar wordt door Yochanan daarom ook “Het Pascha der Joden” genoemd (Johannes 2:13) in tegenstelling tot het Pesach van Adonai, dat Yeshua en Zijn volgelingen. Ook wij beschouwen ons zelf als volgelingen van Yeshua en daarom vieren wij Pesach op het tijdstip waarop Yeshua het gevierd heeft en dat is voor ons de voornaamste reden om dat te doen.

 

Ik hoop dat het nu vanuit G'ds Woord iets duidelijker is geworden waarom wij niet met de grote massa meedoen om de Pesach Seder op maandagavond, de 15e Nisan te vieren, maar ervoor gekozen hebben om de Eeuwige te gehoorzamen, die ons heeft opgedragen om het Pesach te vieren op de veertiende van de eerste maand, in de avondschemering, en vanaf de vijftiende t/m de eenentwintigste het feest der ongezuurde broden.

Ik wens jullie allen fijne en gezegende feestdagen toe!

B'chol tuv,

Werner Stauder