English & other languages: click here!

Naar hoofdstuk - inleiding - 1 - 2/3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16 - 17 - 18 - 19 - 20 - 21 - 22 - 23 - 24 - 25 - 26 - 27 - 28 - 28/29 - 29 - 30 - 31 - 32 - 33 - 34 - 35 - 36 - 37 - 38 - 39 - 40 - 41 - 42 - 43 - 44 - 45 - 46 - 47 - 48

Ezechiël 48 Verdeling land en nieuwe naam voor Jeruzalem

DE VERDELING VAN HET LAND

De woongebieden van de stammen van Israël zijn in het komende Vrederijk totaal verschillend van die we kennen uit het eerste testament. God begint helemaal opnieuw met Zijn volk dat Hij heeft uitverkoren.

Eze 48:1-8

Bij alle gebieden van de stammen staat vermeld: “VAN DE OOSTZIJDE TOT DE WESTZIJDE! “

1. Dit zijn de namen van de stammen:


Eze 48:1 Van het uiterste noorden, langs de weg van Hethlon, Lebo-Hamath en Hazar-Enon, de grens van Damascus, naar het noorden langs Hamath, dat zal Dan toebehoren: Dan één gebied.

5 En grenzend aan het gebied van Manasse: Efraïm één gebied.

2 En grenzend aan het gebied van Dan: Aser één gebied.

6 En grenzend aan het gebied van Efraïm: Ruben één gebied.

3. En grenzend aan het gebied van Aser: Naftali één gebied.

7. En grenzend aan het gebied van Ruben: Juda één gebied.

4. En grenzend aan het gebied van Naftali: Manasse één gebied.

8. En grenzend aan het gebied van Juda moet het hefoffer liggen dat u moet brengen: vijfentwintigduizend el breed en even lang als een van de andere delen, Het heiligdom moet in het midden ervan liggen


In het Bijbelgedeelte hierboven staan de zeven stammen vermeld die hun erfdeel in Noord Israël  krijgen. De eerstgenoemde is Dan.  In Openbaring 7 missen we de stam Dan bij de 144.000 die daar genoemd worden. Als reden wordt vaak verondersteld dat het de eerste stam was die zich met afgoderij bezig hield.  Het is goed mogelijk dat deze stam daaruit weggelaten is omdat hij volgens de zegening van zijn vader Jacob “zijn volk zal richten”.(Genesis 49:16-17 en Richt. 17-18) Mogelijk krijgen ze die taak in de eindtijd. Een richter uit de stam Dan was Simson. 

Verder is er rekening gehouden met de afstamming van de moeders van de stamhoofden. Het nageslacht van de slavinnen woont het verste weg van het heiligdom.Het zijn de kinderen van slavinnen die menselijk gezien niet tot het verbond behoorden, maar toch door God zijn meegeteld, zoals wij uit de heidenen op dezelfde manier – in Yeshua  - door God worden meegeteld. Als we maar beseffen en erkennen dat de verbondsbeloften voor Israël zijn.  

De stammen afkomstig van Rachel en Lea wonen het dichtst bij het tempelcomplex en die van hun slavinnen het verst er vanaf. 

Juda, het koningsgeslacht heeft de mooiste plek toegewezen gekregen, grenzend aan het tempelcomplex. Op hem rust de Messiaanse belofte (bechira) (Genesis 49:8-12). Ruben die eigenlijk de eerstgeborene was, maar dit verspeeld had, heeft een tweede goede positie, ten noorden van Juda. Daarboven zijn de beide delen voor Jozef’s zonen (de kleinkinderen van Rachel) Efraïm en Manasse. Rachel’s zoon Bejamin krijgt de mooie positie dichtbij het tempelcomplex.

Bijzonder is dat alle stammen hun woongebied krijgen ten westen van de Jordaan. In de tijd van Mozes en Jozua hadden de stammen Gad, Ruben en de halve stam Manasse hun grondgebied ten oosten van de Jordaan.

In verband met het grote gebied van de “heffing” (het tempelgebied) inclusief de delen voor de Vorst, de Zadokieten en de Levieten, zijn de toegewezen gebieden voor elke stam afzonderlijk kleiner dan voorheen bij de indeling in de Tenach.

HET GEBIED VOOR YAHWEH – SION DE HEILIGE BERG

Eze 48:9-12 Het hefoffer dat u de HEERE moet brengen, moet vijfentwintigduizend el lang en tienduizend breed zijn. 10. Voor de volgende personen is het heilige hefoffer bestemd: Voor de priesters: naar het noorden een lengte van vijfentwintigduizend el, naar het westen een breedte van tienduizend el, naar het oosten een breedte van tienduizend el en naar het zuiden een lengte van vijfentwintigduizend el. En het heiligdom van de HEERE moet in het midden ervan liggen. 11. Het zal bestemd zijn voor de priesters die geheiligd zijn uit de zonen van Zadok, die hun taak ten behoeve van Mij vervuld hebben, die niet afgedwaald zijn toen de Israëlieten afdwaalden, zoals de andere Levieten afgedwaald zijn. 12. De heffing van het hefoffer van het land zal voor hen allerheiligst zijn, tegen het gebied van de Levieten aan.

De afmetingen van dit heilig gebied, dat een hefoffer is dat Yahweh moet worden aangeboden, werden al in Eze 45:1-6 gegeven. Dat betekent dus dat de bevolking van Israël in het Vrederijk daaraan van harte zal meewerken, zoals we ook van het hefoffer horen bij de bouw van de tabernakel: Exodus 25:1-9 en Exodus 35, waarbij de voorwaarde een gewillig hart was. 

In Exodus 36:5 lezen we: “Het volk brengt veel meer dan toereikend is ten dienste van het werk dat de HEERE geboden heeft te doen.” Mozes moest het inzamelen van het hefoffer stoppen.

Tijdens de bouw van de tabernakel beschikte de bevolking over heel veel materialen die ze van de Egyptenaren meegevraagd hadden toen ze hun slavendienst verlieten. Het was in feite hun achterstallig loon.

Ook nu zal Israël recht gedaan worden en het zal vergoeding ontvangen voor alles wat hen ontnomen is. Er zullen, volgens Jesaja 60, geschenken met kamelen (containers?) aangevoerd worden, dat het net lijkt of Jeruzalem ermee bedekt is. Onder degenen die komen met kinderen en geschenken zijn koningen en vorstinnen en zij zullen zich voor Gods volk neerbuigen.

HET GEBIED VOOR DE PRIESTERS EN LEVIETEN

Eze 48:13-14 De Levieten zullen, evenwijdig aan het gebied van de priesters, een lengte van vijfentwintigduizend el en een breedte van tienduizend el krijgen. De totale lengte zal vijfentwintigduizend el zijn en de breedte tienduizend el.14. Zij mogen er niets van verkopen, niets omruilen en het beste deel van het land mogen zij niet aan anderen overdragen, want het is heilig voor de HEERE.

Dit gebied voor de tempeldienaars sluit vanzelfsprekend aan op het deel van het tempelcomplex. Dit hele gebied is afgezonderd voor de dienst aan YAHWEH en is dus het “de Heilige Heffing”. De priesters zijn de Zadokieten, een geslacht voortkomend uit de stam van Levi.

Levi had samen met Simeon wraak genomen op de Sichemieten, waardoor Jacob een vervloeking over hem had uitgesproken. Ze kregen geen grondbezit in Israël. (Gen. 49,5-7)   De stam Levi had tijdens de woestijnreis bij de zonde om het “gouden kalf” voor YAHWEH gekozen

Exodus 32:26 ging Mozes bij de ingang van het kamp staan en zei: Wie bij de HEERE hoort, moet bij mij komen. Toen verzamelden al de Levieten zich bij hem.

Om deze reden bepaalde God dat het priesterschap deze stam ten deel zou vallen in plaats van de eerstgeborenen. (Numeri 3:11)

De Levieten waren YHWH ontrouw geweest door afgoderij tijdens het leven van Ezechël, we lezen het o.a. in Eze 44. Ook kozen ze de verkeerde kant toen Adonia het Koningschap van David wilde afpakken dat God voor Salomo bestemd had. Een artikel waarin dit vanuit verschillende bijbelgedeelten wordt toegelicht, is de Jaïr studie “Zadok”  en de Jaïr studie Adonia grijpt de macht (1 Koningen 1)

Om deze reden gaat het priesterschap in het Vrederijk naar Zadok, die, evenals Mozes uit het geslacht Levi geboren was. De Levieten moesten hun schaamte dragen (Eze 44:13), door een ondergeschikte dienst in de Tempel te vervullen. Zij kregen wel een grondgebied in bruikleen om te wonen, binnen de afgezonderde Heilige Heffing.

Verkoop of schenking van deze grond was niet toegesraan. (Eze 48:14)

 

HET GRONDGEBIED APART GEZET VOOR DE STAD

Eze 48:15. Maar de vijfduizend el die in de breedte overblijft tegenover de vijfentwintigduizend, dat zal niet-heilig gebied zijn, bestemd voor de stad, om erin te wonen en als weidegrond. En de stad moet in het midden ervan liggen. 16. Dit zijn de afmetingen ervan: aan de noordzijde vijfenveertighonderd el, aan de zuidzijde vijfenveertighonderd, aan de oostzijde vijfenveertighonderd en aan de westzijde vijfenveertighonderd.17. En de stad zal weidegrond hebben van tweehonderdvijftig el naar het noorden, van tweehonderdvijftig naar het zuiden, van tweehonderdvijftig naar het oosten en van tweehonderdvijftig naar het westen.18. Wat overblijft in de lengte, evenwijdig aan het heilige hefoffer, zal tienduizend el naar het oosten en tienduizend naar het westen zijn. Het zal evenwijdig aan het heilige hefoffer zijn. De opbrengst ervan zal bestemd zijn als voedsel voor hen die de stad dienen.19. Wat hen betreft die de stad dienen: zij mogen die uit alle stammen van Israël dienen. 20. Heel het hefoffer zal vijfentwintigduizend bij vijfentwintigduizend el zijn, een vierkant. U moet het heilige hefoffer brengen met inbegrip van het bezit van de stad.

Tegen de Zuidkant van die heilige berg Sion ligt het gebied voor de stad Jeruzalem, evenwijdig aan de Heilige Heffing, dus 12½ km lang en 2½ km breed,  . De afmetingen zijn al vermeld in Eze 45:1.  Het stadsgebied zelf is 2½ km in het vierkant. Het is een stad die nu 4 of 5 keer zo groot is dan Jeruzalem in de 1e eeuw na Chr. zoals bekend is van Flavius Josephus. Die stad is voor alle stammen bestemd.

De stad heeft drie poorten in het noorden, drie in het zuiden, drie in het westen en drie in het oosten. De terreinen aan weerzijden van de stad zijn bestemd voor landbouw en veeteelt.

Ook dit hoofdstuk geeft ons zoveel details, dat je het wel uit je hoofd moet laten om dit alleen maar als beeldspraak te duiden. Dit is het Woord van God dat letterlijk in vervulling zal gaan. Dit is de stad van de Grote Koning.(Matth.5:35)

Dit is de stad waarvan Jesaja profeteerde:
Jesaja 2:2 Het zal in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels,en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen.

 

HET HEILIG GRONDGEBIED VAN DE VORST

Eze 48:21-22 Wat dan overblijft, zal voor de vorst zijn: het gebied aan deze kant en aan de andere kant van het heilige hefoffer en van het bezit van de stad, langs de vijfentwintig duizend el van het hefoffer tot de oostgrens, en naar het westen langs de vijfentwintigduizend naar de westgrens, evenwijdig aan de andere delen, zal voor de vorst zijn. Het heilig hefoffer en het tempelheiligdom zullen in het midden ervan zijn. Afgezien van het bezit van de Levieten en het bezit van de stad, dat ligt te midden van dat wat van de vorst is, zal het gebied tussen de grens van Juda en de grens van Benjamin voor de vorst zijn.

Het gebied aan weerszijden van het tempelcomplex en de stad Jeruzalem zijn de vorstelijke domeinen. Ook in Eze 45:7-8 werd dit al beschreven. Het terrein van de vorst grenst aan de zuidzijde aan het gebied van Benjamin en aan de  noordzijde aan het stamgebied van Juda.

 

DE POORTEN EN DE NAAM VAN DE STAD

Eze 48:26-35 En grenzend aan het gebied van Issaschar, van de oostzijde tot de westzijde: Zebulon één gebied. 30. Dit zijn de uitgangen van de stad: aan de noordzijde is de maat vijfenveertighonderd el. 31. De poorten van de stad zullen overeenkomstig de namen zijn van de stammen van Israël: drie poorten naar het noorden: één de Rubenpoort, één de Judapoort en één de Levipoort. 32. En aan de oostzijde is de maat vijfenveertighonderd el, met drie poorten: namelijk één de Jozefpoort, één de Benjaminpoort en één de Danpoort.  33. De zuidzijde: de maat is vijfenveertighonderd el, met drie poorten: één de Simeonpoort, één de Issascharpoort en één de Zebulonpoort. 34. De westzijde: vijfenveertighonderd el, met drie bijbehorende poorten: één de Gadpoort, één de Aserpoort en één de Naftalipoort. 35. Achttienduizend el rondom. En de naam van de stad zal vanaf die dag zijn:

DE HEERE IS DAAR

De indeling van de vijf zuidelijke stammen (Eze 48:19-23) zijn in dit artikel al verwerkt in een schema, samen met de noordelijke stammen.

Deze stad, die een beeld is van het komende Nieuw Jeruzalem heeft ook twaalf poorten die toegang geven tot de stad in de Heilige Heffing. Hier dragen de poorten eveneens de namen van de 12 stammen. (Openbaring 21:10-13). Deze poorten zijn de toegang tot het centrum van het duizendjarig rijk! Zouden wij dan de Jozefpoort binnengaan? Op grond van de zegen voor zijn zoon Efraïm?  “Zijn nageslacht zal tot een menigte van volken worden!” Genesis 48:19

De stam Dan die weggelaten wordt in de vermelding van de 144.000 in Openbaring 7, wordt hier als eerste vermeld.

De naam Jeruzalem wordt in het tempelvisioen (Eze 40-48)  niet genoemd. Ezechiël noemde het  gewoon  “de stad”. Dat heeft er mee te maken dat deze stad hier een nieuwe naam krijgt, want  de naam van de stad zal vanaf die dag zijn:

YAHWEH SHAMMAH”

= YAHWEH IS DAAR

 

"Naar haar heb Ik verlangd" Psalm 132:14c. Het verlangen van Yahweh - tot heil van de mens - is vervuld:

Psalm 132:11

De HEERE heeft David in waarheid gezworen,

en Hij zal daar niet van afwijken:

Eén van de vrucht van uw schoot

 zal Ik op uw troon zetten.

11 Als uw zonen Mijn verbond in acht zullen nemen

en Mijn getuigenissen, die Ik hun leren zal,

zullen ook hun zonen tot in eeuwigheid

 op uw troon zitten.

13 Want de HEERE heeft Sion verkozen,

Hij heeft het begeerd tot Zijn woongebied.

14 Dit is, zei Hij, Mijn rustplaats tot in eeuwigheid,

hier zal Ik wonen, want naar haar heb Ik verlangd.

 

Ik heb me wel eens afgevraagd of de vorst in het visioen werkelijk David was, want hij werd niet bij name genoemd, Toch staat in Eze 37:25 duidelijk geschreven dat David vorst over Israël zal  zijn. Die Éne “vrucht van Davids schoot” moest Yeshua zijn. Maar Psalm 132:12 laat zien dat de zonen van David , die het Verbond in acht nemen, ook op hun vaders troon mogen zitten. Yeshua zal  Koning zijn over de hele aarde, en David regeert over Israël als een Vorst onder Hem. Het is mij duidelijk geworden en ik hoop dat het ook duidelijk is voor degenen die zich hierin verdiepen.

Psalm 46 spreekt  eveneens van de toekomst die God aan Ezechiël heeft laten zien, maar ook over wat daaraan vooraf gaat. Want het Koninkrijk komt niet “zonder slag of stoot”. De aarde zal beven, Yahweh richt verwoestingen aan op aarde, koninkrijken wankelen, maar wij zullen in Zijn kracht niet bevreesd  zijn al verandert de aarde van plaats, want God is onze toevlucht en krachtige hulp in benauwdheden.

Psalm 46

 

Een vaste burcht is onze God

1 Een lied op Alamoth, voor de koorleider, van de zonen van Korach.

2  God is ons een toevlucht en kracht;

Hij is in hoge mate een hulp gebleken in benauwdheden.

3  Daarom zullen wij niet bevreesd zijn, al veranderde de aarde van plaats

en werden de bergen verzet naar het hart van de zeeën.

4  Laat haar water bruisen, laat het schuimen,

laat de bergen beven door haar onstuimigheid. Sela

5  De beekjes van de rivier verblijden de stad van God,

het heiligdom, de woningen van de Allerhoogste.

6  God is in haar midden, zij zal niet wankelen;

God zal haar helpen bij het aanbreken van de morgen.

7  De heidenvolken tierden, de koninkrijken wankelden;

Hij liet Zijn stem klinken: de aarde smolt weg.

8  De HEERE van de legermachten is met ons;

de God van Jakob is voor ons een veilige vesting. Sela

9  Kom, zie de daden van de HEERE,

Die verwoestingen op de aarde aanricht;

10 Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde,

de boog breekt en de speer in stukken slaat,

de wagens met vuur verbrandt.

11 Geef het op en weet dat Ik God ben;

Ik zal geroemd worden onder de heidenvolken,

Ik zal geroemd worden op de aarde.

12 De HEERE van de legermachten is met ons;

de God van Jakob is voor ons een veilige vesting. Sela

 

Ezechiël heeft, gedurende de 25 jaar van zijn ballingschap, de heerlijkheid van God zien verdwijnen uit de tempel van Jeruzalem. Hij heeft gepredikt tegen de ballingen die ten onrechte dachten dat ze weer naar Jeruzalem met zijn tempel zouden terugkeren. Maar hij moest ze duidelijk maken dat die terugkeer pas zou plaats vinden in het Vrederijk als ze afstand zouden doen van hun afgoderij en hun hart op God zouden richten. .

 

Ezechiël heeft  de heerlijkheid van God ook zien terugkomen. Yeshua ìs de heerlijkheid van God!  

We zijn aan het einde gekomen van dit bijzondere boek Ezechiël. Ik heb alle hoofdstukken “doorgeworsteld”,  niet omdat ik er zoveel van afwist. Ik wilde onder Gods leiding ervan leren en wilde dat graag delen met andere gelovigen. Aanvullingen en correcties, mits gegrond op Gods Woord, zijn welkom. 

Naarmate we meer zicht krijgen op de profetieën zullen we ook beter in staat zijn de tijd waarin we leven te doorzien.  Gods Geest zal het op de juiste tijd in herinnering brengen, zodat we stand kunnen houden in moeilijke tijden.

 

“Onze God is in hoge mate een hulp gebleken in benauwdheden.” Psalm 46:1