English & other languages: click here!

Micha 7 

via ontrouw, bekering en oordeel naar het herstelde SION!

DE ZONDIGE SITUATIE VAN ISRAËL

Micha 7:1-4 Wee mij, want het is mij vergaan als na de inzameling van de zomervruchten, als na de nalezing van de wijnoogst: er is geen tros om te eten. Mijn ziel verlangt naar vroege vijgen. 2. Een goedertieren mens is verdwenen uit het land en een oprechte onder de mensen is er niet. Zij loeren allen op bloed, zij jagen op elkaar met een net. 3. Om kwaad te doen staan hun handen goed: de vorst eist, de rechter doet uitspraak tegen betaling, wie groot is, beslist naar eigen begeerte en zo verdraaien zij de zaak. 4. De beste van hen is als een doornstruik, de oprechtste erger dan een doornhaag. De dag van uw wachters is gekomen, de dag van uw vergelding. Nu zal er bij hen ontreddering zijn.

Wee mij... de profeet Micha kijkt als het ware met Gods ogen om zich heen. Je hoort in zijn spreken Gods teleurstelling over de zonden van Zijn zo geliefde volk. Het is God die als de Landman komt om de vruchten, maar ze zijn er niet...... God verlangt zielsveel naar de “Eersteling”. In het Hebreeuws staat er “bikkurah”  בִּכּוּרָה dat inderdaad naar een vroege vijg wijst, maar meer nog naar een “eersteling”. (Een vijg is te’enah). De Naardense Bijbelvertaling gebruikt ook het woord “eersteling”. De werken die in gehoorzaamheid aan God verricht zijn, zijn de vruchten waarnaar Hij verlangt. Als er zonden zijn komen er bedorven vruchten, die in Gods ogen geen vruchten zijn. God openbaart zich hier door de mond van zijn profeet Micha en spreekt Zijn vurige verlangen uit naar de komst van die Eersteling, zonder zonde: Yeshua de Messias.

Micha somt een aantal van die slechte vruchten op. Het is erg slecht gesteld met het volk als er geen betrouwbare, oprechte mensen te vinden zijn. Men zoekt elkanders dood en probeert een ander in de val te lokken. Wat ze wel kunnen is onhaalbare eisen stellen, rechters omkopen, de rechtzaken verdraaien naar de begeerte van de eiser.                                                                      De beste van hen is als een doornstruik, de oprechtste erger dan een doornhaag.  In Richteren 9 wordt ons de fabel van Jotham verteld, waarin een doornstruik (Abimelech) koning wordt. Hij doet het voorkomen alsof je in zijn schaduw bescherming tegen de brandende zon kunt vinden. Maar een doornstruik, die geen blad (en ook geen vruchten) kent, kan niets bieden dan alleen maar pijnlijke scherpe dorens als je ermee in aanraking komt. Doornen zijn een gevolg van de zonden. Genesis 3:18. De doornstruik of doornhaag staat symbool voor de vloek als gevolg van de zonden. Daarom heeft de wereld Yeshua gekroond met een doornenkroon. Zij bevestigden hiermee de profetie dat Hij de zonden van de wereld op zich nam. Hier worden “de besten van het land” met zo’n doornstruik vergeleken.

De dag van uw wachters is gekomen, de dag van uw vergelding. God geeft Micha al zicht op het oordeel, wat betreft de komende ballingschap. Maar in het verlengde ziet dit ook op het eindoordeel. Wat een ontreddering zal dit zijn voor degenen die zichzelf zo succesvol en wijs vonden.                                        

Dit is “die dag” waarover "de wachters", de profeten, meermalen hadden gesproken. Het stond voor de deur. De tijd waarin Micha leefde werd gekenmerkt door ontrouw, zelfs onder "vrienden". Ook het huwelijk was in diskrediet geraakt, want de man kon zijn vrouw niet meer in vertrouwen nemen. De gezinssituatie was zo slecht, dat er een gespannen verhouding bestond tussen de ouders en hun kinderen, die zich openlijk tegen hen verzetten, ja hun ouders zelfs openlijk verachtten (Micha 7:5,6) Ach, we herkennen deze feiten helaas ook in onze tijd en soms dicht bij huis.

Micha 7:5-7 Geloof een vriend niet, vertrouw niet op een huisvriend, bewaak de deuren van uw mond voor haar die in uw schoot ligt. 6. Want de zoon maakt de vader te schande, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder: iemands vijanden zijn zijn eigen huisgenoten. 7. Zelf zal ik echter uitzien naar de HEERE, ik zal wachten op de God van mijn heil. Mijn God zal mij horen.

Geloof een vriend niet....we lezen over het verraad van een vertrouwde vriend van David (Achitofel Psalm 41:10; Psalm 55:12-14)  en van Judas een trouwe metgezel van Yeshua (Judas Joh.13:18), maar dit verdriet komt maar al te vaak voor. Vooral als er belangrijke keuzes gemaakt moeten worden vallen vriendschappen uit elkaar. Die keuzemomenten hebben ten diepste te maken met de elementaire  keuze van ieder mens: vóór of tegen Yeshua. Jozua zei het al tot Israël: “Kies dan heden wie gij dienen zult”.  (Jozua 24:15)  Die rebellerende situaties tussen vader en zoon, moeder en dochter, schoonmoeder en schoondochter en andere huisgenoten worden ook door Yeshua genoemd, waarbij Hij zei dat Hij gekomen was om die tweedracht te veroorzaken. Mattheüs 10:21 en Mattheüs 10:34-36. Er moet scheiding komen tussen de mensen.  

Zelf zal ik echter uitzien naar de HEERE... Micha kent het in zijn leven dat er aan hem getrokken wordt. Een profeet ontmoet veel tegenstand, tenzij hij de mensen naar de mond praat. Maar Micha zegt waar het op staat: de Waarheid die van God komt. Daarom steunt hij in alles op YAHWEH, de God van zijn redding. God hoort hem, want er is een relatie tussen God en Micha. Dat is ook het beste om stand te kunnen houden en aan Gods kant te blijven staan.

Micha heeft duidelijk gezegd wat gezegd moest worden. Het was de boodschap die God door zijn mond sprak. Maar Micha legt de strijd die dat met zich meebrengt, in Gods handen. Hij gaat opzij staan en laat de uitkomst aan God over. Hij weet dat de God van heil, van redding, zijn hulpgeroep hoort.

Micha als profetische spreekbuis van het overblijfsel van Israël

Micha 7:8-10 Verblijd u niet over mij, mijn vijandin, want als ik gevallen ben, zal ik weer opstaan, als ik in duisternis zit, is de HEERE mij een licht. 9. Ik zal de toorn van de HEERE dragen – want ik heb tegen Hem gezondigd – totdat Hij mijn rechtszaak voert en mij recht verschaft. Hij zal mij uitleiden naar het licht, ik zal Zijn gerechtigheid zien. 10. Mijn vijandin zal dat zien. Schaamte zal haar bedekken die tegen mij zei: Waar is de HEERE, uw God? Mijn ogen zullen op haar neerzien. Nu zal zij worden vertrapt als slijk op straat.

Hier maakt Micha weer zo’n onverwachte wending. Ineens is er sprake van een vijand, uitgebeeld als een vrouw: een vijandin. De tweedracht die is ontstaan heeft vijandschap als gevolg. Dit lijkt een profetie te zijn die in de laatste dagen tot vervulling zal komen. De profeet Micha mag vooruit kijken.

Ik zal de toorn van de HEERE dragen. Degenen die beseffen dat zij “gevallen zijn” en in duisternis zitten en tegen Yahweh gezondigd hebben, zijn bereid om de straf van de HEER te dragen. Dit is dus het toegeven en belijden van zonden.

Hij zal mij uitleiden naar het licht, ik zal Zijn gerechtigheid zien. Nu zal God hen ook weer de weg wijzen naar het Licht van de Waarheid. Niettemin is er die vijandin, de personificatie van hen die hen uitgedaagd hebben om tot kwaad over te gaan. 

Toegegeven, ze zijn heel erg fout geweest en dat berouwt hen. Ze willen de straf daarvoor dragen. Maar de “vijandin” zal daarom lachen en hen vernederen. Ze zullen zelfs de Allerhoogste bespotten door hun slachtoffers te vragen: “Nou, waar is die God van jullie nu?” Daarmee is de keus tussen beide partijen tot de elementaire bron van alle tweedracht teruggevoerd: “voor of tegen Yahweh… vóór of tegen Yah-shua….”  De God van heil die ook de redding van Micha is. (vers 7 en 8). Mijn vijandin zal dat zien. Schaamte zal haar bedekken. Voor hen die Hem afwijzen zal Hij de God van oordeel en wraak zijn. zij worden vertrapt als slijk op straat.

Dit gedeelte doet me denken aan wat Hosea schreef

Hosea 6:1-3 Kom, laten wij terugkeren naar de HEERE, want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, maar Hij zal ons verbinden. 2. Na twee dagen zal Hij ons levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen opstaan en zullen wij voor Zijn aangezicht leven. 3. Dan zullen wij kennen, wij zullen ernaar jagen de HEERE te kennen! Zijn verschijning staat vast als de dageraad. Ja, Hij komt naar ons toe als de regen, als late regen, die het land natmaakt.

HERSTEL VAN SION

Micha 7:11-13 Op de dag waarop Hij uw muren zal herbouwen, op die dag zal het besluit zich ver verspreiden. 12. Het is een dag waarop men naar u toe komt vanaf Assyrië tot aan de steden van Egypte, en vanaf Egypte tot aan de rivier, van zee tot zee, van berg tot berg. 13. Maar de aarde zal worden tot een woestenij, om zijn bewoners, vanwege de vrucht van hun daden.

Op de dag waarop Hij uw muren zal herbouwen…. Hier zien we weer dat de meeste profetieën betrekking hebben op het herstel bij de aanvang van Gods Koninkrijk op aarde: Het Vrederijk. Men naar u toe komt vanaf Assyrië tot aan de steden van Egypte, en vanaf Egypte tot aan de rivier, van zee tot zee, van berg tot berg. De volken met wie ze voorheen strijd hadden en Assyrië dat hen straks in ballingschap zal voeren,  zullen later komen en hun geschenken brengen. Dat lezen we ook in Jesaja 60, zie ook de studie daarover. Maar de aarde zal worden tot een woestenij…… het Hebreeuwse woord “aretz” kan zowel met “aarde” als “land” vertaald worden. 

We weten dat toen Israël terug kwam uit de Babylonische ballingschap het land er verwoest en onvruchtbaar bij lag. Dat was ook het geval toen ze terugkwamen in de jaren rond 1945.

Het geldt eveneens voor de toestand van de aarde tegen het eind van deze bedeling. Het land en de zeeën zijn vervuild, het klimaat is aangetast.

GOD ZAL ZELF ZIJN SCHAPEN WEIDEN

Micha 7:14-15 Weid Uw volk met Uw staf, de kudde van Uw eigendom, die alleen in een woud woont, te midden van een vruchtbaar land. Laat hen weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van oude tijden af. 15. Als in de dagen toen u uit het land Egypte trok, zal Ik het wonderen doen zien.

God zal zelf Zijn volk weiden in het komende Vrederijk. Weid Uw volk met Uw staf…  De “roede” uit Micha 6:9 heeft nu plaatsgemaakt voor een staf. Er wordt niet meer gehandeld met bedrieglijke weegschalen en andere valse meetapparatuur om rijk te worden. Als in de dagen van oude tijden af… mogen ze weer weiden in de hoogvlakten van Basan en Gilead, het overjordaanse, waarbij bij de inname van Israël koning Og werd verslagen. (Numeri 21:33; Deut. 3) Dit waren de beroemde weidegronden waar de stammen van Ruben en Gad en de halve stam van Manasse zich zo graag wilden vestigen.(Numeri 32) Maar dat ze daar alleen in een bos zullen wonen is me niet duidelijk. Ik zal het wonderen doen zien. Het  toekomstige Vrederijk is een rijk van wonderen waarover Israël zich zal verwonderen.

Micha 7:16-17 De heidenvolken zullen het zien en beschaamd worden, ondanks al hun macht. Zij zullen de hand op de mond leggen, hun oren zullen doof worden. 17. Zij zullen stof likken als de slang; als kruipende dieren van de aarde zullen zij sidderend uit hun burchten komen, naar de HEERE, onze God, zullen zij in angst komen, en zij zullen voor u bevreesd zijn.

De heidenvolken zullen het zien……. Ze zijn machtig, maar beschaamd. Ze staan met de mond vol tanden en degenen die eerder het hoogste woord voerden, zijn nu sprakeloos en geestelijk doof. Maar over berouw en schulderkentenis, zoals Israël’s overblijfsel in vers 8 en 9, lezen we niets. We zien wel de schaamte zoals bij de “vijandin” genoemd in vers 10. Ze moeten wel in grote angst uit hun schuilplaatsen komen en voor de YAHWEH Adonai verschijnen. Ook de vergelijking met “het slijk op de straten” in vers 10 lijkt op “het stof likken als de slang”. Hier in vers 10 HSV staat “u” met een hoofdletter, maar naar mijn mening is er, naast de angst voor God, ook het bevreesd zijn voor Israël, het overblijfsel van Gods volk. De heidenen die Israël’s God niet hebben erkend, zijn deel geworden van het rijk van de slang en als kruipende dieren delen ze in de vloek van de slang. Zij worden vertrapt als slijk op straat. (zie ook Jesaja 10:6)

GODS TROUW AAN HET VERBOND: VERGEVING VOOR HET OVERBLIJFSEL VAN ISRAËL

Micha 7:18-20 Wie is een God als U, Die de ongerechtigheid vergeeft, Die voorbijgaat aan de overtreding van het overblijfsel van Zijn eigendom? Hij zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn, want Hij vindt vreugde in goedertierenheid. 19. Hij zal Zich weer over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen, ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee. 20. U zult Jakob de trouw bewijzen en Abraham de goedertierenheid, die U aan onze vaderen gezworen hebt vanaf de dagen van weleer.  

De profeet Micha is vol lof en aanbidding en roept het als het ware uit: “Wie is een God zoals U?”. In feite is dit een woordspeling op Micha’s eigen naam, die betekent: “Wie is als God”.  En wat kenmerkt die Elohiem? Die de ongerechtigheid vergeeft, Die voorbijgaat aan de overtreding van het overblijfsel.  Hij blijft trouw aan het verbond met Abraham, Izak en Jakob. Hij bekrachtigt datgene waarmee Hij zich aan Mozes op de Sinaï bekend maakte:

Exodus 34:6-7 Toen de HEERE bij hem voorbijkwam, riep Hij: HEERE, HEERE, God, BARMHARTIG EN GENADIG, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw, 7. Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, DIE ONGERECHTIGHEID, OVERTREDING EN ZONDE VERGEEFT, maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht.