Genesis 24 - Izaäk en Rebekka (Rivka)

Izaäk is de zoon van de belofte, en is in meerdere opzichten een  oudtestamentische heenwijzing naar de Messias, het ultieme beloofde Zaad.

 

In Genesis 24 stuurt Abraham (de Vader) zijn knecht (de Heilige Geest) om een bruid (de gemeente) te zoeken voor Izaäk (het beloofde Zaad, de Zoon). Deze gebeurtenis vindt  plaats na de 'dood en opstanding' van het Beloofde Zaad in Genesis 22, uitgebeeld in het offer van Izaäk (het beloofde Zaad, de Zoon).

Abraham had zijn knecht Eliëzer de opdracht gegeven een vrouw te zoeken uit zijn familie. Het mocht beslist geen vrouw uit de Kaänanieten zijn, een volk waarop een vloek rustte. Abraham zei ook dat een engel van God voor hem uit zou gaan. Abraham’s knecht Eliëzer vroeg God om een teken om de juiste vrouw voor Izaäk te vinden. En dat teken ontvouwde zich voor zijn ogen direct nadat hij zijn bede had uitgesproken.

Omdat alles zo volgens Gods plan verlopen is zeggen Laban en Bethuel: “Dit komt bij YHWH vandaan.” Wat is het bemoedigend als je in het verloop van de dingen Gods hand herkent.  En wat is het voor ons bemoedigend dat we in de geschiedenis die in de Bijbel is opgeschreven lijnen ontdekken die betrekking hebben op onze tijd.   

De vergelijking gaat verder. Tenslotte brengt de Heilige Geest, (de knecht)  de bruid bij de Zoon, die Zijn bruid  tegemoet gaat.

Dat tegemoet gaan, is dan ook de centrale as van dit gedeelte. Hij de Zoon van God gaat Zijn bruidsgemeente tegemoet.

Als we uit deze geschiedenis gaan begrijpen dat de Torah een profetisch beeld  van de verloving en het huwelijk van de bruid en de bruidegom schildert, gaan enkele details tot ons spreken. Deze details hebben betrekking op  de tijd waarin wij vandaag de dag leven. We zijn op reis, onder leiding van de Ruach HaKodesh (de Heilige Geest). Aan het einde van die reis, ontmoeten we onze Bruidegom van aangezicht tot aangezicht. Amen!!

Het valt op dat de bruid de Bruidegom niet automatisch herkent. Het is de Heilige Geest die onthult Wie Hij voor haar is.

Wat verder opvalt is, dat wanneer ze elkaar naderen, de bruid van haar kameel glijdt, en een sluier neemt waarmee ze zichzelf bedekt. 

In dit stukje zit een kleine chiastische structuur  (zie afbeelding).

Toen sloeg Rebekka haar ogen op, en toen ze Izaäk zag liet ze zich van haar kameel glijden; en ze zei tegen de knecht: "Wie is die man daar, die ons tegemoet komt in het veld?" De knecht zei: "Het is mijn heer." Toen nam ze een sluier en bedekte zich. Gen. 24: 64-65

Het woord dat hier voor “bedekken” wordt gebruikt is in het Hebreeuws, Strong's H3680, kasah, כָּסָה. De zeer oude Hebreeuwse lettertekens zijn eigenlijk kleine pictogrammen of tekeningetjes. Dit woord kasah, כָּסָה wordt gevormd door de ”kaf”, de open handpalm van zegening, de “samech”, de doorn, of zonde, en de “he”, de man in verwondering met opgeheven armen: openbaring, of aanbidding. Het verhaal van de pictogrammen schildert de “bedekking”  van (kaf, zoals de open handpalm van de vader zijn zoon zegent,  de “zonde”  (samech) die “geopenbaard” is (he). De bruid bedekt zichzelf.

Geopenbaarde zonde is datgene dat de Heilige Geest aan ons heeft geopenbaard als zonde. Hij is degene die de wereld overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel (Johannes 16: 8). Zonde is gedefinieerd in de Torah. Is het niet interessant dat het de generatie is die leeft vóór Zijn komst, aan wie de Heilige Geest onthult dat de Torah niet is afgeschaft, en dat deze juist aangeeft wat zonde en gerechtigheid is? Dat het vergoten bloed van Yeshua niet langer een vrijbrief is om in zonde verder te leven. De gemeente openbaart haar natuur als bruid door passend berouw over datgene wat werd geopenbaard en ze bedekt zichzelf vanaf die dag met rechtvaardige daden.

Het woord "Verzoendeksel" in het Hebreeuws is “kapporeth”, Strong's H3727. De vertaling is afgeleid van het primaire wortel woord kafar כִּפֵּר, het betekent overdekken, verzoenen. Het roept associatie op met de twee zonen van Noach, die de naaktheid  van hun vader overdekten en zo zijn eer en waardigheid bewaarden. Spreuken 17:9 Die de overtreding toedekt, zoekt liefde;

Toen bracht Izaäk haar in de tent van zijn moeder Sara; En hij nam Rebekka en zij werd hem tot vrouw, en hij hield van haar. Genesis 24:67

(Bron: http://www.alittleperspective.com/genesis-2464-65-and-the-return-of-the-king/ vertaald en bewerkt)         

Izaäk (zijn originele naam is Yitschaq) beeldt het karakter van Yeshua uit. Abraham is de vader en dan ook het beeld van YHWH als Vader en Izaäk de gehoorzame zoon, zoals Yeshua. We lezen nergens dat Izaäk zelf initiatieven nam. Het is zijn vader die op gezag van God zijn levensloop bepaalde. Zijn geboorte werd, net zo als die van Yeshua, vurig verwacht en beiden werden op een onnatuurlijke manier verwekt. Izaäk was de eniggeboren zoon der belofte.  In het offer op de berg Moria was Izaäk duidelijk een beeld van Yeshua die Zijn leven gaf voor onze redding en zoals Yeshua het kruis droeg, droeg Izaäk het hout waarop hij geofferd werd.  In feite zijn beiden, Yeshua en Izaäk uit de dood opgestaan