English: click here!

Ezechiël 13 Valse profetie

Opnieuw wordt Ezechiël door Yahweh aangesproken met “mensenkind” en volgt er weer een boodschap voor Israël. De nadruk ligt in dit hoofdstuk op de valse profetie. Mensen die indruk willen maken en zich voordoen of ze een speciaal lijntje met God hebben, spreken boodschappen uit die ze niet van God gehoord hebben. Wie dat doet bedriegt de mensen en mensen laten zich gewillig bedriegen als ze maar te horen krijgen wat ze zelf graag zouden willen. Demonen spelen daar graag op in en beïnvloeden deze profeten op bovennatuurlijke wijze, zodat ze zelf in die leugen gaan geloven en denken dat ze een spreekbuis van Yahweh zijn. Dat moet heel verwarrend zijn.

We kennen het ook in onze samenleving. Wat waren er nog niet zo lang geleden veel profeten en profetessen rond de figuur van Trump. Er werden grote verwachtingen gewekt en dat allemaal in de naam van God. Maar dicht bij huis zijn er ook genoeg voorbeelden. Men haalt profetieën naar zich toe. Wie zich ernaar uitstrekt om profetieën te ontvangen en deze gave in zichzelf probeert op te wekken, spreekt uit zijn eigen geest en loopt gemakkelijk in de val van demonen, die daarvan gretig gebruik maken.

Als God iets bekend wil maken doet Hij dat helemaal op Zijn tijd en op Zijn wijze, onafhankelijk van het feit of iemand wil of niet wil. Zie bijvoorbeeld Jona, Bileam en Kajafas. Jeremia moest, evenals Ezechiël,  deze ondergang van Jeruzalem profeteren. Maar dat lag hem heel zwaar op de maag. Lees Jeremia 20 maar eens.

Jeremia in Jeruzalem, een tijdgenoot van Ezechiël (in Babel),  heeft in dezelfde tijd ook veel geprofeteerd over deze valse profeten. Het was een zonde die in heel Israël voorkwam, maar door de recente ballingschap was er een scheiding gekomen tussen de twee bevolkingsgroepen.

Jeremia 14:14 De HEERE zei tegen mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam. Ik heb hen niet gezonden, Ik heb hun geen opdracht gegeven en Ik heb niet tot hen gesproken. Zij profeteren u een leugenvisioen, waarzeggerij, holle praat en bedrog van hun eigen hart.

Zie ook Jeremia 23:9-40

Jeremia 27:10 Want zij profeteren u leugen, om u ver uit uw land te brengen, zodat Ik u verdrijf en u omkomt.

Jeremia 28 tegen de valse profeet Hananja

In vers 3 worden deze profeten “dwaas” genoemd. In de grondtekst staat הַנְּבִיאִים הַנְּבָלִים ‘ha neviem ha nevaliem’. Nevaliem is een meervoudsvorm van naval. Het is de sterkste vertaling en vorm van het woord ‘dwaas’ en betekent meer dan “dom zijn”. In de grondtekst wordt ‘dwaas’ gebruikt zoals in Psalm 14:1, om een geestelijk intellectuele stompzinnigheid die aan atheïsme grenst, uit te drukken. (De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God).

“Als vossen tussen de puinhopen zijn uw profeten geworden, Israël” (vers 4) Vossen en jakhalzen worden in de Bijbel vaker in verband gebracht met desolate, verwoeste gebieden. Vooral het land Israël dat door  de ballingschap vrijwel ontvolkt was, was destijds zo’n gebied.

Het waren ook de kleine vossen die de wijngaard bedierven (Hooglied 2:15). Zulke vossen moesten gevangen worden.

Ezechiël profeteert verder: “u bent niet in de bressen geklommen en hebt geen muur opgetrokken om staande te blijven in de strijd”.

Later schrijft Ezechiël hier iets over dat duidelijk maakt wat hier bedoeld wordt:

Ezechiël 22:30 Ik zocht naar iemand onder hen die een muur kon optrekken en voor Mijn aangezicht in de bres kon staan voor het land, zodat Ik het niet te gronde hoefde te richten, maar Ik vond niemand.

Maar zo iemand was er niet, en daarom viel de stad Jeruzalem en het volk in vijandelijke handen.

Zowel Ezechiël 13 als 22 hebben het over het wit bepleisteren van de muur. Het lijkt me beeldtaal. De profeten hadden moeten optreden tegen de bressen van afgoderij, hadden de mensen moeten  opbouwen met een oproep tot bekering. Ze kunnen wel profeteren dat er vrede is, terwijl er geen vrede is. Maar dan brengen ze bij wijze van spreken een wit pleisterlaagje aan over een wankele muur. Het zijn precies muren die witgekalkt zijn en de indruk geven stevig te zijn maar die bij de eerste windstoot instorten en wegspoelen bij regen. En zal men dan niet sarcastisch vragen: “Waar is nu de pleisterlaag die u aangebracht hebt?” In andere woorden: “waar is nu de vrede waarover je het had?”

Yeshua gebruikte ook het beeld van het wit pleisteren, waarmee Hij duidelijk maakte dat de Farizeeën, die uiterlijk voor de bevolking eerbiedwaardige en rechtvaardige leiders leken, hun ware identiteit verstopten. Maar Yeshua keek door die pleisterlaag heen:

Mattheüs 23:27-28 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u bent als de witgepleisterde graven, die vanbuiten wel mooi lijken, maar vanbinnen zijn ze vol doodsbeenderen en allerlei onreinheid. Zo lijkt u ook wel vanbuiten rechtvaardig voor de mensen, maar vanbinnen bent u vol huichelarij en wetteloosheid.

God zag ook door de vrome praat van die schijnprofeten heen:
Ezechiël 13:9 Mijn hand zal tegen de profeten zijn die valse visioenen zien en leugen waarzeggen. Zij zullen niet tot de kring van Mijn volk behoren, zij worden niet ingeschreven in het register van het huis van Israël, en komen niet in het land van Israël. Dan zult u weten dat Ik de Heere HEERE ben.

Hoewel het hele volk niet wilde luisteren naar wat Gods profeten profeteerden, worden zij nog wel als Gods volk gezien. Maar degenen die hen meetrokken in de valse verwachtingen worden in de eerste plaats verantwoordelijk gesteld. Ze behoren niet meer tot de kring van Gods volk.

Er is echter nog veel meer aan de hand. Er zijn ook profetessen actief. En vrouwen die toverbanden en sluiers maken om anderen in hun occultistisch net te vangen. Het doet me denken aan de vrouwen die in Jeruzalem op de toegangstrappen naar de Klaagmuur bandjes verkopen met de belofte voor de koper te bidden.

We weten dat het satan’s strategie is om vrouwen te misleiden en via die weg de man te bereiken. (Gen. 3:6 - 1 Tim. 2:14 )

Door toverbanden om polsen te binden en sluiers om hoofden te winden, probeerden de vrouwen het volk onder hun controle te krijgen en over hen te heersen. Zij die onder hun invloed kwamen, riskeerden daarmee zelfs hun leven. De Here beschuldigt hen met: “De onschuldigen heb je laten afmaken en de schuldigen zijn in leven gebleven. De prijs die de ballingen voor hun ziel moesten betalen bestond uit een paar handen vol gerst en een paar brokken brood.

De HSV verwijst hier naar Micha 3:5 Zo zegt de HEERE tegen de profeten die Mijn volk misleiden, die, als zij met hun tanden kunnen bijten, vrede verkondigen. Wie hun echter niets in hun mond geeft, aan hem verklaren zij de oorlog.

Ezechiël vergelijkt het met een net waarin vogels gevangen zijn. Een beeld dat ook door David gebruikt wordt:

Psalm 124:6-7 Geloofd zij de HEERE, Die ons niet overgaf tot een prooi voor hun tanden. Onze ziel is ontkomen als een vogel uit de strik van de vogelvanger; de strik is gebroken en wíj zijn ontkomen.

Doordat God Ezechiël riep om het volk tot bekering aan te moedigen, zien we dat Hij zijn volk niet overgaf tot een prooi voor hun hand en hun tanden.

Ezechiël 13:21-23 Ik zal uw sluiers verscheuren en Mijn volk uit uw hand redden, zodat zij niet meer als een prooi in uw hand zullen zijn. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben. Omdat u het hart van de rechtvaardige bedroeft met leugen, terwijl Ik hem Zelf geen smart heb aangedaan, en omdat u de goddeloze aangemoedigd hebt, zodat hij zich niet bekeert van zijn kwade weg, zodat Ik hem in het leven behoud, daarom zult u geen valse visioenen meer zien en niet langer waarzeggerij plegen. Ik zal Mijn volk uit uw hand redden. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.

 

Als we het over valse profetie hebben en dat op onze tijd betrekken, dan weten we dat in deze eindtijd er de valse profeet bij uitstek zal zijn.  En reken erop dat deze aanhang zal hebben!  Het is goed om ons er biddend op voor te bereiden,  zodat we zijn  valsheid herkennen vanuit de Schrift. Het lijkt er sterk op dat Rome de plek is waar dit tot ontwikkeling komt. 
 
Openbaring 13:11-12 En ik zag een ander beest opkomen, uit de aarde, en het had twee hoorns, als die van het Lam, maar het sprak als de draak. En het oefent al de macht van het eerste beest voor zijn ogen uit, en het maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de dodelijke wond genezen was.

Net zo als Ezechiël in hoofdstuk 13:20 de profetessen ervan beschuldigt de zielen van mensen te vangen als vogels in een net, zullen er in onze tijd velen gevangen worden. Maar wie als wedergeboren gelovige zich vastklampt aan Yeshua,  zal met David bij de overwinnaars horen en instemmen met de psalm die in dit artikel al eerder is genoemd.

Ezechiël 13:20 Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál uw toverbanden, waarmee u daar zielen vangt alsof het vogels zijn! Ik zal ze van uw armen afscheuren en Ik zal de zielen vrijlaten, de zielen die u vangt alsof het vogels zijn.

Psalm 124:6-7 Geloofd zij de HEERE, Die ons niet overgaf tot een prooi voor hun tanden. Onze ziel is ontkomen als een vogel uit de strik van de vogelvanger; de strik is gebroken en wíj zijn ontkomen.