English & other languages: Click here!
Genesis 41 - Jozef en Asnat
Of Asnat ook bij deze zegen aanwezig was vermeldt de Bijbel niet.
In Genesis 41 (parasja Vajigasj) lezen we dat Asnat Jozefs vrouw wordt. Maar Asnat was toch een Egyptische en een dochter zelfs van de priester van On. Daar moest ik me meer in verdiepen en deel deze kapstok.
1. Wat zegt de tekst precies?
De kerntekst is Genesis 41:45:
“Farao gaf Jozef Asnat, de dochter van Potifera, priester van On, tot vrouw.”
En later:
Genesis 41;50 “Jozef werden twee zonen geboren, die Asnat hem baarde.”
2. Bestond er op dat moment een verbod op huwelijken met niet Isra|elieten?
Nee. Er bestonden Tora‑wetten over:
- geen huwelijken met Kanaänieten (Deut. 7),
- geen vermenging met afgoderij,
- geen vreemde vrouwen die het hart afleiden,
Deze wetten komen pas honderden jaren later, bij Mozes. Jozef leefde vóór Sinaï. Er is dus geen wet die hij op dat moment kon overtreden.
3. Hoe ging de familie van Jakob coor Sinaï om met huwelijken?
We zien een patroon:
Abraham wil geen Kanaänitische vrouw voor Isaak. (Genesis 24)
Isaak wil geen Kanaänitische vrouw voor Jakob (Genesis 28)
Maar huwelijken met bruiden uit andere volken komen wél voor
- Abraham met Hagar (Egyptisch)
- Abraham met Ketura
- Juda met een Kanaänitische vrouw (en dat wordt niet veroordeeld)
- Mozes later met een Midianitische vrouw (en dat wordt niet veroordeeld)
Conclusie: Het enige duidelijke familie‑taboe vóór Sinaï was: geen Kanaänitische vrouwen. Egypte valt daar niet onder.
4. Was Asnat een afgodische vrouw?
De tekst zegt:
We weten dus niet:
- haar vader was priester van On (Heliopolis),
- maar er staat nergens dat Asnat zelf afgoden diende.
- of zij de God van Jozef aannam,
- of zij haar achtergrond achter zich liet,
- of zij al dan niet gelovig was.
De tekst zwijgt — en dat zwijgen is veelzeggend. Als het een probleem was, zou de Tora dat benoemen (zoals bij Salomo’s vrouwen).
5. Hoe reageert Jakob op de zonen van Asnat?
Dit is cruciaal. In Genesis 48:
Als dit huwelijk verkeerd was:
Maar het tegenovergestelde gebeurt:
- Jakob adopteert Efraïm en Manasse als zijn eigen zonen,
- geeft hen een dubbele zegen,
- plaatst hen zelfs boven Ruben en Simeon.
- zou Jakob hen nooit opnemen als stamvaders,
- zou God dit nooit bevestigen,
- zou de Tora dit nooit zo positief neerzetten.
6. Waarom is dit geen vermenging van godsdiensten?
Omdat.....
-
Er is geen bewijs dat Asnat afgoden bleef dienen.
-
Er is geen wet die Jozef overtrad.
-
De vrucht van het huwelijk wordt volledig geheiligd.
-
God gebruikt dit huwelijk in Zijn plan voor Israël.
De Tora veroordeelt huwelijken die het hart afleiden naar afgoden. Maar bij Jozef zien we:
- trouw,
- wijsheid,
- Gods Geest,
- en een gezin dat volledig in Israël wordt opgenomen.
- Er is geen spoor van afgodische invloed.
7. Waarom laat God dit toe?
Omdat Jozef in Egypte een unieke positie heeft:
Nuchtere conclusie:
Nee, dit is geen vermenging van volkeren of godsdiensten.
- hij is onderkoning,
- hij redt Egypte én Israël,
- hij is een voorafbeelding van de Messias die de volken binnenbrengt.
- Zijn huwelijk past in dat grotere plaatje.
- Er was geen wet die dit verbood.
- De Tora geeft geen enkel negatief commentaar.
- Jakob zegent de kinderen alsof ze zijn eigen zonen zijn.
- God gebruikt dit huwelijk in Zijn heilsplan.
Alles in de tekst wijst erop dat dit huwelijk geoorloofd, gezegend en vruchtbaar was.
8. Vervolgstudie: Efraïm en Manasse in de Schrift
1 Hun geboorte in Egypte — een bijbels signaal
Efraïm en Manasse worden geboren buiten het land, in Egypte (Genesis 41:50–52).
Dat is opmerkelijk, want:
. zij zijn de eerste stamvaders die niet in Kanaän geboren zijn,
. en toch worden zij volledig opgenomen in Israël
Dit laat al iets zien van Gods bedoeling:
Israël is niet alleen een etnisch volk, maar een verbondsvolk dat God zelf vormt.
2. Jakobs adoptie — een unieke gebeurtenis
In Genesis 48 gebeurt iets dat nergens anders in de Bijbel voorkomt:
“Efraïm en Manasse zullen voor mij zijn als Ruben en Simeon.” (Genesis 48:5)
Jakob:
- adopteert de twee zonen van Jozef,
- geeft hen stamstatus,
- en plaatst hen op het niveau van zijn eigen zonen.
Dit betekent:
- Jozef krijgt een dubbele erfenis (twee stammen),
- Efraïm en Manasse worden volwaardige Israëlieten,
- hun Egyptische achtergrond speelt geen enkele negatieve rol.
3. De omkering: de jongste boven de oudste
Jakob kruist zijn handen:
“De jongste zal groter zijn dan de oudste.” (Genesis 48:19)
Dit past in een bekend Bijbels patroon
- Abel boven Kaïn
- Isaak boven Ismaël
- Jakob boven Esau
- David boven zijn broers
Bij God gaat het niet om volgorde, maar om roeping.
Efraïm wordt de leidende stam in het noorden.
Manasse wordt groot, maar niet de grootste.
4. Hun rol in de landverdeling
In Jozua 16–17 krijgen Efraïm en Manasse samen een enorm gebied:
- Manasse krijgt een dubbel deel (oost én west van de Jordaan),
- Efraïm krijgt het centrale, vruchtbare hartland.
Samen vormen zij het grootste blok in Israël.
(Manasse: geel - Efraïm blauw)
5. Efraïm als naam voor het hele noordelijke rijk
Vanaf de profeten wordt Efraïm een bijnaam voor:
- het tienstammenrijk,
- het afgedwaalde Israël,
- het volk dat onder de volken verstrooid raakt.
Voorbeelden:
- Hosea 4–14
- Jesaja 7
- Jeremia 31
Efraïm staat symbool voor:
- afdwaling,
- verstrooiing,
- maar ook herstel.
6. Manasse: de vergeten maar grote stam
- krijgt een enorm gebied,
- levert sterke krijgers,
- speelt een rol in de terugkeer van Hizkia’s hervorming (2 Kron. 30:1).
Manasse staat voor:
- kracht,
- verspreiding,
- en soms: verdeeldheid (oost en west).
2 Kronieken 30:1,10,11
1. Daarna stuurde Hizkia boden naar heel Israël en Juda, en hij schreef ook brieven aan Efraïm en Manasse dat zij naar het huis van de HEERE in Jeruzalem moesten komen om voor de HEERE, de God van Israël, Pascha te houden.
10. Zo trokken de ijlboden van stad tot stad door het land van Efraïm en Manasse, tot Zebulon toe, maar men lachte hen uit en bespotte hen.
11. Maar toch vernederden sommigen van Aser, Manasse en van Zebulon zich en kwamen naar Jeruzalem.
7. Profetische lijnen: herstel van Efraïm
De profeten spreken opvallend vaak over Efraïm:
in Hosea:
Efraïm is afgedwaald, maar God zegt:
“Hoe zou Ik u prijsgeven, Efraïm?” (Hosea 11:8)
Jeremia 31
Efraïm wordt de eerstgeborene genoemd:
“Mijn eerstgeboren zoon is Efraïm.” (Jeremia 31:9)
en in hetzelfde hoofdstuk:
- het nieuwe verbond,
- de terugkeer uit de volken,
- de hereniging van Juda en Israël.
Efraïm staat dus voor:
- het verstrooide deel van Israël,
- dat God terughaalt,
- en opnieuw in het verbond plaatst.
8. Waarom dit belangrijk is voor het geheel van de Schrift
Nuchtere conclusie (over voorgaande)
Efraïm en Manasse zijn............
- Het verbond dat verder reikt dan bloedlijnen
Geboren in Egypte, maar volledig Israël.
- De spanning tussen roeping en afdwaling
Efraïm wordt groot, maar ook de stam die het meest afdwaalt.
- De belofte van herstel
De profeten zien Efraïm terugkeren — niet alleen fysiek, maar geestelijk.
- De Messiaanse verwachting
De hereniging van Juda en Efraïm is een sleutelthema in:
De Messias brengt niet alleen Juda terug, maar ook Efraïm.
- volledig opgenomen in Israël,
- dragers van een dubbele erfenis,
- symbolen van verstrooiing én herstel,
- en sleutelfiguren in het profetische verhaal van de terugkeer van het volk.
- Jesaja 11:13
- Ezechiël 37 (de twee stokken)
- Jeremia 31
Hun verhaal laat zien dat:
God Zijn volk vormt, zelfs buiten het land, en dat Hij de verstrooiden niet vergeet, maar terugbrengt in Zijn verbond.
Ezechiël 37: De Twee Stokken — Nuchtere Bijbelstudie - Ezechiël 37 bestaat uit twee delen: Deze twee horen bij elkaar:
- Het visioen van de dorre beenderen (vers 1–14)
- De profetie van de twee stokken (vers 15–28)
- eerst opstanding en geestelijk herstel,
- daarna hereniging van het volk.
Worden één in Gods hand - Ezechiël 37:19c
We focussen nu op deel 2.
① De opdracht: neem twee stokken.
Ezechiël krijgt de opdracht:
- één stok te beschrijven met: “Voor Juda en de Israëlieten die bij hem horen”
en één stok met:
- “Voor Jozef, de stok van Efraïm, en heel het huis van Israël dat bij hem hoort”
Dit is belangrijk:
Juda = het zuidelijke rijk
(na de scheuring onder Rehabeam)
Efraïm/Jozef = het noordelijke rijk
(het tienstammenrijk, weggevoerd door Assyrië)
De scheuring van 1 Koningen 12 ligt hierachter.
② De handeling: de twee stokken worden één
Ezechiël moet de twee stokken in zijn hand samenvoegen, zodat ze: “één worden in uw hand.”
Dit is geen symboliek van “eenheid in het hart”, maar letterlijke hereniging van twee gescheiden volken.
③ De uitleg die God zelf geeft
God legt het uit (vers 21–22):
“Ik zal de Israëlieten halen uit de volken… Ik zal hen bijeenbrengen… Ik zal hen tot één volk maken in het land… En één koning zal over hen allen koning zijn.”
Let op de volgorde:
- Verstrooiden worden verzameld
- Juda en Efraïm worden herenigd
- Eén koning regeert over hen
- Afgoderij verdwijnt
- Het verbond wordt vernieuwd
- God woont in hun midden
Dit is een herstelprofetie, geen terugblik.
④ Wie is die éne koning?
”En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn”.
Ezechiël 37:24a
In de profeten is “David” vaak een titel voor de Messias, de zoon van David. Dus:
- de hereniging van Juda en Efraïm
- vindt plaats onder Messiaanse heerschappij.
➄ Wat betekent ‘Efraïm’ hier?
In de profeten is Efraïm een naam voor:
- het tienstammenrijk,
- het noordelijke Israël,
- het deel dat verstrooid is onder de volken.
Voorbeelden:
- Hosea 4–14
- Jesaja 7
- Jeremia 31
Efraïm staat voor:
- afdwaling,
- verstrooiing,
- maar ook herstel.
➅ De kern van de profetie
De twee stokken betekenen:
Juda (het zuidelijke rijk)
Efraïm (het noordelijke rijk)
En God zegt:
“Ik maak hen tot één volk.”
Dit is een letterlijke hereniging van twee historische delen van Israël.
Het gaat niet om:
- kerk en Israël,
- Joden en christenen,
- of symbolische eenheid.
Het gaat om het volk Israël zelf.
➆ Het doel van de hereniging
De verzen 23 - 28 laten zien waarom God dit doet:
Dit is het hoogtepunt van het herstelplan van God!
- zuivering van afgoderij
- één herder (Messias)
- één wet
- één land
- één volk
- eeuwig verbond van vrede
- Gods aanwezigheid in hun midden
➇ Hoe dit past in de rest van de Schrift?
Deze profetie sluit aan bij:
Jesaja 11:13
“Efraïm zal niet jaloers zijn op Juda, Juda zal Efraïm niet benauwen.”
Jeremia 31
“Ik zal Juda en Israël samenbrengen.”
Hosea 1–2
“Niet‑Mijn‑volk zal weer Mijn volk zijn.”
Ezechiël 36
“Ik zal u een nieuw hart geven.”
Ezechiël 40–48
Het is:
- geen metafoor,
- geen kerkelijke symboliek,
- geen allegorie, maar een letterlijke herstelprofetie over het volk Israël.
➀ "Wie is Efraïm in Hosea?
De bronnen zijn het erover eens:
- Hosea spreekt vooral tot het noordelijke rijk.
- Hij noemt dit rijk vaak “Efraïm” of “Jacob”.
- Efraïm is de leidende stam van het tienstammenrijk.
Conclusie: Efraïm = het hele noordelijke Israël.
de tempel en het land na het herstel.
Het is één groot geheel.
Nuchtere conclusie
Ezechiël 37 leert dat God Juda en Efraïm — de twee gescheiden delen van Israël — in de toekomst weer tot één volk maakt, onder één Messiaanse koning, in één land, in een vernieuwd verbond.
➁ De geestelijke toestand van Efraïm
Hosea beschrijft Efraïm als:
- ontrouw aan God
- verbonden met Baäl
- schuldig aan geestelijk overspel
- afhankelijk van buitenlandse machten (Assyrië, Egypte)
Het beeld is dat van een ontrouwe bruid die haar verbond met God heeft verlaten.
➂ De rol van de leiders
Hosea is scherp:
- De priesters en leiders van Efraïm hebben het volk verleid in plaats van geleid.
- Zij hebben de kennis van God verwaarloosd.
Dit maakt het oordeel onvermijdelijk.
➃ Het oordeel over Efraïm
Hosea ziet het oordeel al aankomen:
- Assyrië zal het noordelijke rijk vernietigen.
- Dit gebeurt in 722 v.Chr., precies zoals Hosea voorzag.
Het oordeel is:
- politiek (instabiele koningen, moorden, chaos)
- geestelijk (verlaten van het verbond)
- militair (Assyrische verovering)
➄ De oproep tot bekering
- Hij roept Efraïm op om terug te keren naar de HEER.
- Hij biedt woorden van bekering aan (Hosea 14).
De deur staat open — maar Efraïm weigert.
➅ Gods worsteling met Efraïm
Een van de meest aangrijpende passages in de hele Tenach:
“Hoe zou Ik u prijsgeven, Efraïm?” “Mijn hart keert zich om in Mij.”
(Hosea 11:8)
De bronnen noemen dit niet letterlijk, maar bevestigen dat Hosea’s boodschap draait om:
- Gods liefde,
- Israëls ontrouw,
- en Gods verlangen naar herstel.
➆ Herstel van Efraïm
Ondanks alles eindigt Hosea met hoop:
- God zal genezen wat gebroken is.
- Hij zal Efraïm terugbrengen.
- Hij zal hun afdwaling vergeven.
Dit sluit aan bij de bredere profetische lijn van herstel van het tienstammenrijk.
Nuchtere conclusie:
Volgens Hosea is Efraïm:
- het noordelijke rijk Israël,
- geestelijk ontrouw,
- geleid door corrupte leiders,
- op weg naar oordeel door Assyrië,
- maar niet opgegeven door God,
• en uiteindelijk bestemd voor herstel
Hosea is daarmee het boek van:
oordeel én onvoorstelbare trouw.
de Messias als herder in Ezechiël.
Dit is een van de rijkste lijnen in het hele boek — en het sluit prachtig aan op wat ik eerder geleerd heb over Juda, Efraïm en het herstel van Israël.
We gaan er stap voor stap mee door de teksten, de context en de Bijbelse betekenis.
➇ De context: waarom spreekt Ezechiël over een herder?
Ezechiël profeteert
in de ballingschap.
Het volk is:
- verstrooid,
- zonder koning,
- zonder tempel,
- zonder richting.
En dan komt hoofdstuk 34: een aanklacht tegen de leiders van Israël, de “herders”.
God zegt:
- “Jullie hebben de schapen niet gevoed.”
- “Jullie hebben ze verstrooid.”
- “Jullie hebben ze uitgebuit.”
-
Daarom zegt God:
“Ik zal Mijn schapen uit hun mond redden.”
De leiders hebben gefaald — dus God grijpt zelf in.
➈ God Zelf wordt de Herder (Ezechiël 34:11–16)
Dit is opvallend: God zegt niet alleen dat Hij nieuwe leiders zal sturen. Hij zegt:
“Ik Zelf zal Mijn schapen weiden. Ik Zelf zal hen doen neerliggen. Ik zal zoeken wat verloren is.”
Hier wordt de herder God Zelf.
Dit is belangrijk voor het Messiaanse beeld dat volgt.
➉ De Messias verschijnt als “Mijn knecht David” (Ezechiël 34:23–24)
Plotseling verandert het perspectief:
“Ik zal over hen één herder doen opstaan, Mijn knecht David. Hij zal hen weiden.”
Ezechiël 34:23
Let op de spanning:
- God Zelf is de Herder.
- Maar ook: “Mijn knecht David” is de Herder.
Dit is typisch voor de profeten:
- God handelt Zelf,
- maar doet dat door Zijn Messias,
- de zoon van David.
De Messias is dus:
- de herder namens God,
- de vertegenwoordiger van God,
- en de koning die het volk leidt
In het hoofdstuk (Ezechiël 37:24) komt de herder opnieuw terug.
“Mijn knecht David zal koning over hen zijn, en één herder zullen zij allen hebben.”
Dit gebeurt:
- nadat Juda en Efraïm herenigd zijn,
- nadat de verstrooiden zijn teruggebracht,
- nadat het volk één wordt.
De Messias is dus:
- de herder van het herstelde Israël,
- de koning over het verenigde volk,
- de leider die vrede brengt.
Een unieke combinatie:
- zacht voor de schapen,
- sterk tegen de vijanden.
Wat doet de Messias als herder volgens Ezechiël?
Uit hoofdstuk 34 en 37 samen ontstaat een compleet beeld.
Hij zoekt de verlorenen
Niet alleen fysiek, maar geestelijk.
Hij brengt de verstrooiden terug
Dit sluit aan bij de profetie over Efraïm.
Hij geneest de gewonden
Een beeld van herstel, niet alleen politiek maar ook innerlijk.
Hij beschermt tegen roofdieren
Beeld van vijanden, afgoden, misleiding.
Hij brengt vrede
Ezechiël 37:26 noemt dit een “verbond van vrede”.
Hij is koning én herder
12. Waarom heet Hij “David”?
Niet omdat David letterlijk terugkomt, maar omdat:
- de Messias uit Davids lijn komt,
- Hij de ideale Davidische koning is,
- Hij het koningschap herstelt zoals het bedoeld was.
“David” is dus een Messiaanse titel.
De Messias zegt:
“Ik ben de goede Herder.”
Johannes 10 is rechtstreeks gebouwd op Ezechiël 34.
Nuchtere conclusie
In Ezechiël verschijnt de Messias als:
- de ware herder die Israël leidt,
- de zoon van David die koning is,
- de vertegenwoordiger van God,
- de brenger van herstel,
- de éénmaker van Juda en Efraïm,
- de drager van het verbond van vrede,
- de herder die doet wat de leiders niet deden.
Het beeld is krachtig, eenvoudig en diep:
God Zelf komt als Herder — en Hij doet dat door Zijn Messias, de zoon van David.
Jur