2 Korinthe 4:16-5:10 - Vol goede moed!
Vol goede moed, ook al vergaat onze uiterlijke mens.....
2 Korinthe 4:16-18
16. Daarom verliezen wij de moed niet; integendeel, ook al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd.
17. Want onze lichte verdrukking, die van korte duur is, brengt in ons een allesovertreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg.
18. Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.
16. Daarom verliezen wij de moed niet; integendeel, ook al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd.
17. Want onze lichte verdrukking, die van korte duur is, brengt in ons een allesovertreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg.
18. Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.
Daarom verliezen wij de moed niet....... Het woordje 'daarom' betekent dat Paulus in het voorgaande de reden heeft aangegeven waarom hij de moed niet verliest. In het eerste vers van dit hoofdstuk zegt hij dat ze de moed niet verliezen vanwege de barmhartigheid die God hen heeft bewezen. Ze weten dat God erachter staat bij wat ze doen. En zo hoeven we ook niet de moed te verliezen als onze uiterlijke mens langzamerhand door de leeftijd vergaat. Bij Paulus en de zijnen speelden de vervolging en druk daarin een grote rol. Maar één ding was zeker, de innerlijke mens wordt van dag tot dag vernieuwd.
Soms schrik je als je merkt hoe oud iemand eruit is gaan zien. Vooral een moeilijk leven laat zijn sporen na.
Aan Paulus zal ook duidelijk te zien geweest zijn dat hij lichamelijk achteruitging. Maar innerlijk groeit zijn vertrouwen op God. Hij weet wat de HEERE voor hem heeft weggelegd.
We besteden vaak zoveel zorg aan 'onze uiterlijke mens', en kunnen dan 'onze innerlijke mens' verwaarlozen. Het hart van Paulus werd vernieuwd door een allesovertreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid
Als we die tekst op de foto lezen dan kan dat een mens bemoedigen. Daar is Paulus zijn blik op gericht. Het leven valt hem soms wel zwaar. Maar als hij bedenkt wat hem wacht, wordt alles tot een lichte last. Zo kon hij ook het lijden verdragen.
2 Korinthe 5:1-3
1. Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.
2. Want in deze tent zuchten wij ook, en verlangen wij er vurig naar met onze woning die uit de hemel is, overkleed te worden,
3. als wij maar bekleed en niet naakt zullen bevonden worden.
1. Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.
2. Want in deze tent zuchten wij ook, en verlangen wij er vurig naar met onze woning die uit de hemel is, overkleed te worden, 3. als wij maar bekleed en niet naakt zullen bevonden worden.
wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben........ Het lichaam dat we nu hebben, is te vergelijken met een tent. Die gebruiken we als we op doorreis zijn. Wij zijn als christen op weg naar ons eeuwig thuis.
Hoe Paulus zich de toekomst precies voorstelt, is niet helemaal duidelijk. Krijgen we in de hemel meteen ook al een nieuw lichaam? Dat is niet goed in te denken. Paulus is er op andere plaatsen wel duidelijk over (Zie 1 Thess. 4:16). De ziel van de gelovige is bij Christus (Fil. 1:23) en als Christus als koning terugkomt op aarde zal hij de gelovige doden opwekken.
Maar hier is sprake van het gebouw van God, waarin Hij ons opneemt. We worden bekleed en zullen nooit dakloos zijn!
Maar eerst komt het sterven. Wie daaraan denkt, zucht bezwaard. We zouden eigenlijk liever zo bij God binnen willen lopen zonder eerst de afbraak van de aardse tent mee te maken. De dood is en blijft een vijand. De dood is de laatste vijand, die vernietigd wordt (1 Korithe 15:26).