To translate this website in different languages, click here.

Ezechiël 37 - Zij zullen in Gods hand één worden

Toen ik dit hoofdstuk las was ik benieuwd naar de betekenis van de beide stukken hout die aan elkaar worden verbonden. Met de Ctrl-F functie zocht ik op het Hebreeuwse woordje “etz עֵץ” dat zowel met een stuk hout als een boom zou kunnen worden vertaald. Maar je hebt geen twee bomen in de hand en daarom lijkt een stuk hout, of een tak een goede vertaling. Het tweede gedeelte van Ezechiël gaat over het samenvoegen van die twee stukken hout, die Juda en Efraïm voorstellen.

Toen ik dus dat woordje “etz עֵץ” in het hoofdstuk zocht, zag ik tot mijn verbazing het woord ook in het eerste deel van het hoofdstuk. Het woord komt 18 keer voor in Ezechiël 37, met dien verstande, dat er in het eerste deel een letter “mem” aan is toegevoegd. Een bot (beenderen) is “etzem עֶצֶם en een stuk hout is “etz עֵץ”. Omdat klinkers niet worden geschreven in het Hebreeuws is het dus een verschil van slechts één letter en dat zijn woordspelingen in het Hebreeuws.

Omdat er in de Bijbel zoveel woordspelingen voorkomen begreep ik dat dit niet voor niets is. De profetie over de botten die worden samengevoegd heeft ongetwijfeld alles te maken met de stukken hout die samengevoegd worden. Dat was me eerder nog niet duidelijk. Het Hebreeuwse woord voor samenvoegen of bij elkaar brengen is qarab קָרַב. Vers 7, waar het gaat over de beenderen is in het Nederlands als volgt vertaald:

Ezechiël 37:7 Toen profeteerde ik zoals mij geboden was, en er ontstond een geluid zodra ik profeteerde, en zie, een gedruis! De beenderen kwamen bij elkaar (qarab קָרַב), elk been bij het bijbehorende been.

In vers 17 gaat het over de beide stukken hout: Juda en Efraïm:

Ezechiël 37:17 Breng ze dan bij elkaar (qarab קָרַב), het ene bij het andere, tot één stuk hout, zodat ze in uw hand één worden.

Dat “naderbij/dichtbij komen” vindt ook plaats als de broers bij Jozef komen, we lezen dat in Genesis 44:18 en Genesis 45:4, alleen wordt daar een ander werkwoord gebruikt. We leren daaruit dat God bijeen brengt wat verbroken is.  

Het gaat in dit hoofdstuk om drie thema’s:

Eén volk

 Eén Herder

    Eén Koninkrijk

 

Het is alleen God die deze verzoening kan bewerken. Hij zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen van Israël. Geen afgoderij meer. Een volk aan God gewijd en een God die er voor hen is. Yeshua, als de Knecht David, zal op Davids troon hun welzijn zoeken. Hij is hun Herder en ze zullen uit liefde de wetten en bepalingen houden.

Het is God Zelf die ervoor zal zorgen, zoals Abraham in Gen. 22: 14 bij het offeren van zijn zoon zei: “De HEERE zal erin voor zien.“

Deze Eénheid kan alleen worden bewerkstelligd door het offer van Yeshua haMashiach. Dit komt tot uitdrukking in de woorden  van de hogepriester Kajafas:

Johannes 11: 49, 50  Kajafas, die dat jaar de hogepriester was, zei: "Jullie begrijpen helemaal niet wat er aan de hand is. Begrijp dan toch dat het voor ons het beste is om één man te doden, zodat het niet met het hele volk slecht afloopt."

In de verzen 11 t.m. 14 zien we een uitleg over het visioen en de beide profetieën die beschreven worden in de verzen 1 t.m. 10. Het opkomen uit de graven wordt vaak uitgelegd als de komst van de kinderen Israëls uit de landen waarheen ze verstrooid zijn. En dat kan, maar het lijkt me dat er een toekomstig gebeuren beschreven wordt, waarbij we de “graven” in de eerste plaats moeten zien als de plaatsen waar de Israëlieten door de tijd heen begraven zijn. Dat waren ook wel massagraven. De foto’s komen voor de geest van de bergen botten in de vernietigingskampen. In het visioen komen de lichamen en het vlees bij elkaar. Het is een heel groot aantal mensen, Ezechiël noemt het een zeer, zeer groot leger. maar…. er is nog steeds geen LEVEN!

Ezechiël moet de geest “uit de vier windstreken” roepen (vers 9). Dit geeft aan dat de Israëlieten over de hele aarde verstrooid zijn en van daaruit bijeen moeten worden verzameld. Deze geest is de natuurlijke levensadem die alle schepselen van God hebben ontvangen. Maar dit is nog niet de Heilige Geest, die door bekering en wedergeboorte in de mens wil wonen.

In vers 12 zien we dan Gods belofte dat Hij deze mensen zal brengen naar het land Israël.

En dan zal plan 2 in vervulling komen. De zonden tot hun broeders die het volk Israël verdeeld hielden moeten worden weggedaan. Dat wordt uitgebeeld met die twee stukken hout. Dat wordt ook uitgebeeld in de verzoening tussen de broers van Jozef. Voor die éénheid pleit Juda bij Jozef in Genesis 44 vanaf vers 18. Juda en Jozef, deze beiden zijn in gesprek in Genesis 44 over Benjamin die niet mag ontbreken. Er mag niemand ontbreken van het gezin van Israël als de verzoening tot stand komt. 

Ezechiël moet een stuk hout nemen en daarop “voor Juda” schrijven. Op een ander stuk hout moet hij “voor Jozef” schrijven. Het is “het stuk hout van Efraïm” – de naam die vaak gebruikt wordt om het geheel van de tien stammen mee aan te duiden – “en van heel het huis van Israël, zijn metgezellen” (חָבֵר gabber). “Zijn metgezellen” zijn allen die zich bij hen hebben aangesloten. Ze vormen samen de olijfboom, de “etz zit” זַיִת עֵץ uit Romeinen 11 geworteld in de belofte aan Abraham.

Wat Ezechiël doet, doet hij namens YHWH. Hij, YHWH, neemt Efraïm als een stuk hout en voegt het bij het stuk hout dat Juda voorstelt. Zo maakt Hij die twee tot één: ECHAD staat er in het Hebreeuws en dat is een samengestelde éénheid. De plaats waar dat gebeurt, is de hand van God. In Zijn hand worden ze één. Het samenvoegen is helemaal Zijn werk. Terwijl Ezechiël uitspreekt wat YHWH zegt, moet hij de stukken hout, waarop hij de namen heeft geschreven, voor de ogen van de toeschouwers in zijn hand houden (vers 20).

Toen Jacob in Bethel de ladder zag met de engelen, toen stond God bovenaan de ladder en zei tegen hem: “Ik ben YHWH, de God van uw vader Abraham en de God van Izak; dit land waarop u ligt te slapen, zal Ik u en uw nageslacht geven.”

Dat gaat in vervulling zegt God in Ezechiël 37: 25 Zij zullen wonen in het land dat Ik aan Mijn knecht, aan Jakob, gegeven heb, waarin uw vaderen gewoond hebben. Zij zullen daarin wonen, zij met hun kinderen en hun kleinkinderen, tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal tot in eeuwigheid hun Vorst zijn.

Jeremia 3:18 In die dagen zal het huis van Juda naar het huis van Israël gaan. Tezamen zullen zij komen uit het land in het noorden naar het land dat Ik uw vaderen in erfelijk bezit heb gegeven.

De Heere laat zien dat Hij, zonder dat moment af te wachten, de eenheid van het volk a l t ij d  in Zijn gedachten heeft gehad. En evenmin hebben de profeten, en later de apostelen, het geheel van de twaalf stammen ooit uit het oog verloren.

God houdt zich aan Zijn verbond, ondanks het feit dat mensen zo vaak andere wegen gaan. Hij sluit een nieuw verbond van vrede. Dit alles komt tot vervulling in het Vrederijk.

Het gaat om een EEUWIG VERBOND:

Ezechiël 37: 26 Ik zal met hen een  verbond van vrede sluiten. Het zal een EEUWIG VERBOND met hen zijn, Ik zal hun een plaats geven en hen talrijk maken, en Ik zal Mijn  heiligdom in hun midden zetten tot in eeuwigheid. 27 Mijn tabernakel zal bij hen zijn, Ik zal een  God voor hen zijn en zíj zullen een volk voor Mij zijn. 28 Dan zullen de heidenvolken weten dat Ik de HEERE ben, Die Israël heiligt, wanneer Mijn heiligdom voor eeuwig in hun midden zal zijn.

Welk eeuwig verbond is dat?

 

Jeremia 50: 4 In die dagen en in die tijd, spreekt de HEERE, zullen de Israëlieten komen, zij en de Judeeërs tezamen – al wenend zullen zij hun weg gaan –  en zij zullen de HEERE, hun God, zoeken. 5 Zij zullen vragen naar Sion, hun gezicht gericht op de weg daarheen. Zij zullen komen en bij de HEERE gevoegd worden met een EEUWIG VERBOND, het zal niet vergeten worden.  6 Mijn volk – het waren verloren schapen. Hun herders hadden hen misleid, hen naar de bergen geleid. Zij gingen van berg naar heuvel. Zij vergaten hun rustplaats.

 

Dit stemt overeen met:

Jeremia 31:31 Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een NIEUW VERBOND zal sluiten, 32. niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE. 33. Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.

Jeremia 32:40 Ik zal een EEUWIG VERBOND met hen sluiten, dat Ik Mij van achter hen niet zal afwenden, opdat Ik hun goeddoe. En Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, zodat zij niet van Mij afwijken.

Het is een EEUWIG VERBOND!

 

Hij brengt Zijn volk weer terug en Hij doet het om Zijn heilige naam. Want in deze trant eindigen veel hoofdstukken van het boek Ezechiël:

Dan zullen de heidenvolken weten dat Ik YHWH ben, Die Israël heiligt,

wanneer Mijn heiligdom voor eeuwig in hun midden zal zijn.