English & other languages: click here!

Micha 3 Profetie tegen de leiders en leugenprofeten

HET OORDEEL VAN YAHWEH OVER DE LEIDERS VAN ISRAËL

Het uitbuiten van het volk (Micha 3:1-3)

Micha 3:1-3 Toen zei ik: Luister toch, hoofden van Jakob en leiders van het huis van Israël, behoort u niet het recht te kennen? 2. Zij haten het goede en hebben het kwade lief, zij stropen hun huid van hen af en hun vlees van hun beenderen. 3. Ja, zij zijn het die het vlees van Mijn volk eten, hun huid van hen afstropen, hun beenderen breken, ze uiteenleggen als in een pot, als vlees midden in een ketel.

Micha roept de overheid: “de hoofden en de leiders”  ter verantwoording.  Hij signaleert hun verregaande onrechtvaardigheid. Hij vraagt ze “Weten jullie wel wat recht is?” Gezagdragers  zouden dat toch moeten weten? Micha spreekt deze woorden niet in het algemeen. 

Micha gaat naar die leiders toe en confronteert hen met het onrecht: het ontbreken van recht.  Het woord “recht” wordt in dit hoofdstuk wel vijf maal genoemd. Onder deze leiders waren vanzelfsprekend ook de rechters. De wereld zal aan het woord “recht” zijn eigen invulling geven, maar “het recht” wat God bedoelt vinden we in Gods wetgeving. Elke Israëliet heeft zijn eigen plaats en taak om recht te doen ten opzichte van God en de naaste, of je nu verantwoordelijk bent voor een volk of voor een gezin. Het volk is er niet om geplukt en gestroopt te worden door corrupte leiders, maar de leiders zijn er voor het welzijn van het volk. Het dienen van de leiders moet vrij zijn van het  oogmerk “wat levert het voor mij op”.  Micha vergelijkt het handelen van de leiders met slagers die zich tegoed doen aan het slachtvee. Het lijken wel kannibalen die het vlees opeten van Gods volk. Micha spreekt namens God dat zij “het vlees eten van MIJN volk!”

Wat hier in Israël gebeurde zien we overal in de wereld. Ook nu zijn er superrijke olicharchen, die met een klein aantal de hele  wereld beheersen. God heeft voor voldoende eten gezorgd om de hele wereld te voeden en toch zijn er landen met grote voedseltekorten, waar mensen sterven van de honger. Onze zogenaamde rijke landen worden eveneens met een geplande voedselschaarste en hongersnood bedreigd. De Bijbel noemt dit eindtijdfenomeen “de ruiter op het zwarte paard” (Openbaring 6:5).  Yeshua heeft het als teken van de eindtijd genoemd in Mattheüs 24:7.

God zal Zijn aangezicht verbergen voor deze leiders (Micha 3:4) God zal niet antwoorden als zij tot Hem roepen.

TEGEN DE VALSE PROFETEN VAN GODS VOLK

Micha 3:5-7 Zo zegt de HEERE tegen de profeten die Mijn volk misleiden, die, als zij met hun tanden kunnen bijten,                 vrede verkondigen. Wie hun echter niets in hun mond geeft, aan hem verklaren zij de oorlog. 6. Daarom zal het nacht voor u worden, zonder visioen, het zal duister worden voor u, zonder waarzeggerij. De zon zal over deze profeten ondergaan en de dag zal donker over hen worden. 7. De zieners zullen beschaamd worden en de waarzeggers rood van schaamte, zij zullen allen hun baard en snor bedekken, want er komt geen antwoord van God.


De profeten doen bovendien nog aan waarzeggerij als ze daarvoor maar geld krijgen.

Het "bedekken van baard en snor" is een uitdrukking die afkomstig is van melaatsheid. “Hij (de melaatse) moet zijn baard en snor bedekken en hij moet roepen: Onrein, onrein!” (Lev. 13:45). Het moet voor iedereen duidelijk zijn. De man met bedekte baard en snor, die roept ‘onrein, onrein’, is op grond van nauwkeurig onderzoek van de priester, melaats gebleken. Zo onthult het Woord van God, in deze geschiedenis door zijn dienstknecht Micha gesproken, de harten en stelt de zondaar schuldig voor God, “opdat elke mond gestopt wordt en de hele wereld doemwaardig wordt voor God” (Rom. 3:19). Ook valse profeten en waarzeggers zijn, net als melaatsen, onrein in Gods ogen.

Je ziet in dit hoofdstuk de samenwerking tussen de burgerlijke en geestelijke overheden, die het volk samen op de verkeerde weg leiden. Ze spreken over “vrede”, maar ondertussen willen ze betaald worden met lekker eten, met wijn en sterkte drank (Micha 2:11). Dat is de prijs voor de lege verkondiging van het begrip “vrede”. Jesaja, de oudere tijdgenoot van Micha constateerde eveneens dat het hen ontbrak aan vrede en recht:

Jesaja 59:8-9 De weg van de vrede kennen zij niet, er is geen recht in hun sporen. Zij gaan kromme paden;   ieder die ze betreedt, kent de vrede niet. 9. Daarom is het recht ver van ons en bereikt de gerechtigheid ons niet. Wij zien uit naar licht, maar zie, er is duisternis; naar stralend licht, maar wij wandelen in donkerheid.

De valse "vrede" wordt in alle tijden gepredikt. De NAVO gebruikt heel vroom de tekst uit Micha 4:3 voor het standbeeld voor hun gebouw.  Maar men vraagt niet God om leiding en wijsheid. Zij weten evenmin als in de tijd van Micha, wat recht is.

HET GETUIGENIS VAN MICHA

Micha 3:8 Ik daarentegen ben vol van de kracht van de Geest van de HEERE, van recht en heldenmoed, om Jakob zijn overtreding te verkondigen en Israël zijn zonde.

Wij zijn niet zo gewend om onszelf openlijk en concreet beter te verklaren dan een ander. We kennen het wel, maar kunnen dat op een meer geraffineerde manier duidelijk maken.  Maar wat Micha tegenover die valse profeten en leiders “beter” maakt, is niet een kwestie van eigen kwaliteiten, maar de volheid van Gods Geest, die hem kracht, recht en heldenmoed geeft om, zoals Yeshua dat ook zei “te getuigen dat hun werken slecht zijn”. (Joh. 7:7b) Micha spreekt hier namens Yahweh en is door Zijn Geest vol van kracht en durft zo zonde ook zonde te noemen, ook als niemand de oordeelsprediking wil horen (Micha 3:8). Hij vertrouwt op God en wordt niet beschaamd (Micha 3:6). Hij durft de moeilijke weg, tegen de stroom in, te gaan en komt als overwinnaar uit de strijd. 

Over het algemeen kijken wij op tegen wereldlijke en geestelijke leiders. Maar ook dit bijbelgedeelte laat zien dat we iemand niet zomaar blindelings moeten volgen (Micha 3:5).

Durven wij, vanuit de kracht van de Heilige Geest, dit ook te getuigen aan de wereld om ons heen? Onze tijd schreeuwt om zulke mensen!

JERUZALEM ZAL EVENEENS ALS SAMARIA EEN PUINHOOP WORDEN

Micha 3:9-12 Hoor nu dit, hoofden van het huis van Jakob en leiders van het huis van Israël, die een afschuw hebben van recht en al wat recht is, verdraaien, 10. die Sion bouwen met bloed en Jeruzalem met onrecht. 11. Hun hoofden spreken er recht voor geschenken, hun priesters onderwijzen voor loon, hun profeten plegen waarzeggerij voor geld. En nog steunen zij op de HEERE en zeggen: Is de HEERE niet in ons midden? Ons zal geen kwaad overkomen. 12. Daarom zal omwille van u Sion als een akker omgeploegd worden, Jeruzalem een puinhoop worden en de berg van dit huis tot hoogten in het woud.

Hier zien we een herhaling van de zonden zoals ze eerder in het hoofdstuk genoemd zijn. Het recht wordt verdraaid en men wil geschenken, loon, geld, wijn en sterkte drank. En niettemin klinken de woorden in de mond van de gezagsdragers nog heel vroom. “De HEERE is in ons midden! Ons zal geen kwaad overkomen.”  Ze bouwen Sion en zijn daar trots op, maar dat gaat ten koste van “bloed”, d.w.z. onderdrukking en afpersing. Micha kan met zijn geestelijk oor hun godslastering niet horen. Wie God wil dienen en meteen tracht populair te zijn, in de smaak te vallen bij de mensen, zal op de Dag van God beschaamd komen te staan, ook al zeiden ze iedere keer weer: „De HEERE is in ons midden!” God legt Micha dan ook het oordeel over deze lieden in de mond:
“Daarom zal omwille van u Sion als een akker omgeploegd worden, Jeruzalem een puinhoop worden en de berg van dit huis tot hoogten in het woud.”

Dit was de eerste keer dat de ondergang van Jeruzalem werd geprofeteerd. Dit is in 586 v.Chr. ook werkelijk gebeurd. Micha is dus de profeet die zowel de ondergang van het tienstammenrijk als van het tweestammenrijk aankondigde. En het gebeurt, zoals Micha 3:12 zegt, omwille van u! Omwille van die slechte leiders door de geschiedenis heen en met name degenen die door Micha worden aangesproken. Als we het vertalen naar onze tijd dan zien we om ons heen hoe kerkelijke, religieuze en wereldse leiders naar de ogen gekeken wordt. Ze weten hun boodschap zo te verpakken dat het goed in onze oren klinkt. Het moet getoetst worden aan Gods Woord en in gebed. Dit bijbelgedeelte laat zien dat we iemand niet zomaar blindelings moeten volgen. 

Dezelfde woorden die Micha over de komende verwoesting sprak, werden een eeuw later door Jeremia geciteerd, toen zijn  leven in gevaar kwam, omdat hij een dergelijke profetie over Jeruzalem en de tempel had laten horen. (Jeremia 26:18-19).

Jeremia 26:18 Micha uit Moreset heeft in de dagen van Hizkia, koning van Juda, geprofeteerd. Hij zei tegen heel het volk van Juda: Zo zegt de HEERE van de legermachten:

Sion zal als een akker omgeploegd worden,
Jeruzalem zal tot puinhopen worden
en de berg van dit huis tot hoogten in het woud.

Micha sprak deze woorden tijdens de regering van koning Hizkia (715-687 v.Chr.), die Achaz opvolgde op de troon van Juda. Hizkia was een rechtvaardige koning (2 Kon. 18:3-8), die Achaz zijn vader, een goddeloze koning, opvolgde. Hizkia nam de profetieën van Jesaja serieus en verwijderde de offerhoogten en altaren van de Kanaänitische godsdienst. Hij zorgde ervoor dat de tempel van afgoderij gereinigd werd.  Hizkia, die op God vertrouwde, zag geen reden om Micha te vervolgen omdat hij de profetie van vers 12 had uitgesproken, zoals later koning Jojakim van Juda, die Jeremia om diezelfde profetie wilde doden.

In dit hoofdstuk is veel oordeelprofetie. Maar Micha spreekt naast oordeel ook altijd weer over redding. En dat zien we in het volgende hoofdstuk.