To translate this page into different lamguages, click here!
2 Korinthe 9 - collecte voor Jeruzalem
De geschiedenis uit 2 Korinthe 9 heeft te naken met de derde zendingsreis van de apostel Paulus. Hij moedigt de gemeente in Korinthe aan om hun beloofde gave voor de gelovigen in Jeruzalem daadwerkelijk en met vreugde te volbrengen. Niet uit dwang, maar als een vrijwillige daad die Gods karakter weerspiegelt. De collecte vervult niet alleen materiële noden, maar leidt tot dankzegging aan God.
De gelovigen in Jeruzalem zullen God verheerlijken vanwege de gehoorzaamheid en vrijgevigheid van de Korinthiërs.Er ontstaat wederzijdse liefde en verbondenheid tussen Joodse en heidense gelovigen. Vrijgevigheid is geen last, maar een vreugdevolle deelname aan Gods overvloedige genade, die dank en eenheid voortbrengt.
We kijken even terug naar het vorige hoofdstuk, 2 Korinthe 8 waarin deze inzameling voor hulpbehoevende gemeenteleden in Jeruzalem ook al ter sprake komt. Eerst was er geld ingezameld in Macedonië en dat was zonder aandrang uit vrije beweging en met blijdschap gegeven. Door verdachtmaking van buitenaf was er een impasse gekomen in de geldinzameling. Paulus vertrouwt erop dat het geld nu klaar ligt als hij in Achaje komt. Maar hij wil hen toch nog even voorzichtig eraan herinneren, want het is mogelijk dat er broeders uit Macedonië meekomen naar Achaje. Paulus heeft tegen hen nogal hoog opgegeven over de liefdevolle bereidheid tot geven van de gemeente van Achaje. Dan zou het toch een tegenvaller zijn als het geld niet klaar zou liggen en zou Paulus zich ervoor schamen dat hij zo lovend over hen had gesproken.
1. Voorbereiding op de collecte
2 Korinthe 9:1-2
1. Want het is voor mij niet nodig u te schrijven over het dienstbetoon aan de heiligen.
2. Want ik weet van uw bereidwilligheid, waarover ik u roem bij de Macedoniërs, namelijk dat Achaje al sinds een jaar gereed is. En uw ijver heeft velen aangestoken.
Want het is voor mij niet nodig u te schrijven over het dienstbetoon aan de heiligen......... Hoewel Paulus schrijft dat het niet nodig is om hen aan te moedigen om in actie te komen, dan doet hij het toch maar.
Want ik weet van uw bereidwilligheid, waarover ik u roem bij de Macedoniërs,......Door alles wat er heeft plaatsgevonden is één en ander aanzienlijk vertraagd en daarom wil Paulus hun enthousiasme dat ze eerder lieten zien weer aanwakkeren. Hij zou niet graag zien dat zijn 'opscheppen' bij de Macedoniërs over hun grote bereidwilligheid, onterecht zou lijken. Hun ijver had immers ook anderen aangestoken.
2 Korinthe 9:3-5
3. Maar ik heb de broeders gestuurd, opdat onze roem over u in dit opzicht niet zonder inhoud zou blijken, opdat u – zoals ik zei – gereed bent;
4. opdat niet misschien, als er Macedoniërs met mij meekomen en zij u niet gereed vinden, wij – om niet te zeggen: u – beschaamd worden in dit vertrouwen op onze roem over u.
5. Ik achtte het dus nodig de broeders aan te sporen eerst naar u toe te gaan en de eerder door u beloofde zegen vóóraf in gereedheid te brengen, zodat deze gereedligt als een zegen en niet als een gift in gierigheid gegeven.
Maar ik heb de broeders gestuurd, opdat onze roem over u in dit opzicht niet zonder inhoud zou blijken....... Eerder had Paulus aan de Korinthiërs de Macedoniërs als voorbeeld ter navolging voorgesteld. De ervaring met de gemeente uit Macedonië zoals beschreven in hoofdstuk 8 was overweldigend (2 Korinthe 8:3-4).
als er Macedoniërs met mij meekomen en zij u niet gereed vinden......... Nu presenteert Paulus hier de Korintiërs zelf om een voorbeeld te zijn voor de broeders uit Achaje – en spoort hij hen aan hun reputatie waar te maken. Zo voorkomt hij dat ze zich niet tekort geschoten voelen als ze het gestelde doel niet halen.
beschaamd worden in dit vertrouwen op onze roem over u.........Dan zou ook Paulus zich niet vernederd voelen als het vertrouwen dat hij in hen had beschaamd zou worden.
Ik achtte het dus nodig de broeders aan te sporen eerst naar u toe te gaan en de eerder door u beloofde zegen vóóraf in gereedheid te brengen.....Dus, om een blunder te voorkomen, brengt Paulus in hoofdstuk 9 voor de zekerheid en met schroom wat afgesproken is, in herinnering.
naar u toe te gaan en de eerder door u beloofde zegen vóóraf in gereedheid te brengen.........Paulus stuurt ook broeders vooruit om samen met hen deze beloofde “ZEGEN” klaar te leggen. Een mooi woord voor een collecte “de zegen”! Hier geen berekening van collectegeld dat je voor de belasting van je inkomen mag aftrekken, geen acties, lotingen of cadeautjes om mensen over te halen om geld te geven. Het gaat hier ook niet om een georganiseerde “kerkelijke bijdrage” of “kerkbelasting” of, zoals ik het uit het verleden ken een “vaste vrijwillige bijdrage”. Het moest echt een gave uit het hart zijn. Het blijkt dat Paulus de broeders uit Macedonië alvast vooruit stuurt om te kijken hoever ze gevorderd zijn met hun inzameling. Eventueel zouden ze de gemeente van Achaje daarbij kunnen helpen en zal het opnieuw waar blijken dat deze gave een zegen is en niet......
Niet als een gift in gierigheid gegeven........Geen gierig besluit om een kleinigheidje te geven, terwijl je veel kunt missen. Ons geld is van God en Hij wil dat we het overeenkomstig Zijn wil besteden (Haggaï 2:9; Matth. 25:40; 2 Kor. 8:9)..
2. Het principe van zaaien en oogsten
2 Korinthe 9:6 En dit zeg ik: Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten.
Paulus gebruikt een agrarisch beeld om te laten zien dat vrijgevigheid geestelijke vrucht voortbrengt.
Als hij dat mondjesmaat doet zal de oogst niet groot worden, maar als hij met gulle hand wijduit het zaad spreidt, zal dat een grote oogst tot gevolg hebben.
We zien in het eerste testament een prachtige belofte op zo’n houding:
Maleachi 3:10 Breng al de tienden naar het voorraadhuis, zodat er voedsel in Mijn huis is. Beproef Mij toch hierin, zegt de HEERE van de legermachten, of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen, en zegen over u zal uitgieten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn.
Nu de tijden zo veranderen weten we dat onze broeders en zusters in nood kunnen komen. In Jeruzalem, maar ook in deze wereld waar het antichristelijk rijk zich aan het ontwikkelen is. Laten we opmerkzaam zijn op de nood van onze broeders en zusters die Yeshua volgen. Zoals de weduwe van Sarfat haar laatste olie deelde met Elia. 1 Koningen 17 vanaf vers 9.
3. Vrijwillig en blijmoedig geven
2 Korinthe 9:7 Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief.
Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft........ de vraag om te geven is aan ieder gesteld, ongeacht of hij rijk is of minder bedeeld. Wie zelf geen geld heeft kan niet geven, maar ook van het weinige kan nog iets afgestaan worden. Denk maar aan de twee kleine muntjes van de arme weduwe (Matth.12:41-44). Het gaat om de intentie van het hart. Een gelovige deelt zijn plannen met de HEER en dan zal het hart ook dienovereenkomstig reageren. Als het met tegenzin gepaard gaat en als er manipulatie of dwang toegepast wordt, heeft de gave voor God geen waarde. Bij Hem gaat het om ware naastenliefde die gaactiveerd wordt door Gods liefde. Dan heeft God daarin een welbehagen. (Haggaï 2:9).
De gelovigen in Achaje waren, net zo als de gelovigen in Macedonië en net zoals de Israëlieten tijdens de tabernakelbouw, van harte bereid om gaven bijeen te brengen voor gelovigen in Jeruzalem, die in armoede leefden. De inzameling was, zoals eerder vermeld onderbroken. Maar nu is die situatie hersteld worden de Korinthiërs gevraagd af te maken waar ze mee bezig waren. Er zullen met Paulus enkele mensen uit Macedonië meekomen om één en ander goed te laten verlopen.
Paulus had zich ertoe verplicht om op zijn reizen aan de armen in Jeruzalem te denken. In de Galatenbrief schrijft Paulus:
Galaten 2:10 Alleen moesten wij wel aan de armen denken; en ik heb mij ook beijverd juist dit te doen.
Kortom: het moest uit een gelovig hart komen dat bewogen is met hen die lijden vanwege vervolging.
4. Gods overvloedige voorziening
2 Korinthe 9:8-11
8. En God is bij machte elke vorm van genade overvloedig te maken in u, zodat u, wanneer u in alles altijd al het nodige bezit, overvloedig kunt zijn in elk goed werk.
9. Zoals geschreven staat: Hij heeft uitgestrooid, hij heeft aan de armen gegeven; zijn gerechtigheid blijft tot in eeuwigheid.
10. Hij nu Die de zaaier zaad verschaft, moge ook brood tot voedsel schenken en uw zaaigoed doen toenemen en de vruchten van uw gerechtigheid vermeerderen.
11. Zo zult u in alles rijk worden, in staat tot alle vrijgevigheid, die door middel van ons dankzegging aan God teweegbrengt.
God is bij machte elke vorm van genade overvloedig te maken in u.......... ook in dit hoofdstuk wordt overvloedig geven aan de armen - daar waar God het op het hart legt - een vorm van genade genoemd. Zowel voor de gever als voor de ontvanger. Het maakt ons vrij van gierigheid en materialisme. Dat is heel wat anders dan het geven “aan goede doelen” wat aftrekbaar voor de belasting is.
wanneer u in alles altijd al het nodige bezit, overvloedig kunt zijn in elk goed werk.......
Als we hebben wat we nodig hebben, kunnen we op allerlei gebied overvloedig in mededeelzaamheid zijn. God beloont en zegent de gever. Bij Paulus gaat het hoofdzakelijk om de innerlijke gesteldheid van de gever. Het Nieuwe Verbond benadrukt zowel de hartsgesteldheid als de uiterlijke handeling. Die hartsgesteldheid is het werk van God in de gelovige, En dat is genade, zowel voor de gever als voor de ontvanger. En God zal door beiden daardoor geëerd worden. Het heeft zijn uitvloeisel in elk goed werk.
Zoals geschreven staat: Hij deelt mild uit, hij geeft aan de armen,.................. Paulus citeert Psalm 112:9:
Psalm 112:9-10
9. Hij deelt mild uit, hij geeft aan de armen,
zijn gerechtigheid (צְדָקָה tzedakah) houdt voor eeuwig stand,
zijn hoorn zal met eer opgeheven worden.
Het woordje צְדָקָה tzedakah (gerechtigheid) betekent in het Hebreeuws ook "liefdadigheid". Daarom staat er in Israël op een collectebusje ook: tzedakah. Vandaar deze woordspeling.
God is bij machte ons geven te belonen. Zijn gerechtigheid blijft tot in eeuwigheid.
Hij nu Die de zaaier zaad verschaft, moge ook brood tot voedsel schenken........
Spreuken 11:24 Er zijn er die mild uitdelen en nog meer ontvangen, en er zijn er die meer inhouden dan rechtmatig is, maar het is tot gebrek.
God geeft het zaad, maar vraagt ook de volle inzet van Zijn kinderen. Het is liefdedienst die tot zegen strekt. De Korinthiërs moeten hun eerder gedane beloften voor de nood in Jeruzalem nakomen.
moge ook brood tot voedsel schenken.......
God geeft het zaad en ook het brood. Zo zal Hij ook degenen die zegen geven, zegenen. Hun goede daden (tzedekah - gerechtigheid) zullen rijke vrucht dragen.
en uw zaaigoed doen toenemen en de vruchten van uw gerechtigheid vermeerderen..........
Met als doel dat ze nog meer van de ontvangen overvloed kunnen weggeven. Dat zal er ook toe leiden dat de ontvangers God danken. Dat laatste is het uiteindelijke doel: dat we met elkaar de GEVER verheerlijken om alle zegen die Hij geeft.
Zo zult u in alles rijk worden, in staat tot alle vrijgevigheid........ het gaat om onbekrompen delen en de gemeente in Jeruzalem zal God prijzen om Zijn genade voor het gehoorzaam belijden van het geloof en de vrucht van gerechtigheid van de Korinthiërs.
die door middel van ons dankzegging aan God teweegbrengt........ Paulus weet - en verblijdt zich erover - dat hij mede de oorzaak mocht zijn dat deze dankzegging aan God gaat plaatsvinden. Dat is de kroon op Zijn werk. Want Hij leeft niet meer, maar Christus in Hem,. en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die Paulus heeft liefgehad en Zichzelf voor hem heeft overgegeven (Gal. 2:20). Dat houdt het in om te leven tot eer van God, zoals Yeshua, de Gekruisigde dat deed.
5. Het effect van de gave: dank aan God
2 Korinthe 9:12-14
12. Want het betonen van deze dienst vult niet alleen de tekorten van de heiligen aan, maar is ook een overvloedige bron van vele dankzeggingen aan God,
13. want door dit bewijs van dienstbetoon verheerlijken zij God vanwege de onderdanigheid aan het Evangelie van Christus, overeenkomstig uw belijdenis, en vanwege de gulle handreiking aan hen en aan allen.
14. En in hun gebed voor u verlangen zij vurig naar u vanwege de allesovertreffende genade van God over u.
Want het betonen van deze dienst vult niet alleen de tekorten van de heiligen aan......... 12-14 Paulus legt uit hoe de collecte leidt tot overvloedige dank aan God. De Joodse gemeente in Jeruzalem verblijdt zich over de financiële steun die zij ontvangt. Zij prijst God omdat hieruit blijkt hoezeer de gevers het Evangelie geloven en gehoorzaam zijn. Ze gaven meer dan alleen geld voor voedsel; ze gaven de mensen een reden om God te danken.
De gelovigen in Jeruzalem bidden op hun beurt weer voor de gevers. Ze voelen zich met hen verbonden omdat zij zien hoe rijk Gods genade in hen heeft gewerkt. Ze begrijpen dat God hen gevormd heeft tot gehoorzame gelovigen.
vanwege de gulle handreiking aan hen en aan allen…….. Als iemand geen gul hart heeft, is hij in zekere zin niet gehoorzaam aan de belijdenis van het evangelie van Christus .
En in hun gebed voor u verlangen zij vurig naar u ....... en wat ontstaat er op deze manier een pure liefdesband tussen de gemeente van Jeruzalem en die van Korinthe.
vanwege de allesovertreffende genade van God over u........ zij proeven de heilige liefde die ontstaat als we leven in gemeenschap met Christus en gehoorzaam zijn aan Zijn gebod. Een genade over de gemeente van Korinthe die alles overtreft.
6. Slot: Gods onuitsprekelijke gave
2 Korinthe 9:15 - Ja, God zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave!
In allerlei toonaarden heeft Paulus de onuitsprekelijke werking van de genade van het geven beschreven. Het is haast niet in woorden te vatten. Maar de gelovigen ervaren dit wonder als het pure zuiverende karakter waardoor ze moesten sterven aan zichzelf. Je krampachtig vasthouden aan wat je hebt maakt je alleen maar armer en verbitterd. Maar wie zijn bezit loslaat en het aan God overgeeft leert een hogere rijkdom kennen, die met geen goud is te betalen. Wie spreekt over Gods onuitsprekelijke gave, komt onwillekeurig uit bij het feit dat Hij zijn eniggeboren Zoon in de dood gaf, omdat Hij wist dat er in Zijn opstanding zoveel genade beschikbaar zou komen, dat we het nog niet eens kunnen bevatten. Iets van die onuitsprekelijke gave werd zichtbaar in de gemeenten van Korinthe en Jeruzalem. Eens zullen we het ervaren als we nu alles in Gods hand leggen. Dan leven wij niet meer, maar Christus leeft in ons en voor zover wij nu in het vlees leven leven wij door het geloof in de Zoon van God, Die ons heeft liefgehad en Zichzelf voor ons heeft overgegeven (Galaten 2:20).
De gelovigen in Achaje waren, net zo als de gelovigen in Macedonië en net zoals de Israëlieten tijdens de tabernakelbouw, van harte bereid om gaven bijeen te brengen voor gelovigen in Jeruzalem, die in armoede leefden. Zij waren al eerder een inspirerend voorbeeld geweest voor de meeste gelovigen in Macedonië om de broeders in Jeruzalem financieel te helpen. Paulus had daar ook lovend gesproken over de vrijgevigheid van de Korinthiërs. Maar nu wordt er opnieuw van de Korinthiërs hulp gevraagd en met Paulus zullen enkele mensen uit Macedonië meekomen.
Paulus gebruikt in vers 10 een vergelijking met een boer, die zaad zaait op zijn akker. Als hij dat mondjesmaat doet zal de oogst niet groot worden, maar als hij met gulle hand wijduit het zaad spreidt, zal dat een grote oogst tot gevolg hebben.
We zien in het eerste testament een prachtige belofte op zo’n houding:
Maleachi 3:10 Breng al de tienden naar het voorraadhuis, zodat er voedsel in Mijn huis is. Beproef Mij toch hierin, zegt de HEERE van de legermachten, of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen, en zegen over u zal uitgieten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn.
Nu de tijden zo veranderen weten we dat onze broeders en zusters in nood kunnen komen. In Jeruzalem, maar ook in deze wereld waar het antichristelijk rijk zich aan het ontwikkelen is. Laten we opmerkzaam zijn op de nood van onze broeders en zusters die Yeshua volgen. Zoals de weduwe van Sarfat haar laatste olie deelde met Elia. 1 Koningen 17:9 e.v. .
Dit hoofdstuk eindigt ermee dat dit liefdebetoon ook een diepe liefde voor elkaar teweeg brengt, want om te ontvangen werkt geestelijke zegen uit. Tenslotte een hartelijke dankzegging aan God:
Ja, God zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave!
Dit hoofdstuk uit de Korinthebrief wordt meestal gelezen als we de parasha “T'rumah” behandelen, waar in we onderwijs krijgen over het vrijwillige “hefoffer”. (Exodus 25 – 27) We lezen daar ook over in de Parasha “Vayakhel” (Exod 35:1-38:20)
Ook hier zien we een prachtige bereidwilligheid om te geven, door de Heilige Geest in de harten bewerkt.
Een hefoffer werd vaak omhoog gehouden, opgeheven tot God als een gave voor Hem, want het is “uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen, Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.” Romeinen 11:36.
Exodus 35:29 Alle mannen en vrouwen van wie het hart gewillig was, droegen bij aan al het werk dat de HEERE door de dienst van Mozes geboden had te doen. De Israëlieten brachten het als een vrijwillige gave voor de HEERE.
Exodus 36:5-7
5. en ze zeiden tegen Mozes: Het volk brengt veel, meer dan toereikend is ten dienste van het werk dat de HEERE geboden heeft te doen.
6. Toen gaf Mozes bevel dat men een boodschap door het kamp zou laten gaan: Laat geen man of vrouw nog werk verrichten voor het hefoffer voor het heiligdom. Zo werd het volk ervan weerhouden om nog meer te brengen.
7. Want het materiaal was voldoende voor hen om er al het werk mee te kunnen verrichten, ja, er bleef over.
Ida