English & other languages: click here!

Micha 6 - Rechtszaak en oordeel

DE AANKLACHT VAN YAHWEH TEGEN ZIJN VOLK

Micha 6:1-2 Luister toch naar wat de HEERE zegt: Sta op, roep de bergen ter verantwoording,  laat de heuvels uw stem horen. 2. Luister, bergen, naar de rechtszaak van de HEERE, ook u, vaste fundamenten van de aarde. De HEERE heeft immers een rechtszaak met Zijn volk, Hij voert een rechtszaak tegen Israël.

Er wordt hier een denkbeeldige rechtbank geschilderd waarin God een rechtzraak voert tegen Zijn volk Israël, waarbij Micha de getuigen moet horen. God zelf is de Aanklager. We lezen vaker dat God Zijn eigen schepping tot getuigen benoemt. In Deuteronomium 4:26 en in Deuteronomium 30:19 en in Deuteronomium 31:28 zijn dat “de hemel en de aarde”. 

 Zie ook Psalm 19 waar Gods schepping en Gods Woord beide getuigen zijn van Gods majesteit (Psalm 19:1-12). Hemel en aarde worden door Gods Woord in stand gehouden en naar het doel gevoerd dat Hij ermee heeft. Ze verzetten zich niet daartegen, want zij worden Gods dienaren genoemd.  (Psalm 119:89-91). Hier worden  hemel en aarde als personen voorgesteld. De bergen en de heuvels en de sterke fundamenten van de aarde zijn de onwankelbare getuigen.

DE KLACHT

Micha 6:3 Mijn volk, wat heb Ik u aangedaan? Waarmee heb Ik u vermoeid? Getuig tegen Mij! 4. Ik heb u immers uit het land Egypte geleid, u verlost uit het slavenhuis. Ik heb Mozes, Aäron en Mirjam vóór u uit gezonden. 5. Mijn volk, denk toch aan wat Balak, de koning van Moab, beraamde, en wat Bileam, de zoon van Beor, hem antwoordde,  aan wat er gebeurd is van Sittim tot Gilgal, opdat u de gerechtigheid van de HEERE kent.  

Nu roept God het volk op om tegen Hem te getuigen, Hij heeft hen immers niets kwaads aangedaan? Hoe zou je zoiets van God kunnen denken? Waarmee vermoeide God hen? Hij heeft niets anders dan het goede voor hen gedaan, omdat Hij hen wllde zegenen. Hij heeft het volk verlost uit het slavenbestaan in Egypte. Hij heeft niet toegestaan dat Bileam in opdracht van Balak het volk zou vervloeken en het tot afgoderij wilde verleiden. Dat zou de ondergang van Israël hebben betekend. Gods handelen was enkel gerechtigheid.

HET ONOPRECHTE ANTWOORD VAN GODS VOLK

Micha 6:6 Waarmee zal ik de HEERE tegemoet gaan en mij buigen voor de hoge God? Zal ik Hem tegemoet gaan met brandoffers, met eenjarige kalveren? 7. Zou de HEERE behagen scheppen in duizenden rammen, in tienduizenden oliebeken? Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding, de vrucht van mijn moederschoot voor de zonde van mijn ziel?

Dit antwoord maakt duidelijk dat Israël Gods boosheid wil afkopen met het offeren van dieren, zelfs met het offeren van de eerstgeborene. Mogelijk met de onderliggende gedachte dat God teveel van hen vraagt. Moeten ze soms met duizenden rammen komen?  Maar zo’n houding getuigt niet van liefde. Zulke offers zullen God niet behagen als er geen oprecht berouw is. Zoals David dat later onder  woorden brengt:

Psalm 51:18 Want U vindt geen vreugde in offers, anders zou ik ze brengen; in brandoffers schept U geen behagen. 19. De offers voor God zijn een gebroken geest; een verbrijzeld en verslagen hart zult U, o God, niet verachten.

Dan zal er  hartelijke gehoorzaamheid volgen en daalt Gods vrede neer in het hart. Want onze God vergeeft graag de zonde. Ook dat heeft David ervaren en daarvan getuigt hij in Psalm 86:5. Dat heeft God ook al aan Mozes bekend gemaakt:

Exodus 34:7 (SV) Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, en aan de kindskinderen, in het derde en vierde lid.

GODS ANTWOORD

Micha 6:8 Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.

Het antwoord van YAHWEH is niet eens verwijtend. De zaak is zo eenvoudig: recht doen en goedertierenheid liefhebben. Goedertierenheid houdt meerdere betekenissen in: genade, gunst, goedheid, getrouwheid, vriendelijkheid, barmhartigheid. “Ootmoedig” met God wandelen, betekent een nederige omgang met God. Het gaat eigenlijk om drie dingen:

Recht doen : Handel op een rechtvaardige, eerlijke manier in de omgang met je medemens. Behandel anderen zoals je zelf behandeld zou willen worden. Kom op voor degene die onrecht wordt aangedaan.

Goedertierenheid: de betekenis van dit woord is hierboven vermeld. Het zijn eigenschappen die deel van je eigen persoonlijkheid moeten uitmaken, zodat je niet alleen trouw en vriendelijk doet, maar dat je het ook bent. Het zijn eigenschappen die God  in de gelovige uitwerkt als deze ervoor open staat.

Ga nederig om met God: wees je bewust van het feit dat YAHWEH heilig is en geen omgang kan hebben met een mens die de zonde liefheeft. In de Bijbel wordt meermalen opgeroepen: Wees heilig, want Ik ben heilig.(Lev. 11:45; Lev. 19:2; Lev. 20:7,

1  Petrus 1:16) Deze heiligheid is wat ons onderscheidt en apart zet van alle andere mensen op aarde. ( Lev. 20:26)  Heiligheid is geen vrije keuze. Het is een voorwaarde om een kind van God te zijn. Het is een voorwaarde die beantwoordt wordt vanuit een liefdevol hart dat de Waarheid omhelst en Gods geboden liefheeft.

Wat is deze tekst een eigen leven gaan leiden in de “Micha Nederland” beweging. De indruk wordt gewekt alsof God Zijn  Koninkrijk bewerkt door onze daden hier op aarde. Maar dat Koninkrijk is een gave van God waarom wij bidden “Uw Koninkrijk kome...”.  Wij mensen zijn niet in staat om dat te realiseren. Ook niet door het nakomen van zogenaamde klimaateisen. Thema’s als klimaatverandering, duurzaamheid zijn overgenomen van de politiek, waar men verwacht zelf het klimaat te kunnen regelen. Alsof men God is..... ...wat een hoogmoed! 

Natuurlijk is het goed om verantwoord om te gaan met datgene wat God ons ten gebruike geeft. Dat is vanzelfsprekend voor iemand wiens hart op God gericht is. Dat is het “recht doen” wat genoemd wordt in Micha 6:8.

We weten dat in deze eindtijd het kwaad van deze aarde steeds meer  zichtbaar zal zijn in de natuur en in de mensen. Daarom zal de aarde worden verwoest.  (Micha 7:13) Het herstel van de aarde zal plaatsvinden in het komende Vrederijk, helemaal volgens Gods plan. Lees daarover Ezechiël 47:7-12 en/of de Jaïr studie daarover.

In dit verband is het ook goed om de artikelen van Franklin ter Horst te lezen over de “klimaathysterie”.

Ik neem hieronder een gedeelte over van de studie van Eva van Urk:

Aangezien God zelf het klimaat geschapen heeft en erover gaat, moeten we niet denken dat wij mensen de aardse klimaatsystemen zouden kunnen beïnvloeden of ontregelen, of dat we zelfs een plaats hebben in de controlekamer, alsof we het klimaat zouden kunnen managen (denk aan internationale afspraken om de opwarming te beperken tot 2 °C en bij voorkeur 1,5 °C). Dat gaat ons boven de pet.

Bovendien zegt God in Genesis 8,21-22 het volgende:

“Nooit weer zal ik de aarde vervloeken vanwege de mens, want alles wat de mens uitdenkt, van zijn jeugd af aan, is nu eenmaal slecht. Nooit weer zal ik alles wat leeft doden, zoals ik nu heb gedaan. Zolang de aarde bestaat, zal er een tijd zijn om te zaaien en een tijd om te oogsten, zal er koude zijn en hitte, zomer en winter, dag en nacht – nooit komt daar een einde aan.”

Het is dus nogal aanmatigend, en het getuigt zelfs van een gebrek aan geloofsvertrouwen, wanneer we menen zelf verantwoordelijk te zijn voor welke kant het opgaat met de natuur- en klimaatomstandigheden op aarde (zie Bakker 2017; Buitelaar 2009). Ten tweede zijn er christenen die niet per se uitsluiten dat de huidige klimaatverandering ook door mensen veroorzaakt zou kunnen worden, maar, zo stellen ze, de vreselijke verschijnselen die daarmee gepaard gaan, horen bij de eindtijd 

Ten derde valt wel te horen dat de grote huidige aandacht voor milieu en klimaat een teken is van het aanbidden van de schepping (moeder Aarde, Gaia) in plaats van de Schepper. Hier is dus de godsleer in het geding en ziet men de grote zorgen over de gevolgen van klimaatverandering als een vorm van idolatrie (= afgodendienst).

Tot zover citaat. Z

Zie over het verband met vermenging met  de “moeder aarde religie” deze video. Men leeft ook niet in de verwachting van het beloofde Koninkrijk en denkt dat we dat zelf moeten verwezenlijken.

We moeten niet vergeten dat de aarde tot zekere hoogte  geregeerd wordt door “de overste van deze wereld”, de satan, die geoordeeld zal worden bij de komst van Yeshua/Jezus. De Bijbel benoemt ook het probleem achter de milieuproblemen. Om de zondeval is de aarde door God zelf vervloekt: “De aardbodem [is] omwille van u (de zonde van de mens) vervloekt” (Genesis 3:17). Romeinen 8:22 zegt:  “Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe.” De oorzaak is onze zonde!! Wij doen aan symptoombedrijding. 

Jesaja profeteert over het verval van de aarde:

Jesaja 24:4-5 De aarde treurt, verwelkt; de wereld kwijnt weg, verwelkt; de hoogsten van het volk des lands kwijnen weg. Want de aarde is ontwijd door haar bewoners, omdat zij de wetten hebben overtreden, de inzetting ontdoken, het eeuwig verbond verbroken.

Jesaja 51:6 Sla uw ogen op naar de hemel en aanschouw de aarde beneden, want de hemel zal verdwijnen als rook, de aarde zal verslijten als een kleed, evenzo zullen haar bewoners sterven. Maar Mijn heil zal voor eeuwig bestaan, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden.

Degenen die de klimaatzorg progageren begrijpen niet dat het de almachtige God is die uiteindelijk het klimaat beheerst en dat Hij soms deze macht gebruikt om volken te straffen die Hem mishagen! Koning Salomo wist dit. Tijdens de inwijding van Gods tempel in Jeruzalem erkende hij Gods macht: “Als de hemel gesloten is en er geen regen komt, omdat zij [het volk] tegen U gezondigd hebben …” (1 Koningen 8:35). 

Herstel van de aarde is alleen te verwachten van God, die zegt: “Zie, ik maak alle dingen nieuw” Openbaring  21:5. Kerken, organisaties en politiek zijn niet in staat “het aardrijk te vernieuwen”, dat kan onze Schepper alleen en het past ons om Hem daarin te vertrouwen.

Psalm 104:30 Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem.

DE STEM VAN YAHWEH ROEPT IN DE STAD

Micha 6:9-12 De stem van de HEERE roept tot de stad: – Uw Naam ziet uit naar wat wezenlijk is – Hoor de roede en Wie hem voor u bestemd heeft. 10. Zijn er in het huis van de goddeloze nog schatten door goddeloosheid verkregen en een krappe efa, wat te verfoeien is? 11. Zou Ik rein zijn met een goddeloze weegschaal en met een zak valse weegstenen? 12. Omdat haar rijken er vol geweld zijn, haar inwoners er leugens spreken, hun tong bedrieglijk is in hun mond.

De zinsconstructie van vers 9 is wat moeilijk te begrijpen. Er blijkt dat het in het Hebreeuws ook een beetje anders geformuleerd kan worden. De HSV heeft er een vertalingsaantekenng bij staan: “6:9 Uw Naam … is - Of: Wijsheid ziet Uw Naam”. Dan zou de zin kunnen luiden: “dat er wijsheid voor nodig is om te erkennen dat het God is die tot de inwoners van die stad spreekt”.   Algemeen wordt er aangenomen dat het hier om Jeruzalem gaat, maar het staat er niet bij vermeld. Het zou ook de stad Samaria (tegenwoordig Nablus) kunnen zijn,  wat zich  in het werkterrein van Micha  bevond en met de verwijzingen naar Omri en Achab (Micha 6:17) is dat ook heel goed mogelijk. De “roede” is een beeld van de corrigerende discipline van God die voor de stad bestemd is. Volgens Jesaja 10:5 is "Assyrië" die Israël in ballingschap zal voeren, de "roede" in Gods hand.

Die roede is er omdat er bij sommigen van het verbondsvolk rijkdom is verzameld door koren (of iets anders) te verkopen met gebruikmaking van een inhoudsmaat die niet klopt. De genoemde “krappe efa” is een korenmaat van vermoedelijk tussen de 20 en 45 liter. Door te sjoemelen met het gewicht is er winst door onrecht verkregen en dat is heel kwalijk in Gods ogen. Hij noemt die daders “goddelozen”!  God zegt: “dacht je nu echt dat ik het door de vingers zou zien als jullie werken met een goddeloze weegschaal en valse gewichten?” Van de éne zonde komt de andere: geweld, leugens en bedrog. 

GODS OORDEEL OVER HET HEBZUCHTIGE EN GODDELOZE ISRAËL.

Micha 6:13-16 zal Ik u ook ziek maken, door u te treffen en te verwoesten vanwege uw zonden. 14. Zelf zult u eten, maar niet verzadigd worden, uw gevoel van leegte zal in uw binnenste blijven. U zult iets wegleggen, maar het niet in veiligheid brengen, en wat u in veiligheid zult brengen, zal Ik overgeven aan het zwaard. 15. Zelf zult u zaaien, maar niet maaien, zelf zult u olijven treden, maar u niet met olie zalven, en nieuwe wijn oogsten, maar geen wijn drinken. 16. Want men houdt zich aan de verordeningen van Omri en aan alles wat het huis van Achab gedaan heeft. U gaat voort in hun opvattingen, zodat Ik u overgeef aan de verwoesting, en haar inwoners maak tot een aanfluiting. Zo zult u de smaad van Mijn volk dragen.

Zelf zult u eten, maar niet verzadigd worden....  wat u in veiligheid zult brengen, zal Ik overgeven aan het zwaard. Wat we in dit gedeelte lezen herkennen we vanuit Leviticus 26 en Deuteronomium 28.  Het zijn de vloeken die over Israël uitgesproken werden. Dit zou hen allemaal overkomen als ze ongehoorzaam zouden zijn aan Gods Tora. God wilde hen leren dat hun welzijn zou afhangen van het volgen van Zijn geboden.

Want men houdt zich aan de verordeningen van Omri en aan alles wat het huis van Achab gedaan Dit volk moest heilig zijn en de Verlosser van de wereld  voortbrengen. Hoe zou dat kunnen als ze de goddeloze wegen gaan waarin de slechtste koningen van Israël: Omri (1 Kon. 16:25) en zijn zoon Achab hen zijn voorgegaan?  Onder Achab, beïnvloed door zijn vrouw Izebel, werd de Baäldienst ingevoerd, werd Elia, de profeet van God vervolgd en andere profeten vermoord. Hij beroofde en vermoordde Naboth (1Kon. 16:29-33 ; 1 Kon. 18:9-10 ; 1 Kon. 21:1-3, 1 Kon. 21:17-19), allemaal onder invloed van zijn vrouw en in de geest van zijn vader, die hem om politieke redenen had laten trouwen met deze vrouw. Bijzonder dat de opvatitingen van deze koningen meer dan een eeuw later nog invloed hadden op het volk.    

Zo zult u de smaad van Mijn volk dragen. In Hebreeën 12:6-7 lezen we dat God hen die Hij liefheeft bestraft. Ook Klaagliederen 3 laat Gods bewogenheid met Israël zien, maar ook Zijn boosheid en strenge straffende Vaderliefde die hun eeuwig welzijn voor ogen heeft:


Want niet voor eeuwig verstoot de Heere!

Want wanneer Hij bedroefd heeft, zal Hij Zich ontfermen

naar de grootheid van Zijn goedertierenheid.

Want niet van harte verdrukt Hij

en bedroeft Hij mensenkinderen..

Klaagliederen 3:31-33