English & other languages: click here!
2 Korinthe 7 - Getroost
- Oproep tot heiliging (vers 1)
- Paulus’ hartstochtelijke verdediging (vers 2-4)
- De komst van Titus en de goede berichten (vers 5-7)
- Goddelijk berouw versus wereldse droefheid (vers 8-12)
Dit gedeelte vormt de kern van het hoofdstuk en maakt een cruciaal onderscheid tussen twee soorten verdriet:
- Goddelijk berouw: Leidt tot een radicale omkeer (bekering) en brengt redding zonder berouw..
- Wereldse droefheid: Richt zich vaak op de gevolgen of zelfmedelijden en leidt uiteindelijk tot de dood.
5 . Vreugde over het vertrouwen (vers 13-16)
1. Oproep tot heiliging
2 Korinthe 7:1 Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bezoedeling van vlees en geest, en de heiliging volbrengen in het vrezen van God.
Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen......... Paulus spreekt de gemeente aan met 'geliefden". Geen holle frase, maar hij heeft hen van harte lief, met de liefde van de HEER.
Paulus herinnert ze aan de beloften waarmee hij het vorige hoofdstuk eindigde:
1. God zal in hun midden wonen, Hij wil hun God zijn en zij zouden Zijn volk zijn....
2. Als ze zich afscheiden van het onreine, zal God hen aannemen!
3. De HEERE, de Almachtige zal hen tot een Vader zijn, en zij zullen Zijn zonen en dochters zijn!
laten wij onszelf reinigen van alle bezoedeling van vlees en geest, en de heiliging volbrengen in het vrezen van God....... we kunnen onrein zijn door onze omgang met onreine mensen, onreine gewoonten, wat vleselijke vuilheid is. Die onreinheid kan God op onze bede wegnemen, maar we moeten het zelf praktisch gezien uit de weg gaan, dus meewerken aan dat reinigingsproces.. Het is niet makkelijk als het familieleden of vrienden betreft, maar het is beter dan om met hen verloren te gaan en de prijs van beloften te missen. God wil onze Vader zijn en ons zegenen, dat gaat toch alles te boven?
2. Paulus’ hartstochtelijke verdediging
2 Korinthe 7:2-4
2. Geef ons plaats in uw hart. Wij hebben niemand onrecht aangedaan, wij hebben niemand te gronde gericht, wij hebben niemand uitgebuit.
3. Ik zeg dit niet om u te veroordelen, want ik heb al eerder gezegd dat wij zo hartelijk met u verbonden zijn, dat wij samen met u zouden willen sterven en leven.
4. Ik heb veel vrijmoedigheid tegenover u, ik heb veel te roemen over u. Ik ben vol van vertroosting en word overstelpt met blijdschap in al onze verdrukking.
Geef ons plaats in uw hart........ in het vorige hoofdstuk (vers 11-13) betuigde Paulus dat hij zich heel vrijmoedig had geuit en zijn hart en dat van zijn medewerkers, wijd open stond voor de gelovige Korinthiërs. Nu vraagt hij hetzelfde van hen. Alleen in dat vertrouwen kan er groei zijn.
Wij hebben niemand onrecht aangedaan, wij hebben niemand te gronde gericht, wij hebben niemand uitgebuit........ Er zijn conflicten, zonden en misverstanden geweest. Daarom heeft hij in een indringende brief (de tranenbrief 2 Kor. 2:4)) de gelovigen opgeroepen tot bekering. Het viel hem heel zwaar dit te moeten doen. Maar in niets heeft hij hen enig kwaad toegedacht. Vanwege verdachtmakingen betreffende zijn persoon had hij zijn komst uitgesteld. Ik zeg dit niet om u te veroordelen, want ik heb al eerder gezegd dat wij zo hartelijk met u verbonden zijn........ Paulus zet alles in het werk om de beschadigde vertrouwensband in Christus, die satan probeert te verbreken, te herstellen. Hij kan zelfs uit de grond van zijn hart zeggen dat zij samen met de Kornthiërs zouden willen sterven en leven.
Ik heb veel vrijmoedigheid tegenover u, ik heb veel te roemen over u........ Paulus was inderdaad vrijmoedig geweest door de Korintiërs te confronteren met wat er verkeerd was gegaan, maar aan de andere kant was hij ook vrijmoedig in zijn roem over de hartelijke gemeenschap die zij met elkaar in Christus hadden en dat was ten gunste van hen.
Ik ben vol van vertroosting en word overstelpt met blijdschap in al onze verdrukking.......... de wig die satan tussen Paulus en de Korinthiërs probeerde te drijven, ziet Paulus als verdrukking. Het waren valse broeders die een kwaad gerucht hadden verspreid, waardoor de gemeente was besmet geraakt. Hoe is het mogelijk dat Paulus dan toch wordt overstelpt met blijdschap? ! Dat lezen we in vers 6.
3. De komst van Titus en de goede berichten
2 Korinthe 7:5-7
5. Want ook toen wij in Macedonië gekomen waren, heeft ons vlees geen rust gehad, maar waren wij in alles verdrukt: vanbuiten waren er conflicten, vanbinnen vrees.
6. Maar God, Die de nederigen troost, heeft ons getroost door de komst van Titus.
7. En niet alleen door zijn komst, maar ook door de troost waarmee hij bij u getroost werd. Hij deed ons namelijk verslag van uw vurig verlangen, uw treuren en uw ijver voor mij, en zo werd ik des te meer verblijd.
Want ook toen wij in Macedonië gekomen waren, heeft ons vlees geen rust gehad...... Hierover lezen we in 2 Korinthe 2:12 en 13. Paulus moest met Titus hierover spreken en zou hem met de zogenaamde "tranenbrief" naar Korinthe sturen. Alles wat onder de leiding van de Heilige Geest was bereikt leek door kwaadsprekerij in duigen te vallen.
wij waren in alles verdrukt: vanbuiten waren er conflicten, vanbinnen vrees.......... In angstige spanning was hij achtergebleven toen Titus de brief in Korinthe ging bezorgen. Hij had rust noch duur. Was hij niet te scherp geweest? Zou zijn vermaning niet verkeerd uitpakken? Helaas is deze "tranenbrief" verloren gegaan, zodat wij de inhoud niet meer kennen.
Maar God, Die de nederigen troost, heeft ons getroost door de komst van Titus......... dat was mogelijk omdat God bij hem was en hem precies gaf wat hij op dat moment nodig had. Het was zijn naaste medewerker, Titus, die hem vertelde over de vernieuwde houding in de gemeente van Korinthe. Het was God, die Zijn nederige dienstknecht Paulus, heeft getroost.
niet alleen door zijn komst, maar ook door de troost waarmee hij bij u getroost werd.......... niet alleen de komst van Titus was een vertroosting, maar ook wat hij vertelde over de troost die hij bij de gemeente van Korinthe ervaren had. Toen Titus terugkwam bij Paulus, kon hij tot grote vreugde van de apostel melden dat de brief een heel goede uitwerking had gehad. De mensen waren erdoor tot inkeer gekomen
Hij deed ons namelijk verslag van uw vurig verlangen, uw treuren en uw ijver voor mij, en zo werd ik des te meer verblijd........ wat was dit voor Paulus een geweldige bemoediging, na zoveel ontmoediging en onrust.
4. Goddelijk berouw versus wereldse droefheid
2 Korinthe 7:8-12
8. Want al heb ik u in de brief bedroefd, ik heb er geen berouw van. Hoewel ik er wel berouw van gehad heb, want ik zie dat die brief, ook al is het voor een korte tijd, u bedroefd heeft.
9. Nu verblijd ik mij, niet omdat u bedroefd bent geweest, maar omdat u bedroefd bent geweest tot bekering. Want u bent bedroefd geweest overeenkomstig de wil van God, zodat u in geen enkel opzicht door ons schade hebt geleden.
10. Want de droefheid die overeenkomstig de wil van God is, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg, maar de droefheid van de wereld brengt de dood teweeg.
11. Want zie, juist dit, dat u overeenkomstig de wil van God bedroefd bent geworden, wat een grote inzet heeft dat in u teweeggebracht! Ja, wat een verdediging, ja, wat een verontwaardiging, ja, wat een vrees, ja, wat een vurig verlangen, ja, wat een ijver, ja, wat een bestraffing! In alles hebt u bewezen zelf rein te zijn in deze zaak.
12. Hoewel ik u dus geschreven heb, was dat niet om hem die onrecht had gedaan, en ook niet om hem die onrecht was aangedaan, maar opdat onze inzet voor u openbaar zou worden bij u, in de tegenwoordigheid van God.
Al heb ik u in de brief bedroefd, ik heb er geen berouw van.......... soms is het nodig om degenen die leed veroorzaakt hebben met hun daden te confronteren. Dat vindt men meestal niet leuk. Ook Paulus had daar geen behagen in, maar het was wel nodig om de lucht te klaren, de relatie te herstellen. Daarom heeft Paulus er geen spijt van. En die bedroefdheid die het in de gemeente had uitgewerkt, had geleid tot bekering. Zo had God het ook gewild. De onderlinge liefde is er alleen maar waardevoller door geworden. "U hebt in geen enkel opzicht door ons schade geleden.
Droefheid overeenkomstig Gods wil, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg......... Goddelijk verdriet daarentegen leidt tot bekering, tot het zich afkeren van de zonde en naar God toe, het goedmaken van wat verkeerd was en het voornemen om rechtvaardig te handelen.
Goddeloos verdriet, louter verdrietig zijn of pijn ervaren, heeft geen enkel nut. Je staat zelf in het middelpunt. Het gaat je er niet om of God of anderen benadeeld zijn; het leidt tot zelfhaat, zelfmedelijden, depressie, wanhoop en de dood.
God is er niet in geïnteresseerd dat iemand alleen maar spijt heeft van zijn zonden (spijt betekent dan meestal: "wat ben ik dom geweest")., maar dat iemand zich vastberaden afkeert van die zonde en deze niet opnieuw begaat wanneer hij in een soortgelijke situatie terechtkomt. Het gebeurt wel vaker dat we bepaalde daden betreuren. Maar daarna gaan we gewoon verder met wat verkeerd is. Echte droefheid, droefheid zoals de HEERE die wil, werkt wat uit
dat u overeenkomstig de wil van God bedroefd bent geworden, wat een grote inzet heeft dat in u teweeggebracht.......! Er was droefheid in de gemeente gekomen over alles wat er mis was. Dat was een droefheid zoals God die wil. Want zij leidde tot echte verandering. Ze was heilzaam
Het had van alles teweeggebracht. Paulus somt zes factoren op die ertoe hebben bijgedragen dat men tot bekering kwam:
verdediging, verontwaardiging, vrees, vurig verlangen, ijver, bestraffing!
De slotconclusie is dan: In alles hebt u bewezen zelf rein te zijn in deze zaak.
Mijn schrijven was niet om hem die onrecht had gedaan, en ook niet om hem die onrecht was aangedaan....... het was niet zijn bedoeling om partij te kiezen, maar ze moesten beseffen dat Paulus zich tenvolle had ingezet zodat ze zouden merken dat het Gods bemoeienis met hen is, om hen naar het eeuwig rechtmatige Koninkrijk van God te leiden.
5. Vreugde over het vertrouwen
2 Korinthe 7:13-16
13. Daarom zijn wij getroost door uw vertroosting; en wij zijn des te meer verblijd over de blijdschap van Titus, omdat zijn geest door u allen is verkwikt.
14. Want als ik in enig opzicht bij hem over u geroemd heb, dan ben ik niet beschaamd geworden. Integendeel, zoals wij alles in waarheid tot u gesproken hebben, zo is ook ons roemen tegenover Titus waarheid gebleken.
15. En zijn innige gevoelens voor u zijn des te overvloediger, als hij zich de gehoorzaamheid van u allen herinnert, hoe u hem met vrees en beven hebt ontvangen.
16. Ik verblijd mij dus, omdat ik in alles op u kan vertrouwen.
wij zijn getroost door uw vertroosting; en wij zijn des te meer verblijd over de blijdschap van Titus......... de houding van de Korinthiërs was een bemoediging en vertroosting voor Paulus, wat nog eens werd versterkt door het verslag vanTitus van zijn bezoek aan hen. Titus kwam daar zo blij vandaan. Daardoor is Paulus dubbel en dwars ervan overtuigd dat de relatie is hersteld. Paulus had altijd wel tegen Titus gesproken over de voortreffelijke liefdesband die er was tussen hem en die gemeente. Dat is tegenover Titus ook als waarheid gebleken.
zijn innige gevoelens voor u zijn des te overvloediger, als hij zich de gehoorzaamheid van u allen herinnert...... De gemeente in Korinthe ging Paulus bijzonder ter harte. Dat had hij aan Titus laten merken. Deze medewerker voelt zich, na zijn verblijf daar, nu ook bijzonder aan die gemeente verbonden
hoe u hem met vrees en beven hebt ontvangen....... die vrees en dat beven was een teken dat het gebeurde zwaar op het hart van de gemeente had gelegen. Maar hun vertrouwen op God had hen bewogen de goede, goddelijke weg te gaan.
Over anderen en over onszelf kunnen we gerust zijn als we niet alleen de troost, maar ook de tucht van Gods Woord eerlijk ter harte nemen. Het is goed om ons door wat de HEERE zegt niet alleen blij, maar ook bedroefd te laten maken. Het is heilzaam bedroefd te zijn over alles wat Hem bedroeft en ons daarvan te bekeren. Paulus sluit dit hoofdstuk af met een bemoedigende conclusie: "Ik verblijd mij dus, omdat ik in alles op u kan vertrouwen."
Jur & Ida