English & other languages, click here!

Ezechiël 27 de hoogmoed van Tyrus

De trots en zelfingenomenheid van Tyrus.

Opnieuw kwam het Woord van Yahweh rechtstreeks naar Ezechiël. Het is ook weer een klaagzang uit het hart van God, die geen behagen heeft aan de ondergang van de goddeloze. Volgens kenners is deze klaagzang in een voor die tijd zeer hoogstaand literair niveau beschreven.

We lezen Ezechiël 27:3 de opdracht “zeg tegen Tyrus.....”  Hoe dat “zeggen” in zijn werk ging, staat niet beschreven. Ezechiël zat als balling gevangen in Babel aan de Kedar, ver weg van Tyrus. Mogelijk is dit geschreven klaaglied door een bode bezorgd. De profetie wordt beschreven alsof dit oordeel al heeft plaatsgevonden.

De klacht over Tyrus wordt in scheepstermen beschreven, want Tyrus was een kleine, maar bloeiende zeevarende staat. Het zetelt bij “de toegangen” van de zee, waarmee de zeehavens bedoeld worden. Er waren inderdaad twee havens, in het noorden de Sidonische haven en in het zuiden de Egyptische haven.

En dan herinnert God Tyrus aan zijn uitspraak “Ik ben volmaakt in schoonheid”.  Deze uitspraak begint al met “Ik ben”. In het Hebreeuws staat hier niet de naam van God, (dat zal men ook nooit op een zondig mens toepassen) maar het lijkt erop dat Tyrus dat er wel mee wil zeggen. Die volmaakte schoonheid wordt in de Bijbel toegepast op Jeruzalem. (Zie Psalm 50:2; Ezechiël 16:14; Klaagliederen 2:15) Dat past bij de uitspraak van Tyrus dat de macht van het verwoeste Jeruzalem nu naar hem komt. Dit komt overeen met Ezechiël 26:2.

De zonde van hoogmoed is een ingenomenheid met je “zelf”. Hoogmoed (of trots) heeft alles te maken met "mij, mijzelf en ik". Deze zonde concentreert zich rondom het "ik".  Dit staat haaks op:

Deuteronomium 6:5 Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht.  

Yeshua leert dat in Mattheüs 22:37-39

God liefhebben boven alles en de naaste als onszelf.  

Hoogmoed is de grootste zonde. Iemand eigent zich de eer toe die alleen God toekomt.  Hij stelt zich zelfs boven God en meent dat hij het beter weet dan God.  Het is een vorm van zelfaanbidding. Paulus zegt 1 Korinthe 4:7:  wat hebt u dat u niet hebt ontvangen? En als u het ook ontvangen hebt, waarom roemt u alsof u het niet ontvangen had?".

Dan somt God al die dingen op die de koning zo met zichzelf ingenomen maakten:

  • Hij ligt als een schip in het hart van de zee
  • De bouwmeesters zijn de leidinggevenden
  • De scheepsvloeren werden gemaakt van het beste hout: cipressenhout van de Hermon (Senir is Hermon Deuteronomium 3:9)
  • De masten werden gemaakt van de ceders van de Libanon
  • De roeiriemen van de eiken van Basan
  • Planken van ivoor, ingelegd in dennenhout uit Cyprus.
  • Zeildoek van kleurrijk geborduurd fijn linnen uit Egypte, om als banier te dienen. (onbegrijpelijk!)
  • Dektent van het dure blauwpurper en roodpurper
  • Sidon en Arvad leverde roeiers voor het statige schip (Arvad bij Tripoli, heet nu Ruad)
  • De matrozen waren mannen die met wijsheid de zeeën bevoeren
  • Wijze oudere mannen uit Gebal (Libanon) repareerden lekkages in de schepen
  • Alle schepen en alle scheepslieden kwamen naar Tyrus om handel te drijven
  • In de verzen 10 en 11 wordt de samenstelling van de huurtroepen vermeld: Perzen, Lydiërs en Puteeërs (Egypte). Als ze naar huis gingen lieten ze hun schilden en helmen in Tyrus hangen.
  • De “Gammadieten” bewaakten de torens. Ook zij lieten helmen en schilden achter, als een prachtig sieraad ter opluistering van Tyrus. (1 Koningen 10:16-17)

In Ezechiël 27:12-25 worden de handelspartners uit talrijke landen genoemd.

Onvoorstelbaar, dit zou in onze tijd een “multinational” genoemd worden, die een groot deel van de economie in de wereld beheerst. Een soort Amazon, al is dit geen zeevarend bedrijf. In Ezechiël 27:17 lezen we dat Juda en Israël verschillende producten aan Tyrus leverden. Dit werd vaak weer met winst doorverkocht aan overzeese handelspartners.

Wij kunnen soms bewonderend naar zulke bedrijven kijken. Die hebben het gemaakt.... die kennen de kneepjes. Maar als je uitsluitend op je eigen voordeel gericht bent en geen oog hebt voor degenen die geen geld hebben om deel te nemen aan die welvaart, dan is er iets grondig mis. Als je er niet bij stil staat dat God rekenschap van je daden vraagt.....

Je gaat je belangrijk voelen, je bent iemand om wie men niet heen kan. Nou, dan wil satan je wel een handje helpen om tot steeds grotere hoogte te komen, totdat je jezelf als een god ziet die alles kan bereiken in deze wereld. Maar die ook anderen kan onderwerpen en slaaf maken. Echter, wie hoog klimt zal diep vallen. Dat zien we duidelijk bij Tyrus. Hij staat model voor wat deze wereld kenmerkt.

Die hoogmoed begon al bij de torenbouw van Babel, toen men “naam” wilde maken: “Kom, laten wij voor ons een stad bouwen, en een toren waarvan de top in de hemel reikt, EN LATEN WE VOOR ONS EEN NAAM MAKEN”. Genesis 11:4

Die hoogmoed van Babel is in de loop van de wereldgeschiedenis gegroeid tot grote hoogte.

De geschiedenis van Tyrus loopt parallel met Openbaring 18. Babel is niet alleen een vals godsdienstig systeem, maar ook een grote politieke en economische macht in de wereld. De mensheid heeft haar doortrapte opzet niet doorzien en heeft de aangeboden handel en rijkdom gretig aanvaard ten koste van arme bevolkingsgroepen, ten koste van de natuur, maar vooral ten koste van haar geweten: de ziel.  

Lukas 6:24-26  Basisbijbel:

Maar pas op, rijke mensen! Want jullie hebben je troost al. Pas maar op, jullie die nu zoveel te eten hebben! Want jullie zullen honger hebben. Pas maar op, jullie die nu plezier hebben en lachen! Want jullie zullen verdriet hebben en huilen. Pas maar op als alle mensen goede dingen van jullie zeggen. Want hetzelfde hebben hun voorouders met de leugen-profeten gedaan."

Dezelfde hoogmoed die we bij Tyrus aantreffen, zien we ook bij Babel in Openbaring 18:7b

Want ze zegt bij zichzelf: 'Ik zit als een koningin op mijn troon. Ik ben geen hulpeloze weduwe. Ik zal nooit verdriet hebben.”

En de hoogmoed beschreven  in Openbaring 3:17 Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte......

En toegespitst op deze tijd:

(…) Want uw kooplieden waren de groten der aarde, want door uw toverij zijn alle naties misleid. (Openbaring 18:23)

In de grondtekst staat voor toverij het Griekse woord pharma’keia. We herkennen daarin onmiddellijk afleidingen als farmacie en farmaceutische industrie. We herkennen de prikken met gentherapie die een ander doel hebben dan het bestrijden van ziekte. We weten dat we vlak voor de eindtijd staan. Satan zal alle middelen inzetten om zijn doel te bereiken: de mensheid aan hem te onderwerpen. Hij is uit op onze dood, 

hij is een moordenaar en leugenaar van de beginne. Hoe verder in de eindtijd, hoe meer –  we zijn karakter gaan herkennen.  Satan zal je eerst doen geloven dat je geweldig belangrijk bent, hij kan je hoog op de maatschappelijke ladder plaatsen, waarvan je later pijnlijk af zult vallen. Daarom liepen die handelsrelaties van Tyrus in pronkgewaden. Ze dachten dat ze heel wat waren.... en de mensen vergaapten zich aan zulke belangrijke mensen.  Wat zouden ze graag daarmee bevriend zijn....

De in Ezechiël 27 genoemde handelaren waren op uw markten uw handelaars in pronkgewaden, in blauwpurperen mantels, voorzien van kleurrijk borduurwerk, in kleden van tweekleurige stof en in stevig gevlochten touwen. De schepen van Tarsis vervoerden uw handelswaar voor u. (vers 24,25)
Spreuken 29:23 De hoogmoed van een mens zal hem vernederen, maar de nederige van geest zal de eer vasthouden.

Het beeld van het statige schip van Tyrus wat in dit hoofdstuk wordt getekend, doet me denken aan de onzinkbare Titanic waarvan, In de nacht van 14 op 15 april 1912, meer dan 1.500 mensen hun leven verloren. In hun hoogmoed sprak men dat dit het grootste en veiligste schip zou zijn dat ooit werd gebouwd. Niemand had ooit gedacht dat de Titanic kon zinken. 'Zelfs God zou het schip niet kunnen laten zinken', zou de kapitein van de Titanic, Edward John Smith, hebben gezegd'

Maar de Titanic verging tijdens zijn eerste vaart.


Jullie voeren met volgeladen schepen midden op zee, jullie roeiers hadden jullie daar gebracht, maar toen kwam de oostenwind...... en jullie zijn vergaan!
(Ezechiël 27:25)

Ezechiël 27:27 Uw bezittingen, uw waren, uw handelswaar, uw zeelieden, uw matrozen, zij die de lekken in uw schepen dichtten, zij die handel met u dreven, al uw strijdbare mannen die bij u waren, samen met heel uw menigte, die in uw midden is, zullen vallen in het hart van de zeeën op de dag van uw val.

Hoor je het geluid van de schreeuwende matrozen uitkomen boven het geraas van wind en golven? Hoor je het wel?

Hoor je de kletterende zwaarden en de ratelende strijdwagens?

Psalm 48:8 Met een oostenwind breekt U de schepen van Tarsis stuk.

De  oostenwind verbeeldt zowel de zware storm op zee als de legermacht van Nebukadnezar die het eiland overspoelt.

De zee die zoveel rijkdom en weelde bracht, is plotseling de vijand die je ten onder doet gaan. Angst en wanhoop staat te lezen op de gezichten van de zeelui die aan de wal staan te kijken. Ze schreeuwen in hun nood. Ze zitten op hun eiland gevangen als ratten in de val.  Het is zoals het in Babel gaat gebeuren: “Daarom zullen op één dag haar plagen komen” Openbaring 18:8.

Voor onze tijd geldt dan:

"Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat je geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen.
Want haar zonden hebben zich opgehoopt tot aan de hemel".
" (Op.18:4-5)