English & other languages: click here!

Ezechiël 26 de verwoesting van Tyrus geprofeteerd

AANKONDIGING VAN HET OORDEEL.

De tijdsbepalingen en daarmee de hoofdstukken van het boek Ezechiël lopen door elkaar. Hier wordt het hoofdstuk gedateerd in het 11e jaar van de regering van de koning Sedekia in Jeruzalem, terwijl de stad, na twee jaar belegerd te zijn geweest, in het twaalfde jaar verwoest werd. De uiteindelijke val wordt pas in Ezechiël 33 beschreven, maar hier gaat Ezechiël er al van uit dat de stad gevallen is. In de Olivebranch website staat vermeld dat het boek van Ezechiël uit 13 rollen bestaat.. De volgorde waarin deze boekrollen werden samengevoegd, hebben veel verwarring veroorzaakt.

De profetie over Tyrus neemt maar liefst drie hoofdstukken (26 t.m. 28) in beslag.

Het oordeel heeft betrekking op:

  •  haar blijdschap over de verwoesting van Jeruzalem (Ezechiël 26);
  •  haar trots en zelfingenomenheid (Ezechiël 27);
  •  haar wijsheid en inzicht, de vereenzelviging met de gevallen cherub: satan (Ezechiël 28).

In verhouding tot de andere volken waarover geprofeteerd wordt is Tyrus maar een piepklein staatje op een eiland, maar wel van grote economische betekenis door zijn strategische ligging in de zee.  Tyrus stond bekend om de bijzondere kleur purper: Het werd gewonnen uit de purperslak, een bepaalde zeeslak. De kleur bleef gereserveerd voor de koningen en keizers.  (Wiki)

Tyrus is een eiland voor de kust van Fenicië, dat tijdens het beleg van Alexander de Grote met een dam werd verbonden aan het vasteland.  Eigenlijk is het een enorm rotsblok dat voor de kust uit het water steekt. De Hebreeuwse naam voor rots is “tsoer”. Van die naam is de naam Tyrus afgeleid. Het eiland was voor de zeehandel heel geschikt, en tegelijkertijd een bolwerk dat men goed kon verdedigen. De Filistijnen worden de helpers van Tyrus genoemd in Jeremia 47:4. 

De koning van Tyrus had, net zoals de volken uit het vorige hoofdstuk, ook leedvermaak over de val van Jeruzalem. Hij riep: “Haha! Ze is verbroken, de poort van de volken! Haar macht is op mij overgegaan. Ik zal vol worden, de stad is verwoest...” Tyrus ruikt geld en macht. Hij kan voordeel behalen uit de val van Jeruzalem. Wat Tyrus hier uitroept bevestigt al bij voorbaat de latere vergelijking met satan die de macht en het koninkrijk dat aan God toebehoort, zichzelf toe-eigent. Maar deze profetie ontneemt Tyrus die verwachting, want Nebukadnezar zal ook naar Tyrus komen met een overmacht aan strijdwagens en zijn muren en torens vernietigen, de mooie huizen afbreken, de rijkdommen en handelswaar plunderen. 

Met het “doden van de dochters” (Ezechiël 26:6) wordt vermoedelijk de verwoesting van de buitenwijken van de stad bedoeld. Kortom het eiland Tyrus zal als een kale rots worden achtergelaten. In 332 v.Chr. is wat er overbleef ook nog door Alexander de Grote verwoest. De sterke zuilen, waarvan sprake is in Ezechiël 26:11 waren in werkelijkheid obelisken. Inderdaad, het eiland stelt tegenwoordig niet veel meer voor.  De vorsten van de omliggende kustlanden zijn erg geschrokken en beefden van angst over het lot van hun handelspartner en zingen een klaaglied.

Dit doet denken aan de verwoesting van de grote stad Babylon waar evenals bij Tyrus een klaaglied gehoord wordt.  

KLAAGLIEDEREN OVER DE VERWOESTING VAN BLOEIENDE HANDELSSTEDEN

 

TYRUS  EZECHIËL 26:17-18

BABYLONIË  OPENBARING 18:10-19

Hoe bent u uit de zeeën verdwenen,

u, beroemde, dichtbevolkte stad,

die sterk was aan de zee,

zij en haar inwoners,

die schrik voor zich inboezemden

bij allen die om haar heen woonden!

Nu beven de kustlanden

op de dag van uw val.

Geschrokken zijn de kustlanden, die aan de zee liggen,

vanwege uw ondergang.

Ezechiël 26:14 Ik zal u maken tot een kale rots. U zult een droogplaats voor sleepnetten worden. U zult niet meer herbouwd worden, want Ík, de HEERE, heb gesproken, spreekt de Heere HEERE.                                                                                       Dan zullen zij weten dat Ik YAHWEH ben! vers 6

10 Zij blijven van verre staan uit vrees voor haar pijniging en zeggen: Wee, wee de grote stad Babylon, de sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen.

  1. En de kooplieden van de aarde zullen over haar huilen en treuren, omdat niemand hun waren meer koopt:
  2. koopwaar van goud, zilver, edelgesteente, parels, fijn linnen, purper, zijde en scharlaken, allerlei geurig hout, allerlei ivoren voorwerpen en allerlei voorwerpen van zeer kostbaar hout, koper, ijzer en marmer,
  3. en kaneel, reukwerk, mirre, wierook, wijn, olie, meelbloem en tarwe, lastdieren en schapen, paarden en wagens, en lichamen en zielen van mensen.
  4. En de rijpe vrucht waarnaar uw ziel verlangde, is van u geweken. Al wat glansrijk en sierlijk was, is van u weggegaan en u zult dat beslist niet meer terugvinden.
  5. De kooplieden van deze waren, die door haar rijk zijn geworden, zullen huilend en treurend op grote afstand blijven staan uit vrees voor haar pijniging,
  6. en zeggen: Wee, wee de grote stad, die bekleed was met fijn linnen, purper en scharlaken, en getooid met goud, edelgesteente en parels. Want in één uur is die grote rijkdom verwoest.
  7. En elke stuurman, al het volk op de schepen, zeelieden en allen die op zee hun werk doen, bleven van verre staan,
  8. en zij riepen toen zij de rook van haar verbranding zagen: Welke stad was aan deze grote stad gelijk?
  9. En zij wierpen stof op hun hoofd en riepen huilend en treurend: Wee, wee de grote stad, waarin allen die schepen op zee hadden, rijk zijn geworden door haar weelde. Want in één uur is zij verwoest.

De verhouding tussen Tyrus en Israël kende betere tijden onder koning David en Salomo.          (1 Kon. 5:1)

 De Tyriërs verkochten later Joden als slaven aan de Grieken en Edomieten.                              (Joël 3:4-8; Amos 1:9-10)

Ezechiël 26:19 Want zo zegt de Heere HEERE: Wanneer Ik van u een verwoeste stad maak, als steden die niet bewoond worden, wanneer Ik een watervloed op u af laat komen en de grote wateren u zullen bedelven.

Inderdaad zijn er pilaren en ruïnes onder de watervlakte gevonden. Nebukadnezar heeft Tyrus gedurende 13 jaar belegerd in opdracht van God (Ezechiël 29:20) en Alexander de Grote heeft het werk  afgemaakt.

Tyrus is in de onderste regionen van de aarde ondergegaan: het dodenrijk. Een kale rots is overgebleven waarop de vissers hun netten kunnen drogen. Een getuigenis van het oordeel van God. Maar binnen dit verschrikkelijke oordeel plaatst God een belofte voor Israël: Het “sieraadland” Israël wordt hersteld in "het rijk van de levenden"! Dat herstel zal zijn volle vervulling krijgen in het komende Vrederijk en in het Nieuwe Jeruzalem. Dit ondanks het feit dat Israël op dat moment ook de straf op hun zonden onderging.  God dacht aan het Verbond!

Deze geschiedenis is beschreven opdat wij inzicht zouden krijgen in de ontwikkelingen die vlak voor de deur staan. Wat in onze wereld economisch welvarend en bloeiend is, maar spot met Gods Woord en met Gods volk, zal evenals Tyrus, jammerlijk ten onder gaan. 

 

Profetieën gaan soms ineens een stap verder omdat de profeet dan nog voorbij dat duizend jarig rijk gaat kijken.  Dat is een eeuwige toestand en dan zitten we in Openbaring 22 en 21:

……….maar de HEERE zal voor u zijn tot een eeuwig licht en uw God tot uw sieraad.

Een prachtige uitdrukking: God zelf zal het Sieraad zijn. Dat is de tipharah תִּפְאָרָה dat is het sieraad. Daarom wordt Israël als Zijn land in het boek Ezechiël en Daniël wel het Sieraadland  genoemd. Die het Licht or אוֹר doorgeeft, de glans die, zoals een diamant, het Licht weerkaatst.