Joël 2:1-17 Blaas de bazuin te Sion

Joël vervolgt het vorige hoofdstuk met de aankondiging dat God komt om te oordelen. We worden  bepaald bij de zware strijd die aan het eind van deze bedeling zal plaatsvinden. In het eerste deel van het hoofdstuk lezen we dat het een zeer zware strijd is.

Het invallende leger vanuit het noorden. Joël 2 leidt ons direct naar het einde van de 'tijden van de heidenen' en naar de tijd van de 'DAG DES HEEREN'. Vanaf vers 11 verschijnt het leger van de HEERE. Dit wijst op de wederkomst en is een fase in de grote strijd te Armageddon (Openbaring 16:14).

Ga naar:  Index/inleiding - Hoofdstuk 1 - Hoofdstuk 2(A) -  Hoofdstuk 2(B) - Hoofdstuk 3

Joël 2:1-2 Blaas de bazuin in Sion, sla alarm op Mijn heilige berg, laat alle inwoners van het land sidderen, want de dag van de HEERE komt, ja, is nabij! 2. Het is een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en donkerheid. Zoals de dageraad zich over de bergen verspreidt, verspreidt zich een groot en machtig volk, zoals er niet geweest is van oude tijden af, en er hierna niet meer zal zijn, jarenlang, van generatie op generatie.

 

Het blazen op de bazuin is het teken van de strijd tussen het leger van heidense volken en de legermachten van YAHWEH (Numeri 10:9). Het betekent: "Bereid je geestelijk voor op de strijd en op het oordeel!" Besef  dat  de tegenstander je wil ontmoedigen en vernederen, dat als je niet daarop voorbereid bent, je de moed verliest en je je gewonnen zou geven aan de vijand.

Wees standvastig in de verwachting van de komst van Yeshua!

De profeet Joël profeteert vrijwel uitsluitend over de "Dag des HEEREN", waarmee het oordeel in zijn tijd, maar ook het oordeel in onze tijd wordt bedoeld. De oproep van Joël "Blaas de bazuin in Sion, sla alarm op Mijn heilige berg!" heeft letterlijk betrekking op Israël en Jeruzalem en heeft bovendien betrekking op wat Yeshua aan Johannes in Openbaring 11 bekend gemaakt heeft over de zevende bazuin. Dat het om Jeruzalem en Juda gaat blijkt ook heel duidelijk uit de eerste verzen van Joël 3.  

Joël 2:1b laat alle inwoners van het land sidderen, want de dag van de HEERE komt, ja, is nabij!

Er trekken legers tegen Israël op. Joël maakt een vergelijking met sprinkhanen (Joël 1:4). De inwoners sidderen. De 'dag van de HEERE' is nabij.

 

Al zou het land Israël zo mooi zijn "als de hof van Eden", daar blijft na de invasies niets van over. Dit doet denken aan de massale Chinese legers die over grote breedte, schouder aan schouder optrekken: rechtuit over alles heen. Het maakt allemaal deel uit van "de dag van de HEERE" en dat houdt in dat het Gods werk is en niet dat van mensen. Als het niet goed zit tussen God en de mens, dan zal hem angst overvallen. In de tijd dat Joël dit schreef, was het tussen God en  Juda niet in orde; zodat de dag des HEREN voor hen niets dan duisternis en donkerheid zou zijn (Joël 2:2 -Jesaja 60:2).

In 1 Thessalonicenzen 5:2 en 2 Petrus 3:10 wordt ook over deze "DAG" gesproken. Petrus zegt dan dat "de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden"

En dit is het effect van zo’n sprinkhanenleger:

Joël 2:3-7 Ervóór verteert een vuur, en erachter verzengt een vlam; ervóór is het land als de hof van Eden, en erachter is het een woeste wildernis. Ook is er geen ontkomen aan. 4 Als het uiterlijk van paarden is zijn uiterlijk, en als renpaarden, zo rennen zij voort. 5 Als het geluid van wagens springen zij over de toppen van de bergen, 7 Als helden rennen zij, als strijdbare mannen klimmen zij tegen de muren op; ieder gaat op zijn eigen weg en zij wijken niet van hun paden af.

Er komt een volk, groot en sterk....... sommige commentatoren zeggen dat er helemaal geen invasie had plaatsgevonden. De sprinkhanenplaag ging ook zeker niet voorbij aan noord Israël (Amos 4:9; Amos 7:1). In het tienstammenrijk ondervond men jarenlang veel onderdrukking en strijd vanuit Assyrië, door welk volk ze later ook in ballingschap werden gevoerd. Die dreiging van Assyrië trof ook Juda. Jeruzalem werd plm. 20 jaar (?) na de wegvoering van Israël, belegerd door het Assyrische leger onder leiding van hun koning Sanherib. Maar Juda had in die tijd een godvruchtige koning (Hiskia) die met het oog op een belegering de watervoorziening van tevoren had veilig gesteld. Deze koning wist zich totaal afhankelijk van YHWH. Hij legde de godslasterlijke dreigbrief van Sanherib letterlijk voor Gods aangezicht neer. Toen doodde een engel door God gezonden in één nacht 185.000 soldaten, die Jeruzalem belegerden. Zo werd in Juda het gevaar van een invasie afgewend. (2 Koningen 19:35). Dit alles is een voorafschaduwing van het komende oordeel, dat ook duidelijk wordt aangegeven. 

In Zefanja lezen we daarover:

Zefanja 3:8 Daarom, verwacht Mij, spreekt de HEERE, op de dag dat Ik opsta om buit te halen, want Mijn oordeel is de heidenvolken te verzamelen, de koninkrijken bijeen te brengen, om over hen Mijn gramschap uit te storten, heel Mijn brandende toorn. Want door het vuur van Mijn na-ijver zal heel dit land verteerd worden.

Dit klinkt alsof alles en iedereen vernietigd wordt, maar dan zou vers 9 er niet op kunnen volgen:

Zefanja 3:9 Voorzeker, dan zal Ik bij de volken de lippen veranderen in reine lippen, zodat zij allen de Naam van de HEERE zullen aanroepen, om Hem schouder aan schouder te dienen.

We kunnen dit vergelijken met Psalm 102:

Psalm 102:26-27 U hebt voorheen de aarde gegrondvest, de hemel is het werk van Uw handen. Die zullen vergaan, maar Ú zult standhouden; zij alle zullen verslijten als een kleed. U ZULT ZE VERWISSELEN ALS EEN GEWAAD en zij zullen verdwijnen.

De aarde ondergaat een wedergeboorte. Yeshua noemt het Koninkrijk van God ook de tijd van de wedergeboorte:
Mattheüs 19:28 En Jezus zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, IN DE WEDERGEBOORTE, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de twaalf stammen van Israël zult oordelen.

Wedergeboorte heeft alles met het Koninkrijk van God te maken. Zei Yeshua niet tegen Nicodemus:  "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien" en "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan". Joh. 3:3-5

Als we denken aan het klinken van de bazuin kan dat ons blij maken. En het het houdt ook een blijde verwachting in. Het blazen op de bazuin is echter ook een oproep tot strijd en er zal  ook een hele zware strijd aan voorafgaan. Dat laat Joël ook heel duidelijk zien. 

Joël 2:2 Het is een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en donkerheid. Zoals de dageraad zich over de bergen verspreidt, verspreidt zich een groot en machtig volk, zoals er niet geweest is van oude tijden af, en er hierna niet meer zal zijn, jarenlang, van generatie op generatie. 

Wat is het goed dat Yahweh ons door Zijn profeten bekend maakt wat ons te wachten staat, zodat we het oog alleen op Hem gericht houden die de macht van de duisternis heeft overwonnen en ons in Zijn overwinning laat delen. Het is op geen enkele manier onze verdienste. Het is alleen om Zijn liefdevolle genade en ontferming:


Joël 2:6-11 Bij die aanblik krimpen de volken ineen, alle gezichten verschieten van kleur. 7. Als helden rennen zij, als strijdbare mannen klimmen zij tegen de muren op; ieder gaat op zijn eigen weg en zij wijken niet van hun paden af. 8. Zij verdringen elkaar niet, ieder gaat zijn eigen weg. Al stuiten zij op weerstand, zij zijn niet tegen te houden. 9. Zij stormen op de stad af, zij rennen op de muren, zij klimmen tegen de huizen op. Als een dief komen zij door de vensters binnen. 10. Bij die aanblik siddert de aarde, beeft de hemel. Zon en maan worden in het zwart gehuld en de sterren trekken hun licht in. 11. En de HEERE laat Zijn stem klinken voor Zijn leger uit, want Zijn leger is zeer groot, ja, machtig is Hij, Die Zijn woord ten uitvoer brengt. Groot is immers de dag van de HEERE en zeer ontzagwekkend. Wie zal hem kunnen verdragen?


ieder gaat op zijn eigen weg en zij wijken niet van hun paden af......... wat een discipline heeft dit leger, doelgericht gaat het zijn weg. De zon is verdwenen achter der miljoenen insecten. De knisperende vleugels maken een lawaai dat lijkt op galopperende paarden en ratelende strijdwagens. Het geluid dat ze maken terwijl ze het gras opvreten, doet denken aan knetterende vlammen.

Als een dief komen zij door de vensters binnen...... ze dringen overal binnen, door gaatjes en spleten. Niets en niemand is tegen sprinkhanen bestand. Ze komen overal naar binnen. Ze gaan recht op hun doel af: Jeruzalem. Wat een discipline.

Het oordeel wordt nog huiveringwekkender. De hele wereld wordt erin betrokken. Zon en maan worden verduisterd. Dit is de dag van HEERE. Wie kan voor Hem bestaan? Waar is een schuilplaats? Wat Joël ziet en hoort vindt zijn uiteindelijke en volste vervulling in Openbaring 6:12-17.

Miljoenen insecten verduisteren de zon. De knisperende vleugels maken een lawaai dat lijkt op galopperende paarden en ratelende strijdwagens. Het geluid dat ze maken terwijl ze het gras opvreten, doet denken aan knetterende vlammen. Niets en niemand is tegen sprinkhanen bestand. Ze gaan recht op hun doel af: Jeruzalem.

De aarde siddert, de hemel beeft, zon, maan en sterren geven geen licht meer..... Het oordeel wordt nog huiveringwekkender. Het hele universum wordt erin betrokken. Zon en maan worden verduisterd. Dit is de dag van HEERE. Wie kan voor Hem bestaan? Waar is een schuilplaats? Wat Joël ziet en hoort vindt zijn uiteindelijke en volste vervulling in Openbaring 6:12-17.

En de HEERE laat Zijn stem klinken voor Zijn leger uit...... Het leger is angstaanjagend sterk. Maar Joël benadrukt steeds dat die kracht er is omdat God hen heeft gestuurd. Ze zullen Zijn oordeelsinstrument tegen Juda zijn – tenzij ze zich bekeren!

Joël 2:12-17 Ook nu echter, spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij met heel uw hart, namelijk met vasten, met geween en met rouwklacht. 13. En scheur uw hart en niet uw kleren. Bekeer u tot de HEERE, uw God, want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid, en Hij heeft berouw over het kwaad. 14. Wie weet zal Hij Zich omkeren en berouw hebben, zodat Hij een zegen achter Zich overlaat: een graanoffer en een plengoffer voor de HEERE, uw God. 15. Blaas de bazuin in Sion, kondig een vastentijd af, roep een bijzondere samenkomst bijeen. 16. Verzamel het volk, heilig de gemeente, breng de oudsten bijeen, verzamel de kleine kinderen en de zuigelingen. Laat de bruidegom uit zijn binnenkamer gaan, de bruid uit haar slaapkamer. 17. Laten de priesters, de dienaren van de HEERE, wenen tussen de voorhal en het altaar, en laten zij zeggen: Ontzie Uw volk, HEERE, geef Uw erfelijk bezit niet over aan smaad, zodat de heidenvolken over hen zouden heersen. Waarom zouden ze onder de volken zeggen: Waar is hun God?

bekeer u tot Mij met heel uw hart, namelijk met vasten, met geween en met rouwklacht........ bekeren tot God is je omkeren, het kwaad achter je laten, satan de rug toe keren. Het oordeel is onafwendbaar, maar juist omdat die dag des HEEREN zo verschrikkelijk is, roept Joël opnieuw op om berouw te hebben.  Joël doet dat omdat hij de HEERE kent, omdat hij de schriften kent en weet dat na de zonden van het gouden kalf, Mozes pleitte voor het volk en hij weet dat God aan Mozes op de Sinaï voorbijging onder het uitroepen van Zijn Naam: "genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid".  (Ex. 34:6) 

scheur uw hart en niet uw kleren..... Joël wist best dat je  berouw met uiterlijk gedrag kunt camoufleren. Maar God ziet het hart aan. Als je ervoor kiest om tegen Gods wil in te blijven gaan behoor je tot het rijk van satan en ga je verloren. God wil niet dat een mens verloren gaat, maar dat hij zich bekeert en leeft.  (Ezechiël 33:11). God heeft met zijn geboden het goede voor met Zijn volk, maar niet zonder bekering!

Wie weet zal Hij Zich omkeren en berouw hebben, zodat Hij een zegen achter Zich overlaat....... als God zegt dat Hij berouw heeft over het kwaad, bedoelt Hij dat hij bereid is om de door Hem aangekondigde straf in te trekken, dat wil zeggen: bij oprechte bekering. Dan kan de straf omgezet worden in zegen. Als het oordeel mogelijk wordt afgewend kunnen er tot grote vreugde weer graan- en plengoffers plaatsvinden. Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid!

Blaas de bazuin in Sion, kondig een vastentijd af, roep een bijzondere samenkomst bijeen...... Joël roept opnieuw op de bazuin te blazen om het volk bijeen te brengen, deze keer niet om de vijand met Gods hulp tegemoet te treden, maar om als volk bij elkaar te komen in de voorhof van de tempel. om te vasten en rouw te bedrijven. Laat oud en jong komen, zelfs de kleine kinderen. Nu moeten bruidegom en bruid maar even wachten met de voorbereidingen van hun huwelijk. Er zijn dingen aan de hand die van levensbelang zijn! Men mag zich door niets laten weerhouden van het nederig smeekgebed waarin de priesters het volk voor moeten gaan. Joël  kijkt niet naar de koningen, maar naar de priesters. Zij hebben de taak om de relatie tussen God en ZIjn volk in stand te houden, en zij weten dat dat alleen kan op grond van de offers die in de juiste gesteldheid worden gebracht. "De offers voor God zijn een gebroken geest; een verbrijzeld en verslagen hart zult U, o God, niet verachten." Psalm 51:19

Het moet één krachtig smeekgebed worden: “HEERE spaar uw volk”. Het volk beroept zich op Gods eer. Wat zouden de heidenen van Israëls God zeggen als Zijn volk is vernietigd? "We zijn Uw erfdeel HEERE, we behoren bij U!"