English & other languages: click here!

2 Korinthe 10 - Gezag ontleend aan Christus

Paulus wordt door sommigen ervan beschuldigd dat hij in zijn brieven streng, maar tijdens zijn aanwezigheid eigenlijk maar schuchter is. Bovendien zou Paulus vleselijk te werk gaan. Hiertegen verdedigt Paulus zich. Als men zich aan het Woord houdt zal Paulus niet streng op hoeven treden. Paulus gaat echter geestelijk te werk vanuit Gods Woord en daarom is hij juist krachtig, omdat God er kracht aan verleent! De geestelijke wapens die God geeft, stellen ons in staat om elke hoogte neer te halen die zich verzet tegen God en Zijn koninkrijk. Het is een strijd  die zich afspeelt in het denken, in het hart in verbondenheid aan Christus. Het gezag dat de apostel heeft is afgeleid gezag van Yeshua de Messias. Hij gebruikt dat gezag om op te bouwen, niet om af te breken.

Paulus schrijft hier het derde deel van de brief in hoofdstukken 2 Korintiërs 10:10-13, waarin hij zich krachtig verdedigt tegen de beschuldigingen van de onrust zaaiende minderheid van Judaïsten in de gemeente van Korinthe.

2 Korinthe 10:1-2
1. Ik nu, Paulus zelf, roep u op door de zachtmoedigheid en welwillendheid van Christus – ik, die volgens sommigen in uw tegenwoordigheid wel schuchter ben, maar in mijn afwezigheid flink tegen u doe –
2. ja, ik smeek u dat ik, wanneer ik aanwezig ben, niet flink hoef te doen met de vrijmoedigheid waarmee ik meen het te moeten opnemen tegen sommigen die van mening zijn dat wij naar het vlees wandelen.

1. Paulus’ optreden: zachtmoedig maar vastberaden

Ik Paulus roep u op door de zachtmoedigheid en welwillendheid van Christus.......... De teneur van dit hoofdstuk is wat veranderd ten opzichte van de vorige hoofdstukken. Het blijkt dat Paulus wat harder moet optreden tegen de Korinthische gelovigen, nu blijkt dat ze weer luisteren naar verdachtmakingen van 'valse broeders' (Judaïsten). MaarPaulus gaat wel te werk met de zachtmoedigheid en welwillendheid van Christus.

- ik, die volgens sommigen in uw tegenwoordigheid wel schuchter ben, maar in mijn afwezigheid flink tegen u doe – de Korinthiërs vergeleken Paulus met een hond die op afstand boosaardig blaft, maar bij elke directe confrontatie terugdeinsde.

ik smeek u dat ik, niet flink hoef te doen met de vrijmoedigheid waarmee ik meen het te moeten opnemen........... Paulus waarschuwt ervoor dat ze zich niet moeten laten beïnvloeden door 'broeders' die hun vijandig gezind zijn. Het is in de praktijk altijd gemakkelijk om een stok te vinden om een hond te kunnen slaan. Paulus vraagt de gemeente om gehoorzaamheid, zodat hij niet streng hoeft op te treden.

tegen sommigen die van mening zijn dat wij naar het vlees wandelen......... dit is dan weer zo'n onaantoonbare verdachtmaking alsof Paulus naar het vlees zou wandelen (naar wereldse normen zou handelen). Dit zijn herkenbare methodes om dienaren van God in een kwaad daglicht te stellen. 

2. De aard van geestelijke strijd

2 Korinthe 10:3-6
3. Want al wandelen wij in het vlees, wij voeren geen strijd naar het vlees.
4. De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk, maar krachtig door God, tot afbraak van bolwerken.
5. Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus,
6. en wij staan gereed om elke ongehoorzaamheid te bestraffen, zodra uw gehoorzaamheid volkomen zal zijn.

Want al wandelen wij in het vlees, wij voeren geen strijd naar het vlees......... ieder mens leeft in een fysiek lichaam van vlees en is zich bewust van zijn eigen ik. De vleselijke mens vecht voor zijn eigen gelijk, voor zijn welbevinden, is egoïstisch. Want ook goede daden dienen mede voor zijn zelfbevrediging. Dat is het geval sinds de zondeval de menselijke natuur. Maar Paulus strijdt niet (letterlijk staat er: voert geen oorlog) op een vleselijke wijze. Gods dienaren hebben altijd met veel strijd en beproevingen te maken.

Paulus schrijft in 1 Korinthe 3:3 Want gij zijt nog vleselijk; want daar er onder u nijd en twist en tweedracht is, zijt gij dan niet vleselijk en wandelt gij niet naar de (zondige natuur) van de mens?  

Wie zijn leven aan Yeshua heeft overgegeven, Zijn offer voor zijn/haar zonden heeft aanvaard, is bekeerd en daarom opnieuw geboren. Gods Heilige Geest vormt steeds meer de bedenksels van het hart. Zo iemand denkt vanuit de Heilige Geest, vanuit Gods Woord en is geestelijk. Daarom kan Paulus zeggen dat hij geen strijd naar het vlees voert, maar dat zijn strijd geestelijk bepaald is. Die strijd speelt zich af in ons denken. Dat wil zeggen: hoewel wij in de wereld leven, in het lichaam, in het vlees, en wij nog steeds te maken hebben met onze "oude natuur", voeren wij toch geen oorlog op een wereldse manier, zoals onze "oude natuur" oorlog zou voeren.

De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk....... vleselijke wapens zijn in eerste instantie zwepen, speren, messen, pistolen. 

Meer gebruikelijke vleselijke wapens zijn: manipulatie, verkeerde voorstelling van zaken, bedrog, kwaadspreken, verzwijgen, maar ook vlijen, naar de mond praten.  Een goed Bijbels voorbeeld van de geestelijke tegenover vleselijke strijd vinden we in 1 Samuel 17:45 (David en Goliath)

Maar David antwoordde hem: "Jij komt naar mij toe met een zwaard, een speer en een schild. Maar ik kom naar jou toe namens de Heer van de hemelse legers, de God van het leger van Israël, de God die jij hebt uitgedaagd. 

De geestelijke wapens die Paulus gebruikte omschrijft hij in 

Efeze 6:14-17 de gordel van de waarheid, het pantser van de gerechtigheid, de schoenen van het evangelie, het schild van het geloof, de helm van de redding en het zwaard van de Geest. deze wapens zijn in God inderdaad krachtig genoeg om bolwerken af te breken. 

Bolwerken zijn geestelijke denkpatronen die door satan doelbewust en systematisch worden opgebouwd in het denken van mensen. Deze bolwerken weerstaan de waarheid van het Evangelie en het Woord van God, en zorgen ervoor dat we niet in staat zijn de boodschap van het Evangelie in ons hart te ontvangen. 

Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God........

God geeft ons - als wij daarom vragen - onderscheidingsvermogen, waardoor we valse redeneringen herkennen en ontkrachten. Ook herkennen we de hoogmoed in mensen die ons willen beïnvloeden met denkbeelden die niet uit God en Zijn Woord zijn. Ze stellen zich daarmee boven God en daarmee moeten we nooit meegaan. Laat je nooit verleiden door hun vlijende woorden en hun vriendelijke uitstraling. Hun woord is vals!

Met de geestelijke wapens nemen we elke gedachte gevangen, zelfs de meest vijandige en wereldse, en dwingen we onszelf de Messias te gehoorzamen. We brengen alle leringen en invloeden terug tot de gehoorzaamheid aan Christus,

wij staan gereed om elke ongehoorzaamheid te bestraffen........ Paulus is voornemens om de vinger te leggen bij de minste ongehoorzaamheid aan het Woord, zodat ze verder kunnen gaan met wat ze bereikt hebben. Wanneer zonden worden toegestaan zou satan voet aan de grond kunnen krijgen en dat zou uiteindelijk de ondergang van Gods gemeente in Korinthe tot gevolg hebben. Paulus geeft hiermee te kennen dat zij zich behoren te onderwerpen aan zijn gezag als de gezant van de Messias.  Paulus staat niet in zijn eigen kracht, maar hij is geroepen door God. Het doet er niet toe wat de mensen van hem vinden, maar het doet er toe dat God Zélf hem geroepen heeft. Wanneer de gemeente dat beseft, zal hij hen beschouwen als volledig gehoorzaam 

zodra uw gehoorzaamheid volkomen zal zijn....... wie ongehoorzaam is aan God, die zal het leven niet zien, maar zal de toorn van God over zich hebben (Joh. 3:36). Paulus verwacht echter dat de hele gemeente spoedig gehoorzaam zal worden aan de wil van Christus. 

 3. Grenzen van apostolisch gezag

2 Korinthe 10:7-11
7. Kijkt u alleen naar het uiterlijk? Als iemand er voor zichzelf van overtuigd is dat hij van Christus is, laat hij dan ook dit bij zichzelf bedenken: dat zoals hij zelf van Christus is, zo ook wij van Christus zijn.
8. Want ook als ik mij nog meer zou beroemen op onze volmacht, die de Heere ons gegeven heeft tot opbouw en niet tot uw afbraak, dan zou ik nog niet beschaamd worden.
9. Dit zeg ik om niet de schijn te wekken dat ik u door de brieven schrik wil aanjagen.
10. Want zijn brieven – zegt men – zijn wel gewichtig en krachtig, maar zijn lichamelijke aanwezigheid is zwak en zijn spreken is verachtelijk.
11. Laat zo iemand dit bedenken: zoals wij zijn in het spreken door brieven wanneer wij afwezig zijn, zo zijn wij ook in het doen wanneer wij aanwezig zijn.

Kijkt u alleen naar het uiterlijk........? Zoals we zullen begrijpen gaat het er hier niet om of Paulus een goed uitziende man was. Het had te maken met de kritiek waarover vers 10 het heeft: zijn lichamelijke aanwezigheid is zwak en zijn spreken is verachtelijk. Dit zijn duidelijke beoordelingen vanuit de 'oude mens'. Die wil graag een innemende, goed ogende spreker zien, die bovendien welbespraakt is. Maar wie we zijn in Christus is veel belangrijker dan ons uiterlijke optreden. Paulus paste bij wijze van spreken beter als matador in een arena (1 Kor. 15:32) dan als een briljante spreker in een theater.  

Als iemand er voor zichzelf van overtuigd is dat hij van Christus is,.......  dan moet hij goed bedenken dat ook wij dienaar van Christus zijn, evengoed als hij. Het past niet om je te verheffen boven een medegelovige. 

zoals hij zelf van Christus is, zo ook wij van Christus zijn........ Paulus spoort de Korinthiërs aan om dieper te kijken en te bedenken dat hij een broeder in de Messias is, wiens gezag van de Heer komt en bedoeld is om hen op te bouwen, niet om hen af ​​te breken.

Want ook als ik mij nog meer zou beroemen op onze volmacht, die de Heere ons gegeven heeft.....Paulus mag roemen in zijn apostelschap,, want zijn bevoegdheid heeft hij van God gekregen. Zijn positie heeft meerwaarde, omdat God zelf hem die opdracht heeft gegeven. Men heeft geen recht om hem te bekritiseren. Wat hij doet, doet Paulus tot opbouw van de gemeente van God en niet om hen af te breken. 

Dit zeg ik om niet de schijn te wekken dat ik u door de brieven schrik wil aanjagen........ tot voor kort werd de liefdeband tussen hem en de gemeente opnieuw bevestigd, maar ook nu weer lukt het satan om daarin verwarring te brengen. Het is helemaal niet Paulus bedoeling om degenen die gehoorzaam waren te verontrusten. 

Want zijn brieven – zegt men – zijn wel gewichtig en krachtig,....... de valse broeders vinden allerlei redenen om Paulus in diskrediet te brengen en zo het bestaan van de gemeente te ondergraven, opdat ze hun Judaïstische uitgangspunten kunnen doorvoeren. Het is een beproefde methode van het vleselijk strijden, door verdachtmakingen en oncontroleerbare feiten de ronde te doen gaan. En zo, dat sommigen in de gemeente dat gaan geloven. 

"maar zijn lichamelijke aanwezigheid is zwak en zijn spreken is verachtelijk.".......... het is afschuwelijk als zulke dingen over je worden verteld terwijl je volkomen te goeder trouw bent. Het is een vorm van geloofsvervolging waar ogenschijnlijk niets tegen te doen is. 

Laat zo iemand dit bedenken: zoals wij zijn in het spreken door brieven wanneer wij afwezig zijn, zo zijn wij ook in het doen wanneer wij aanwezig zijn........ Paulus ontkracht deze klachten met grote stelligheid. Ze zullen merken dat hij dezelfde normen hanteert, zowel bij afwezigheid als bij aanwezigheid. Hoe heeft hij niet zijn liefde uitgesproken voor deze gemeente en ook voor andere gemeenten. De valse broeders hebben geen idee hoe God werkelijk door Zijn dienstknecht werkt. Maar Gods tegenstanders zijn daar blind voor en laster beïnvloedt ook sommgen in de gemeente. 

1 Thessalonicenzen 2: 7. maar wij zijn in uw midden vriendelijk geweest, zoals een voedster haar kinderen koestert.
11. Zo weet u hoe wij elk van u afzonderlijk opwekten en aanmoedigden, net als een vader zijn kinderen. 12. Wij riepen u ertoe op waardig te wandelen voor God, Die u roept tot Zijn Koninkrijk en heerlijkheid.

 4. Geen zelfverheffing, maar werken binnen Gods maat

2 Korinthe 10:12 Want wij durven ons niet te rekenen onder, of te vergelijken met sommigen die zichzelf aanbevelen; maar door zichzelf af te meten aan zichzelf, en zichzelf te vergelijken met zichzelf, zijn zij bepaald niet verstandig.

Want wij durven ons niet te rekenen onder, of te vergelijken met sommigen........ Paulus wil zich helemaal niet vergelijken met de kwaadsprekers, die hij in 2 Kor. 11:13 "valse apostelen, bedrieglijke arbeiders" noemt, "die zich voordoen als apostelen van Christus". Deze mensen begaven zich, onder de gelovigen, als medechristenen met Judaïstische uitgangspunten, en ze vonden zichzelf veel wijzer dan Paulus. Mensen zeggen zoiets meestal niet hardop, maar het is duidelijk dat ze zo denken. Dit waren nu, zoals Paulus eerder in dit hoofdstuk uitlegde: mensen die strijd voeren naar het vlees. Zij bouwen een bolwerk op dat met geestelijke wapens moet worden afgebroken

die zichzelf aanbevelen; maar door zichzelf af te meten aan zichzelf, en zichzelf te vergelijken met zichzelf, ...... ze bevelen zichzelf aan, maar Paulus wil zich beslist niet vergelijken met deze 'superapostelen' (apostelen bij uitstek  2 Kor. 11:5; 12:11), die in feite vleselijke, wereldse mensen zijn (wandelend naar het vlees vers 2).. Wat Paulus noemt in 2 Kor 12:11 maakt dat het woord 'schijnapostelen' op hen van toepsassing is. 

zij zijn bepaald niet verstandig........ blijkbaar zijn deze mensen veel meer bedreven in het hanteren van wereldse wapens, dus op dat gebied zijn ze beslist niet dom. Maar wat nodig is om in geestelijke zin verstandig te zijn, verwoordde Elihu in Job 32:8

Voorwaar, het is de Geest van God in de sterveling,

en de adem van de Almachtige, die hen verstandig maakt.

en juist dat ontbrak bij die schijnapostelen. Mensen die dat missen denken dat ze wijzer zijn dan God. Dat zijn de bolwerken van valse redeneringen en van hoogmoed die zich verheft tegen de kennis van God (vers 5). Dit alles moet afgebroken worden. 

2 Korinthe 10:13-14
13. Wij echter zullen niet onbegrensd roemen, maar overeenkomstig de grens van wat God ons toebedeeld heeft, om ook u te bereiken.
14. Want wij overschrijden onze grenzen niet, alsof wij u niet hadden mogen bereiken; wij zijn immers bij u gekomen met het Evangelie van Christus.

Wij echter zullen niet onbegrensd roemen, maar overeenkomstig de grens van wat God ons toebedeeld heeft....... roemen kan ontaarden in 'opscheppen' en dat is heel vleselijk. Daarom zal Paulus zich beperken tot zijn werkgebied dat Christus hem heeft toegewezen en dat is hier Korinthe. Verder zal hij de regels van vers 17 en 18 als zijn leidraad voor ogen houden. 

wij overschrijden onze grenzen niet, alsof wij u niet hadden mogen bereiken;...... die schijnapostelen doen wel alsof zij daar de dienst moeten uitmaken, maar Paulus weet dat Korinthe van Godswege zijn werkterrein is. Er staat zoiets als "Paulus' meetstaf strekt zich uit tot Korinthe". Paulus is tot hen gekomen met het evangelie van Yeshua de Messias.

2 Korinthe 10:15-16
15. En wij beroemen ons niet onbegrensd op de inspanningen van anderen, maar wij hebben hoop dat, wanneer uw geloof gegroeid zal zijn, ons werkterrein onder u overvloedig uitgebreid zal worden, overeenkomstig wat God ons toegewezen heeft,
16. om het Evangelie te verkondigen in streken die nog verder weg zijn dan de uwe; zonder te roemen over wat reeds tot stand is gebracht in het toegewezen gebied van een ander.

wij beroemen ons niet onbegrensd op de inspanningen van anderen......... Paulus heeft zich niet ingedrongen in het werk van anderen. Korinthe is de akker die hem door God is toegewezen en hij en zijn medeapostelen zijn Gods medewerkers, zij mochten planten en begieten (1 Korinthe 3:6-9). Die roeping naar Macedonië en Achaje lezen we in Hand. 16:9-10, de vervolgroeping naar Korinthe in Hand. 18:9-10. Beide keren kreeg Paulus een visioen daarover. God sprak daarbij dat Hij veel volk had in Korinthe (Hand. 18:10)

wij hebben hoop dat, wanneer uw geloof gegroeid zal zijn, ons werkterrein onder u overvloedig uitgebreid zal worden....... ondanks alle tegenwerking heeft Paulus goede hoop. God had immers veel volk in die stad? Hij kende de Zijnen al voordat zij werden gered. Vandaar dat Paulus zich niet liet ontmoedigen door de antichristelijke kwaadsprekers. Hij rekende zelfs op overvloedige uitbreiding, want God had dit gebied hen toegewezen.

om het Evangelie te verkondigen in streken die nog verder weg zijn....... die uitbreiding van het gebied zal dan het gevolg zijn van de geestelijke groei van de gelovigen in Korinthe. 
zonder te roemen over wat reeds tot stand is gebracht in het toegewezen gebied van een ander........ Paulus stelt nadrukkelijk dat hij niet zonder het gezag dat God hem geeft zal prediken op andermans gebied, zoals zijn tegenstanders roemen op (opscheppen over) wat Paulus in de gemeente van Korinthe tot stand mocht brengen. Paulus zou beslist niet voortbouwen op het fundament van een ander en wilde zich niet mengen in een gebied waar een ander het voor het zeggen had. Hij zou uitsluitend daar werken waar God hem gebied toegewezen heeft. 

2 Korinthe 10:17-18
17. Maar wie roemt, laat hij roemen in de Heere.
18. Want niet wie zichzelf aanbeveelt, die is welbeproefd, maar wie door de Heere wordt aanbevolen.

Maar wie roemt, laat hij roemen in de Heere........ Paulus refereert hier aan: 

Spreuken 27:2 Laat een vreemde u prijzen en niet uw eigen mond, een onbekende en niet uw eigen lippen.

Want niet wie zichzelf aanbeveelt, die is welbeproefd.......... de tegenstanders in Korinthe hebben een antichristelijke houding. De antichrist grijpt zelf het koningschap door vleierijen (Daniël 11:27). De kwaadspekers in Korinthe proberen in het gevlij te komen bij de gemeente door Paulus een slechte naam te bezorgen.  

Daniël 11:36a uit de grondtekst vertaald (Zoeklicht) omdat anders belangrijke details ontbreken: "Dan zal de koning (de antchrist) naar zijn goeddunken handelen en zich verheffen en groot maken boven alle goden". Het zich groot maken en verheffen zien we ook in vers 5 van ons hoofdstuk. Het is de hoogmoed, een bolwerk dat afgebroken zal worden door de adem van Yeshua's mond (2 Thessalonicenzen 2:8).  

Ida