English & other languages: click here!

1 Korinthe 12 (B) - Veel leden, één Lichaam

Vervolg op 1 Korinthe 12 (A).

In het lichaam is tegelijk een éénheid én een veelheid: er is één lichaam dat bestaat uit veel delen. Zo geldt het ook in de gemeente van Christus. Hoe verschillend de genadegaven van de Geest ook zijn, ze zijn naar hun wezen niet op onszelf gericht, maar bedoeld voor het welzijn van heel de gemeente. Iedereen die tot wedergeboorte komt wordt toegevoegd aan dat Lichaam waarvan Christus het hoofd is.


1 Korinthe 12:12-14 Want zoals het lichaam één is en veel leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, hoewel het er veel zijn, één lichaam zijn, zo is het ook met Christus. 13. Ook wij allen immers zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij dat wij Joden zijn, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen; en wij allen zijn van één Geest doordrenkt. 14. Want ook het lichaam bestaat niet uit één lid, maar uit vele.

Want zoals het lichaam één is en veel leden heeft............ Paulus vergelijkt de Gemeente van Christus met een lichaam. Zoals ledematen samen een lichaam vormen, is ook de gemeente door God samengesteld tot een geestelijk lichaam van Christus. Het is niet een verzameling van mensen die in het bestand of de ledenlijst van een bepaalde kerk is ingeschreven. Alleen God bepaalt wie in dit lichaam wordt ingevoegd. De voorwaarde is geloof, bekering en wedergeboorte.

wij zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, .........  vroeger dacht ik dat je, doordat je in een gelovig gezin geboren was, tot het lichaam van Christus behoorde, en dat dit door de kinderdoop was bevestigd en vastgelegd. Totdat ik bij het lezen van deze bijbeltekst het woordje 'tot' tegenkwam. Een predikant van diezelfde kerk schreef eens in een artikel dat het woordje 'tot' ook 'er naar toe' kon betekenen. Toen ik daarover nadacht begreep ik dat je niet zomaar vanzelfsprekend tot Gods gemeenschap behoorde. Gods Geest moest je naar die doop leiden. Dat heeft Hij dan ook in mijn leven gedaan. De "lichaamsachtige" éénheid van christenen die binnen een kerk wordt verondersteld, is beslist niet wat Paulus hier bedoelt. Het Lichaam van Christus is van alle tijden en plaatsen en bestaat uit gelovigen die niet meer voor zichzelf leven, maar voor Christus.

Hetzij dat wij Joden zijn, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen; en wij allen zijn van één Geest doordrenkt....... het maakt niet uit welke achtergrond je hebt. Het is de Geest van Christus die overvloedig in de leden van het Lichaam aanwezig is.

1 Korinthe 12:15-20 Als de voet zou zeggen: Omdat ik geen hand ben, ben ik niet van het lichaam, is hij daarom dan niet van het lichaam? 16. En als het oor zou zeggen: Omdat ik geen oog ben, ben ik niet van het lichaam, is het daarom dan niet van het lichaam? 17. Als het hele lichaam oog was, waar zou het gehoor zijn? Als het hele lichaam gehoor was, waar zou de reuk zijn? 18. Maar nu heeft God de leden, elk van hen afzonderlijk, in het lichaam een plaats gegeven zoals Hij gewild heeft. 19. Als zij alle één lid waren, waar zou het lichaam zijn? 20. Nu echter zijn er wel veel leden, maar is er slechts één lichaam.

Als de voet zou zeggen: Omdat ik geen hand ben, ben ik niet van het lichaam........ Ken je dat ook niet, dat je naar andere gelovigen kijkt  die bepaalde dingen veel beter kunnen of weten dan jij? Dat kan je een gevoel van minderwaardigheid geven waardoor je denkt dat je niet bij het ' Lichaam van Christus'  hoort. Maar God heeft jou ook gaven gegeven, die weliswaar anders zijn dan degene op wie jij je blind staart, maar die minstens even belangrijk zijn. 

Het omgekeerde kan ook. Iemand die opvallende gaven heeft ontvangen kan neerkijken op anderen die dat niet hebben. Zij zijn blind voor de gaven van een ander. Zo'n houding is niet uit de Heilige Geest die ons de gaven schenkt. We moeten ons niet vergelijken met anderen en jezelf of juist de ander als maatstaf nemen.  

Als het hele lichaam oog was, waar zou het gehoor zijn?  Stel je voor dat een lichaam helemaal uit ogen bestond. Het kan niet horen, voelen, ruiken..... Het zou nergens toe in staat zijn. Dat is geen lichaam. 

elk van hen afzonderlijk, in het lichaam een plaats gegeven zoals Hij gewild heeft...... Waarom is de voet een voet en de hand een hand? Omdat het de Ontwerper behaagde om het zo te maken. Dus de hand kan er niet "trots" op zijn een hand te zijn, en de voet kan er geen "schaamte" voor hebben om een ​​voet te zijn. Elk dient het plan van de Ontwerper. In het ontwerp zien we de wijsheid van de Ontwerper: iedereen heeft iets, maar niemand heeft alles.

1 Korinthe 12:21-26 En het oog kan niet zeggen tegen de hand: Ik heb je niet nodig, of vervolgens het hoofd tegen de voeten: Ik heb jullie niet nodig. 22. Ja, meer nog, de leden van het lichaam die de zwakste schijnen te zijn, zijn echter juist noodzakelijk. 23. En aan de leden van het lichaam die wij als minder eervol beschouwen, verlenen wij groter eer en onze oneerbare leden krijgen een grotere eer. 24. Onze eerbare leden echter hebben dat niet nodig. Maar God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij aan het lid dat tekortkomt, groter eer gaf, 25. opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen. 26. En als één lid lijdt, lijden alle leden mee. Als één lid eer ontvangt, verblijden alle leden zich mee.

het oog kan niet zeggen tegen de hand: Ik heb je niet nodig......... zo'n oog zou wel een heel kortzichtig oog zijn en dat geldt natuurlijk helemaal voor een lidmaat van de Gemeente van Christus.  
de leden van het lichaam die de zwakste schijnen te zijn, zijn echter juist noodzakelijk.......   De lichaamsdelen hebben elkaar nodig. Zwakkere lichaamsdelen zijn soms uiterst belanhrijk. Ze zijn van levensbelang! Met zwakke lichaamsdelen bedoelt Paulus mogelijk organen als de longen, de nieren en het hart.
de leden van het lichaam die wij als minder eervol beschouwen, verlenen wij groter eer....... We kunnen hierbij denken aan de ingewanden, zoals de maag en het darmstelsel. Maar ook de uiterlijke schaamdelen, waarvan het ongepast is om die te tonen, die we daarom zorgvuldig bedekken. Niettemin zijn ze onmisbaar voor de instandhouding van het leven. We geven die groter eer. .......... maar God gaf aan het lid dat tekortkomt, groter eer....!

opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn.......... die verschillen mogen geen oorzaak voor verdeeldheid zijn in de Gemeente van Christus. Deze instructies werden specifiek voor de Gemeente van Korinthe geschreven, waar zulke verschillen blijkbaar speelden. Tegelijk weten we dat we hier allemaal mee te maken hebben. 

de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen....... geen enkel lichaamsdeel functionneert alleen voor zichzelf, maar dient het hele lichaam. 

Soms is er een deel van ons lichaam dat alleen leeft om zichzelf te dienen. Het draagt ​​niets bij aan de rest van het lichaam, en alles wat het krijgt gebruikt het om zichzelf te voeden en te laten groeien.

Dat is de ziekte die we ' kanker'  noemen. Die leidt, als het niet bestreden wordt, tot de dood van het lichaam. Zo zien we duidelijk dat we niet voor onszelf behoren te leven. 

We leven in de eerste plaats voor de HEERE en van daaruit ook voor het Lichaam van Christus en de mensen die op onze weg worden geplaatst. 

als één lid lijdt, lijden alle leden mee....... 

Dat zou ook moeten gelden voor het Lichaam van Christus. Heel veel leed wordt in eenzaamheid gedragen. Dat kan komen omdat er geen vertrouwensrelatie is om het aan een medelid te vertellen. Maar het kan ook zijn dat de andere leden niet opmerken dat een ander lijdt, omdat men vervuld is van eigen zaken. Helaas zijn er gelovige gemeenschappen met geen of nauwelijks een onderlinge relatie. Men is bevriend met iemand uit de gemeente met wie hij een klik heeft, en dat is het dan. Je kent vast die spreuk wel "Ieder voor zichzelf en God voor ons allen".  Dan is er echt bekering nodig. Want dit is niet wat God van ons vraagt. We mogen God vragen om de gave van invoelingsvermogen, zodat wij invoelen wat de ander aan pijn en verdriet heeft, dan alleen kunnen we ons medelid liefde en steun bieden.

Als één lid eer ontvangt, verblijden alle leden zich mee..... Als een lid eer ontvangt, behoren wij dat die ander van harte te gunnen. Wat is het heerlijk om samen blij te zijn en God ervoor te danken. In het eerste testament bracht men dan tezamen met anderen een dank- of vredeoffer. Men gaf God de eer en at gezamenlijk van het dankoffer. Het is een vreugde voor onze broeder en zuster als zij geëerd worden. Helaas komt er ook afgunst voor onder gelovigen. Dan gunnen we de ander de eer niet. Wij willen wel zelf geëerd en geprezen worden. Dit mag niet voorkomen in het Lichaam van Christus.

1 Korinthe 12:27-31 Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. 28. God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen. 29. Zijn zij soms allen apostelen? Zijn zij soms allen profeten? Zijn zij soms allen leraars? Zijn zij soms allen krachten? 30. Hebben zij soms allen genadegaven van genezingen? Spreken zij soms allen in talen? Zijn zij soms allen uitleggers? 31. Streef dus naar de beste genadegaven. En ik wijs u een weg die dit alles nog overtreft.

Samen bent u namelijk het lichaam van Christus..........nadat Paulus het gevarieerde palet van delen van het Lichaam heeft belicht, vat hij dit alles samen met de conclusie dat dit samen het Lichaam van Christus is, met een verscheidenheid van afzonderlijke leden. 

God heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten....... 

apostelen:  een apostel is een 'gezondene'. Het woord 'apostel' wil zeggen dat iemand gezonden is door iemand anders en namens die ander spreekt. Dus Paulus en de andere apostelen zijn gezonden door Yeshua en spreken namens Hem. Zij hadden in hun tijd een uniek apostolisch gezag, dat gerekend wordt tot het fundament van de gemeente van Christus. Dat fundament is gelegd door de  apostelen en daarom bestaat er geen hernieuwd apostelschap meer.  (Efeziërs 2:20 - Openb. 12:14).

profeten: Een profeet is een woordvoerder van God. Hij maakt de wil van God bekend. In het eerste testament waren het de profeten die moesten vertellen wat er in de toekomst zou gebeuren, met name over de komst van de Messias, maar ook over zijn tweede komst. Zij gaven bovendien aanwijzingen voor de tijd waarin ze optraden. In de Bijbel waren het profeten die optraden als het in Israël niet goed ging. Ze gingen naar de koning om hem te waarschuwen met de intro : Zo zegt YHWH….!” De mensen luisterden niet graag naar profeten, ze ondervonden daarom verdrukking en vervolging. Het was niet aantrekkelijk om een ware profeet te zijn. Johannes de Doper werd als laatste profeet gezien.

Mattheüs 11:13 Want al de profeten en de Wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd.

De profeten van het eerste testament worden ook genoemd als het fundament waarop de gemeente is gebouwd. (Efeziërs 2:20 - Openb. 12:14). Op grond van de tekst in  1 Kor. 13:28 zouden er nog profeten zijn, of zijn hier de profetische gaven bedoeld (vers 10)? Als we iemand profetisch horen spreken dan moeten we het toetsen of het wel in overeenstemming met Gods Woord is. Ook de standaard van een profeet, beschreven in Deuteronomium 18:20-22, is een toetssteen. Waarschijnlijk wil Paulus hiermee zeggen: "Natuurlijk zijn niet allen apostelen, zijn niet allen profeten, enzovoort. Ieder heeft zijn eigen gave, maar ieder wordt wel aangemoedigd te streven naar een optimaal gebruik van de gave." Op die manier spreekt Paulus er ook over in de tekst hieronder.

Dit laatste geldt natuurlijk ook voor de andere genoemde gaven: leraars,  krachten, genezingen, talenkennis, vertalers enz..

Romeinen 12:4-8 Want zoals wij in één lichaam vele leden hebben en de leden niet alle dezelfde functie hebben, 5. zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden van elkaar. 6. En nu hebben wij genadegaven, onderscheiden naar de genade die ons is gegeven: 7. hetzij profetie, naar de mate van het geloof; hetzij dienstbetoon, in het dienen; hetzij wie onderwijst, in het onderwijzen; 8. hetzij wie bemoedigt, in het bemoedigen; wie uitdeelt, in oprechtheid; wie leiding geeft, met inzet; wie zich over anderen ontfermt, met blijmoedigheid.