To translate this website in different languages click here.

Genesis 37 - Jozef verkocht naar Egypte

Als we Genesis 37 lezen zouden we verwachten dat Jacob nu wat meer rust gekregen heeft, nu hij zich, met zijn grote gezin,  heeft gevestigd in Kanaän, het land der belofte, het land van zijn voorvaders Abraham en Izaäk.

Door het geloof is hij (Abraham) een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft hij in tenten gewoond, met Izak en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte. Hebreeën 11:9

Jacob woonde in “het land der vreemdelingschap” van zijn vader, in het land Kanaän. Jakob was een vreemdeling in dat land, vanwege de vele heidense volkeren rondom hem. 

Dat betekent dat hij zich afscheidde van hen, hij deed niet mee met hun heidense gewoonten. Dit had ongetwijfeld te maken met de belofte aan Abraham. 

Genesis 18:19 Want Ik heb hem uitgekozen, OPDAT HIJ AAN ZIJN KINDEREN EN ZIJN HUIS NA HEM BEVEL ZOU GEVEN OM DE WEG VAN DE HEERE IN ACHT TE NEMEN, DOOR GERECHTIGHEID EN RECHT TE DOEN, opdat de HEERE over Abraham zal brengen wat Hij over hem gesproken heeft.

Zou hieruit de natie ontstaan die “gerechtigheid en recht” doet? Ongetwijfeld was dit het verlangen en streven van Jacob, maar de vervulling zal pas werkelijkheid zijn in het komende koninkrijk van God.

Vers 3 vermeldt dat Izaäk meer liefde had voor Jozef dan voor zijn andere zonen. Dat wordt meestal weer negatief uitgelegd, waarbij het woord “voortrekken” dan ter sprake komt. Maar laten we niet vergeten dat Jacob lange tijd heeft uitgezien naar een zoon van Rachel en hem, als de voortzetting van de lijn van het “heilig zaad”: de eerstgeborene. Door Labans toedoen liep dat anders en we geloven ook dat God, dat wat kwaad bedoeld was, laat meewerken ten goede in Gods plan.

Jozef had zowel bij Jacob als bij God een bijzondere positie. Ondanks het feit dat hij niet de eerstgeborene was, wordt hij, zoals in de volgende hoofdstukken naar voren komt, wel aangesteld tot hoofd over zijn familie en heel Egypte. Jozef als jongste zal vaker bij zijn vader zijn geweest, omdat zij beiden. wat leeftijd betreft, niet volop aan het arbeidsproces deelnamen. Het is ook niet denkbeeldig dat deze beiden meer gericht waren op Gods beloften, wat hun onderlinge band versterkte.

Vers 3 vermeldt verder dat Jacob een prachtige mantel voor Jozef liet maken, die hem waardigheid verleende. Al deze zaken maakten dat de broers jaloers werden en Jozef gingen haten.

Jozef vond ook meer aansluiting bij de zonen van de bijvrouwen, dan bij de zonen van Lea.   

God openbaarde Jozef, door middel van dromen dat Hij een speciaal plan met hem had. Als dan Jozef zijn dromen gaat vertellen, gaat het helemaal mis. Ze konden niet meer in “shalom” – zoals de Bijbel het omschrijft - met elkaar omgaan. Het was natuurlijk heel moeilijk voor zijn broers en ook voor zijn vader, dat de profetische dromen van Jozef onomstotelijk vertelden dat zij allen zouden buigen voor hem. Toch moesten de vader en broers het weten om later de hand van God te herkennen in alles wat er gebeurde. Dat inzicht zouden ze niet hebben als Jozef die dromen niet verteld had. Je leest ook nu wel kritiek op die dromen in hedendaagse commentaren. Jakob sputtert dan wel tegen Jozef over het vertellen van die dromen, maar hield ze wel in gedachten, zoals van Maria geschreven staat dat zij de woorden van de herders in haar hart bewaarde. (Lukas 2:19)

Het gezin voorzag in de levensbehoeften door de veeteelt. De zonen van Jacob waren met de kudden het land ingetrokken om “grazige weiden” te vinden voor het vee.

Zo langzamerhand is Jacob niet meer zozeer de hoofdpersoon van de geschiedenis. De focus wordt nu op zijn zoon Jozef gericht. Hij wordt in vers 2 een herder (ro’èh רֹעֶה) genoemd, al is dat woord niet altijd letterlijk vertaald. Dit Hebreeuwse woord verwijst naar “de goede Herder”, d.w.z. Yeshua, zoals zoveel zaken in het leven van Jozef naar Yeshua verwijzen.

Wat een profetisch getuigenis zien we in deze verzen van dit Toragedeelte. Het is de vader die bezorgd is om zijn kinderen, die zijn zoon (de geliefde) stuurt voor het welzijn van de kinderen.

Toen de vader Jozef vroeg om naar zijn broers te gaan zei Jozef: “zie, hier ben ik” (Genesis 37:13 – zie de centrale as). In dat “הִנֵּנִי  hineni” horen we de stem van Yeshua “Zie, hier ben Ik – in de boekrol staat van Mij geschreven – om uw wil, o God, te doen.” Hebreeën 10:7; Psalm 40:8 Hetzelfde woord.

“Zie hier ben ik” is een andere uitdrukking dan het Hebreeuws voor “ik ben hier”, dat is “ani poh”. פֹּה אני . Hineni הִנֵּנִי drukt bereidwilligheid uit, zoals ook Abraham God antwoordde, toen hij zijn zoon moest offeren. Het betekent “je kunt op mij rekenen” of “ik ben bereid dit te doen al zou het mij het leven kosten”. Dit wordt in moeilijke omstandigheden gezegd.

"En het geschiedde dat God Abraham op de proef stelde en tegen hem zei: Abraham! En Abraham antwoordde Hineni הִנֵּנִי  - Hier ben ik.”

Op zijn zoektocht naar de broers kwam Jozef in Sichem. Hij dwaalde rond in de hoop de broers en de kuddes te vinden toen een man hem aansprak met de vraag “wat zoek je?” Toen Jozef vertelde dat hij zijn broers zocht bleek dat de man hen had gezien. Ze waren daar wel geweest en hij had ze horen zeggen dat ze naar Dothan wilden gaan. Dus vervolgde Jozef niets vermoedend zijn weg naar Dothan. Daar zagen de broers hem al aankomen en ze bedachten ter plekke een verschrikkelijk plan voor die “meester dromer”. Een plan waarmee ze profetisch de dood van Yeshua uitbeeldden.

Genesis 37:20 Nu dan, kom, laten we hem doodslaan en hem in een van deze putten gooien, en wij zullen zeggen: Een wild dier heeft hem opgegeten. Dan zullen we eens zien wat er van zijn dromen terechtkomt.

Ruben was het er niet mee eens. Hij wilde Jozef stiekem redden en zei: “Vergiet geen bloed; gooi hem in deze put die in de woestijn is, en sla niet de hand aan hem”. Ruben was zich bewust van zijn verantwoordelijkheid als eerstgeborene.

Er was daar blijkbaar een lege put, en dus waarschijnlijk ook geen water om het vee te laten drinken. De broers trokken Jozef zijn mooie mantel uit. Zowel bij Yeshua als bij Jozef werd zijn mooie mantel door zijn broeders afgenomen. Zijn eer en waardigheid werd in feite afgenomen. Daarna gooiden ze Jozef in de put.

Dit gebeuren doet denken aan de gelijkenis van de wijngaard, waar ook de zoon van de eigenaar kwam, die ter dood werd gebracht.

Mattheüs 21: 37 Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe en zei: Voor mijn zoon zullen zij ontzag hebben. 38 Maar toen de landbouwers de zoon zagen, zeiden zij onder elkaar: Kom, laten we hem doden en zijn erfenis voor onszelf houden.

Het Hebreeuwse woord voor “put” is “bor”  בּוֹר  (Strong H 953). Het betekent: kuil, put, graf of gevangenis.  In Genesis 40:15 en in Exodus 12:29 wordt dit woord voor een Egyptische gevangenis gebruikt. In hoofdstuk 37 werd dit woord gebruikt voor de put waarin Jozef gegooid werd. In Spreuken 28:17 wordt het gebruikt voor “graf”. De gevangenissen in die tijd waren ondergrondse ruimten waarin de mensen werden vastgehouden en dat heeft dan ook raakvlakken met een graf. Ook dat past in de vergelijking met Yeshua, die uit het graf opstond.

Terwijl Jozef in die put verbleef gingen de broers lekker eten. Dit verwijst eveneens naar het lijden van Yeshua. Toen Hij in het graf was aten de Israëlieten de feestelijke paasmaaltijd, zelfs met het paaslam op tafel.

Ruben had even wat anders te doen en at niet met de broers. Daarom was hij er ook geen getuige van dat de broers Jozef aan Midianitische kooplieden verkochten. Jozef werd voor twintig zilverstukken verkocht, op voorstel van Juda. Yeshua werd voor dertig zilverstukken verkocht door Judas. De naam Judas (Grieks) is in het Hebreeuws ook Juda.

Ik hoorde zojuist nog een uitleg over de zilverstukken en dat wil ik er even aan toevoegen. Er werden voor Jozef 20 zilverstukken betaald. Twee zilverstukken hebben de waarde van een halve shekel (Exodus 30:13), wat ook het hoofdgeld is. Twintig zilverstukken zijn samen vijf shekel, wat het losgeld is voor een eerstgeboren zoon om de HEERE geheiligd te zijn. Jozef was uitverkoren als eerstgeboren zoon. Het bedrag van 20 shekel zou ook het hoofdgeld kunnen zijn voor de broers. 

De prijs die voor Yeshua betaald werd was dus dertig zilverstukken. Zo werd Jozef naar Egypte gebracht, de rijke zoon, verkocht als slaaf.  

 

Daar ging Jozef, zoals Yeshua Zijn weg ging in vernedering:

Filippenzen 2:6 Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn,

  1. maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden.
  2. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.
  3. Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam.

 

Toen Ruben terug kwam en merkte wat er was gebeurd was hij “in alle staten”. Hij riep: “En ik, waar moet ik naartoe?” Toen ontrolde zich het volgende plan: de leugen voor Jacob.

 

Ze dompelden de veelkleurige mantel van Jozef in het bloed van een bokje dat ze daarvoor slachtten, wat als “bewijs” voor Jacob moest dienen dat Jozef onderweg verscheurd was door een wild dier. Wat moet die

                           VADER een intens verdriet hebben gehad om de dood van zijn geliefde zoon….. zoals

                                God de VADER  verdriet   heeft   gehad om de dood van Zijn Geliefde Zoon

 

.............................en dat om degenen die Hem doodden te redden……

 

Psalm 105:16-19

Hij riep een hongersnood over het land af,

Hij liet het volledig aan brood ontbreken.

Hij zond een man voor hen uit:

Jozef werd als slaaf verkocht.

Men drukte zijn voeten vast in de boeien,

hijzelf kwam in de ijzers.

Tot de tijd dat Zijn woord uitkwam,

heeft de belofte van de HEERE hem gelouterd.

 

En toen het verdriet van Jacob, die zich niet wilde laten troosten door zijn kinderen. De leugen die voortleefde in dat gezin. Nee, het was nog niet de natie die God verheerlijkte door gerechtigheid en recht te doen…….. nog niet.

 

Als we de droom van de schoven nader bekijken, zien we meer profetische beelden waarvan de familie van Jozef zich nog geen voorstelling kon maken. De schoven staan symbool voor de opbrengst van het land. Het heeft dus alles te maken met de hongersnood die over het gebied zou komen. Maar tijdens die hongersnood stond de schoof van Jozef volgens de droom rechtop en bleef rechtop staan. Die schoof stond er nog alleen. Later kwamen er andere schoven (de broers) omheen staan, die bogen voor die éne schoof die zo fier rechtop stond. Daaruit bleek een koninklijk gezag dat de andere schoven in leven hield, waarvoor zij zich neerbogen.

Welke diepere profetie er in de droom over zon, maan en sterren kan zitten, zou ik niet weten. Ik zou willen besluiten met enkele regels uit Psalm 148

Loof Hem, zon en maan,

loof Hem, alle lichtende sterren.

Loof Hem, de hemel der hemelen.

en water dat boven de hemel is.