English & other languages: click here!

Joël 1 - Sprinkhanenplaag en droogte

Juda wordt getroffen door een sprinkhanenplaag van ongekende omvang. Ook wordt het land geplaagd door grote droogte. Joël beseft dat de plagen een straf zijn van God. Joël de profeet bidt tot de HEERE. Joël vertelt ons niet onder welke koningen hij heeft geprofeteerd. Dat maakt het wat lastiger dan bij andere profeten om te bepalen wanneer hij ongeveer geleefd heeft. Toch zijn er wel een paar aanwijzingen, vooral als we Joël vergelijken met Amos. En dat zullen we regelmatig doen. 
Ga naar:  Index/inleiding - Hoofdstuk 1 - Hoofdstuk 2(A) -  Hoofdstuk 2(B) - Hoofdstuk 3


Joël 1:1-4 Het woord van de HEERE dat gekomen is tot Joël, de zoon van Pethuel. 2. Hoor dit, oudsten, neem dit ter ore, alle inwoners van het land! Is dit gebeurd in uw dagen of in de dagen van uw vaderen? 3. Vertel erover aan uw kinderen en laten uw kinderen erover aan hun kinderen vertellen en hun kinderen weer aan de volgende generatie. 4. Wat de jonge sprinkhaan overliet, at de veldsprinkhaan op; wat de veldsprinkhaan overliet, at de treksprinkhaan op; en wat de treksprinkhaan overliet, at de zwermsprinkhaan op.


Het woord van de HEERE dat gekomen is tot Joël, de zoon van Pethuel....... De profeet Joël sprak tot het zuidelijke koninkrijk Juda zonder te verwijzen naar het noordelijke koninkrijk Israël. Het is moeilijk om vast te stellen wanneer hij profeteerde, omdat Joël geen andere koningen of profeten noemt. Veel geleerden dateren het boek Joël  835 voor Christus. Toch zijn er wel een paar aanwijzingen, vooral als we Joël vergelijken met Amos. Beiden herinneren aan de plagen in Egypte. Joël herinnert aan de achtste plaag (de sprinkhanen - Joël 1 : 4)  en Amos aan de tiende plaag (de dood van de eerstgeborenen), als hij zegt dat "God niet zal sparen" (Amos 7:8, Amos 8:2), en dat er "rouw over een eniggeborene" en "een bittere nacht" zal zijn (Amos 8:10). Gaandeweg komen we in dit geschrift meer verschillen en overeenkomsten tegen die ons doen vermoeden dat Joël iets eerder dan Amos optrad als profeet. Joel  is dus een profeet die vóór de ballingschap optrad, vóór de val van het noordelijke koninkrijk Israël (721 v.Chr.) en het zuidelijke koninkrijk Juda (586 v.Chr.).  Als het juist is dat Joël profeteerde in 835 voor Christus, dan kwam het oordeel dat hij beschreef tegen het einde van de zesjarige goddeloze regering  onder koningin Athalia. Geen wonder dat God met harde hand tegen Juda optrad!

Wat de jonge sprinkhaan overliet, at de veldsprinkhaan op....... Joël kondigde geen komend oordeel van de HEERE aan. Hij beschrijft de situatie waarin ze zich op dat moment bevinden. Vier verschillende soorten sprinkhanen, wat de ene achterliet werd door de ander opgegeten. De oogst is verwoest door die opeenvolgende zwermen sprinkhanen, (zie overzicht onderaan) eerst kauwend, dan zwermend, dan kruipend en ten slotte wordt alles opgevreten. Juda zal door deze sprinkhanen een tijd van hongersnood en financiële ondergang meemaken. Het was een ramp van ongekende omvang. 

Vertel erover aan uw kinderen en laten uw kinderen erover aan hun kinderen vertellen..... het is duidelijk dat deze gebeurtenis een grote impact op het volk had dat van generatie op generatie wordt doorverteld. Zo van "ik heb die sprinkhanenplaag nog meegemaakt!" 

In vers 2 vraagt Joël: "oudsten en andere inwoners, hebben jullie ooit zoiets meegemaakt?" In Israël was het een gebod om de kinderen te vertellen wat God door de geschiedenis heen deed en hen op te roepen tot gehoorzaamheid aan Gods wetten. Enkele voorbeelden: Deuteronomium 31:13; Exodus 10:2; Exodus 12:26; Exodus 13:8.


Joël 1:5-7 Ontwaak, dronkaards, en ween. Weeklaag, alle wijndrinkers, over de jonge wijn, want die is van uw mond weggenomen. 6. Want een volk is tegen Mijn land opgetrokken, machtig en niet te tellen; zijn tanden zijn leeuwentanden, het heeft de hoektanden van een leeuwin. 7. Het heeft van Mijn wijnstok een woestenij gemaakt en Mijn vijgenboom tot een kale tak. Het heeft hem volledig afgeschild en weggeworpen, zijn ranken zijn wit geworden.


Joël wekt de dronkaards uit hun roes. De wijnoogst is totaal mislukt. Het is alsof een leeuw zijn machtige tanden in een prooi heeft gezet. Er is niet veel meer van over dan wat afgekloven botten. De wijnstok is verwoest en de vijgenboom geeft geen beschutting meer. 


Joël 1:8-12 Weeklaag als een jonge vrouw, omgord met een rouwgewaad, die klaagt om de man van haar jeugd. 9. Graanoffer en plengoffer zijn weggenomen van het huis van de HEERE. De priesters treuren, de dienaren van de HEERE. 10. Het veld is verwoest, de grond treurt, want het koren is verwoest, de nieuwe wijn opgedroogd, de olie verkommerd. 11. Akkerbouwers staan beschaamd, wijnbouwers weeklagen over de tarwe en over de gerst, want de oogst op het veld is verloren. 12. De wijnstok is verdord en de vijgenboom is verwelkt, de granaatappelboom, ook de palmboom en de appelboom, alle bomen van het veld zijn verdord. Ja, de vreugde is verdord, geweken van de mensenkinderen.


Weeklaag als een jonge vrouw, omgord met een rouwgewaad....... Joël roept op om te klagen, want de zaak is ernstig. Je hoeft niet stoïcijns rond te lopen met een houding van 'dit kunnen wij wel aan, kop op'.
De priesters treuren, de dienaren van de HEERE.......Zie je wel dat we niet eens de offers in de tempel kunnen brengen? Er is niets om te offeren. De spijsoffers en plengoffers worden de HEERE onthouden tot groot verdriet van de priesters. Alle bronnen van levensonderhoud en levensvreugd zijn opgedroogd. Maar dit is alles vanwege de zonde en dat maakt het zo triest. Beseffen de mensen dat wel? De slechte koningin Athalia liet de tempelceremonies doorgaan. Maar satan heeft geen belang bij het sluiten van de tempel, maar heeft veel meer voldoening aan het vervalsen en verafgoden van de dienst aan God.     


Joël 1:13-14 Omgord u en bedrijf rouw, priesters, weeklaag, dienaren van het altaar. Kom, overnacht in rouwgewaden, dienaren van mijn God, want graanoffer en plengoffer zijn aan het huis van uw God onthouden. 14. Kondig een vastentijd af, roep een bijzondere samenkomst bijeen, verzamel de oudsten en alle inwoners van het land in het huis van de HEERE, uw God, en roep tot de HEERE.


Omgord u en bedrijf rouw, priesters..... Joël roept op tot berouw en schuldbelijdenis. De sprinkhanenplaag en de droogte zijn een straf van YHWH. 

Kondig een vastentijd af........ er was ongetwijfeld al een onvrijwillig vasten, maar dat vasten moet als een heilig vasten in vernedering en schuldbesef aan God  worden opgedragen in een bijzondere samenkomst.


Joël 1:15-20 Ach, die dag! Ja, de dag van de HEERE is nabij, en hij zal komen als een verwoesting van de Almachtige. 16. Is niet voor onze ogen het voedsel weggenomen, uit het huis van onze God blijdschap en vreugde? 17. De zaadkorrels zijn verschrompeld onder hun aardkluiten, de voorraadschuren verwoest, de graanschuren afgebroken, want het koren is verdord. 18. Hoe kreunt het vee! De kudden rundvee zijn in verwarring, want ze hebben geen weide. Zelfs kudden kleinvee moeten boeten. 19. Tot U, HEERE, roep ik, want een vuur heeft de weiden van de woestijn verteerd, en een vlam heeft alle bomen van het veld verzengd. 20. Zelfs de dieren van het veld schreeuwen naar U, want de waterstromen zijn uitgedroogd. Een vuur heeft de weiden van de woestijn verteerd.


Ach, die dag! Ja, de dag van de HEERE is nabij....... "de dag van HEER", deze uitdrukking is helaas ingeburgerd als zou het de "zondag", de vermeende sabbat, zijn. Maar in Gods Woord betekent het altijd 'de dag van het oordeel!', zoals hier ook heel duidelijk is. En het woord 'dag' betekent niet dat het om één dag gaat, maar om een periode waarin dat oordeel plaatsvindt. Niet alleen de eerste levensbehoefte, het voedsel, is weggenomen, maar ook de blijdschap en vreugde om samen te zijn met God.  

Het zaad verschrompelt….ze hebben geen weide...de schaapskuddes ondergaan straf...vuur heeft de open weiden verteerd... een vlam heeft de bomen verzengd....de waterstromen zijn uitgedroogd........ in allerlei toonaarden wordt de omvang van de ramp beschreven. Behalve voedseltekort, kan ook het vee niet verzorgd worden. De dieren lijden mee door de zonde van de mens. Veenbranden, bosbranden, alles lijdt eronder.

Tot U, HEERE, roep ik....... wat kun je beter doen dan roepen tot YHWH, de God van Israël, van Abraham, Izaäk en Jakob. Joël weet zich één met het zondige volk. Hij is deel van dat volk. Maar hij wijst wel de weg, via schuldbelijdenis en bekering. Als dat oprecht gebeurt, dan zal God zich niet onbetuigd laten. 


Matthew Henry schrijft hierover:

Hoewel hier in de eerste plaats een verwoesting door sprinkhanen is bedoeld, wordt het toch uitgedrukt in een taal, die is toe te passen op de verwoesting van het land door een buitenlandse vijand. Als een volk van rupsen het land niet ten onder brengt, zal een ander volk komen om hen te ruïneren. De dieren worden in vers 4 (van de statenvertaling) rupsen, sprinkhanen, kevers en kruidwormen genoemd. Dat waren allemaal kleine insecten, maar als zij in grote zwermen kwamen, waren ze ontzagwekkend en aten ze alles op wat ze tegenkwamen. Hoe zwakker het werktuig is wat God gebruikt, des te meer wordt Zijn macht verheerlijkt. Zij worden in vers 6 één volk genoemd omdat ze als het ware met één gemeenschappelijk doel kwamen. Want hoewel de sprinkhanen geen koning  hebben, zij trekken toch gezamenlijk ordelijk op. (Spreuken 30:27) Er wordt van hen gezegd dat ze leeuwentanden (vers 6)  hebben vanwege de grote en verschrikkelijke terechtstelling, die zij voltrekken. Sprinkhanen worden als leeuwen wanneer zij gewapend komen met een opdracht van God. Zij vernietigen niet alleen het gras en het koren, maar ook de bomen….. enz. “   


Een vergelijkbare beeldspraak vinden we ook in:
Jeremia 50:17 Israël is een opgedreven schaap, leeuwen hebben het opgejaagd. Eerst heeft de koning van Assyrië het verslonden, en ten slotte heeft deze, Nebukadrezar, de koning van Babel, zijn beenderen verbrijzeld.

Met deze sprinkhanenplaag wordt een invasie van de Assyriërs geprofeteerd, die later onder Sanherib veel  ellende in Israël heeft ontketend. Die uitmondde in deportatie/ballingschap van het noordelijk rijk. Nu was Joël een profeet in het zuidelijk rijk Juda, maar ook daar was de dreiging van de Assyriërs groot. Denk maar aan de belegering van Jeruzalem, waarbij koning Hizkia de watervoorziening naar de stad op een ingenieuze wijze had veilig gesteld. Herinner je hoe Sanherib aan Hizkia een brief stuurde met de raad zich over te geven en niet op God te vertrouwen. Toen Hizkia de brief in de tempel aan God voorlegde antwoordde God door een engel te sturen die in één nacht 185.000 soldaten, die Jeruzalem belegerden, te doden. Zo werd in Juda het gevaar afgewend. (2 Koningen 19:35).

Joël besteedt veel aandacht aan de vijand, die we ook bij Amos tegenkomen. Amos profeteert dat Assyrië uiteindelijk het tienstammenrijk zal wegvoeren (Amos 5:27), maar  Assyrië is ook de legermacht uit het noorden waarover Joël profeteert in Joël 2:20. Assyrië is hier een noordelijke macht, die zoals boven beschreven Jeruzalem heeft belegerd, maar door God verslagen werd. 
Politieke gebeurtenissen uitgebeeld in dieren

Het lijkt erop dat de sprinkhanenplaag die zoveel hinder bezorgde door de aanvallen van Assur een dubbele plaag kon worden. Dat werd het in eerste instantie niet voor Juda, waar Joël profeet was, maar wel voor het noordelijk rijk. Toen Assyrië Jeruzalem belegerde was het de gelovige koning Hizkia die het volk voorging in geloof en met de godslasterende dreigbrief naar de tempel ging om dit voor te leggen aan de God van de legermachten. 

Als we deze vergelijking met sprinkhanen in gedachten houden kunnen we ook de profetieën in Daniël en Openbaringen beter begrijpen. De dieren en monsters die worden uitgebeeld zijn een weergave van het wezen van de aanvallen door menselijke machthebbers en instituten, door demonen gedreven, maar die van God de ruimte krijgen om dit oordeel uit te voeren.


Klik hier voor een korte video (ruim één minuut) over sprinkhanensoorten.

Hieronder de soorten die volgens Joël 1:4 na elkaar het land teisteren en die in vraatzucht steeds sterker worden, zodat er na de laatste soort niets meer overblijft:

  1. knager (Hebreeuws גָּזָם "Gazam")
    Een jonge sprinkhaan.
  2. sprinkhaan (Hebreeuws אַרְבֶּה "Arbèh")
    De volwassen "Gazam".
    Deze soort is de sprinkhaan van de achtste plaag die Egypte trof. Ex. 10:1-20)  Mozes zei tot Farao dat de uitwerking van deze plaag nog niet eerder door mensen was gezien. Zó heftig zou het worden! (Ex.10:6)
  3. verslinder (Hebreeuws יֶלֶק "Yélek")
  4. kaalvreter (Hebreeuws חָסִיל "Chasil")

(Bron: De Bijbel Open)