English & other languages: click here!

2 Korinthe 8 - bemoediging en vrijgevigheid

  1. Het voorbeeld van de Macedoniërs (vers 1-8)
  2. Het fundament: Jezus Christus (vers 9-15)

Paulus presenteert Yeshua als het ultieme motief voor vrijgevigheid. Hij herinnert de Korintiërs aan de genade van de Heer: "dat Hij, terwijl Hij rijk was, ter wille van u arm is geworden, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden"

Gelijkheidsbeginsel: Paulus benadrukt dat het niet de bedoeling is dat de Korintiërs zelf in nood komen, maar dat hun overvloed het tekort van anderen aanvult, zodat er een evenwicht (gelijkheid) ontstaat

  1. Praktische organisatie en integriteit (vers 16-24) 

Vrijgevigheid is geen verplichting, maar een vrijwillige liefdesuiting.


1. Het voorbeeld van de Macedoniërs

2 Korinthe 8:1-5
1. Verder maken wij u bekend, broeders, de genade van God die in de gemeenten van Macedonië gegeven is,
2. namelijk dat, te midden van veel beproeving door verdrukking, de overvloed van hun blijdschap en hun buitengewoon diepe armoede in overvloedige mate geleid hebben tot de rijkdom van hun vrijgevigheid.
3. Want, zo getuig ik, zij gaven naar vermogen, ja, boven vermogen, en uit eigen beweging;
4. en zij smeekten ons met veel aandrang dat wij hun genadegave en aandeel in het dienstbetoon aan de heiligen zouden aannemen.
5. En zij deden niet alleen zoals wij gehoopt hadden, maar zij gaven zich eerst aan de Heere en daarna aan ons, door de wil van God.

Wij maken u bekend, broeders, de genade van God die in de gemeenten van Macedonië gegeven is...... Paulus heeft een goede ervaring gehad met de gemeente van Macedonië (Noord Griekenland), wat betreft het inzamelen van liefdesgaven. De bereidheid binnen die gemeente was een genadegave van God. Daarom gebruikt Paulus dit in Korinthe, dat in het zuidelijke Achaie ligt, als voorbeeld. Paulus zamelde geld in om broeders en zusters, hun medegelovigen, in Jeruzalem te helpen, want die waren erg arm (zie 1 Korintiërs 16:1-4.). 

te midden van veel beproeving door verdrukking, was er blijmoedige vrijgevigheid....... 

Ondanks beproevingen en armoede zijn de Macedoniërs (zoals Filippi en Thessalonika), zonder te worden aangespoord, gul geweest boven hun stand. Ze hadden zelf buitengewoon diepe armoede, maar wilden toch delen van wat ze bezaten. Zij zagen vrijgevigheid zelfs als rijkdom!

Paulus hoefde niet door middel van zielige verhalen te bedelen om geld, zij gaven vanuit een door de Heilige Geest toebereid hart en hoe!

zij gaven naar vermogen, ja, boven vermogen, en uit eigen beweging;..

Zij zagen het geven niet als een last, maar smeekten zelfs om het voorrecht om bij te mogen dragen aan de hulp voor medegelovigen. 

Ze waren zich ervan bewust dat alles wat ze bezaten aan God en niet aan hun zelf toebehoorde.

zij gaven zich eerst aan de Heere en daarna aan ons, door de wil van God........ Bovendien was hun geven een daad van  toewijding aan de Heer.

Het feit dat de gelovigen in Macedonië zich eerst aan de HEERE gaven, maakte hen tot instrumenten in Zijn hand. Als we delen van wat we van God ontvangen, zal God ons niet beschaamd laten staan. Dit staat haaks op de manier waarop wij in onze samenleving vaak gewend zijn geld bij elkaar te halen voor één of ander goed doel. Er wordt dan vaak iets aantrekkelijks tegenover gesteld.  Als een gave voor Gods doel  niet van harte gegeven wordt, heeft het voor Hem geen waarde. Maar Hij moet wel de leiding hebben in zulke omstandigheden. Want er zijn genoeg mensen in de wereld die misbruik kunnen maken van onze vrijgevigheid. 

2 Korinthe 8:6-8
6. Zo hebben wij dan Titus aangespoord dat hij, zoals hij eerder begonnen was, nu ook de inzameling van deze genadegave bij u zou voltooien.
7. Zo dan, zoals u in alles overvloedig bent, in geloof, en in woord, en in kennis, en met alle inzet, en in uw liefde tot ons, wees zo ook in deze genadegave overvloedig.
8. Ik zeg dit niet als bevel, maar om door de inzet van anderen ook de oprechtheid van uw liefde te beproeven.

wij hebben dan Titus aangespoord dat hij,  nu ook de inzameling van deze genadegave bij u zou voltooien......... Het feit dat het woord 'voltooien' hier wordt gebruikt, laat zien dat het onderwerp eerder was besproken in Korinthe. Dat wordt dan ook bevestigd in 1 Korinthe 16:1-3.en in vers 10 van dit hoofdstuk. Waarschijnlijk is het, door de moeilijkheden die er zijn geweest op de achtergrond gekomen. En met Titus is er een opbouwend contact met deze gemeente geweest zoals we in het vorige hoofdstuk hebben gelezen. 

zoals u in alles overvloedig bent, in geloof,  in woord, in kennis, met inzet, en liefde tot ons, wees zo ook in deze genadegave overvloedig........ al deze genoemde eigenschappen geven Paulus het vertrouwen dat ze ook in deze zaak zijn verwachting niet zullen beschamen.

Ik zeg dit niet als bevel, maar om door de inzet van anderen ook de oprechtheid van uw liefde te beproeven...... op deze manier prikkelt Paulus de gemeente om ook in dit opzicht hun overvloedige liefde voor de noodlijdende thuisgemeente in Jeruzalem te tonen.

2. Het fundament: Jezus Christus

2 Korinthe 8:9 Want u kent de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden. .

Het beste voorbeeld is vanzelfsprekend Yeshua de Messias, die - volgens eigen zeggen - nog geen kussen bezat om zijn hoofd te ruste te leggen (Lukas 9:58). Hij had Zijn hemelse rijkdom afgelegd om velen geestelijke rijkdom te geven. 

Yeshua leerde ons het voorbeeld van de arme weduwe, die van haar armoede twee kleine muntjes gaf.  Hij zag het gewillige hart van die weduwe. Markus 12: 40-44

2 Korinthe 8:10-12
10. Ik geef hierin dan ook slechts mijn mening, want dat is nuttig voor u, die niet alleen met het doen, maar ook met het willen reeds een jaar geleden begonnen bent.
11. Voltooi echter nu ook het doen, opdat, zoals de bereidwilligheid er was, zo ook de voltooiing er zal zijn, overeenkomstig wat u hebt.
12. Want als de bereidwilligheid aanwezig is, dan is iemand welgevallig overeenkomstig wat hij heeft, niet overeenkomstig wat hij niet heeft.

Ik geef hierin dan ook slechts mijn mening, want dat is nuttig voor u, ......... Paulus benadrukt dat het niet gaat om een bevel of een verplichting. Het geven moetvrijwillig en met vreugde gebeuren. Niet gedwongen of met tegenzin. "Want God heeft een blijmoedige gever lief " (2 Korinthe 9:7b). Er is dus een jaar geleden al met hen over die inzameling gesproken. Paulus noemt geen bedragen. De nadruk ligt op de bereidheid om te geven. Zoals de Israëlieten vrijwillige offers brachten voor YAHWEH. Dan denk ik aan het 'vrijwillig hefoffer'' dat voor de bouw van de tabernakel bestemd was en wat bestond uit goederen, materialen en vakmanschap. Er werd zoveel gebracht dat Mozes opriep niet meer te brengen. We kunnen dit lezen in Exodus 35 en 36.

Exodus 36:5-7
5. en ze zeiden tegen Mozes: Het volk brengt veel, meer dan toereikend is ten dienste van het werk dat de HEERE geboden heeft te doen.
6. Toen gaf Mozes bevel dat men een boodschap door het kamp zou laten gaan: Laat geen man of vrouw nog werk verrichten voor het hefoffer voor het heiligdom. Zo werd het volk ervan weerhouden om nog meer te brengen.
7. Want het materiaal was voldoende voor hen om er al het werk mee te kunnen verrichten, ja, er bleef over.

Voltooi echter nu ook het doen, opdat, zoals de bereidwilligheid er was, zo ook de voltooiing er zal zijn...... Paulus gaat ervan uit dat hun  eerdere enthousiasme om aan het project te beginnen, opnieuw zichtbaar wordt  door een hernieuwd enthousiasme om het af te maken. Vanzelfsprekend  behoort de hoogte van de bijdrage aangepast te zijn aan wat ieder heeft. Wie zelf in nood is kan niet geven.

als de bereidwilligheid aanwezig is, dan is iemand welgevallig overeenkomstig wat hij heeft........  We kunnen niet geven wat we niet hebben. God beoordeelt ons geven op basis van de bereidwilligheid en de middelen die we bezitten. Middelen die ons ten gebruike zijn gegeven om anderen te dienen. (Spreuken 3:28; 2 Korinthe 9:8; 2 Petrus 4:20). Als we onszelf afvragent: "Hoe weinig kan ik geven en God toch behagen?", dan hebben we er niets van begrepen. God leert ons hiermee los te komen van wat ons bindt. Het spreekt vanzelf dat dit geldt voor echte nood, in de eerste plaats van medegelovigen en daar waar God ons dat op het hart legt. Dan vertonen we het beeld van een God die geeft, mild en overvloedig.

2 Korinthe 8:13-15
13. Het is namelijk niet de bedoeling dat anderen verlichting hebben, en u verdrukking;
14. maar uit het oogpunt van gelijkheid is er op dit moment uw overvloed om wat hun ontbreekt aan te vullen, opdat ook hun overvloed er is om wat u ontbreekt aan te vullen, opdat er gelijkheid zal zijn,
15. zoals geschreven staat: Wie veel had verzameld, had niet over; en wie weinig had verzameld, had niet te weinig.

Het is namelijk niet de bedoeling dat anderen verlichting hebben, en u verdrukking;...... wie zelf in moeilijkheden komt door mee te willen doen terwijl het eigenlijk niet kan, is ook niet goed bezig. Men moet het ronduit kunnen zeggen als het niet kan. Je hoeft je niet groter voor te doen dan je bent en je hoeft je hopelijk niet te schamen voor je armoede..

uit het oogpunt van gelijkheid is er op dit moment uw overvloed om wat hun ontbreekt aan te vullen...... God weet dat de Korinthiërs - in vergelijking met de gemeente in Jeruzalem - overvloed heeft, wat gedeeld behoort te worden met hen die tekort komen. Zo ontstaat er een eerlijke verdeling. 

zoals geschreven staat: Wie veel had verzameld, had niet over; en wie weinig had verzameld, had niet te weinig....... Hier verwijst Paulus naar de verdeling van manna in de woestijn (Exodus 16:18 Wie veelhad verzameld, had niet over; en wie weinighad verzameld, had niet te weinig.). Er was geen georganiseerde voedselbank, iedereen vond bij zijn tent de hoeveelheid manna die nodig was voor het aantal personen van zijn gezin. En dat bleek precies voldoende, afgestemd op de behoefte van een wooneenheid.  

4. Praktische organisatie en integriteit

2 Korinthe 8:16-20
16. Maar God zij dank, Die dezelfde inzet voor u in het hart van Titus gegeven heeft.
17. Hij heeft immers mijn aansporing ontvangen, maar is ook uit eigen beweging vol ijver naar u toe gereisd.
18. En wij hebben ook de broeder met hem meegezonden die in alle gemeenten lof ontvangt om zijn dienst in het Evangelie;
19. en dat niet alleen, maar hij is ook door de gemeenten gekozen als onze reisgenoot met deze genadegave, waar wij de zorg voor dragen tot heerlijkheid van de Heere Zelf, en om uw bereidwilligheid te laten zien.
20. Wij proberen het immers te vermijden dat iemand ons verdacht zou maken vanwege dit grote bedrag waar wij zorg voor dragen,

God zij dank, Die dezelfde inzet voor u in het hart van Titus gegeven heeft...... we zien dat alles hier onder leiding van God gebeurt. Titus blijkt ook helemaal enthousiast om zich hiervoor in te zetten, weliswaar door Paulus aangespoord, maar hij bedacht zich niet om naar die gemeente toe te reizen en de inzameling in werking te stellen.
wij hebben ook de broeder met hem meegezonden die in alle gemeenten lof ontvangt....... er werd dus ook iemand meegesuurd die goed bekend stond in alle gemeentes. Er wordt geen naam genoemd, er zijn wel commentaren met veronderstellingen, maar als het niet bekend gemaakt is, laten we het maar zo. Het was in ieder geval een man die in dienst stond van het Evangelie. 

hij is ook door de gemeenten gekozen als onze reisgenoot met deze genadegave,...... achter de schermen is er dus al heel wat geregeld.

Gods genade maakt ijverig en actief. Gods genade zet je aan het werk. Ze is de bron en de kracht van het nieuwe leven uit Christus. Ze is het geheim van de bereidheid om anderen vrijwillig te helpen en te steunen.

Als wij dezelfde toewijding aan Yeshua en Zijn zaak bij anderen aantreffen, dan komt er een gezonde samenwerking tot stand.

waar wij de zorg voor dragen tot heerlijkheid van de Heere Zelf, en om uw bereidwilligheid te laten zien........Hoe geestelijk en zuiver gaat het alles hier toe, ook in de afwikkeling van allerlei zakelijke dingen als financiën. Zo kan het dus en zo hoort het ook in de gemeente. Alleen aan mensen die betrouwbaar gebleken zijn en goed bekend staan, moeten verantwoordelijke taken gegeven worden. Paulus is er zich van bewust dat wat hier gebeurt onder leiding van de Heilige Geest, zal bijdragen tot verheerlijking van de HEERE en dat er van de bereidwilligheid van de gevers een getuigenis zal uitgaan van wat God in de harten kan bewerken met deze genadegave. Hier heeft het woord "genade" betrekking op de materiële ellende waarin de gelovigen in Jeruzalem verkeren.  

Wij proberen te vermijden dat iemand ons verdacht zou maken......... Het is goed voorzorgen te nemen om wantrouwen en gepraat onder de mensen te voorkomen.

vanwege dit grote bedrag waar wij zorg voor dragen......... omdat er recent nog kwaadsprekerij en verdachtmaking over Paulus de ronde had gedaan in Korinthe wilde Paulus elke schijn van financieel misbruik  vermijden. Hij hield  zichzelf op de achtergrond en liet het over aan Titus en een medebroeder. Paulus ging er al van uit dat het een groot bedrag zou zijn wat bijeengehaald zou worden. 

2 Korinthe 8:21-24
21. wij, die bedacht zijn op wat goed is, niet alleen voor de Heere, maar ook voor de mensen.
22. Ook hebben wij onze broeder met hen meegestuurd, van wie wij in veel opzichten vaak onderkend hebben dat hij ijverig is, en nu is hij nog veel ijveriger door het grote vertrouwen dat hij in u heeft.
23. Wat Titus betreft: hij is mijn metgezel en medearbeider bij u; wat onze broeders betreft: zij zijn gezanten van de gemeenten, tot eer van Christus.
24. Toon hun dan het bewijs van uw liefde en van onze roem over u, ook ten overstaan van de gemeenten.

wij, die bedacht zijn op wat goed is........ als kind van God, zoals Paulus dat is, ben je je er altijd van bewust dat God je handelwijze ziet en kent en daarom ben je er ook op bedacht dat het goed moet zijn wat je doet. Wie van God is wil toch ook alleen maar het goede doen.

Maar ook voor de mensen....... je weet evengoed dat er anderen zijn die je in de gaten houden, om je zo mogelijk van verkeerde dingen te kunnen beschuldigen om daarmee het werk van God te saboteren. Het is niet voldoende dat men gewetensvol en administratief correct werkt, het moet bovendien inzichtelijk zijn voor 'de mensen'. Men moet het na kunnen rekenen. Zo voorkom je verdachtmaking.

Ook hebben wij onze broeder met hen meegestuurd, van wie wij in veel opzichten vaak onderkend hebben dat hij ijverig is....... drie betrouwbare personen die de genade-gaven moeten incasseren, beheren en overdragen. Deze derde, niet bij name genoemde broeder, was door Paulus gade geslagen en in meerdere situaties betrouwbaar gebleken. 

nu is hij nog veel ijveriger door het grote vertrouwen dat hij in u heeft....... door wat Paulus over de gemeente van Korinthe aan hem verteld had, had deze man het volste vertrouwen om met deze opdracht aan de slag te gaan.

Wat Titus betreft: hij is mijn metgezel en medearbeider bij u......... Titus is behalve een broeder, ook een medestrijder bij de gemeente van Korinthe gebleken. Paulus steunt Titus in alle opzichten.  

al deze drie broeders zijn gezanten van de gemeenten, tot eer van Christus.......... 

de broeders worden in het Grieks "apostelen" (apostoloi) genoemd in de algemene zin van "gezondenen" (van αποστελλω , zenden). De gemeenten van Christus zelf worden in hen dus naar de Korintiërs toegezonden. Maar daar is nog niet alles mee gezegd. Deze broeders zijn ook de heerlijkheid van Christus. In hen worden de Korinthiërs dus geconfronteerd met Yeshua. De koninklijke luister van Christus komt via deze broeders naar hen toe. Beseffen we wel dat God zo ook òns in zijn dienst heeft genomen? 

Toon hun dan het bewijs van uw liefde en van onze roem over u,........  Paulus roept de gemeente van Korinthe op om haar goede naam hoog te houden en het vertrouwen van de mensen die namens Christus aan het werk zijn, niet te beschamen.

ook ten overstaan van de gemeenten........ De gemeenten die via Paulus vanuit Jeruzalem zijn ontstaan weten ervan, werken mee en zien toe wat er gebeurt. Paulus zegt daarmee: breng een goede offergave, zodat de gemeenten er ook van op de hoogte zijn en God kunnen danken voor Zijn werk onder de Korintiërs. 

Ja, laten ook wij mild geven voor het werk in Gods Koninkrijk, zodat alles met blijdschap uitgevoerd kan worden. Dat spoort anderen ook aan. Het is bovenal tot eer en glorie van Christus.

Jur & Ida

Inleiding

Naar hoofdstuk: 
Eerste brief:  1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7A - 7B - 8 - 9 - 10 - 11 - 12A - 12B - 13 - 14 - 15A - 15B - 16

Tweede brief:  1 - 2 - 3 - 4A - 4B - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13