Deuteronomium 26-29 Ki Tavo

Parasha "Ki Tavo" = "als u binnenkomt".
Zo begint het gedeelte wat we nu behandelen: ´ En wanneer u in het land komt dat YHWH, uw God, u als erfelijk bezit geeft….´

Dat Israël in “Het Beloofde Land” aankomt, wordt beschreven in Jozua 5:1

Toen al de koningen van de Amorieten aan deze zijde van de Jordaan, namelijk ten westen daarvan, en al de koningen van de Kanaänieten aan de zee hoorden dat de HEERE het water van de Jordaan had doen opdrogen voor de ogen van de Israëlieten, totdat wij overgestoken waren, gebeurde het dat hun hart wegsmolt van angst, en er was geen moed meer in hen vanwege de Israëlieten.

We hebben voorheen gelezen dat Israël niet eerder in “Het Beloofde Land”zou komen dan dat de maat van de zonde van de Amorieten vol zou zijn. Gen. 15:16. Dit ziet profetisch op ons binnengaan in het Koninkrijk van God, dat niet eerder zal plaatsvinden dan dat de maat van de zonde in deze wereld vol zal zijn. En dan zie je ook dat er radeloze angst is onder degenen die in zonde leven. 

Want dat binnengaan zal gebeuren onder leiding de tweede Jozua, die dezelfde naam heeft: Yeshua, dat betekent: “God redt”. Die redding is er voor Gods volk, maar het oordeel over de zondaren die God afwijzen.

Eerst even een verdeling van het Bijbelgedeelte, zoals oorspronkelijk in de geschriften is vemeld.

Deut. 26: 1-11 {stuma*} breng de HEERE de eerstelingen van uw oogst die Hem toekomen 
Deut. 26: 12-15 {stuma*} geef in het 3e jaar de tienden aan hen die het toekomen
Deut. 26: 16-19 {ptucha*} Conclusie: wandel in de inzettingen van de HERE uw God dan zult gij een volk zijn geheiligd aan de HERE uw God.

*Hebreeuwse paragraaf indelingen:
De letters {p} en {s} die hierboven achter de tekstverwijzing vermeld staan, worden “ptucha” en “stuma” genoemd. In de oudste Hebreeuwse geschriften staan geen versnummers, die zijn er later aan toegevoegd. Maar de paragraaf indelingen {p} en {s} zijn wel te vinden in de bronteksten en zijn mogelijk ook geïnspireerd door de Heilige Geest. De {p} = ptucha is een aanwijzing voor een verandering van onderwerp

Deuteronomium 26:19 HSV

en dat Hij u een plaats zal geven, hoog boven alle volken die Hij gemaakt heeft, tot lof, tot een naam en tot sieraad; en dat u een heilig volk zult zijn voor de HEERE, uw God, zoals Hij gesproken heeft.

De prachtige afsluitende "ptucha" van Deut. 26:19, maakt duidelijk dat God de drie onderwerpen uit  Deuteronomium 26 als allemaal facetten van hetzelfde thema beschouwt. Het thema van dit gedeelte is dan ook het van harte geven wat God en de naaste toekomt. dan zal Israël een heilig volk zijn voor Yahweh en zullen ze boven alle volken uitsteken.

De vermaning om in alle geboden van YHWH te wandelen, is niet anders dan rechtvaardig. Omdat we in het verbond zijn met YHWH - waarbij Hij onze God is en wij Zijn volk zijn - maakt dat gehoorzaamheid aan Zijn geboden Zijn rechtvaardige eis is. Wie daartegen zondigt verdient de dood. Dat is de enige wet (eigenlijk een wetmatigheid) die door Yeshua teniet gedaan is, want Hij onderging die doodstraf in onze plaats.

Over die rechtvaardige eis schrijft Paulus in Romeinen 8:

Romeinen 8:1 Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

  1. Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood.
  2. Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees,
  3. OPDAT DE RECHTVAARDIGE EIS van de wet vervuld zou worden IN ONS, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

Maar al worden we niet gedood om het niet nakomen van de wet, omdat Yeshua die eis in onze plaats vervulde, toch blijft die wet van kracht. En wat moeten we dat met een gebod om eerstelingen te offeren en tienden te geven aan de Levieten, terwijl er geen tempeldienst is?

DE EERSTELINGEN

In de eerste plaats is het goed om ons te realiseren dat geboden geen lastige regels zijn die verder geen enkel nut hebben. Een manier om mensen klein te houden. Dat kennen we wel uit onze zondige maatschappij, maar zo is God niet. De geboden hebben een geestelijke betekenis die de Israëlieten in de woestijn nog niet konden begrijpen en die ook niet worden begrepen door hedendaagse Joden die Yeshua niet hebben aanvaard. Het aanbieden van de eerstelingen is dan niet meer dat een leuke culturele traditie. Velen van ons leven ook niet zo dicht bij het verbouwen van landbouwproducten zoals dat in die tijd in Israël het geval was. God heeft in die landbouwcultuur zoveel voorbeelden aangereikt die symbolen zijn voor wat geestelijk plaatsvindt.

Wat zegt het nieuwe testament over de eerstelingen?

1 Korinthe 15:20 Maar nu, Christus ís opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn.

  1. Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens.
  2. Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
  3. Ieder echter in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst.

 

Romeinen 8, vers 23

En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam.

Romeinen 11, vers 16

En als de eerstelingen heilig zijn, dan het deeg ook, en als de wortel heilig is, dan de takken ook.

Romeinen 16, vers 5

Groet ook de gemeente bij hen aan huis. Groet mijn geliefde Epenetus, die de eersteling is voor Christus van Achaje.

1 Korinthe 16, vers 15

En ik roep u ertoe op, broeders – u weet dat het huis van Stefanas de eersteling van Achaje is en dat zij zichzelf ten dienste van de heiligen beschikbaar hebben gesteld –

Jakobus 1, vers 18

Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn.

Openbaring 14, vers 4

Zij zijn het die niet met vrouwen bevlekt zijn, want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook naartoe gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam.

De bovenste tekst is het uitgangspunt:
Christus ís opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn.

Yeshua is de EERSTELING! De eerste van een grote oogst die zal volgen en die zo’n grote oogst ook mogelijk maakte. Het is de Eerste Mens die de dood heeft overwonnen, in wie het èchte eeuwige LEVEN aanwezig is. Vervolgens komen er anderen in wie dat nieuwe leven van Yeshua werkelijkheid is geworden.

Zij zijn een nieuwe schepping, ze zijn opnieuw geboren.

Zo mag iedere eerste nieuwe vrucht, iedere nieuwe oogst, ieder eerstgeboren kind ons herinneren aan Christus en het nieuwe leven dat wij in Christus ontvangen hebben en brengen we God dank voor Zijn zegeningen verbonden aan dat nieuwe eeuwige LEVEN. En bij de komst van Yeshua zullen we die grote oogst met onze eigen ogen zien en vieren we met Hem het Loofhuttenfeest.

Die dankbaarheid werd verbonden aan het eerstelingenoffer en was dus ook de geestelijke bedoeling in het eerste testament:

Deuteronomium 26:10 En nu, zie, ik heb de eerstelingen van de vruchten van het land dat U, HEERE, mij gegeven hebt, gebracht. Dan moet u ze neerzetten voor het aangezicht van de HEERE, uw God, en u neerbuigen voor het aangezicht van de HEERE, uw God,

  1. en U VERBLIJDEN OVER AL HET GOEDE DAT DE HEERE, UW GOD, AAN U EN UW GEZIN GEGEVEN HEEFT; u, de Leviet, en de vreemdeling die in uw midden is.

 

Ik heb gelezen dat deze eerste vruchten niet op het altaar werden verbrand, omdat zij het beeld zijn van het nieuwe verheerlijkte menselijke leven dat niet meer onderworpen is aan dood en verval. Wel ging het aanbieden van de vruchten gepaard met een lam als brandoffer en een spijsoffer.

DE TIENDEN

Wat betreft de tienden, daarvan zegt Deuteronomium 26:12 dat deze zijn voor:

de Leviet, de vreemdeling, de wees en de weduwe, zodat zij binnen uw poorten kunnen eten en verzadigd worden.

 

Het is opvallend dat geloofsgemeenschappen waar men de geboden van het eerste testament als vervuld en verouderd beschouwt, dit gebod vaak wel aanvoeren als het om de fondsenwerving gaat. Nu is het zo dat de Israëlieten behalve deze tienden in werkelijkheid veel meer gaven dan de tienden. Zo waren er bijvoorbeeld ook nog de extra “vrijwillige offers” (Leviticus 22:18- 23).

 

Als we beseffen dat we door Yeshua’s offer aan God toebehoren, dan horen ook onze bezittingen en ons geld aan Hem toe.  Als het goed is, zal er de bereidheid zijn om ruimhartig geld of goederen af te staan aan hen die in nood zijn en die God op onze weg plaatst of waarvoor God ons hart gevoelig maakt.

Paulus schrijft in dit verband:

2 Korinthe 8:12 Want als de bereidwilligheid aanwezig is, dan is iemand welgevallig overeenkomstig wat hij heeft, niet overeenkomstig wat hij niet heeft.

  1. Het is namelijk niet de bedoeling dat anderen verlichting hebben, en u verdrukking;
  2. maar uit het oogpunt van gelijkheid is er op dit moment uw overvloed om wat hun ontbreekt aan te vullen, opdat ook hun overvloed er is om wat u ontbreekt aan te vullen, opdat er gelijkheid zal zijn,
  3. zoals geschreven staat: Wie veel had verzameld, had niet over; en wie weinig had verzameld, had niet te weinig.

 

ZEGEN EN VLOEK

Het B-parallel in de chiastische structuur laat zien dat de woorden van deze Tora de woorden van het verbond van de belofte zijn. Als we YHWH de God van Israël als onze God erkennen en willen dat wij samen met het gelovige Israël Zijn geliefde volk zijn, dan is ons deel om in dat verbond te wandelen (te leven): in de woorden van deze Tora.

Bedenk dat de zegeningen en vervloekingen allemaal betrekking hebben op dit tijdelijke leven en niet op de eeuwigheid. De conclusie van de parasha luidt als volgt:

Deut. 29:9 Houd daarom de woorden van dit verbond, en doe ze, opdat u verstandig zult handelen in alles wat u doet.

God heeft ons Zijn wijsheid in de vorm van deze geboden gegeven, die zegen en voorspoed bewerkt in dit leven. Wij moeten erin wandelen, dat wil zeggen er voortdurend rekening mee houden. We moeten ons ervan bewust zijn dat dit Gods wijsheid is die zegen en voorspoed in het natuurlijke leven bewerkt.

 

Aan de mens de keus tussen zegen of vloek. Gehoorzamen we Yahweh met hartelijke blijdschap en vreugde? (Deut. 28:47) Zo moet het wel zijn bij een wedergeboren gelovige. Of lappen we de geboden van YHWH aan onze laars? We moeten de geboden  geestelijk leren te verstaan en toe te passen. Dat gebeurt als de geboden in ons hart zijn.

Er zijn kerkleiders die leren dat de geboden hebben afgedaan. Maar denk erom:  

luister niet naar wat mensen zeggen, maar naar wat God zegt in Zijn Woord!

Onze gehoorzaamheid is geen verdienste om eeuwig te leven.  Daarvoor zijn we aangewezen op het offer van Yeshua.  De geboden zijn er niet voor onze redding, maar we houden ze omdat we gered zijn. De geboden zijn ervoor bedoeld dat het goed met ons zal gaan in dit tijdelijk leven. Dat is ook de centrale as van dit Schriftgedeelte.

1 Joh. 5:3 God liefhebben houdt in dat we ons aan zijn geboden houden. Zijn geboden zijn geen zware last, 4 want ieder die uit God geboren is, overwint de wereld. En de overwinning op de wereld hebben wij behaald met ons geloof.