English & other languages: click here!

Ezechiël 47 - De Tempelbeek - de grenzen van Israël

LEVEND WATER UIT HET HEILIGDOM

Ezechiël 47:1-2 Daarna bracht Hij mij terug naar de ingang van het huis. En zie, er stroomde water uit, van onder de drempel van het huis naar het oosten, want de voorkant van het huis lag naar het oosten. Het water stroomde naar beneden van onder de rechterzijde van het huis, ten zuiden van het altaar. 2. Vervolgens bracht Hij mij naar buiten via de noorderpoort en leidde mij buitenom rond naar de buitenpoort, in de richting die naar het oosten gekeerd is. En zie, uit de rechterzijde borrelde water.

Vanuit de buitenste voorhof met zijn keukentjes in de buitenste vier hoeken werd Ezechiël door zijn Begeleider teruggebracht naar de ingang van het heilige Tempelhuis. En daar zag Ezechiël dat uit oosterlijke richting  van dat heiligdom water naar buiten borrelde.  Het  vormde een stroompje dat langs het brandofferaltaar liep. Via de noorderpoort liepen de beide mannen buitenom naar de gesloten oostelijke buitenpoort en aan de rechterzijde ervan zag Ezechiël het waterstroompje zijn loop voort zetten.

Vreemd eigenlijk, de Tempel is gevestigd op een hoge berg. Er is geen smeltwater van sneeuw en het water komt vanuit de drempel van het Tempelhuis naar buiten.  Maar Joël  3:18 profeteert: “Een bron zal uit het huis van YAHWEH ontspringen.”

Yeshua had ongetwijfeld dit beeld voor ogen toen Hij de vergelijking maakte met het Levende Water dat  in stromen uit ons, als een tempel van de Heilige Geest, zou vloeien en tot een fontein zou worden. Joh. 4:14; Joh. 7:38; 1 Korinthe 6:19.

Heel veel hoofdsteden in deze wereld liggen aan een rivier. Dit was niet het geval met Jeruzalem. In het oosten is een betrouwbare watervoorziening essentieel voor het leven en voor de verdediging. Maar met de Godsrivier in het Koninkrijk van God ondergaat Jeruzalem een ontwikkeling  die het herstel van Gods schepping tot doel heeft.  

Psalm 46:5 De beekjes van de rivier verblijden de stad van God, het heiligdom, de woningen van de Allerhoogste.

Wat Ezechiël hier te zien krijgt zal zijn uiteindelijke vervulling krijgen als het nieuwe Jeruzalem op aarde neerdaalt:

Openbaring 22:1-2 En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam. 2. In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken.

Het watergieten dat op de laatste en grote dag van het Loofhuttenfeest plaats vond in de Tempel, heeft haar oorsprong in de woorden van Ezechiël 47:1-2 (Johannes 7:37-39).

Jesaja 12:3 U zult met vreugde water scheppen uit de bronnen van het heil. מִמַּעַיְנֵי, הַיְשׁוּעָה

mimayini ha Yeshua = uit de bron van Yeshua!!

HET WATER WORDT STEEDS DIEPER

Ezechiël 47:3-5 Toen de Man naar het oosten naar buiten ging, was er een meetlint in Zijn hand. Hij mat duizend el en liet mij door het water gaan: het water kwam tot de enkels. 4. Hij mat weer duizend el en liet mij door het water gaan: het water kwam tot de knieën. Toen mat Hij er weer duizend en liet mij erdoor gaan: het water kwam tot de heupen. 5. Nog eens mat Hij duizend el: het was een beek waar ik niet door kon gaan, want het water was heel hoog – water waar men alleen zwemmend door kon, een beek waar men anders niet door kon gaan. 6. Hij zei tegen mij: Hebt u het gezien, mensenkind? Toen leidde Hij mij en bracht mij terug naar de oever van de beek.

Ineens heet de Begeleider weer “ De Man”.  Hij had ook weer zijn meetinstrumenten bij zich. Hij mat eerst een afstand van plm. een halve kilometer langs de loop van het water en gaf Ezechiël de opdracht door het water te lopen. Het was in het begin echt “pootje baden”, want het water kwam tot de enkels. Hij mat weer een halve kilometer en toen Ezechiël in het water stapte, reikte het water tot zijn knieën. Vervolgens opnieuw een halve kilometer verder, kwam het water tot de heupen en na de laatste meting van weer een halve kilometer bleek dat je er alleen zwemmend je weg kon gaan.

DE KRACHT VAN GOD IN DE RIVIER

Ezechiël 47:7. Toen ik teruggekeerd was, zie, bij de oever van de beek stonden zeer veel bomen, aan deze kant en aan de andere kant. 8. Hij zei tegen mij: Dit water stroomt weg naar het oostelijke gebied en stroomt in de Vlakte naar beneden en komt in de zee. In de zee uitgestort, wordt het water gezond. 9 Het zal gebeuren dat alle levende wezens die er wemelen, overal waar een van beide beken naartoe komt, zullen leven. Daar zal zeer veel vis zijn, omdat dit water daarheen komt, en alles waarheen deze beek komt, zal gezond worden en leven. 10. Verder zal het gebeuren dat er vissers langs zullen staan vanaf Engedi tot En-Eglaïm. Er zullen droogplaatsen voor sleepnetten zijn. Hun vis zal van elke soort zijn, zeer talrijk, zoals de vis in de Grote Zee. 11. Maar de moerassen ervan en de poelen ervan zullen niet gezond worden: ze zijn aan het zout prijsgegeven. 

12. En langs de beek, langs de oever ervan, zullen aan deze kant en aan de andere kant allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan het blad niet zal verwelken en waarvan de vrucht niet zal opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten voortbrengen, want het water ervoor stroomt uit het heiligdom. De vrucht ervan zal tot voedsel dienen en het blad ervan tot genezing.

In heel veel meditaties wordt dit Bijbelgedeelte vergeestelijkt. Dat is het gevolg van vastliggende dogma’s, waarbij het duizendjarig Vrederijk ontkend wordt. En dat ondanks het feit dat men er wel om bidt in het “Onze Vader”.  Immers we bidden “Uw Koninkrijk kome….”.  Er wordt een “mooie toekomst” in de hemel gepredikt en niet het Koninkrijk van God op aarde, zoals dat o.a. in Ezechiël wordt geprofeteerd. Het vergeestelijken, “de allegorische interpretatie”,  is ontstaan in Antiochië en Alexandrië (de Alexandrijnse school) en kwam voort uit een toenemende afkeer voor joden, die in antisemitisme ontaarde.

Maar “de Man” in deze hoofdstukken van Ezechiël draagt zoveel  details aan, zoveel begrijpelijke maten en locaties, zoveel feiten die overeenkomen met wat Johannes namens God in het boek Openbaring schreef, dat het misbruik van Gods Woord is, als je de letterlijke profetie ervan ontkent. Een geestelijke toepassing ervan is alleen toegestaan als je eerst deze hoofdstukken als reële toekomstige profetie erkent.

Daarom  zegt De Man ook uitdrukkelijk “Hebt u het gezien, mensenkind?”.  Ezechiël  zag een echte oever van de beek en heel veel bomen aan weerszijden van de rivier.  Hij krijgt uitgelegd dat dit water naar de Zoutzee stroomt en daar het water gezond maakt.  Toen ik in 2001 voor het eerst bij de Zoutzee stond schreef ik in een verslag:


Nergens op deze wereld is er een plaats zoals deze. Deze zee ligt 395 m onder de waterspiegel van de Middellandse Zee en is de laagste plaats op aarde. Water waarin en waaromheen geen leven mogelijk is,  geen planten……geen dieren. Met een zo hoog zout- en zwavelgehalte dat je er blijft drijven en dat je de zwavelgeur ruikt. Vuur en zwavel, daarvan lees je in Genesis 19:24.

Toen liet de HERE zwavel en vuur op Sodom en Gomorra regenen, van de HERE uit de hemel.

Vuur en zwavel….. het houdt verband met oordeel.  Als iemand een bewijs voor de waarheid van de bijbel zoekt, dan is het hier.

In Ezechiël 47 lezen we over de tempelbeek, die naar deze zee zal stromen, zodat het water weer gezond wordt.

 En een vis dat er zal zijn! De vissers zullen bij Engedi staan. Engedi is dichtbij de Dode Zee. Dit is het levende water, geweldig wat een uitwerking heeft dat! Straks werkelijkheid in Israël, maar geestelijk gezien nu al voor ons.

 Levend water, water dat leven brengt. Er is een hoge prijs voor betaald. Maar je kunt het gratis krijgen (Openbaring 22:17b).

 En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet.

 "Kom maar bij me en drink het" zegt Jezus (Joh. 7:37). Na de eerste zonde in het Paradijs zijn we allemaal geestelijk dood. Maar het levende water, dat van Jezus komt, brengt onze dode levens tot nieuw leven en het zal uit ons naar buiten vloeien, zodat ook anderen tot leven kunnen komen. Het is de Heilige Geest, de Geest van Jezus. Zonder Hem zijn we dood als de Dode Zee. Misschien denk je dat je het best aardig doet, maar zonder Jezus heeft het geen waarde voor God, voor de eeuwigheid. We hebben het allemaal nodig.


Tot zover mijn reisverslag. In Ezechiël 47:8 is er sprake van “twee beken” dat overeenkomt met de grondtekst:  נַחֲלַיִם nagalayiem, dat inderdaad een meervoudsvorm heeft van twee zaken die bij elkaar horen. Duidelijkheid daarover vinden we in Zacharia:

Zacharia 14:8 Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen: 's zomers en 's winters zal het plaatsvinden.

We zien dus dat er een tak van die rivier naar de Dode Zee gaat en de andere naar de Middellandse Zee. Dat gaat een herstellende functie geven voor alle wateren op aarde.  Maar hier wordt Ezechiël bepaald bij de beek die de plaats van het oordeel gaat vervangen door zegen. Weer worden reële plaatsnamen genoemd: Engedi en En-Eglaïm (= bron van twee kalveren). De laatstgenoemde plaats is waarschijnlijk het huidige Ein Feshkah. Er wordt daarmee aangegeven dat het herstel langs de hele westkust plaatsvindt. Overal zijn vissers te zien en de vangst is te vergelijken met die in de Middellandse Zee. 

En dan al die vruchtbomen langs de voormalige Zoutzee, die elke maand vruchten voortbrengen en waarvan het blad genezing brengt. Deze bomen worden door de God van Israël  gevoed vanuit de Tempel.

Er staan nu al gigantische dadelplantages in dit onvruchtbare gebied, maar dat is het resultaat van kunstmatige irrigatie.

Er vindt overvloedig LEVEN plaats uit de dood en dat verwijst naar wat Yeshua voor ons heeft tot stand gebracht.  Het is de geleidelijke herschepping van het paradijs. Het is het voorportaal van het hemelse Jeruzalem waar de bomen genezend zijn voor de volken (Openbaring 21 en 22)

De moerassen en poelen blijven wel aan het zout prijsgegeven. (Eze 47:11) Mogelijk als een herinnering aan wat er heeft plaatsgevonden. Het is ook mogelijk dat deze plekken beschikbaar blijven voor de productie van zout en meerdere toepassingen tot heil van de mens.

DE GRENZEN VAN HET LAND

Ezechiël 47:13-14 Zo zegt de Heere HEERE: Dit is de grens waarbinnen u het land onder de twaalf stammen van Israël in erfelijk bezit zult nemen, met voor Jozef twee gebieden. 14. U zult die in erfelijk bezit krijgen, zowel het ene als het andere waarover Ik Mijn hand opgeheven heb en gezworen dat Ik het aan uw vaderen zou geven. Dit land zal u als erfelijk bezit toevallen.

Ook hier zien we weer specifieke aanwijzingen. Er is niets dat reden geeft voor symbolische toepassingen. Er zal ècht land zijn dat aan de èchte twaalf stammen van Israël zal worden gegeven.  Het is hun erfenis. En reken erop dat satan, in de tijd die hem nog rest, zijn best zal doen om dat te voorkomen.  En wat zullen velen hem daarin volgen van wie we het niet zouden verwachten. Dat begint al met het ontkennen en vergeestelijken van wat God ons door Zijn profeten heeft aangereikt.

…. voor Jozef twee gebieden (vers 13)  Net zoals bij de verdeling van het Kanaän, krijgen de zonen van Jozef: Efraïm en Manasse, ieder een eigen deel in het Koninkrijk van God.  (Jozua 14:4) De eed die God had gezworen aan Abraham (Gen. 13:15; Gen. 15:18), Izaäk (Gen. 26:3) en Jacob (Gen. 28:3)  wordt hiermee vervuld.
De belofte van Ezechiël 37:19 dat Juda, en Efraïm één zullen zijn in Gods hand wordt nu waar gemaakt. 

Hij heeft hen tot één volk gemaakt in het land, op de bergen van Israël.  Wat een vreugde!

Ezechiël 47:16-20

Aan de hand van de vier windrichtingen noord, oost, zuid en west worden de grenzen aangegeven van het komende Koninkrijk van God, dat gestalte krijgt in Israël. Dit heeft een zegenrijke uitwerking op de wereld om hen heen.

Het gebied dat God aan Zijn volk wilde geven was beloofd in Genesis 15:18-21 en Numeri 34:1-12 en dit was ook het gebied waarover Salomo als  vredevorst  regeerde, als beeld van wat zou komen. (1 Kon. 4:24) Slechts twee keer in de geschiedenis van Israël strekten de landsgrenzen van Israël zich uit tot aan Lebo-Hamat: onder David en onder Jerobeam II (2 Koningen 14:25).

De veelheid van plaatsnamen maakt dat het moeilijk is te herleiden naar de toekomst. In de loop van de tijden zijn namen veranderd en grenzen verlegd. De westelijke  zee, de Middellandse Zee is het enige vaste oriëntatiepunt. Anderen zijn bezig geweest en hebben op grond van de beschikbare informatie een kaart samengesteld, waardoor we enigszins inzicht hebben welk gebied er hier bedoeld wordt.  

DE VERDELING VAN ISRAËL ONDER DE STAMMEN

Ezechiël 47:20 En de westzijde: de Grote Zee van de grens tot recht tegenover Lebo-Hamath. Dat is de westzijde. 21. Dit land nu moet u voor uzelf verdelen over de stammen van Israël. 22. En het zal gebeuren dat u het als erfelijk bezit zult doen toevallen aan u en aan de vreemdelingen die in uw midden verblijven, die in uw midden kinderen verwekt hebben. Zij zullen voor u zijn als een Ingezetene onder de Israëlieten. Hun zal het met u in erfelijk bezit toevallen, te midden van de stammen van Israël. 23. Het zal gebeuren dat in de stam waarbij de vreemdeling verblijft, u daar zijn erfelijk bezit moet geven, spreekt de Heere HEERE.

In het volgende en laatste hoofdstuk van Ezechiël zal worden uitgelegd hoe het land onder de stammen moet worden verdeeld. Binnen het gedeelte voor elke stam moet het erfbezit verdeeld worden onder de families en dat gebeurt door het werpen van het lot. Het staat er in onze vertaling niet bij dat het door "loten" gebeurt, maar in het Hebreeuws wel (תַּפִּ֣לוּ tapiloe Eze 47:22).  

De vreemdelingen die in Israël wonen vallen dan onder deze indeling en ontvangen met de Israëlieten hun erfelijk bezit binnen de stam waar zij verblijven.

Jesaja 14:1 Want de HEERE zal Zich over Jakob ontfermen en Hij zal Israël nog verkiezen. Hij zal hen neerzetten op hun eigen grond. De vreemdeling zal zich bij hen aansluiten en zich bij het huis van Jakob voegen.