English and other languages: click here!

Ezechiël 14 straf en oordeel

Straf over de afgodendienaars

Ook dit hoofdstuk laat ons weer zien hoe ver de mens steeds van God afdwaalt. Je wordt er niet vrolijk van. En God Wiens hele hart open staat om de mens te redden en te zegenen, is ook streng en rechtvaardig als Hij Zijn oordelen over ongeloof en zonde laat komen. Als de mens Zijn liefde en genade niet beantwoordt met vertrouwen en ervoor kiest zijn eigen weg te bepalen, dan loopt het niet goed af. Het gaat hier, zoals je begrijpt over Israël, maar wat met hen gebeurt is een waarschuwend voorbeeld voor ons, in onze tijd en ons werelddeel.

Al deze dingen nu zijn hun overkomen als voorbeelden voor ons, en ze zijn beschreven tot waarschuwing voor ons, over wie het einde van de eeuwen gekomen is. 1 Korinthe 10:11

Ezechiël ontvangt in zijn huis in Babel, een aantal mannen, leiders of oudsten, die aan de voeten van Ezechiël gingen zitten. De reden van hun komst wordt niet vermeld. Mogelijk zijn ze benieuwd naar de situatie in Jeruzalem en kan Ezechiël, die boodschappen van God ontvangt, daar iets van vertellen.

Ezechiël “hoort” Gods stem met betrekking tot zijn bezoek.

“Ezechiël 14:3-5 Mensenkind, die mannen hebben hun stinkgoden in hun hart doen opkomen en hebben het struikelblok van hun ongerechtigheid vóór zich gezet. Zou Ik Mij dan werkelijk door hen laten raadplegen? 4. Spreek daarom met hen, en zeg tegen hen: Zo zegt de Heere HEERE: Iedere man uit het huis van Israël die zijn stinkgoden in zijn hart doet opkomen en het struikelblok van zijn ongerechtigheid vóór zich zet en dan naar de profeet toe komt, Ik, de HEERE, zal hem als hij komt met de veelheid van zijn stinkgoden, Zelf antwoord geven, 5. om het huis van Israël in hun hart te grijpen, omdat zij allemaal door hun stinkgoden van Mij vervreemd zijn.”

Ezechiël weet nu precies wat deze mannen, die voor hem zitten, beheerst. Het huis van Israël is vervreemd van God, omdat deze mannen de stinkgoden in hun hart laten opkomen. Ze gaan dan wel naar een profeet van Yahweh, maar hun godsdienst is vermengd met afgodendienst. God deelt Zijn eer niet met een ander….

Ik ben YAHWEH – dat is Mijn Naam; Mijn eer zal Ik aan geen ander geven, evenmin Mijn lof aan de afgodsbeelden’ Jesaja 42:8

Wat deze mannen doen is een “struikelblok van hun ongerechtigheid” voor zich plaatsen, dat maakt dat zij, èn het volk, zondigen.

Ezechiël gebruikt vaker de uitdrukking “een struikelblok van ongerechtigheid”. (7:19; 14:3,4,7; 18:30; 44:12). Jakobus noemt zo iemand “een dubbelhartig man, onstandvastig in al zijn wegen.” (Jak. 1:8) Hoe durven ze, om zo in Gods nabijheid te komen.

Bij wie God’s wet van harte liefheeft is er geen struikelblok. Psalm 119:65. Dat kan niet samengaan. God laat via de mond van Ezechiël de mannen horen dat Hij zich niet laat raadplegen door de ballingen die dat doen. Hij zal Zelf antwoorden, maar dan is het met het oordeel door het huis van Israël in het hart te grijpen.

De mannen krijgen nog wel een boodschap van Yahweh mee:

“Bekeer u, keer u af van uw stinkgoden en keer uw gezichten af van al uw gruweldaden. Voorzeker, iedere man uit het huis van Israël en uit de vreemdelingen die in Israël verblijven, die zich van achter Mij afwendt, zijn stinkgoden doet opkomen in zijn hart en het struikelblok van zijn ongerechtigheid vóór zich zet, en naar de profeet toe komt om Mij door hem te raadplegen – Ik ben YAHWEH, door Mij zal hem antwoord gegeven worden.”

Iedere Israëliet en zelfs de vreemdeling die in hun midden verblijft, moet zich bekeren, anders krijgen ze het met God te doen. Dat vreemdelingen zich ook aan Gods voorschriften moesten houden was overeenkomstig de wet die Mozes van Yahweh op de Sinaï kreeg. (zie Leviticus 17:10 en Leviticus 20:1 en 2)  Gods wetten en de oproep tot bekering geldt voor alle mensen.

Die valse goden kunnen afgodische namen hebben, maar er zijn ook andere geestelijke of materiële afgoden die men vereert of waarop men vertrouwt. Naam (zoals ze tijdens de torenbouw van Babel een naam voor zichzelf wilden maken), aanzien, stand, afkomst, opleiding, bezittingen, sport, hoe vaak zijn of worden ze niet het hoogste doel voor de mens? Iedere periode van de geschiedenis kent haar eigen goden. Ook de kerk vervult als organisatie de rol van een afgod. Je merkt het aan de gesprekken erover. Dan wordt er niet over Gods Woord of over Yeshua gesproken, maar over kerkelijke activiteiten, de dominee, de liturgie, de juiste leer.

De Israëlieten kozen hun eigen goden om achterna te gaan en het liefst ook nog een aantal, want dan kon je alle kanten op. Wij hebben gekozen voor economische groei, verrijking, voor industrialisatie en om alles te controleren en te beheersen. Wij hebben gekozen voor zelfbeschikking in leven en in sterven. De wetenschap is onze god. Wetenschappelijke theorieën en filosofieën hebben Gods wetten vervangen. Een product van de “boom van kennis” uit de verkeerde bron.

In vers 8 staat:
Ezechiël 14:8 Ik zal Mijn aangezicht tegen die man zetten en zal hem tot een spreekwoordelijk teken stellen en hem uitroeien uit het midden van Mijn volk. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.

Dit is een vervulling van de Levieten in opdracht van Mozes uitspraken op de Ebal en de Gerizim, namelijk de zegen en vloek die door God in het vooruitzicht werd gesteld:

Deuteronomium 28:37 U zult een verschrikking, een spreekwoord en een voorwerp van spot zijn onder al de volken waar de HEERE u naartoe voeren zal.

Als die valse profeten zich niet bekeren dan zendt God een geest van dwaling, waardoor zij nog fanatieker worden in hun zonden. Dat wordt bedoeld in vers 9. De zonde moet volgroeid zijn en de zondaar moet rijp voor het oordeel zijn. “De maat van de ongerechtigheid moet vol worden” Genesis 15:16. Hetzelfde principe vindt in deze tijd plaats.

2 Thessalonicenzen 2:10-12 …met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden. En daarom zal God hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen geloven, opdat zij allen veroordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar een behagen hebben gehad in de ongerechtigheid.

We zien het in onze tijd hoeveel mensen de leugen van de “plandemie” geloven. Je hoort soms helder denkende artsen die niet gelovig zijn zeggen “het lijkt wel of mijn collega’s gehypnotiseerd zijn”.

Vier straffen en drie rechtvaardigen

Opnieuw spreekt Yahweh tot Ezechiël. Hij spreekt een viervoudig oordeel uit. Niet bepaald een prettige boodschap. Hier zitten mensen echt niet op te wachten. Dan maar te luisteren gaan bij de profeten die tenminste “positief denken”. Maar toch zullen ze de werkelijkheid onder ogen moeten zien. Yahweh is een oordelende God. Deed Hij dat niet dan zou alles alleen maar bergafwaarts gaan en was Zijn volk, maar ook de hele aarde verloren.  Dat oordeel treft in de eerste plaats Jeruzalem, hun geliefde stad, die ze noodgedwongen hadden moeten verlaten en waarnaar ze terugverlangden. Waarnaar het heimwee werd uitgezongen aan de stromen van Babel.  Daar woonde hun familie, daar stond hun prachtige tempel, dat was hun “thuis”.

Psalm 137:1 Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij,

ook weenden wij als wij aan Sion dachten.

5 Als ik u vergeet, Jeruzalem,

laat dan mijn rechterhand zichzelf vergeten.

6 Laat mijn tong vastkleven aan mijn gehemelte,

als ik niet aan u denk,

als ik Jeruzalem niet doe uitstijgen boven mijn hoogste blijdschap.

 

De oordelen

    1. hongersnood (Lev.26:26)
    2. wilde dieren (Lev. 26:22)
    3. het zwaard (Lev. 26:25)
    4. de pest (Lev. 26:25)

    Sichem, tussen de Ebal en de Gerizim, ten oosten van het huidige Nablus, waar de zegen en vloek werd uitgesproken

    Deze straffen waren in de opsomming van zegen en vloek al aangekondigd. Ze hadden kunnen weten dat dit het gevolg zou zijn. Ook voor ons is het oordeel aangekondigd, maar tegelijk de zegen! Kies dan heden Wie/wie je dienen zult!  (Jozua 24:15)

    Heden, als je Zijn stem hoort, verhardt dan je hart niet.

    Hebreeën 3:15

    De Bijbel is heel zwart/wit, heel radicaal.  “Wie niet met Mij is is tegen mij”  zegt Yeshua in  Matth. 12 vers 30. Dat wil zeggen, dat als je geen keuze voor Hem maakt, dan kies je niet voor het LEVEN, maar voor de dood. 

    Geen keuze is een keuze! Dan sta je aan de kant van satan.

    ----------------------------------------------------------------------------------------------

    1. Het is een oordeel waar God al lang geleden voor gewaarschuwd heeft (Leviticus 26:26) als Israël zich niet aan het verbond zou houden: Wanneer Ik het u aan brood laat ontbreken, dan zullen tien vrouwen uw brood in één oven bakken en zij zullen uw brood in afgewogen hoeveelheden moeten teruggeven. U zult eten, maar niet verzadigd worden.
    2. Wilde dieren maken het land onherbergzaam, verlaten, kapot en kaal. Ook dat wordt als een oordeel aangekondigd wanneer Israël het verbond met de Heer verbreekt (Lev. 26:22):  Ik zal de dieren van het veld op u afsturen en die zullen u van kinderen beroven, uw vee uitroeien en u in aantal zó verminderen, dat uw wegen er verlaten bij liggen.
    3. Dat het zwaard slachtoffers maakt, dat lijkt me duidelijk. En ook dat oordeel wordt al in Leviticus (Lev. 26:25) genoemd: Dan breng Ik het zwaard over u, dat de wraak van het verbond voltrekt.
    4. Wat God al bij de verbondssluiting beloofd heeft, dat zal Hij waarmaken. En daarom wordt het oordeel van de pest ook nu weer herhaald (Lev. 26:25): Wanneer u zich dan in uw steden verzamelt, zal ik de pest in uw midden sturen. U zult in de hand van de vijand overgegeven worden.

    Deze straffen zouden ze ondergaan als ze de wet van Mozes niet zouden gehoorzamen. Misschien dachten ze wel dat het zo’n vaart niet zou lopen en hadden de valse profeten hen ook valse hoop gegeven. Er waren toch nog wel een aantal mensen die trouw waren aan Yahweh? Had God indertijd niet Abraham beloofd dat Hij Sodom zou sparen als er tien rechtvaardigen waren? (Genesis 18:32)

    Maar Yahweh bracht een aanvullende boodschap, die niet veel hoop gaf:

    Ezechiël 14:14 Al zouden te midden ervan deze drie mannen zijn, Noach, Daniël en Job, dan zouden zij alleen door hun gerechtigheid hun eigen leven redden, spreekt de Heere HEERE.

    1. Of als Ik de pest in dat land zou zenden en Mijn grimmigheid erover bloedig uitstorten om daar mens en dier uit te roeien,
    2. en al zouden Noach, Daniël en Job in het midden ervan zijn, zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, geen zoon, geen dochter zouden zij kunnen redden, zíj zouden door hun gerechtigheid alleen hun eigen leven redden.

     

    Ook van de straf van de wilde dieren die hun kinderen zouden verslinden en het land tot een woestenij maken zouden ze niet gered worden door mannen als Noach, Daniël en Job. Dat zou evenmin het geval zijn als het land overspoeld wordt met vijandige soldaten. Rechtvaardige personen kunnen anderen niet redden.

     

    Mensen waarvan hun rechtvaardigheid vergeleken zou kunnen worden met Noach, Daniël en Job, zouden alleen hun eigen leven redden. Er worden geen vrijkaartjes voor bescherming uitgedeeld. Je kunt het ook niet afkopen met geld of geschenken.

    Troost

    In vers 22 en 23 staat dat de ballingen getroost zullen worden. Maar het is wel een ander soort troost dan je zou verwachten. Geen woord van bemoediging, zoals: ‘Ach, wat een ellende, maar kop op: het komt goed!’ Natuurlijk komt het goed met het overblijfsel van Gods volk – daarover zal Ezechiël het later ook gaan hebben, maar zover is het nog niet.

     

    De ballingen zullen worden getroost als degenen die overblijven en ontkomen aan het oordeel in Jeruzalem bij hen in Babel zullen komen. Ze zullen worden getroost doordat zij hun geloof en daden zien. Zijn het gelovigen die overeenkomsten vertonen met Noach, Daniël en Job? Waren er enkele getrouwen overgebleven? Het wordt ons niet duidelijk gezegd. Maar er staat wel dat de ballingen hun weg en hun daden zien. Misschien waren die juist slecht. Daaruit kunnen ze opmaken dat Gods oordelen rechtvaardig zijn. God doet wat Hij zegt in Zijn Woord. Hij is betrouwbaar. Hij heeft het oordeel zeker niet zonder reden uitgevoerd. Het moest gebeuren! Dat wordt duidelijk aan de ballingen en dat is tot hun troost! En wat vanuit het hart van God hun tot troost is mag ook onze troost zijn!