English: click here!

Ezechiël 7 Oordeelsprofetie (slot)

Hoofdstuk 7 gaat verder met de oordeelsaankondiging. De eerste negen verzen hebben  betrekking op heel het land Israël.  Ezechiël werd in 592 v.Chr. tot profeet geroepen en de verwoesting van Jeruzalem vond zes jaar later plaats, in 586 v. Chr.  Tot drie keer toe zegt God in vers 3 en 6 dat er een einde aan het bestaan in Israël komt. Mocht iemand nog denken dat ze maar kort in Babel zijn en dat ze over een poosje hun oude leventje weer kunnen oppakken, dan zal die hoop vervlogen blijken. God is echt boos! Ze zullen Zijn toorn en vergelding ervaren. God heeft geen medelijden meer. 

Ezechiël 7:3 Nu is het EINDE er voor u, Ik zal Mijn toorn op u afsturen, u oordelen overeenkomstig uw wegen, en al uw gruweldaden zal Ik u vergelden. 6. Een EINDE is gekomen, het EINDE is gekomen, het ontwaakt tegen u! Zie, het komt eraan.

Tweehonderd jaar eerder had Amos ook al het einde voor Israël aangekondigd:
Het EINDE is gekomen voor Mijn volk Israël: Ik zal het niet langer voorbijgaan.”

Maar ook een tijdgenoot van Ezechiël: Daniël profeteert iets dergelijks voor onze eindtijd. Want ook vele gelovigen uit de hele wereld dienen moderne afgoden en zijn net zo strafvaardig.

Het EINDE ervan zal zijn in de overstromende vloed en tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is. Daniël 9:26.

God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, zegt Paulus in Romeinen 11.  

 

In de volgende verzen herhaalt God vanuit de verzen 3 en 4 hoe Hij toornt en dat tot uitvoer brengt en dat Hij de gruweldaden vergeldt, zonder medelijden met hen te hebben:

Ezechiël 7:8 Nu zal Ik binnenkort Mijn grimmigheid over u uitstorten, Mijn toorn tegen u ten uitvoer brengen (vs. 3), Ik zal u oordelen overeenkomstig uw wegen, en u al uw gruweldaden zal ik u vergelden (vs. 3). 9. Ik zal niets ontzien, en geen medelijden hebben (vs. 4), Ik zal u overeenkomstig uw wegen vergelden (vs,3), en uw gruweldaden zullen in uw midden zijn. Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, het ben Die slaat.

Beide keren worden deze verzen afgesloten in de trant van “Dan zult u weten, dat Ik de HEERE ben”.  Als het onheil losbarst zullen de Israëlieten dan ook  heel goed begrijpen dat dit van YHWH komt.

Hoewel dit aangekondigde oordeel beslist over Israël gaat, proef je dezelfde zwaarte die het eindoordeel over de wereld inhoudt. Het heeft alles met elkaar te maken en het heeft ons daarom ook wat te zeggen voor onze tijd.
In vers 7 HSV staat: “ De ondergang is over u gekomen, inwoner van het land…” Het Hebreeuwse woord dat met “ ondergang”  is vertaald is: צְּפִירָה tsefierah. Het is een woord met meerdere betekenissen. Van Messiaans Joodse zijde lees ik dat het de betekenis heeft van “rondgang”  of “kringloop”. Dat komt overeen met de Engelse CLV vertaling : “ full circle”, maar ik merk dat het op meerdere manieren vertaald is. Het zou dan zoiets betekenen als: “de kringloop heeft zijn volle loop gehad en het einde is het oordeel” .  Dat is dan ook een redelijk te begrijpen omschrijving.

De mens heeft alle kansen en mogelijkheden gehad om zich te bekeren en dan zit er niets anders op dan het uitvoeren van het oordeel. Maar onheilsboodschappen strelen het oor niet en worden gauw vergeten.

Ezechiël 7:10  Zie, het komt eraan! De ondergang voltrekt zich, de staf geeft bloesem, de overmoed staat in bloei.

Ezechiël 7:11. Het geweld is opgerezen tot een staf van goddeloosheid, niets blijft er van hen over, niets van hun rumoer, niets van hun geraas en niets van hun praal.

De Statenvertaling (en de Lutherse vertaling) heeft die laatste woorden beter vertaald, hoewel met ouderwetse taal:

“ en geen klage zal over hen zijn. SV” (noch van hunne menigte troost zal hebben LV) In het Hebreeuws staat er: וְלֹא-נֹהַּ בָּהֶם “we lo noah bahem”  Het woord נֹהַּ noah is volgens het woordenboek: klaagzang, of het betekent “ jammeren”.

Dan wordt de tekst:

Ezechiël 7:11. Het geweld is opgerezen tot een staf van goddeloosheid, niets blijft er van hen over, niets van hun rumoer, er bleef niemand over om de doden te betreuren.

Zo ernstig staat het volk ervoor. Al zou er nog een koper of verkoper over zijn, wat zou hun handel dan nog betekenen? En wat God aan Ezechiël heeft laten zien, dat herroept Hij niet. Niemand die ongerechtigheid heeft bedreven zal dit overleven.

Toen de vijand aanviel waren er nog die op de trompet (Ezechiël 7:14) opriepen om de strijd aan te binden. Maar er was geen moed en kracht meer over om de strijd aan te gaan. Het was bij voorbaat een verloren strijd.  De brandende toorn van God maakt dat ze als het ware verlamd zijn van angst en schrik.

In vers 15 zien we dat het volk van alle kanten door de dood bedreigd wordt. Als ze buiten zijn is de vijand daar met zijn dodelijk zwaard, als ze veiligheid in de stad zoeken heerst daar de pest en de honger, waardoor menigeen sterft. Er zijn nog mensen die de bergen invluchten, maar ook daar is, vanwege wilde dieren en slangen, geen leven mogelijk.

Voor deze situatie had Mozes indertijd het volk in de woestijn al gewaarschuwd. Dat zou gebeuren als zij hun vertrouwen zouden stellen op demonische afgoden. Ze hadden het kunnen weten. Uit het Lied van Mozes:

Deuteronomium 32:24 Uitgeteerd door honger, verteerd door pest en bitter verderf zullen zij zijn; tanden van wilde dieren zal Ik op hen afsturen, met vurig vergif van slangen die in het stof kruipen. 25. Buiten berooft het zwaard, en binnenskamers de verschrikking, zowel de jongen als het meisje, de zuigeling samen met de grijsaard.

Klaagliederen 1:20b want ik ben zeer ongehoorzaam geweest; buiten heeft het zwaard mij van kinderen beroofd, binnenshuis is het als de dood.

Vervolgens beschrijft Ezechiël het verdriet, de schaamte, de rouw van de weinigen die zijn overgebleven. Wat hebben ze nog aan goud en zilver? Je kunt het net zo goed weggooien. Ze lopen in rouwkleding en hebben totaal geen energie meer om iets te ondernemen. Alle levenskracht is weggevloeid.

Jesaja 3:24 Dan zal er in plaats van balsemgeur stank zijn, en er zal een touw zijn in plaats van een gordel, kaalheid in plaats van haarvlechten, het aandoen van een rouwgewaad in plaats van een pronkgewaad, een brandmerk in plaats van schoonheid.

Spreuken 11:4 Bezit baat niet op de dag van de verbolgenheid, maar gerechtigheid redt van de dood.

In de verzen 20 tot en met 22 gaat het over het sieraad. Het sieraad is de tempel van God, waar Hij bij de mensen wilde wonen. Juist die plaats hadden de Israëlieten verontreinigd met afgoden, terwijl het de plaats was waar God de Israëlieten van hun zonden wilde  reinigen. In plaats van een heiligdom tot reiniging, was het een uiterst verontreinigde plaats geworden.  Daarom trok de heerlijkheid van God zich terug uit de tempel. Dat lezen we in Ezechiël 10:18.

Nu is het heiligdom in handen van heidenen, geweldenaars gekomen. Zij ontheiligen alles wat aan God was gewijd. YHWH kan het niet aanzien, Hij wendt zijn aangezicht ervan af.

In vers 23 krijgt Ezechiël weer een opdracht om symbolisch iets uit te beelden. Hij moet een ketting nemen. Jeremia beschrijft eveneens dat de ballingen, gebonden aan kettingen, uit Jeruzalem werden weggevoerd naar Babel.

Jeremia 39:7 Verder liet hij de ogen van Zedekia blind maken en hem met twee bronzen ketenen binden om hem naar Babel te brengen.

Jeremia 40:1 Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, hem uit Rama weg had laten gaan, toen hij hem gevangengenomen had, en hij in ketenen geboeid was te midden van alle ballingen uit Jeruzalem en Juda, die weggevoerd werden naar Babel.

Volgens vers 24 zal God de meest barbaarse heidenvolken sturen om Israël te straffen. Dit blijken dan de Babyloniërs te zijn. De Syriërs waren ook verschrikkelijk wreed zoals in het verleden bleek. En van wie zich nog trots en machtig voelt onder de Israëlieten, zal al zijn aanzien verliezen. Ook hen die zich aan hen vergaapten zullen volgens Ezechiëls profetie ontheiligd worden. Het is een lange lijst van moeiten en vernederingen die Ezechiël door Gods Geest bekend moet maken. Zelfs als wij dit tot ons nemen ontstaat het verlangen naar blijde en bemoedigende boodschappen, hoeveel te meer degenen die deze moeiten aan den lijve ondervinden….. Ze zijn angstig en zoeken naar vrede die er niet is. Ze horen niets anders dan rampen en geruchten over van alles wat hen zal overkomen. Was er maar een profeet die een visioen had dat hen moed zou geven…. Maar priesters en oudsten hebben hen ook niets opbeurends te melden. Hadden ze in de voorafgaande eeuwen maar geluisterd naar hen die namens God spraken…. Als je niet wilt luisteren naar wat God tot je heil heeft gesproken, dan zal de zonde op je eigen hoofd neerkomen….

Numeri 32:23 Maar als u dit niet zo doet, zie, dan hebt u tegen de HEERE gezondigd; weet dan dat uw zonde u zal vinden!

Wat zou je dat ook willen uitroepen tegen de mensen die afvallig zijn geworden in onze tijd! Want wat hier door Ezechiël geprofeteerd wordt, zal ook voor onze wereld van toepassing zijn. Je kunt God’s Woord niet ongestraft negeren.

We weten dat de koning die rouw zal bedrijven (vers 27) Zedekia is. Hij is aan de macht als Jeruzalem in het jaar 586 v.Chr. door Nebukadnezar wordt ingenomen. Zijn zonen werden voor zijn ogen gedood en daarna werden zijn ogen blind gemaakt. Hij werd geketend meegevoerd naar Babel. Hij heeft Babel niet kunnen zien en is daar gestorven. (Meer over Zedekia, klik hier.)

Ezechiël 7:27b Ik zal met hen doen overeenkomstig hun eigen weg, en volgens hun eigen bepalingen zal Ik hen oordelen.

God zal met Israël doen overeenkomstig hun eigen weg. Ze plukken de vruchten van hun zondige levenswandel. Ze dachten dat hun eigen bepalingen beter waren dan die van God. Is dat niet hetzelfde wat onze samenleving kenmerkt? Daarom, vertrouw niet op overheden, kerken, organisaties en mensen die Gods wet aan hun laars lappen. God oordeelt hen naar hun eigen bepalingen waarnaar zij de samenleving en hun eigen leven hebben ingericht.  Alles wat Hij over hen brengt, hebben ze zichzelf aangedaan.

Spreuken 3:5 Vertrouw op de HEERE met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet.   

Voor zover we wel eigen wegen gingen die afweken van Gods wegen (en wie deed dat niet?) belijd ze voor Gods troon en vraag om vergeving door het bloed van Yeshua/Jezus. Hij heeft Gods oordeel in onze plaats ondergaan aan het kruis. Het is nu nog de tijd dat we die keuze kunnen maken.

Zicht op het verzoenend lijden van Yeshua was er in de tijd van Ezechiël nog niet. Maar men kon zich wel bekeren van de zonde en God om vergeving vragen. Het offer van Yeshua zou bij schuldbelijdenis ook als verzoening kunnen dienen voor oprecht berouwvolle gelovigen uit het eerste testament.

Romeinen 3:25 Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Dit was om Zijn rechtvaardigheid te bewijzen vanwege het voorbijgaan aan de zonden die eertijds hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God.

Genesis 18:25b Zou de Rechter van de hele aarde geen recht doen?

De hoofdstukken 4 tot en met 7 bestonden uit droevige oordeelsprofetieën die Ezechiël binnen een periode van één jaar van God ontving. Ze eindigen met dit hoofdstuk, dat weer werd afgesloten met de kenmerkende zin van Ezechiël, namens God gesproken: