English & other languages: click here!

2 Korinthe 12 - Kracht in zwakheid

  1. Paulus’ visioen van de derde hemel (vv. 1–6)
  • Paulus vertelt terughoudend over een buitengewone ervaring: hij werd “weggerukt tot in de derde hemel”, een plaats van goddelijke openbaring.
  • Hij benadrukt dat hij geen eer zoekt voor deze ervaring; hij wil niet roemen in spectaculaire gebeurtenissen, maar in wat God doet.

 2. De ‘doorn in het vlees’ (vv. 7–10)

  • Om te voorkomen dat hij zich zou verheffen door de grote openbaringen, kreeg Paulus een “doorn in het vlees”.
  • Hij bad drie keer om bevrijding, maar God antwoordde:
  • Paulus keert dit om in een geestelijke paradox: hij gaat juist roemen in zijn zwakheden, omdat daarin Christus’ kracht zichtbaar wordt.

3. Paulus’ verdediging van zijn bediening (vv. 11–21)

  • Hij herinnert de Korinthiërs eraan dat hij hen niet heeft uitgebuit, in tegenstelling tot sommige valse apostelen.
  • Hij benadrukt dat zijn liefde voor hen oprecht is en dat zijn tekenen en wonderen zijn apostelschap bevestigen.
  • Tegelijk spreekt hij zijn zorg uit: hij vreest dat hij bij zijn volgende bezoek ongeestelijke situaties zal aantreffen, zoals ruzies, jaloezie en onreinheid.

Paulus’ visioen van de derde hemel 

2 Korinthe 12:1-6
1. Te roemen is werkelijk niet gepast voor mij, want ik zal komen op verschijningen en openbaringen van de Heere.
2. Ik ken een mens in Christus, veertien jaar is het geleden – of het in het lichaam gebeurde, weet ik niet; of buiten het lichaam, weet ik niet; God weet het – dat zo iemand tot in de derde hemel werd opgenomen.
3. En ik weet van deze mens – of het in het lichaam of buiten het lichaam gebeurde, weet ik niet; God weet het –
4. dat hij werd opgenomen in het paradijs en onuitsprekelijke woorden heeft gehoord, die het een mens niet is geoorloofd uit te spreken.
5. Over zo iemand zal ik roemen, maar over mijzelf zal ik niet anders roemen dan in mijn zwakheden.
6. Want gesteld dat ik zou willen roemen, ik zal niet dwaas zijn; ik zal immers de waarheid spreken. Ik onthoud mij daar echter van, opdat niemand méér van mij denkt dan wat hij aan mij ziet of van mij hoort.

ik zal komen op verschijningen en openbaringen van de Heere........  Wie in onze tijd vertelt over verschijningen en openbaringen wordt al gauw gezien als iemand die aandacht voor zichzelf vraagt en zich voordoet als iemand die meer van God ziet dan de gewone man. Het lijkt er dan op dat iemand aan het opscheppen (roemen) is. Paulus vindt dat dan ook niet gepast voor hem. Maar behoedzaam vertelt hij dan ook dat God hem werkelijk dingen heeft laten zien, die een ander ongeloofwaardig in de oren klinken.

Het is al veertien jaar geleden, dus dat is wat anders dan hen die trappelen om weer een nieuwe openbaring te kunnen vertellen aan hun publiek. Als we te maken hebben met zulke mensen moeten we inderdaad argwanend zijn. Bovendien was Paulus een apostel, een gezondene door Yeshua HaMashiach. Na geroepen te zijn sprak de HEERE:  Handelingen 9:15: deze is voor Mij een uitverkoren instrument om Mijn Naam te brengen naar de heidenen en de koningen en de Israëlieten.    

Ik ken een mens in Christus........ je krijgt even de indruk dat Paulus over iemand anders spreekt. Maar het vervolg ervan bepaalt ons toch weer bij zijn eigen persoon, waarvan hij niet weet of het  in het lichaam gebeurde, of buiten het lichaam. Paulus was in zo'n andere werkelijkheid dat het doet denken aan overleden gelovigen die verheerlijkt in de nabijheid van God zijn. Paulus begrijpt het niet maar hij weet dat God het weet.

tot in de derde hemel opgenomen........ de hemel is een geestelijke werkelijkheid. Uit de Bijbel kennen we drie hemelen, n.l.

a. De sterrenhemel of het uitspansel (Genesis 1:8 - Genesis 1:15-17).

b. De hemelse gewesten waar de geestelijke strijd plaatsvindt tussen gevallen engelen en Gods legermachten,                  (Job 1:6-12: Efeze 6:12). Dit heeft zijn uitwerking op aarde. 
c. De hemel als vaste woonplaats van God  (1 Koningen 8:43; Mattheüs 6:9).

d. De zevende hemel - "daar is iemand die heel blij is". Een uitdrukking die mensen hebben bedacht.                                Het is geen Bijbels gegeven.

Paulus was echt in de derde hemel, geestelijk althans. Het geestelijke leven is werkelijkheid. Zoiets zagen we ook bij Ezechiël die vanuit Babel geestelijk in de tempel van Jeruzalem werd geplaatst en moest zien hoe de dienst aan YAHWEH was ontaard in afgeodendienst. (Ezechiël 8) Die ook aanwezig was bij de bouw van een nieuwe tempel, waarover Yeshua hem uitleg gaf (Ezechiël 40-42). 
hij werd opgenomen in het paradijs...... hier wordt die derde hemel door Paulus  'het paradijs' genoemd. Dat doet ons aan de moordenaar aan het kruis denken, die vanaf zijn sterven met Christus in het paradijs mocht zijn (Lukas 23:43). Dat Paulus ernaar verlangde om met Christus te zijn (Filippenzen 1:21) zal versterkt zijn door deze ervaring, die meer was dan een beeld, het is dus niet zoals je een film bekijkt. Hij was er werkelijk in zijn toekomstige geestelijke staat. Hoe? Dat weten we niet, dat wist Paulus zelf ook niet.

hij heeft onuitsprekelijke woorden gehoord....... het is moeilijk om hier iets van te zeggen. Paulus geeft verder ook geen uitleg. Wel zegt hij in een ander verband iets wat hierop betrekking kan hebben: "Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben." (1 Korinthe 2:9) In het vervolg van die tekst komt naar voren dat het alleen de Heilige Geest is die dat kan openbaren. 

die het een mens niet is geoorloofd uit te spreken........ dat wil dus ook zeggen dat we hieraan geen zelfbedachte inhoud moeten geven. Dit zijn verborgenheden die alleen op Gods tijd geopenbaard kunnen worden door Zijn Geest. We moeten hier afblijven.

ik zal niet anders roemen dan in mijn zwakheden....... Paulus beleefde deze dingen in een andere, verheerlijkte hoedanigheid., die ver uitgaat boven ons aardse zondige bestaan.

Over zo iemand zal ik roemen......Het is de tijd dat een gelovige aan Christus gelijk zal zijn en dan zul je ook in Christus roemen en niet over jezelf.  Nu is het nog de tijd dat je in je zwakheden kunt roemen, zoals Paulus dat in het vorige hoofdstuk deed tegenover de valse leraren die roemden in hun welsprekendheid en gaven. 

Filippenzen 3:21: "Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt."

1 Johannes 3:2 Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is.

Want gesteld dat ik zou willen roemen, ik zal niet dwaas zijn.......... In het vorige hoofdstuk heeft Paulus laten zien hoe dom opscheppen is (2 Kor. 11:16-21). Daarom voegt hij eraan toe, wanneer hij zegt: "Ik moet opscheppen (roemen)", dat er niets mee te winnen valt. Dan komt juist jouw zwakheid naar voren waarin de HEERE naar Zijn doel werkt. Dat betekent dat we niet onder de indruk moeten komen van opgepepte evangelische succesverhalen. Laten we liever omkijken naar hen die schade lijden aan de verkondiging van Gods Woord.  
ik zal immers de waarheid spreken....... Paulus komt niet met een successtory. Hij spreekt de waarheid! De kroon op zijn werk zal hij van Yeshua ontvangen, maar op aarde was zijn arbeid moeizaam en was hij veracht door hen die wel zo'n successtory hadden of begeerden.

opdat niemand méér van mij denkt dan wat hij aan mij ziet of van mij hoort......... Paulus is er niet de man naar om zich beter te presenteren dan wie hij is. Hij heeft zich laten vormen door het lijden van Christus en door de leiding van de Heilige Geest.

2. De ‘doorn in het vlees’

2 Korinthe 12:7-10
7. En opdat ik mij door het allesovertreffende karakter van de openbaringen niet zou verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet zou verheffen.
8. Hierover heb ik de Heere driemaal gesmeekt dat hij van mij weg zou gaan.
9. Maar Hij heeft tegen mij gezegd: Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Daarom zal ik veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen.
10. Daarom heb ik een behagen in zwakheden, in smadelijke behandelingen, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus' wil. Want wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig.

opdat ik mij door het allesovertreffende karakter van de openbaringen niet zou verheffen....... Wat Paulus' had ervaren in die derde hemel was zo indrukwekkend, dat het voor hem gemakkelijk zou zijn geweest om zich belangrijker dan anderen te voelen omdat God hem zoveel geopenbaard had.  Hij had met deze ervaring kunnen opscheppen. Hoogmoed zit van nature in ieder mens. Dat zijn ook de gevoelens die we bij onszelf moeten afwijzen. "Hij, Christus moet meer worden en ik moet minder worden" zei Johannes de Doper (Johannes 3:30). Ook Johannes de Doper kende het lijden om Christus wil. In meer of mindere mate zal iedere gelovige dit ervaren als hij getuigt van Gods waarheid.

mij is een doorn in het vlees gegeven........ er is veel gespeculeerd over wat nu die doorn in het vlees van Paulus was. Omdat er "in het vlees" staat zal het iets lichamelijks zijn geweest. Maar verder kunnen we er niets van zeggen. 

om mij niet te verheffen...... de bedoeling van die lichamelijke kastijding was om Paulus ervoor te behoeden om op te scheppen over de openbaringen die hij van God had ontvangen. Paulus, die vroeger een aanzienlijk geleerde man was in Israël, had respect van het volk. Dat was weggevallen en satan zou dat graag opnieuw in hem willen activeren.

dit werd gedaan door een engel van de satan, om Paulus met vuisten te slaan........ maar God gebruikte de satan juist om dat 'verheffen' (opscheppen) te verhinderen. Die kwade engel slaat Paulus met vuisten........het was heel moeilijk voor Paulus om dit te ondergaan. Hiervoor was ook geen genezing. Deze belangrijke woordvoerder van God moest rein en heilig blijven om kracht aan Gods boodschap te verlenen. Maar waarom een engel van satan? Veel mensen begrijpen dat niet. Ik begreep dat vroeger ook niet. Ziekte en kwalen waren aanvallen van satan, maar God die het kwade van een engel gebruikt voor Zijn doel? Ja, dat is precies het geval. Dat zagen we ook bij de uittocht van Egypte, toen de verderfengel (komt ook van satan) de oudste zonen in de huizen kwam doden. Dit ten behoeve van Gods volk Israël. Die kwade engelen wilden graag dood en verderf zaaien en dan zegt God bij wijze van spreken: "ga daar maar naar toe en doe maar wat je zo graag wilt op Mijn condities,". 
Zo stuurde God een kwade geest (demon) naar koning Saul die zich verzette tegen de wil van God. De Geest van God werd vervangen door een demonische geest. De heidense koning Nebukadnezar met zijn overwinningsdrang werd door God gebruikt om Israël door het oordeel van de ballingschap te laten inzien dat zij op de verkeerde weg waren. Zo worden Gog en Magog gebruikt om Gods oordelen te volvoeren. Zo worden kwade machten in onze tijd gebruikt om mensen te laten kiezen tussen goed en kwaad. Zo zullen de posities van de mensen heel duidelijk zijn als Yeshua komt om te oordelen. We leren hieruit ook dat satan geen onafhankelijke macht heeft. Hij kan slechts zover gaan als God hem toestaat. God heeft de controle over het door Hem geschapen universum en daarom ook over satan en zijn demonen. 

Openbaring 22:10
10. En hij zei tegen mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, WANT DE TIJD IS NABIJ.
11. Wie onrecht doet, laat hij nog meer onrecht doen. En wie vuil is, laat hij nog vuiler worden. En wie rechtvaardig is, laat hij nog meer gerechtvaardigd worden. En wie heilig is, laat hij nog meer geheiligd worden.

God laat het kwade meewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben (Romeinen 8:28). 

Hierover heb ik de Heere driemaal gesmeekt dat hij van mij weg zou gaan........ Dit smeken aan God om zonder die vuistslagen van satan te mogen leven, is zo goed te begrijpen! Maar we mogen vertrouwen dat Gods beslissing toch de beste is. Hij kent de zwakheid van ons geestelijk leven. Er staat veel op het spel. Paulus is ervoor bestemd om de heidenvolken het evangelie te brengen. En dan is het antwoord van God: "Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht!"

In plaats van de doorn in Paulus' leven te verwijderen, gaf God Paulus Zijn genade en zou Hij hem blijven geven . De genade die God Paulus gaf, was voldoende om in al zijn behoeften te voorzien. Gods kracht komt juist overwinnend naar voren in de zwakheid van de mens.  En daarom ging Paulus ook roemen in zijn zwakheden. Dat is wat anders dan opscheppen over succesvol evangeliseren, waardoor de verkondiger in de schijnwerperkomt te staan. Het is genade om zelf minder te worden, zodat Hij, Christus, meer wordt. Dat is dan ook de kracht die in Gods dienaar zichtbaar wordt: kracht in zwakheid. En dat is de kracht van Christus die in Paulus woont ! 

Zo kan Paulus ook zeggen: "Daarom heb ik een behagen in zwakheden, in smadelijke behandelingen, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus' wil."

Wat is dit leven van Paulus in alle facetten overgegeven aan zijn HEER en HEILAND! Los van deze wereld en haar geneugten. En hij zou met niemand willen ruilen. Die liefde, die overgave maakt dat een mensenleven tot zijn bestemming komt. Zijn zwakheden, smadelijke behandelingen, noden, vervolgingen en benauwdheden om Christus wil, maken hem steeds meer één met Christus, zoals hij elders zegt:

Galaten 2:20 Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.

3. Paulus’ verdediging van zijn bediening

2 Korinthe 12:11-13
11. Ik ben door te roemen dwaas geworden! U hebt mij daartoe gedwongen, want ik zou door u aanbevolen moeten worden. Ik ben immers in niets minder geweest dan de apostelen bij uitstek, hoewel ik niets ben.
12. De tekenen van een apostel zijn onder u verricht, in al mijn volharding, in tekenen, wonderen en krachten.
13. Want wat is er waarin u achtergesteld bent bij de overige gemeenten, dan alleen hierin dat ikzelf u niet tot last geweest ben? Vergeef mij dit onrecht.

Ik ben door te roemen dwaas geworden.........!   Hiermee gaat Paulus terug naar hoofdstuk 11. Als hij eraan terugdenkt lijkt zijn gedrag toch wel erg dwaas. Paulus zei in 2 Kor. 11:16-21: laat niemand denken dat ik dwaas ben. En als u dat toch doet, ontvang mij dan ook maar als een dwaas, zodat ook ik een beetje zou mogen roemen. En even verderop: "Omdat velen roemen naar het vlees, zal ik ook eens roemen."  Nu zegt Paulus in vs. 11 - U hebt mij daartoe gedwongen, want ik zou door u aanbevolen moeten worden........ Paulus verontschuldigt zich er min of meer voor dat hij zoveel over zichzelf schrijft, hij zou veel liever de wijsheid en de genade van Yeshua HaMashiach verkondigen. Maar Paulus deed dat roemen niet voor zichzelf, maar voor de gelovigen in Korinthe. Zij hadden voor hem op moeten komen tegen die valse apostelen. 
Ik ben immers in niets minder geweest dan de apostelen bij uitstek....... In niets is hij de mindere geweest ten opzichte van de andere betrouwbare apostelen die met Yeshua HaMashiach hebben opgetrokken. 

hoewel ik niets ben........ Vergeleken met Petrus, Johannes en Jakobus beschouwt Paulus zichzelf als niets, gezien zijn vijandige farizeese houding in die periode.

De tekenen van een apostel zijn onder u verricht, in al mijn volharding, in tekenen, wonderen en krachten........ Het feit dat zijn prediking in Korinthe door God werd bevestigd door tekenen, wonderen en krachten, was toch al een bekrachtiging van Paulus' apostolische roeping.

Want wat is er waarin u achtergesteld bent bij de overige gemeenten, dan alleen hierin dat ikzelf u niet tot last geweest ben.....? Hiermee bedoelt Paulus dat hij bij deze gemeente niet gevraagd heeft om financiële ondersteuning voor zijn levensonderhoud. Juist om aan te geven dat hij niet verdacht zou worden te prediken voor geldelijk gewin. De valse apostelen met hun gewaardeerde welsprekendheid hadden hen daarentegen wel uitgebuit. Enigszins sarcastisch zegt Paulus: "vergeef me dit onrecht!"   

2 Korinthe 12:14-18
14. Zie, voor de derde keer sta ik gereed om naar u toe te komen, en ik zal u niet tot last zijn. Ik zoek namelijk niet het uwe, maar uzelf. De kinderen moeten immers geen schatten verzamelen voor de ouders, maar de ouders voor de kinderen.
15. Ik zal dan ook heel graag zelf de kosten dragen, ja, mij geheel ten koste geven voor uw zielen, ook al word ik, terwijl ik u meer liefheb, minder geliefd.
16. Maar het zij zo. Ik heb u in ieder geval niet belast. Maar, listig als ik ben, heb ik u met bedrog gevangen.
17. Heb ik u soms uitgebuit door iemand van hen die ik naar u toe gestuurd heb?
18. Ik heb Titus aangespoord en de broeder meegezonden. Heeft Titus u soms uitgebuit? Hebben wij niet in dezelfde Geest gewandeld, in dezelfde voetsporen?

Voor de derde keer sta ik gereed om naar u toe te komen........ Paulus is van plan de gemeente van Korinthe binnenkort te bezoeken. Dat zal zeker een moeizaam weerzien zijn na de pijnlijke ontwikkelingen tijdens de laatste maanden. Het is een hervatting van zijn eerdere plan (2 Kor.1:15-17) om hen opnieuw te bezoeken.

ik zal u niet tot last zijn. Ik zoek namelijk niet het uwe, maar uzelf....... Paulus zal de gemeente niet om financiële ondersteuning vragen. Hij is niet begerig naar wat ze hebben, maar het gaat hem om de gemeenteleden zelf die hij liefheeft (2 Kor. 11:11b God weet dat ik u liefheb!).

De kinderen moeten immers geen schatten verzamelen voor de ouders, maar de ouders voor de kinderen........... Paulus laat in de brieven vaker weten dat hij de gemeente van Korinthe als zijn kinderen ziet (2 Korinthe 6:13), hij spreekt ze dan ook vaderlijk toe. Dat bepaalde ook zijn houding ten opzichte van de kosten van levensonderhoud. In andere gemeenten wilde hij wel geld ontvangen en daar kon hij zelfs om hulp vragen (Filippenzen 4:10-19). Maar deze gemeente was nog niet volwassen en daarom zag hij zichzelf als een vader die voor zijn geestelijke kinderen behoort te zorgen. Dit in tegenstelling tot de valse apostelen die wel geld voor zichzelf inzamelden en niettegenstaande hun geldzucht geëerd werden (2 Korinthe 11:20).

Ik zal dan ook heel graag zelf de kosten dragen....... ondanks het feit dat Paulus veel verdriet had over de houding van zijn geliefde gemeente wilde hij met vreugde zijn eigen levensonderhoud bekostigen. 
mij geheel ten koste geven voor uw zielen...... het ging tenslotte om het behoud van de 'zielen' en dan speelt geld een ondergeschikte rol. Paulus was door Christus naar Korinthe geroepen en hij had er alles voor over om die gemeente als een reine maagd voor Christus te stellen (2 Korinthe 11:2). Satan probeerde Paulus te kwetsen en hem te ontmoedigen, maar met Gods opdracht voor ogen liet Paulus zich niet ontmoedigen. 

hoe meer ik jullie liefheb, hoe minder ik geliefd ben....... hiermee geeft Paulus blijk van de pijn van afwijzing. Hij wist in zijn hart dat hij alleen maar het goede voor had met deze gemeente. Zijn liefde voor hen was zuiver. Hij wilde zich voor de redding van hun zielen helemaal ten koste geven. Het is dezelfde pijn die Yeshua had toen Hij door zijn volk werd afgewezen, waarvan Hij zei "maar u hebt niet gewild" (Mattheüs 23:37).  Maar zowel Yeshua als Paulus hingen de handdoek niet in de ring. Er is nog een "totdat!" 

Maar het zij zo. Ik heb u in ieder geval niet belast....... Paulus ziet onder ogen dat de relatie beschadigd is, maar is blij dat hij, wat geldzaken betreft, vrijuit gaat.

Maar, listig als ik ben, heb ik u met bedrog gevangen........ Deze zin is nogal verwarrend, alsof Paulus zegt dat hij listig en sluw is. Nou, die indruk hebben we beslist niet van Paulus zoals we hem uit de Bijbel kennen. Ik geef even de vertaling van de Complete Jewish Bible: "crafty fellow that I am, I took you with trickery!" Hier klinkt beter het sarcasme door waarmee Paulus de beschuldiging van de Korinthiërs bespottelijk maakt. Zoiets als: "o, wat een sluwe kerel ben ik Paulus toch, ik heb jullie met een list te pakken genomen". Hij speelt even de rol die ze hem toebedelen en maakt het gelijk belachelijk. In de twee volgende zinnen: vers 17 en 18 wordt dat sarcasme bevestigd met "heb ik u soms uitgebuit door iemand van hen die ik naar u toe gestuurd heb?" Alsof Paulus die valse predikers zou hebben gestuurd. Ze moeten in Korinthe toch weten dat dit niet zo is. Ze zouden het dus met "nee" moeten beantwoorden.
Ik heb Titus aangespoord en de broeder meegezonden. Heeft Titus u soms uitgebuit? Iedereen weet dat Titus en de meegezonden broeder hen niet uitgebuit heeft. Dus het antwoord moet zijn "nee"

Wat niet sarcastisch is, maar wat werkelijk het geval is, verklaart Paulus in vragende vorm in het tweede deel van vers 18: 

Hebben wij, Paulus, Titus en een broeder niet in dezelfde Geest gewandeld, in dezelfde voetsporen? Deze vraag hoort met "JA" beantwoord te worden. Zie ook wat Paulus zegt in 1 Thessalonicenzen 2:3. 

2 Korinthe 12:19-21
19. Denkt u nu weer dat wij ons tegenover u verdedigen? Wij spreken voor het aangezicht van God in Christus; en dit alles, geliefden, tot uw opbouw.
20. Want ik vrees dat ik, bij mijn komst, u misschien niet zal aantreffen zoals ik wil, en dat ik door u gevonden zal worden zoals u niet wilt, en dat er misschien ruzies, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, kwaadsprekerij, laster, verwaandheid en wanorde zullen zijn,
21. en dat, als ik kom, mijn God mij opnieuw bij u zal vernederen en dat ik treuren moet over velen die vroeger gezondigd hebben en zich niet bekeerd hebben van de onreinheid, hoererij en losbandigheid die zij bedreven hebben.

Denkt u nu weer dat wij ons tegenover u verdedigen.........? Paulus verwacht dat de Korinthiërs zijn woorden zullen lezen alsof Paulus zijn excuses  maakt. In een conflict worden zinnen graag zo uitgelegd dat het past binnen het standpunt van degene die het hoort of leest. Maar Paulus hoeft zich niet te verontschuldigen. Hij wil de waarheid onder de aandacht brengen. Hij schrijft dit tot opbouw van de gelovigen in Korinthe, waarbij hij hen geliefden noemt en doet dat voor Gods aangezicht, dus God als getuige.
Want ik vrees dat ik, bij mijn komst, u misschien niet zal aantreffen zoals ik wil....... Paulus bereidt de ontmoeting met de gemeente voor door het ware verloop van de feiten vast te stellen. Het kan bij zijn aankomst tot problemen leiden als er verdraaide feiten de ronde doen. 
er zullen misschien ruzies, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, kwaadsprekerij, laster, verwaandheid en wanorde zijn........ vanaf het begin had de wereldse denkwijze invloed op de gelovigen. En steeds wanneer het geestelijk leven schade lijdt steken die oude zonden weer de kop op. We  lezen er vaker over in de brieven aan de Korinthiërs (1 Kor. 5:1-2 en 9-11 en 1 Kor. 6:9-10 en 15-20).

Ik vrees dat als ik kom, mijn God mij opnieuw bij u zal vernederen......... Paulus hoopt dat God hem niet zal moeten vernederen

en dat ik treuren moet over velen die vroeger gezondigd hebben ...... Paulus voelt het als een vernedering als hij verdriet zal hebben over de strenge tuchtmaatregelen die dan nodig zullen zijn. De tegenstand tegen Paulus’ gezag heeft te maken met seksuele zonden waarvan sommige gemeenteleden zich niet willen bekeren.

zij hebben zich niet bekeerd van de onreinheid, hoererij en losbandigheid die zij bedreven hebben........ en dat is een verdrietig einde van dit hoofdstuk. Het uitblijven van bekering zou Paulus helemaal verdrietig maken. Paulus reis naar Korinthe is geen plezierreis waarnaar hij uitkijkt. Maar ook dat is onderdeel van zijn lijden om Christus wil.  

Ida

Inleiding

Naar hoofdstuk: 
Eerste brief:  1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7A - 7B - 8 - 9 - 10 - 11 - 12A - 12B - 13 - 14 - 15A - 15B - 16

Tweede brief:  1 - 2 - 3 - 4A - 4B - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13